Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label interpretatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label interpretatie. Alle posts tonen

06 juni 2025

Pinksteren: God als Vader, Zoon en Geest tegelijk (7-8 juni 2025)

Met Pinksteren daalt de heilige Geest neer over de leerlingen. Daarmee wordt de Paaskring afgesloten. En daarmee is ook de liturgische basis voor de heilige Drie-eenheid vervolledigd. Hoe zien wij God? Hoe verenigen we de absolute eenheid van God met de Vader en de Zoon en de heilige Geest? Laat ons te rade gaan bij een toonaangevende theoloog…

  • Voor de lezingen van deze Pinksterzondag: klik hier

Andere tijd, andere kijk

Zwitsers theoloog Karl Barth (1886-1968) heeft ons een nieuwe kijk op de zijnswijze van God aangereikt. Dat klinkt meteen heel zwaar, maar het is tegelijk ook bijzonder concreet. Het gaat over de manier waarop we God aanspreken, met welke Naam, op welke wijze, vanuit welk beeld. God is immers niet zomaar zichtbaar of tastbaar. Vanuit de traditie spreken we over de drie Goddelijke Personen: Vader, Zoon en Geest. Dat beeld was duidelijk en (vrij) ondubbelzinnig in de tijd dat dit theologisch concept werd gevormd, in die taal en die cultuur. Het moest duidelijkheid verschaffen in een tijd van eenzijdige opvattingen, van afwijkingen.

Tijdens het Eerste oecumenisch Concilie in Nicea werd deze theologische visie voor het eerst bekrachtigd: in 325, dit jaar 1700 jaar geleden. Het Symbolum van de apostelen, de twaalf geloofsartikelen, zijn dan neergeschreven. Daaruit is later in die vierde eeuw, in het Eerste oecumenisch Concilie van Constantinopel van 381, onze uitgebreide geloofsbelijdenis ontstaan: de geloofsbelijdenis van Nicea. Oftewel, voor de liefhebbers van tongbrekers: de Nicenoconstantinopolitanum.

In onze Verlichte tijden komen de drie Goddelijke Personen misschien te afzonderlijk over, te onafhankelijk van elkaar. Een persoon wordt immers beschouwd als zelfbewust en zelf-openbarend. Wij zien subjecten als individuele, naast elkaar bestaande personen. In die hedendaagse interpretatie schept dit concept dus mogelijks verwarring: er groeit een risico op tritheïsme, waarin we de onlosmakelijke eenheid van God uit het oog verliezen. En dat is oorspronkelijk zeker niet zo bedoeld.

Bestaansvormen

Karl Barth ziet meer helderheid in één God in drie Bestaansvormen, drie Vormen van God-zijn met andere woorden. Er is één God: de Vader, die de Zoon heeft gezonden en daarna met Hem een blijvende kracht tot ons brengt in de heilige Geest. Deze drie bestaansvormen zijn één en dezelfde God en dus onlosmakelijk verenigd. Dat is uiteindelijk ook wat men bedoelde in Nicea.

De Drie-eenheid is volgens Barth ten diepste God die Zichzelf aan de mensheid kenbaar maakt. Triniteit is bijgevolg niet slechts een symbool of concept, maar God zelf. Dat is wie God is, zijn identiteit. Barth erkent dat het nieuwe werk van de Zoon verschilt van het werk van de Vader als Schepper, omdat de Verzoening door de Zoon een ‘onvoorstelbaar nieuwe’ gratuite daad van de ene God is. Daarbij maakt Barth echter principieel géén onderscheid tussen de handelingen van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Ze zijn immers onafscheidelijk en ondeelbaar: ze zijn God.

Visie

De theologische visie van Barth is veelbetekenend voor ons hedendaags geloofsverstaan. God schept telkens weer zin in de wereld. Deze genade komt voort uit de vrije keuze van God om de aarde te scheppen en de mensen lief te hebben. Dat is de Wil van God. Het had ook anders gekund. Juist daarom is het ook genadeTegenover God staat het chaotische niets, het verzet tegen Gods genade. Deze chaos is volgens Barth niet te verklaren en ook niet te ontkennen. Wanneer we de chaos oproepen, dan keren we ons af van God. 

