Jezus spreekt over het Rijk Gods in talrijke beelden. Ze geven een indruk van hoe de hemel is en hoe je tot de hemel kan komen. De hemel heeft kunstenaars sindsdien doorheen de eeuwen geïnspireerd, maar slechts zelden komen we bij een uitbeelding van de hemel zonder meer. Laten we even verwijlen bij het innemend hemelbeeld van Malevitsj.
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Kazimir Malevitsj wordt geboren in het tsaristische Russische
rijk in 1879, nabij Kiev, in het huidige Oekraïne. Zijn vader is Pools en
hijzelf wordt katholiek gedoopt. Zijn moeder is echter orthodox en via haar
leert hij de sterk mystieke orthodoxe liturgie kennen. Hij verdiept zich in
de schilderkunst en trekt naar Moskou om kunst te studeren. Na de Oktoberrevolutie
is het regime aanvankelijk gecharmeerd door de abstracte kunst van zijn
generatie. Onder Stalin wordt zijn werk vanaf 1929 als decadent bestempeld en
afgeschreven. Malevitsj wordt zelfs gemarteld en drie maanden gevangen gezet. Kazimir
Malevitsj overlijdt in 1935 in Leningrad.
Kunst en identiteit
Malevitsj brengt zijn jeugd in het huidige Oekraïne door en raakt gefascineerd door kunstenaars die uit Sint-Petersburg zijn gekomen om de
schilderwerken in een klein, oud kerkje in Bilopole, nabij Charkov (de streek
waar nu zo hevig wordt gevochten), in ere te herstellen. Naast het minutieus
reconstrueren van de antieke kunst in het kerkgebouw volgens strikte regels,
zijn de kunstenaars ook heel gedreven in het schilderen in open lucht, volledig
vanuit hun eigen creativiteit. Deze combinatie heeft Malevitsj getroffen en in zijn verdere leven geïnspireerd.
Hij maakt vroeg in zijn schilderscarrière een reeks
explorerende schetsen voor een frescoschilderij, de befaamde “gele reeks”. Het
maakt deel uit van een reeks oefeningen, vertrekkend uit de iconografie. Zoals
veel artiesten in het begin van de 20e eeuw, zoekt Malevitsj een
consensus tussen de beginselen van de lokale tradities en nieuwe, figuratieve
kunstvormen anderzijds.
Iconografie en folklore
“Iconografie gaat niet over anatomie of perspectief, en is
ook niet bedoeld om de realiteit godsdienstig te kleuren, het is de
gewaarwording van kunst en van artistieke realiteit.”, laat hij ooit optekenen.
De traditie van grootmeesters inspireert hem in zijn technische
kunstontwikkeling. De link met “de gewone mensen” wordt gezocht in folklore, en volkscultuur en godsdienst zijn nog steeds sterk met elkaar verbonden vroeg in het
Russische rijk rond de eeuwwisseling.
Later zal zijn werk zich vooral ontwikkelen tot geometrische
vormen. Hier zien we echter de vroege Malevitsj aan het werk. Hij maakt
studies, maar er is geen weet van een concrete opdracht. Dit is
zelfontwikkeling in beeld van een artiest op zoek naar identiteit, naar het
voorbeeld van de kunstenaars van het oude kerkje.
In 1907 schildert hij in zijn gele reeks “De triomf van de
hemel”. Dit werk willen we van naderbij bekijken. Het ademt werkelijk mystiek.
Dat het werk geel heeft als basiskleur, met tinten van rood tot goud, behoeft
weinig uitleg. Het reflecteert het kleurenpallet van iconen. Het groen is
echter ook sterk aanwezig en doet denken aan Tibetaanse kunst.
Hemel zonder meer
Dat Malevitsj kiest om de hemel in beeld te brengen, is een
gewaagde keuze. Niet veel artiesten hebben dit aangedurfd. De hemel is weinig
geschilderd, wellicht omdat het beeld algauw pathetisch dreigt te worden. De
hel is veel figuratiever: een kunstenaar kan het donkerste uit zijn verbeelding
in beeld brengen in tal van expressieve scènes. Als de hemel al in beeld komt,
is het vaak als sereen contrast met de hel. Denken we maar aan Fra Angelico,
Michelangelo of Hiëronymus Bosch. Dit doet Malevitsj niet. Hij beeldt enkel de
hemel uit. Hier is geen doembeeld voor zondaars en schurken afgebeeld, er zit geen morele wijsvinger achter het werk. Het typeert de zoektocht van Malevitsj naar kunst en identiteit in de eenvoud en de puurheid.
