Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- 'Geen tijd voor je feestje' (10-11 oktober 2026).
Posts tonen met het label dynamiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dynamiek. Alle posts tonen

29 september 2025

'We hebben niets bijzonders gedaan' (4-5 oktober 2025)

We worden graag bevestigd en beloond in het leven. Dat geeft ons een goed gevoel. Wanneer die hunker dwangmatig wordt, dan zorgt het voor een grijperige en gedwongen atmosfeer. God laat zich niet binden aan menselijke dwangmatigheden. Geloven in God betekent Hem aanbidden en verheerlijken, en dat uit zich hoegenaamd niet in het manipulatief afdwingen van allerlei voorwaarden. God laat zich niet dwingen. Daarmee worstelt de mensheid al eeuwenlang: dat God ongrijpbaar is en ons overstijgt. Toch is het essentieel in de Liefde voor God.

Meer! Meer!

“Geef ons meer geloof!”, vragen de leerlingen aan Jezus. (Lucas 14, 5) Ze gaan ervan uit dat hun geloof niet kan volstaan, zeker in vergelijking met hun Meester. Het is niet genoeg. Is het ooit genoeg? Het kan niet de bedoeling zijn dat we hebberig geloven. Dan groeit ons geloof vanuit prestatiedrang. Het is typisch menselijk. We willen het niet goed doen, maar beter of best. Welnu, de genade volstaat. Er is iets moois aan de nederigheid van de leerlingen, maar helaas schuilt er tegelijk een storende inhaligheid achter. Jezus geeft de leerlingen dus geen extra portie geloof. Geloof wordt niet in porties verhandeld.

“Hadden jullie maar geloof als een mosterdzaadje”, antwoordt Jezus. Dan was alles mogelijk. (Lucas 14, 6) Hij verwijst naar een klein zaadje dat een enorme struik wordt. Met zijn beeldspraak van een zaadje geeft hij weer dat de groei al in hen aanwezig is. Zijzelf kunnen groeien in geloof. Die groei zal niet meetbaar zijn, maar zich uiten in authenticiteit. In daden. Dat is de - al bij al - hoopvolle boodschap die Jezus hun toevertrouwt. Zouden ze het begrijpen? Zien wij voldoende in wat Hij bedoelt?

Gewoon je plicht

Hij voegt er een waarschuwing aan toe. Het is niet de bedoeling dat je een beloning vraagt omdat je je best hebt gedaan. Opnieuw komt het risico op prestatiedrang in het vizier. We doen wat we doen omdat het zo hoort, niet omdat er een beloning tegenover zou staan. Je best doen, is geen verdienste maar een vanzelfsprekendheid. Dat is even slikken. Je doet wat je doen moet omdat je het doen moet, niet omwille van eventueel applaus.

Jezus is heel duidelijk: “Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: ‘Wij zijn maar eenvoudige knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.’” (Lucas 14, 10) Altijd maar belonen is immers niet goed. Het bevestigt de menselijke hebberigheid en maakt van een vanzelfsprekendheid ineens een krachttoer. Jezus is heel gevoelig voor geloof als egotrip.

Tevredenheid

Dat komt omdat Hij de wanpraktijken van de farizeeën en Schriftgeleerden hekelt, die overal en altijd lof en bevestiging zoeken. Daardoor dreigt het geloof in de hemelse Vader herleid te worden tot hun kneuterige visie die nefast is voor de diepste identiteit van de Boodschap. Zij leggen immers de Schrift uit en ze vertegenwoordigen het geloofsgezag. Hun voorbeeld wordt nageleefd. 

Worden we dan in het geheel niet bevestigd voor wat we goed doen? God volgen is een kwestie van je best doen en Gods nabijheid als kracht en genade terugkrijgen. Dat is de gulheid waarop je kunt rekenen. Het is een les in tevredenheid. Wie niet tevreden is in Gods genade, die maakt het geloof tot een persoonlijk instrument en herleid God tot een maakbare beloner. Dat kan niet de bedoeling zijn. God is immers niet te regisseren. Een kernbeginsel van ons geloof is juist dat we God als onze Meerdere aanvaarden, met wie we niet marchanderen.

Continuïteit

We maken als illustrerende afsluiter de brug naar kunstenaar Max Bill (Winterthur, 1908 - Berlijn, 1994), een Zwitserse architect, schilder, graficus, beeldhouwer en schrijver.

In 1932 sloot hij zich aan bij de door Georges Vantongerloo opgerichte Parijse kunstenaarsgroep ‘Abstraction-Création’. De naam van de stichter verraadt diens Belgische origine. De groep is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de moderne kunst en had Kandinsky en Mondriaan op de ledenlijst staan. De zoektocht naar schoonheid, licht en energie kreeg een podium, en de moderne kunst begon stilaan internationale aanvaarding te genieten.