Aan het kruis heeft Jezus Christus de mensen weer met God verzoend. Deze Verzoening tussen God en de mensen is bijgevolg gegrondvest in ons geloof op Jezus Christus. Hij heeft een nieuw Verbond gesloten. God is schepping, herschepping, en openbaring ineen: Hij is Vader, Zoon en Geest.

Midden in deze stevige theologische visie stelt Barth dat de mens met zijn of haar denken God nooit zal kunnen omschrijven. Het is God die zich openbaart aan ons. Alleen in die openbaring is God te ontmoeten. De Schrift en de verkondiging zijn daarom essentieel in ons geloof. Ze brengen ons dichter bij God, die Vader, Zoon en Geest is.

En zo kunnen we met Pinksteren Gods Geest ontvangen in alle openheid en ontvankelijkheid, net zoals de leerlingen destijds. Om dan in Gods genade de zondag na Pinksteren de Drie-eenheid te vieren. God dus.

(Meer info: www.karlbarth.nl)

20 augustus 2024

'Dat is niet om aan te horen!' (24-25 augustus 2024)

In de reclamewereld weet men als geen ander hoe men de dingen mooi en aanlokkelijk moet verwoorden. De woordkeuze is heel belangrijk: het moet goed bekken. Er wordt soms humor gebruikt, of verleiding. Of men speelt in op de verbeelding. Jezus wil zijn Boodschap niet ‘verkopen’. Hooguit gebruikt Hij een beeldspraak of een parabel, maar nooit ten koste van de waarheid. Dat zijn Boodschap soms bevreemdend of schokkend kan aankomen, is voor Jezus geen bekommernis.

  • Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.

Gemor

Er klinkt gemor (gonggudzoosin in het Grieks: klagen, mopperen, konkelfoezen, koeren als duiven). “Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik blijf in hem.”, heeft Jezus net verkondigd. (Johannes 6, 56) De reacties zijn misprijzend: “Dit gaat te ver! Zoiets zeg je toch niet? Daar valt niet naar te luisteren!” (Johannes 6, 60) Het zijn dit keer niet de farizeeën of Schriftgeleerden die morren, maar leerlingen van Jezus. Er is muiterij in de eigen rangen.

Het is een ernstig voorval: sommige leerlingen willen Jezus een vorm van censuur opleggen. Hij mag sommige dingen niet meer zeggen omdat ze afstotend klinken. De beeldspraak van lichaam en bloed wordt niet gesmaakt. Wansmakelijk vinden sommige volgelingen van Jezus het. Maar zal Jezus zijn lichaam niet opofferen aan het kruishout en zal zijn bloed niet vloeien alvorens Hij zal verrijzen op de derde dag?

Weggaan

Jezus weet dat er gemor klinkt. “Ergeren jullie je hieraan?”, vraagt Hij, rechttoe rechtaan. (Johannes 6, 61b) Wat willen ze dan? Willen ze misschien een wonder om zeker te zijn dat Hij de Messias is? Zijn woorden zijn immers hard en onaangenaam om te beluisteren, en dat zijn ze van Jezus tot nog toe niet gewend. Jezus volgen is plots niet zo vrijblijvend meer. Daar wringt het schoentje. Het gaat niet over de verpakking, maar over de inhoud.

Jezus legt de vinger op de wonde: “Wat ik jullie zeg is vol van Geest en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.” (Johannes 6, 63b-64a) Dat blijft niet zonder gevolg: veel leerlingen gaan weg en zullen Hem niet langer volgen. (Johannes 6, 66) Het is een drastisch besluit. Jezus vraagt teveel van hen. Zijn boodschap is niet aaibaar genoeg, niet maakbaar genoeg. Ze zullen hun heil elders zoeken, waar er minder luisterbereidheid en aanpassing van hen wordt gevraagd.

Tekst, taal en tijd 

De reactie van de morrende leerlingen is op zich heel menselijk, en van alle tijden bovendien. Ook nu leggen wij de Boodschap soms een vorm van censuur op. Sommigen mijden bewust bepaalde passages of beperken zich tot enkele ‘highlights’. Anderen houden vast aan een interpretatie van een passage, ook als die de tekst weinig eer aandoet. Er wordt ook al te vaak naar verzen gezocht die bij een mening passen, zonder rekening te houden met de verzen die die visie tegenspreken. Het evangelie van deze zondag is nochtans heel duidelijk: de boodschap is niet kneedbaar. Dan maak je hem stuk.

