Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label gastvrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gastvrijheid. Alle posts tonen

22 juli 2022

Een merkwaardige stad, een merkwaardige interpretatie: Sodom (23-24 juli 2022)

Wat is er gebeurd in Sodom dat de Heer zo kwaad is dat Hij de stad met de grond gelijk wil maken? God gaat een kijkje nemen langs twee van zijn engelen, en wat zij in één avond meemaken, is meer dan voldoende om het vermoeden volmondig te bevestigen. Maar wat is er dan precies gebeurd? Even voor de duidelijkheid: het is geen prettig verhaal. Zware kost, zo midden in de zomer. Geen nood: de soep wordt nooit zo heet gegeten als ze opgediend wordt...

De Heer verschijnt aan Abraham. Hij zit op het heetst van de dag in de ingang van zijn tent. (Genesis 18, 1) Er naderen hem drie mannen. Wellicht is één van hen de Heer, vergezeld door twee engelen. Abraham spreekt namelijk één man aan in het enkelvoud. Later blijft de Heer staan en gaan twee mannen weg. (Genesis 18, 22) Abraham vraagt Sara om brood voor hen te bakken en dat vinden de drie mannen goed. Ze zijn dus mensen, geen verschijningen. (Genesis 18, 5-6) Er wordt door sommigen ook een voorafspiegeling van de Goddelijke Drievuldigheid in gezien.

Beschuldiging

Nadat de Heer vertelt dat Abraham en Sara een kind zullen krijgen, ondanks hun hoge leeftijd, volgt er een bijzonder donkere verhaallijn. “Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot.” De Heer wil te weten komen of de klachten gegrond zijn of niet. (Genesis 18, 21-22) Abraham smeekt de Heer om geen onschuldigen te straffen. Stel dat er vijftig onschuldigen zijn, dan mag de Heer hen toch niet over dezelfde kam scheren als de boosdoeners? En stel dat er vijfenveertig zijn, of veertig, of dertig of twintig, of zelfs tien: dan mag God de stad toch niet verwoesten met hen erin? De Heer stelt hem gerust: “Dan zal Ik haar niet verwoesten omwille van die tien.” (Genesis 18, 32b) Het is een hele opluchting. Abraham denkt aan zijn neef Lot, die er is gaan wonen. Maar wat zou er toch aan de hand zijn, daar in Sodom, dat de Heer zo kwaad is?

In de klassieke theologische traditie wordt de stad gezien als het summum van kwaad. De verbeelding neemt algauw de bovenhand. De mannen van Sodom waren, zo meent men, allemaal homoseksueel. Een merkwaardige stad. Ik hoorde onlangs nog "Genesis 19, 5" vernoemen in een discussie over homoseksualiteit. Alsof het een gerecht bij de afhaalchinees betrof. Men spreekt zelfs over “sodomie” om seksueel verkeer tussen mannen te benoemen. En het scheldwoord “mietje” is afgeleid van Sodomieten.

Binnen de joodse traditie is deze interpretatie al opgedoken. Vooral in de tweede eeuw vóór Christus, bij de schokkende confrontatie met de Griekse cultuur en de fenomenen van tempelprostitutie, publieke naaktheid en knapenliefde, zijn geschriften ontstaan die de link leggen met Sodom, bijvoorbeeld in het boek Jubeljaren, een joods commentaargeschrift uit die periode...

Een horroravond

Klopt die interpretatie wel? De twee engelen van de Heer gaan die avond kijken. Wij kunnen hun bevindingen in het verhaal mee ontdekken. Lekker makkelijk. Lot zit toevallig aan de stadspoort en groet de mannen met een buiging. Hij staat er op dat de mannen bij hem komen overnachten. (Genesis 19, 1-3) Lot is alvast heel gastvrij. Dat moet Sodom toch alvast ten goede spreken, niet?