Max Bill, Unendliche Schleife (1956), Antwerpen (Middelheimmuseum)

Max Bill, Kontinuität (1986), Frankfurt am Main

De werken ‘Unendliche Schleife’ en ‘Kontinuität’ van Max Bill drukken dynamiek uit zonder concrete doelstelling. De beweging in beide werken is het tegenovergestelde van lineair. In de vorm zit geen enkele vorm van verwachting. Er wordt geen verandering of verbetering verondersteld. Tegelijk stralen beide vormen een ongedwongenheid uit, een vanzelfsprekendheid. De beweging is vloeiend en harmonisch van aard. Er is geen boven of onder, geen binnen- of buitenkant. Het mag verwijzen naar het Goddelijke, dat eeuwig en onophoudelijk is. 

Prestatiegerichtheid is menselijk, harmonie is Goddelijk. Geloof is geen opeenvolging van geven en ontvangen. Het is geen ‘credere’ (Latijn: toevertrouwen, krediet verlenen) en ‘debere’ (Latijn: schuldig zijn, in debet staan). Ons geloof hoort een ondeelbaar continuüm te zijn. Onze Godsrelatie kan niet gedijen op verdienste en bevestiging. De Liefde kent deze eisende eigenschappen niet. Die vernielen de ongedwongenheid van een echte liefdesverbintenis. Ook in de Liefde bestaan geboden, zeker. Maar binnen dat kader is er een oprechte, spontane, creatieve en verheffende bewegingsruimte van continuïteit. Daarbinnen hebben eer, macht en bezit geen enkele waarde.

Dat alles geeft Jezus ons mee in zijn waarschuwende woorden.

20 januari 2025

In de kracht van Gods Geest (25-26 januari 2025)

We ontmoeten een zelfzekere Jezus aan het begin van zijn verkondiging. Hij heeft zich veertig dagen lang teruggetrokken in de woestijn en is nu sterk genoeg om de weg naar Jeruzalem aan te vatten, door dorpen en steden. Het Woord zal Hij verkondigen, aan de hand van parabels en wijsheden en onderricht. Wonderen zal Hij verrichten. Nu staan we aan het begin. Jezus maakt zichzelf kenbaar aan de mensen. Gods belofte langs de profeten gaat in vervulling.

Woestijnverhaal

Jezus is op de proef gesteld in de woestijn. (Lucas 4, 1-13) De duivel krijgt heel persoonlijk vorm in het verhaal. Hij spreekt met Jezus en daagt Hem uit. (1) Een eerste kwaaie streek is Jezus wijzen op zijn eigen behoeften. Hij heeft immers grote honger in de woestijn. Als Zoon van God kan Hij makkelijk een steen tot brood maken, toch? (Lucas 4, 3) Jezus weigert dit zonder aarzelen. Daar zijn wonderen immers niet voor bedoeld. Er is meer tussen hemel en aarde dan een grommende maag. (Lucas 4, 4) (2) Vervolgens wordt Jezus bekoord met roem. (Lucas 4, 5-7) Jezus doorziet de list meteen: Hij zoekt geen bekendheid, alle aanbidding komt God toe. (Lucas 4, 8) (3) Tenslotte tracht de duivel Jezus te overhalen om een Goddelijke tussenkomst uit te lokken en op die manier God uit te dagen, te manipuleren en dus te overheersen. (Lucas 4, 9-11) Ook dat weigert Jezus pertinent: Hij wil de hemel tot niets verplichten. God wordt niet uitgedaagd maar liefgehad. (Lucas 4, 12)

Het verhaal over Jezus in de woestijn mag niet herleid worden tot kinderlijke beelden van een donkerrode duivel, compleet met bokkenpoten, hoorns en een puntstaart, die een handgemeen aangaat met een lichtgevende Jezus met getrimde baard. Het kwaad beweegt zich niet voort op bokkenpoten, maar manifesteert zich in gedachten en daden van mensen. We hebben veel te leren van Jezus in de woestijn. Dit verhaal zit vol diepe symboliek. 