Soms hoor ik mensen beweren: “Ik lees zoals het er staat, heel simpel.” Dat is helaas een waanbeeld. Het kan helemaal niet, tenzij je vlot Hebreeuws en Grieks kan lezen én je ten volle vertrouwd bent met de tijdsgeest en de symboliek en beeldspraak van Jezus’ tijd. We lezen een vertaling en we leven in een compleet andere tijd: we interpreteren dus altijd. Dat levert een lastig dilemma op: hoe rekbaar is het Verhaal? 

Verdieping

Hoe komen we zo dicht mogelijk bij Jezus’ Boodschap vanuit het hier en nu? Het antwoord ligt wellicht in een actieve combinatie van spiritualiteit, lectuur, bijleren en beleven. En nooit oogkleppen opzetten. Het vraagt engagement.

Terug naar Jezus, die op een eerste breekpunt gekomen is in zijn verkondiging. Hij vraagt aan de twaalf overgebleven leerlingen of zij ook van plan zijn om te vertrekken. (Johannes 6, 67) Hij vraagt het ook aan ons. “Naar wie zouden we anders moeten gaan, Heer?”, antwoordt Petrus. (Johannes 6, 68b) Bij momenten kan Petrus een bullebak zijn, maar soms is hij ontzettend wijs en ontwapenend. Zijn woorden mogen een inspiratie zijn voor ons. 

28 juli 2021

Marta en Maria: tijd voor God (29 juli 2021)

Marta, Marta… Wat een bijzonder verhaal. We worden binnengehaald midden in een huiselijk tafereel. De personages zijn herkenbaar. De dialoog echter is wat kort van stof. Er klinken enkele onbenoemde zaken op de achtergrond mee. Op 29 juli vieren we de heilige Marta.

Het beste deel

Laten we even inzoomen op twee verzen die vaak voor misverstanden en onbegrip zorgen. De Heer gaf haar ten antwoord: "Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden." (Lucas 10, 41-42)

Er staat niet dat Maria de mooiste rol heeft verkozen en daarom niet hoeft  te helpen met Marta. Jezus zegt niet tegen Marta: “Doe jij maar het zware werk, want dat werk is te min voor Maria”. Zo wordt het echter wel vaak geïnterpreteerd.

Belangrijk en bijkomstig

In onze huidige samenleving voelt dit verhaal spontaan als onrecht aan. In vroegere tijden werd de minderwaardige positie van de vrouw en de ongelijkheid tussen de adellijke elite en het werkende voetvolk maatschappelijk vrij algemeen aanvaard en ondersteund. Maria is de chique dame en Marta  de arme sloor die het werk voor twee mag doen.

Marta is in het verhaal niet blij met de toestand. Maria zit daar maar neer en Jezus zegt er niets over. Jezus zou haar kunnen opdragen om te gaan helpen. Marta neemt haar rol als gastvrouw ernstig terwijl Maria zich momenteel niets van al dat materiële aantrekt. Daar zit inderdaad een conflict.

De interpretatie loopt fout bij de uitdrukking: “Maria heeft het beste deel gekozen”. Het kan gezien worden alsof Jezus vindt dat Maria nu eenmaal heeft gekozen voor de minst lastige bezigheid, namelijk aan Jezus’ voeten neerzitten en luisteren naar zijn vertellingen. Marta moet dan maar “het slechtste deel” doen: zwoegen en zweten. Dat staat er dus niet.

Wat Jezus eigenlijk bedoelt, is dat Maria op dat ogenblik bezig is met iets veel belangrijkers dan zich zorgen te maken over de goede bediening. Gastvrijheid is inderdaad belangrijk, maar komt op de tweede plaats op het ogenblik dat er over de Blijde Boodschap wordt gesproken. Het is een kwestie van de juiste prioriteiten te stellen. Jezus bedoelt dus: “Marta, je zou ook beter even komen zitten en meeluisteren in plaats van je druk te maken over die alledaagse dingen die straks ook nog kunnen gebeuren.” Voor Jezus is niet wat je doet het allerbelangrijkste, maar wie je bent. “Ben jij een volgeling van de Mensenzoon? Luister dan naar zijn Woord.”