Maar dan, nog voordat Lot en zijn gasten hun hoofd te rusten kunnen leggen, komen alle mannen van Sodom bij Lots huis samen, jong en oud, niemand uitgezonderd. (Genesis 19, 4) De spanning stijgt. Ze schreeuwen Lot toe: “Waar zijn die mannen die bij je overnachten? Breng ze naar buiten!” (Genesis 19,5ab) Ze willen de mannen die op bezoek zijn bij Lot… verkrachten. Lot spreekt de mannen van Sodom als vrienden aan (“achai”: broeders in het Hebreeuws). Hij wil hen op andere gedachten brengen. “Alsjeblief, doe toch niet zo gemeen” (Genesis 19, 7) Lot biedt nog liever zijn twee dochters aan dan dat deze mannen iets overkomt. “Want ik heb hun onderdak gegeven.” (Genesis 19, 8c) Lot neemt zijn taak als gastheer heel ernstig, ze zijn hem zelfs nog meer waard dan zijn eigen dochters.

Vreemdelingenhaat

De mannen van Sodom maken algauw duidelijk waar het hun over te doen is. Ze verwijten Lot dat hij er is komen wonen als vreemdeling en dat hij hun nu de les wil lezen. (Genesis 19, 9b) Het Hebreeuwse “lagoer” (met een “g” als in het Franse “garçon”) kan je eigenlijk vertalen als: immigreren, als vreemde komen wonen. De mannen van Sodom drukken geen seksuele voorkeur of drang uit, ze willen de vreemdelingen een lesje leren opdat ze wegblijven voor altijd. Ook Lot wordt na zijn tussenkomst voorgoed persona non grata. Sodom heeft geen boodschap aan vreemdelingen. Het contrast met de gastvrijheid van Lot wordt in zijn tussenkomst vlak daarvoor – “ik heb hun onderdak gegeven” – nog even scherp gesteld. De mannen van Sodom worden met blindheid geslagen, zodat ze de mannen niets kunnen aandoen.

Lot loopt naar zijn (toekomstige) schoonzoons, mannen van Sodom, en dringt bij hen aan om met hem, zijn vrouw en dochters mee te vluchten voordat de stad helemaal verwoest wordt. De mannen nemen Lot niet serieus. Het feit dat twee mannen van Sodom Lots toekomstige schoonzoons zijn, verloofd met zijn dochters, maakt alvast duidelijk dat Sodom niet beantwoordt aan het beeld dat men eraan heeft gekoppeld. Mannen verloven zich er heel gewoontjes met vrouwen. Maar ze willen geen vreemdelingen in en rond hun stad. Alle middelen, ook de meest vernederende, zijn gepermitteerd om dat duidelijk te maken. Of moeten we het nog dieper zoeken? Willen ze geen engelen van de Heer in hun stad? Ligt het probleem op godsdienstig vlak? Een doordenkertje.

Hoogmoed komt voor de val

Sodom is een waarschuwing tegen intolerant gedrag, haat, hufterigheid en onderdrukking. Daar gaat het verhaal over. Verzenvreters, die één vers uit de context halen, hebben de verhaallijn in een compleet verkeerde richting omgebogen. Nochtans omschrijft Ezechiël de inwoners van Sodom als volgt: “Ze gedroegen zich hoogmoedig en deden niets voor de armen en de machtelozen. Ze verhieven zich boven de anderen.” (Ezechiël 16, 49b-50a) Boven de anderen en ook boven God. Jezus vervloekt Kafarnaüm omdat ze er niet gastvrij waren voor Hem en zijn Boodschap en zegt dat Sodom er beter aan toe is (Matteüs 11, 20 en 23) Ook in Kafarnaüm waren de boodschappers van God nieuw welkom (denk aan het doordenkertje van daarnet). 

Sodom is gestraft om haar haat en geweld tegen vreemdelingen. Dat zal in de lijn hebben gelegen van wat de Heer erover had gehoord. Er kunnen nog meer beschuldigingen op de tafel hebben gelegen. Maar dit was alleszins voldoende aanleiding om hun schuld officieel te bevestiging en de straf uit te voeren. Het mag bij dezen duidelijk zijn hoe God denkt over ongastvrijheid, intolerantie en onderdrukking.