Triptiek

Eigenlijk wordt er in het verhaal een triptiek geschetst die ook terugkomt bij het lijden van Jezus. (1) Daar zal Jezus zijn eigen gemak opnieuw opzij schuiven: “Laat niet wat Ik wil, maar wat U wilt gebeuren.” (Lucas 22, 42 en Matteüs 26, 39-42) (2) Ook tijdens zijn ondervraging weerlegt Hij alle aantijgingen over wereldse roem: “Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld.” (Johannes 18, 36) (3) En spottend roepen omstaanders wanneer Jezus aan het kruis hangt dat Hij zichzelf moet redden. Ook hier zal Hij God niet uitdagen maar zijn Wil gehoorzamen. (Lucas 23, 35-40 en Matteüs 27, 39-44)

De worsteling in de woestijn, die terugkeert in het lijden van Jezus, is een botsing tussen de mens met zwaktes en zijn koppige overlevingsdrang enerzijds, en God anderzijds. Hebzucht (1), eerzucht (2) en heerszucht (3) liggen op de loer. Het is een conflict tussen het oppervlakkigste aardse en het hoogste hemelse.

Dat wij mensen hier op aarde niet altijd gericht zijn op wat goed en juist is, zien we vaak genoeg in de Schrift terugkeren. Denken we maar aan de verloochening door Petrus (Lucas 22, 55-62 en Matteüs 26, 69-75), het opruien van het volk om Jezus te veroordelen (Marcus 15, 11-14), en het verraad door Judas (Lucas 22, 48 en Matteüs 26, 48).

Wellicht is de meest zinvolle samenvatting van de woestijnervaring van Jezus: Hij komt dichter bij zijn Vader en krijgt voor het eerst de kans om zich uit te spreken tegen het kwaad. Jezus wordt de aardse weerspiegeling van Gods eindeloze goedheid. Alleen uit die Bron kan de Boodschap ontspringen.

Dynamiek van de Geest

Er is een dynamiek aanwezig aan het begin van Jezus’ optreden. Bij zijn doopsel lezen we dat de Geest op Hem neerdaalt. (Lucas 3, 22) Na zijn woestijnervaring is Hij dichter bij het Goddelijke gekomen. De Geest is immers een dynamische kracht, en geen statisch gegeven. Tijdens zijn doopsel is Hij aangeraakt door de Geest. Uit de woestijn treedt Hij vervuld door de Geest. (Lucas 4, 14)

De kracht van Gods Geest opent een hoogtedimensie, een transcendentie. De Kracht (‘dunamei tou Pneumatos’ in het Grieks) verwijst hoegenaamd niet naar een heroïsche en bovenmenselijke fysieke kracht. Denken we aan Marvel-filmhelden als de Hulk of Spider-Man, of aan de stripheld Obelix. Het gaat niet over brute spierkracht. Deze dynamiek is een alles-vervullende, Goddelijke kracht die spiritueel van oorsprong is. Als een zalf werkt ze onderhuids in, tot in de ziel. 

“De Geest van de Heer rust op Mij, want Hij heeft Mij gezalfd”, leest Jezus voor uit de profeet Jesaja. (Lucas 4, 18 en Jesaja 61, 1-2) Ook in dit citaat is de triptiek van daarnet niet ver weg. Laten we het sjabloon ook eens op deze tekst leggen. (1) Dank zij Gods Geest is de menselijke zwakte overwonnen in de Mensenzoon. (2) Hij is de Gezalfde, de koning onder Gods hoede. Hij zoekt geen eer maar schénkt aandacht aan wie klein is en hulpbehoevend: armen, gevangenen, blinden en onderdrukten. (3) En tenslotte zendt de hemelse Vader zijn Geest over Jezus. De Vader bekrachtigt Hem, het initiatief komt van boven. De mens Jezus zal God niet uitdagen maar te allen tijde gehoorzamen.

Dualiteiten

In de context van hemel en aarde, van goed en kwaad, klinkt vaak een ondertoon van neerkijken op ons menszijn. Dat hoeft zeker niet het geval te zijn. God heeft ons immers geschapen naar zijn evenbeeld. (Genesis 1, 21a) God is mens geworden in Jezus. (Johannes 1, 14a) Er is dus geen sprake van een Goddelijk neerkijken op het menszijn. Wel is het zo dat de vrijheid die ons is gegeven, leidt tot keuzes. Daar ligt een belangrijke sleutel om ons menselijk bestaan in de richting van God te keren, of net van Hem weg.

We hoeven niet beïnvloedbaar te zijn. We hoeven niet verwaand en intolerant te zijn. We hoeven niet in platte commercie mee te gaan. We zijn niet geschapen om de diepgang van het leven weg te relativeren tot er slechts zinloosheid overblijft. Onze vrijheid is Goddelijk van oorsprong. Zoals Jezus de juiste keuzes maakt in het woestijnverhaal, zo zijn ook wij geroepen om, in de kracht van de Geest, van ons bestaan het mooist mogelijke leven te maken. Een leven waar God trots op kan zijn.