Iedereen gelijkwaardig

Onze vroegere interpretatie van het verhaal, dat Marta bevestigd zou worden in haar rol als dienstmeid, is onjuist. Sterker nog: Jezus bedoelt precies het tegenovergestelde. De brave, gedienstige Marta die het zwaarste werk op zich neemt, zou beter alles even aan de kant leggen en komen luisteren. De Blijde Boodschap is net zo goed voor Marta bedoeld als voor de apostelen. De Blijde Boodschap is geen mannenzaak. Jezus’ volgelingen zijn allen gelijkwaardig.

Marta bedoelt het goed en het wordt haar ook niet kwalijk genomen. Misschien werd haar teveel geleerd om gedienstig en naarstig te zijn en geen beslissingen te nemen maar gehoorzaam te zijn. De keuze is aan Marta. Jezus opent een totaal nieuw perspectief.

Ora et labora

Jezus beweert ook niet dat gastvrijheid onbelangrijk zou zijn. Sterker nog: Jezus stilt de honger van de toehoorders, een honger die veel fundamenteler is dan het geknor van de maag. Jezus voedt het geloof van de gasten. Deze dienstbaarheid is het ultieme teken van gelovige gastvrijheid. Daar geeft Maria op dat ogenblik terecht de voorkeur aan.

Een vertaling heel dicht bij de Griekse moedertekst kan dit bevestigen: “En de Heer antwoordde en zei: Marta, Marta, je bent druk bezig en je bent afgeleid door veel dingen, maar één ding slechts is belangrijk en Maria heeft het juiste gekozen en dat zal haar niet afgenomen worden.”

Maria heeft voor het belangrijkste gekozen en Marta zou dat beter ook doen. Zoals in “ora et labora”, “bidden en werken”. Als het tijd is voor God, dan gaat God voor. En jij? Ben jij een Marta? Of een Maria?

01 juli 2021

Eigen haard is voor een profeet weinig waard (3-4 juli 2021)

De streekgenoten van Jezus staan te konkelfoezen. “Is dat niet de timmerman, de zoon van Maria en de broeder van Jakobus en Jozef en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?” In Jezus’ tijd worden broeder en zuster gebruikt voor familieleden, en niet louter binnen een gezin. Ze kennen die Jezus. Waarom doet Hij zo vreemd? Hij is toch maar een gewone timmermanszoon? Het is “van de roddelroddel en de kletsklets”.

  • Voor  de lezingen van deze zondag: klik hier.

Gezien worden

Jezus wordt in een vakje gestopt en heeft er geen vat op. Hij wordt geobjectiveerd: herleid tot ‘iets’ wat makkelijk weggezet kan worden. De Franse filosoof Jean Paul Sartre noemt dit fenomeen ‘le regard des autres’ (de blik van de anderen). Een mens is niet langer ‘iemand’ in de ogen van de ander, maar ‘iets”: de reductie tot wat past in het denkkader van die ander. Sartre is bekend om zijn slagzin: “L’enfer, c’est les autres” (de hel, dat zijn de anderen). Die uitspraak hoort bij deze context: een mens heeft geen controle over hoe hij door anderen wordt beschouwd. Het is geen toeval dat Sartre deze boutade gedurende de Tweede Wereldoorlog schrijft: een periode waarin mensen door het naziregime een stempel krijgen op basis van hun ras of overtuiging. Concentratiekampen zijn bij de allerpijnlijkste voorbeelden van hoe mensen tot objecten kunnen worden herleid.

Ludwig Wittgenstein, een andere filosoof, tracht aan te geven hoe iets op verschillende manieren gezien en uitgelegd kan worden. Vaak kan men iets bekijken en duidelijk benoemen. Soms is er een interpretatiekader dat het kijken bepaalt. Dit fenomeen noemt hij ‘Sehen als’ (zien als). Dat klinkt erg abstract, maar Wittgenstein maakt het concreet met zijn ‘eend/konijn’. Je kan de afbeelding hieronder bekijken en spontaan concluderen: “Dit is een eend.” De kans is echter even groot dat je er een konijn in ziet.


Schandaal

De mensen uit Jezus’ geboortestreek zien Hem bezig en horen Hem spreken. Voor hen klopt het niet met hun beeld van de opgroeiende mens Jezus. Zij zien iemand die in de synagoge het hoge woord voert, grote wijsheid verkondigt en wonderen doet. Het is een schandaal: in de Griekse tekst staat letterlijk ‘eskandalidzonto’. “Wie denkt die Jezus wel dat Hij is?” Jezus kan gezien worden als een struikelblok of als een stapsteen.