Wat er in Gomorra gebeurd is, weten we helaas niet. Het verhaal zegt niets over de stad. Wel is vermeld dat deze buurstad in de waterrijke Jordaanvallei samen met Sodom is verwoest. Ze zijn alleszins voorgoed spreekwoordelijk aan elkaar gekoppeld, zoals Meden en Perzen.

Post scriptum. Hoe komt zo'n sensationele verhaallijn tot stand? Het is goed mogelijk dat een ruimterots 3600 jaar geleden aan een snelheid van 61 000 kilometer per uur ergens in het Midden-Oosten is ontploft, ongeveer 4 kilometer boven een stad waar nu Tall El-Hammam ligt. De explosie moet 1000 keer krachtiger zijn geweest dan de atoombom op Hiroshima, zo tonen de bevindingen aan. Een vuurzee vernielde de stad en omringende steden, het puin werd door de vallei gejaagd. Het is mogelijk dat de mondelinge overlevering over de spectaculaire verwoesting van de stad Sodom dit fenomeen omschrijft (Genesis 19, 24-25 en 27-28). (Bron: klik hier)

15 juli 2022

Zenuwachtige Marta (16-17 juli 2022)

Marta, Marta… Ze is zo zenuwachtig en opgejaagd. Er zijn veel mensen te gast, ze heeft haar handen meer dan vol. Haar zus Maria zit rustig te luisteren bij Jezus. Dat kan zo toch niet?

  • Voor de lezingen van deze zondag: klik hier 

Wees niet zo zenuwachtig

Marta wordt helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. (Lucas 10, 40a) Dat Jezus op bezoek komt, is uiteraard een hele eer. Haastig en vlijtig tracht ze te zorgen dat al haar gasten het goed hebben, zodat ze zich welkom voelen, thuis voelen: heel edelmoedig. Wellicht is ze een tikje nerveus. Marta vindt het belangrijk dat iedereen voldoende te eten en te drinken heeft. Een beetje hulp van Maria zou daarom niet misstaan, vindt ze. Ze komt bij Jezus en zegt: “Heer, kan het u niet schelen dat mijn zus mij al het werk alleen laat doen?” (Lucas 10, 40b) Het Griekse woord “melei” betekent zoveel als: “zorgwekkend”. Marta verraadt daarmee dat ze het zelf alvast wel zorgwekkend vindt.

“Zeg daarom tegen haar dat ze mij moet helpen.” (Lucas 10, 40c) Marta geeft Jezus als volgeling een directief. Dat is een unicum in de Schrift. Marta spreekt niet Maria, maar Jezus aan, omdat ze zeker is van haar stuk. Jezus heeft voldoende gezag. Hij zal het wel met haar eens zijn dat Maria de gastvrijheid voorop moet stellen. Gastvrijheid is immers belangrijk, ook voor Jezus. Toch?

Alles behalve de essentie

Maar Jezus antwoordt heel sereen: “Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk.” (Lucas 10, 41) De tweevoudige aanspreking is teder en liefdevol, zoals: “Simon, Simon” (Lucas 22, 31) en “Saulus, Saulus” (Handelingen 9, 4) Jezus reageert niet kwaad, geërgerd of verontwaardigd, maar begripvol en met medelijden. Het werk dat Marta zo ijverig verricht, is niet slecht of verkeerd, maar met de beste bedoelingen maakt ze een verkeerde keuze. “Marta toch, hoe kan je toch zo nààst de kwestie denken?”

Ze maakt zich zo onnodig “bezorgd”. Denken we hierbij aan Jezus’ instructies bij Matteüs in de bergrede: “Maak je geen zorgen over jezelf, of over wat je zal eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zal aantrekken.” (Matteüs 6, 25a) Marta maakt zich zorgen “over van alles”, in het Grieks: “peri polla”. Jezus doelt daarmee op de vele dingen die er uiteindelijk niet toe doen. Ze maakt zich zenuwachtig over bijkomstigheden en vergeet daarbij Jezus zelf. Ze wil een goede gastvrouw zijn, maar luistert niet naar de woorden van haar belangrijkste Gast. Is ze dan wel een goede gastvrouw? Er zit zelfs een emancipatorische bijklank in Jezus' woorden. Marta hoeft geen nederige werkster te zijn. Ze is als vrouw even waardig om de blijde Boodschap te beluisteren.