Mystiek
De kleine personages in het werk zijn in drie groepen van
elf verzameld, allen met hun handen in gebedshouding. De twee bovenste groepen
bevinden zich in de wolken, symmetrisch aan weerszijden van het schilderij. De onderste groep staat barrevoets in het midden van een begrast
heuvellandschap vol groene loofbomen. Staan ze op heilige grond? De harmonische groene
weelde doet alvast denken aan de tuin van Eden. De bomen reiken tot aan de wolken, of dragen ze de wolkenmassa?
Waarom kiest Malevitsj voor reeksen van elf figuren? Twaalf
lijkt immers veel meer harmonisch binnen de christelijke traditie. Er waren
twaalf apostelen. De onvolledigheid in aantal biedt mogelijkheden, er is nog
een opening tot deelname. Het is niet statisch, niet afgewerkt, maar juist
dynamisch: er is nog aanvulling en toevoeging mogelijk.
Eén groot personage met gesloten ogen houdt alles samen, met de armen gespreid in één grote accolade. Hij lijkt te zweven over het landschap en het is alsof hij zich getooid heeft in een mantel van wolken. Hij kan Christus voorstellen, maar
evengoed Boeddha, in een alles beschermende,
boomachtige houding.
Malevitsj verwijst hier naar de Byzantijnse vespers, waarin Psalm 104 weerklinkt: “Prijs de Heer, mijn ziel. Heer, mijn God, hoe groot bent U. Met glans en glorie bent U bekleed, in een mantel van licht gehuld.” (Psalm 104, 1-2a) “U maakt van de wolken uw wagen en beweegt U op de vleugels van de wind.” (Psalm 104, 3bc)
Alle figuren zijn omgeven door een gouden aureool. Hun
ogen zijn allemaal gesloten. Ze zijn omlijnd met donkere, duidelijke contouren, zoals in
de traditionele icoonkunst. Het geheel geeft een mystieke gebeurtenis weer die
wij als toekijkenden niet kunnen ontcijferen. De groepjes figuren staan heel dicht bijeen
en toch zijn ze allen in zichzelf gekeerd: hun ogen zijn gesloten. Tegelijk zijn ze verbonden
met de Christusfiguur. Hun gebogen houding is niet statisch, hun ranke pose voelt aan als
Art Nouveau. Er zit een dynamiek in verwerkt.
Alle figuren zijn mannelijk noch vrouwelijk. Waarom eigenlijk? Het goddelijke
overstijgt het seksuele dat eigen is aan de mens en dat hem of haar definieert. Het mannelijke wordt overstegen, en niet door vrouwelijk te
worden, maar door meer stilistisch en bovenmenselijk te verschijnen. Het zijn niet zomaar mensen: hier is meer aanwezig. Zijn de figuren in de wolken het engelen? Zijn de personages in de tuin hemelmensen die de driften van zich hebben afgeschud? Wat het groot personage betreft, past Christus zeker binnen de optiek: Hij overstijgt het louter menselijke. De vaagheid krijgt de bovenhand. Het is mystiek omwille van de puurheid, de eenvoud en het ongrijpbare.
Een studie onderweg
Hij gebruikt de iconografie als een stijlfiguur om een
gevoel uit te drukken. Zijn studies zijn geen kopieën: hij legt eigentijdse
accenten in de klassieke werkvorm. De tijd van eenvoudige geometrische figuren
in de kunst lonkt in de verte al. Er is duidelijk een basisvorm verwerkt in
deze studie: een omgekeerde driehoek, die de onderste groep met de twee handen van Christus verbindt. Maar in 1907 is hij nog ondergedompeld in
het symbolisme.
De vroege Malevitsj wil een atmosfeer scheppen, een impressie geven, zonder zich te binden aan een specifieke kunstschool. Wat er weergegeven wordt, primeert; niet hoe het verteld wordt.
Later zal hij evolueren tot suprematisme. Het perspectief en het figuratieve worden daarin volledig overstegen. Er wordt gewerkt met geometrische vormen en pure kleuren, zwart en wit. Malevitsj gaat hiermee terug naar de basis. In 1915 schildert hij zijn befaamd “zwart vierkant op witte achtergrond”. Het canvas is vierkant, de kleur monotoon zwart met een witte rand. Hij is daarmee één van de grondleggers van de abstracte kunst. Malevitsj wordt echter geen dadaïst, zijn kunst heeft en geeft betekenis. Het zwart vierkant werd pertinent in een hoek opgehangen, verwijzend naar de devote iconenhoekjes in huizen in de orthodoxe cultuur. Net als een icoon wil dit werk een boodschap overdragen en het leven inspireren.
Beeldvorming