De juiste keuze

“Er is maar één ding belangrijk. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.” (Lucas 10, 42)  Weinig dingen zijn essentieel. Maria heeft de goede keuze gemaakt. Als er een banket aan keuzes is, dan heeft zij “de juiste portie” gekozen, “tèn agatèn merida”. Er bieden zich meerdere keuzes aan. Welnu, de juiste keuze maken, dat is kiezen voor Christus.

Wat Marta doet, is weliswaar belangrijk en betekenisvol, maar niet de essentie. Haar  nerveuze beslommeringen vormen immers een afleiding van Jezus’ boodschap, het blokkeert haar, waardoor ze niet kan luisteren. Zullen de gasten iets levensnoodzakelijks ontberen in die tijd dat ze naar de Heer aan luisteren zijn? Hier worden materieel en spiritueel tegen elkaar afgewogen. Het materiële is dan in Jezus’ optiek altijd en zonder uitzondering bijkomstig. De tempel, het stenen huis van God dat niet eens voltooid is ten tijde van Jezus, zal niet lang overeind blijven. (Matteüs 24, 2) Wie Hem wil volgen mag zich niet hechten aan geld en bezit. (Marcus 10, 21)

Druk-druk-druk

Maria heeft wel de juiste keuze gemaakt. Dat zal haar niet ontnomen worden: het spirituele is immers eeuwig, het materiele slechts tijdelijk. Ook in onze dagdagelijke besluiten in deze interpretatiesleutel belangrijk. Onze materiële behoeften zullen zichzelf altijd opdringen: honger, dorst, slaap, kortom: iets nodig hebben. Daarom zijn we met z’n allen ook zo zenuwachtig, zo druk-druk-druk. De spirituele behoefte heeft meer actieve aandacht van ons nodig.

Dit doet me denken aan een gekend gedicht van de 16e eeuwse mystica Teresa van Avila, dat ik graag nog als coda meegeef:

“Laat niets je verontrusten, laat niet je bang maken,

alles gaat voorbij, God laat zich niet verplaatsen.

Met geduldige volharding kom je er wel;

wie God heeft, komt niets tekort.

God alleen volstaat.”

Nada te turbe, nada te espante,

todo se pasa, Dios no se muda,

la paciencia todo lo alcanza;

quien a Dios tiene nada le falta:

sólo Dios basta. 

15 januari 2022

Het eerste wonder te Kana (15-16 januari 2022)

Jezus en zijn leerlingen zijn uitgenodigd op een bruiloft. Zijn moeder Maria is er ook aanwezig. Een bruiloft is het hoogtepunt van gastvrijheid. Een pasgehuwd paar deelt hun vreugde met wie hen lief is: familie en vrienden. Ze zijn letterlijk “te gast” en worden verwend met het lekkerste eten en meer dan voldoende drank. Er wordt gedanst, het is een feest. Zo gaat het ook in Kana.

Het loopt echter verkeerd. De ceremoniemeester heeft het drankverbruik duidelijk onderschat. Er is geen wijn meer. Het einde van de wijn is het einde van de gastvrijheid. In eigentijds Engels noemen we zoiets een “party-pooper”.

Repliek vertaald

Jezus komt hier in het actief verhaal binnen. Wanneer Maria Hem het probleem meldt, volgt een merkwaardige repliek. Hoe Hij Maria aanspreekt, is in vertalingen heel verscheiden. De oudere vertaling, die in de liturgie wordt gebruikt, luidt: “Vrouw, is dat soms uw zaak?” (Johannes 2, 4).

Dat klinkt bijzonder onbeleefd. De vertaling is misschien toch wat te sterk geïnterpreteerd. Vertalen kan nooit letterlijk, het omvat altijd een begrijpen van de oorspronkelijke tekst. Toch, een betere vertaling zou kunnen zijn: “Vrouw, wat hebben jij en Ik daar mee te maken?”, of “Vrouw, wat betekent dat voor jou en Mij?”. Sommige Engelse vertalingen neigen naar: “Waarom betrek je Mij hierbij?” De Nieuwe Bijbelvertaling houdt het bij: “Vrouw, wat wilt u van Me?” Daar is alvast de dialoog mee vertaald tussen “u” en “Ik”, die in de oudere vertaling ontbrak.

Waarom spreekt Jezus Maria hier aan met “vrouw”? Het past niet bij de sacrale en pure band tussen de Mensenzoon en de Dienstmaagd zoals die verwoord wordt in het advents- en kerstverhaal. Wellicht distantieert Jezus zich van de uitspraak van zijn Moeder. Maria lijkt te veronderstellen dat Jezus het probleem kan oplossen. Daar is een wonder voor nodig. Jezus kan zijn eerste wonderdaad echter niet op bevel van Maria aanvangen. Dat bevel moet van Godswege komen. Jezus zegt hier wellicht: “Moeder, om dit op te lossen, zal de Vader me opdracht moeten geven.” Vanaf dat ogenblik zal Hij zich immers openbaren als de Mensenzoon. Dat zegt Hij daarna ook uitdrukkelijk: “Mijn uur is nog niet gekomen,” het uur van verkondiging, lijden, dood en verrijzenis. Dit alles is aan elkaar gekoppeld.

Eerste wonder

Zijn uur komt echter algauw om wonderen te verrichten. Drie verzen laten geschiedt het eerste wonder, om precies te zijn: ergens tussen verzen 7 en 8. Waarom de plotse verandering dan toch gebeurt, wordt niet verduidelijkt. Maria heeft de situatie blijkbaar wel juist aangevoeld en ingeschat. Het wonder zelf wordt evenmin omschreven. De bedienden vullen grote kruiken met water, zoals Jezus opdraagt (vers 7). Ze scheppen vervolgens, opnieuw in opdracht van Jezus, wat van de vloeistof uit een kruik en brengen het naar de ceremoniemeester (vers 8). Daarna wordt vermeld dat het water al wijn is geworden (vers 9). Dat is het enige wat echt van belang is voor dit verhaal. Het is bij Johannes een bescheiden aanvang in een veel grotere verhaalboog, tot aan het Laatste Avondmaal (Johannes 13). Daar staat de voetwassing centraal, niet de maaltijd: opnieuw een teken van dienstbaarheid en gastvrijheid.

Medemensen

Gastvrijheid staat centraal in de joods-christelijke spiritualiteit. Zonder gastvrijheid ben je nooit een volgeling van Christus. We zijn nooit mens zonder medemens te willen zijn. Ons geloof en ons leven krijgen meer zin en betekenis naarmate we zin en betekenis bijdragen aan anderen. Openheid en empathie zijn ons streefdoel. Deze grondhouding staat ver verwijderd van angst, vooroordeel en egocentrisme. Die laatste zijn heel menselijk van aard en van alle tijden, maar ze zijn al te vaak de oorzaak geweest van discriminatie, geweld en oorlog.

Wie gelooft in Jezus Christus, heeft de opdracht om naar dat geloof te handelen. Wat betekenen wij voor anderen? Hoe staan wij tegenover mensen, gewoonten en tradities die we niet kennen? Ook wij kunnen uit het gebrek in ons denken wijn van gastvrijheid scheppen. Het is een klein wonder dat ieder van ons is gegeven en gegund van Godswege, en dat een bijdrage vormt aan een betere wereld.

28 juli 2021

Marta en Maria: tijd voor God (29 juli 2021)

Marta, Marta… Wat een bijzonder verhaal. We worden binnengehaald midden in een huiselijk tafereel. De personages zijn herkenbaar. De dialoog echter is wat kort van stof. Er klinken enkele onbenoemde zaken op de achtergrond mee. Op 29 juli vieren we de heilige Marta.

Het beste deel

Laten we even inzoomen op twee verzen die vaak voor misverstanden en onbegrip zorgen. De Heer gaf haar ten antwoord: "Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden." (Lucas 10, 41-42)

Er staat niet dat Maria de mooiste rol heeft verkozen en daarom niet hoeft  te helpen met Marta. Jezus zegt niet tegen Marta: “Doe jij maar het zware werk, want dat werk is te min voor Maria”. Zo wordt het echter wel vaak geïnterpreteerd.

Belangrijk en bijkomstig

In onze huidige samenleving voelt dit verhaal spontaan als onrecht aan. In vroegere tijden werd de minderwaardige positie van de vrouw en de ongelijkheid tussen de adellijke elite en het werkende voetvolk maatschappelijk vrij algemeen aanvaard en ondersteund. Maria is de chique dame en Marta  de arme sloor die het werk voor twee mag doen.

Marta is in het verhaal niet blij met de toestand. Maria zit daar maar neer en Jezus zegt er niets over. Jezus zou haar kunnen opdragen om te gaan helpen. Marta neemt haar rol als gastvrouw ernstig terwijl Maria zich momenteel niets van al dat materiële aantrekt. Daar zit inderdaad een conflict.

De interpretatie loopt fout bij de uitdrukking: “Maria heeft het beste deel gekozen”. Het kan gezien worden alsof Jezus vindt dat Maria nu eenmaal heeft gekozen voor de minst lastige bezigheid, namelijk aan Jezus’ voeten neerzitten en luisteren naar zijn vertellingen. Marta moet dan maar “het slechtste deel” doen: zwoegen en zweten. Dat staat er dus niet.

Wat Jezus eigenlijk bedoelt, is dat Maria op dat ogenblik bezig is met iets veel belangrijkers dan zich zorgen te maken over de goede bediening. Gastvrijheid is inderdaad belangrijk, maar komt op de tweede plaats op het ogenblik dat er over de Blijde Boodschap wordt gesproken. Het is een kwestie van de juiste prioriteiten te stellen. Jezus bedoelt dus: “Marta, je zou ook beter even komen zitten en meeluisteren in plaats van je druk te maken over die alledaagse dingen die straks ook nog kunnen gebeuren.” Voor Jezus is niet wat je doet het allerbelangrijkste, maar wie je bent. “Ben jij een volgeling van de Mensenzoon? Luister dan naar zijn Woord.”

Iedereen gelijkwaardig

Onze vroegere interpretatie van het verhaal, dat Marta bevestigd zou worden in haar rol als dienstmeid, is onjuist. Sterker nog: Jezus bedoelt precies het tegenovergestelde. De brave, gedienstige Marta die het zwaarste werk op zich neemt, zou beter alles even aan de kant leggen en komen luisteren. De Blijde Boodschap is net zo goed voor Marta bedoeld als voor de apostelen. De Blijde Boodschap is geen mannenzaak. Jezus’ volgelingen zijn allen gelijkwaardig.

Marta bedoelt het goed en het wordt haar ook niet kwalijk genomen. Misschien werd haar teveel geleerd om gedienstig en naarstig te zijn en geen beslissingen te nemen maar gehoorzaam te zijn. De keuze is aan Marta. Jezus opent een totaal nieuw perspectief.

Ora et labora

Jezus beweert ook niet dat gastvrijheid onbelangrijk zou zijn. Sterker nog: Jezus stilt de honger van de toehoorders, een honger die veel fundamenteler is dan het geknor van de maag. Jezus voedt het geloof van de gasten. Deze dienstbaarheid is het ultieme teken van gelovige gastvrijheid. Daar geeft Maria op dat ogenblik terecht de voorkeur aan.

Een vertaling heel dicht bij de Griekse moedertekst kan dit bevestigen: “En de Heer antwoordde en zei: Marta, Marta, je bent druk bezig en je bent afgeleid door veel dingen, maar één ding slechts is belangrijk en Maria heeft het juiste gekozen en dat zal haar niet afgenomen worden.”

Maria heeft voor het belangrijkste gekozen en Marta zou dat beter ook doen. Zoals in “ora et labora”, “bidden en werken”. Als het tijd is voor God, dan gaat God voor. En jij? Ben jij een Marta? Of een Maria?