Jezus is God en mens. In zijn geboortestad zien ze Hem enkel als mens, als hun evenwaardige. Sterker nog: ze lijken om Hem neer te kijken. Zij kunnen Hem onmogelijk aanschouwen als de Zoon van God. Daartoe is hun blikveld te beperkt. Het is ook voor ons een uitdaging om Jezus niet te herleiden tot zijn Goddelijke of zijn menselijke natuur.

Omdat ze niet in Hem en zijn Boodschap kunnen geloven, is Jezus ook niet in staat om veel wonderen te verrichten. Jezus is geen geneesheer die zoveel mogelijk mensen ontdoet van hun kwalen. De essentie van zijn wonderen is het reddend geloof. Precies dat ontbreekt bij hen.

Verwonderd

Jezus blijft niet onbewogen bij de negatieve commentaren in zijn eigen streek. We zien hier een heel menselijke karaktertrek bij de Mensenzoon. In het Grieks wordt Jezus’ gevoel omschreven met het woord ‘ethaumazen’: Hij is verwonderd, of verbijsterd. Hij staat perplex. Het is heel duidelijk dat Jezus een andere reactie had verwacht van de mensen die Hij kent en die Hem kennen.

Hij is verwonderd over hun ongeloof, maar zijn eigen overtuiging blijft onwankelbaar vast staan. Meteen na het vernoemen van Jezus’ gevoel bij wat er gebeurd is, meldt de evangelist dat Hij onverwijld verder rondtrekt door de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht geeft. De waarheidswaarde van zijn Boodschap hangt niet af van de goedkeuring of de afkeuring van de toehoorders. De Boodschap ontvangt zijn waarde van Godswege.

Ook wij verbazen er ons soms over dat mensen geen interesse hebben voor Christus en zijn Boodschap. Ook wij zijn soms verontwaardigd over de eenzijdige antipathie die we bij momenten ervaren. Laten we dan niet in de verbazing en verbijstering blijven staan, maar zoals Jezus hoopvol verder op weg gaan.

17 juni 2021

De wind, het water en Jezus (19-20 juni 2021)

Het is avond en het is een drukke, lange dag geweest onder de blakende zon. Een grote menigte heeft zich rond Hem verzameld om naar zijn Boodschap te luisteren. Hij heeft hun verteld over het Rijk Gods, over je geloof in daden omzetten, over de kracht van het geloof, en dat alles in verhalen en gelijkenissen. Ze zijn naar huis terug gekeerd. Waarschijnlijk hebben ze Hem niet helemaal begrepen. Ze komen niet tot bekering. Er is nog veel werk…

Nu steken Jezus en de leerlingen het meer over. Er is in de boot niets anders te doen dan te wachten. Jezus maakt gebruik van de gelegenheid om even te rusten. Hij legt zich neer op de barre houten planken en legt zijn hoofd te rusten op het stugge lederen kussen in de boot. We zien hier een heel menselijke Jezus, met typisch menselijke noden. Hij is algauw in een heel diepe slaap verzonken: zo diep zelfs dat de opkomende, razende storm Hem niet wekt, zo diep dat het klotsende water dat de boot binnen gutst Hem niet doet opschrikken. Jezus slaapt niet rusteloos, maar in een diep vertrouwen in zijn Schepper.

Van water en wind

De zware storm, “lailaps” in het Grieks, is een typische orkaanwind met onvoorspelbare rukwinden en veel regen. Het meer van Tiberias is een laag gelegen, diep waterbekken met aan de oostzijde de kale, grootse hoogvlakten van Golan en het besneeuwde Haurangebergte. De rivieren die stromen uit de bergen naar het meer hebben diepe kloven uit het gesteente gehouwen. De koude wind wervelt doorheen deze kloven en zwelt aan op weg naar het meer. De leerlingen, doorwinterde vissers, kennen het meer en de lailaps en de deining, maar zijn nu overmand door angst. Dat zegt iets over de proporties van deze storm waar ze in verzeild zijn geraakt.

Waarom vertelt de evangelist dit verhaal eigenlijk? Een gelijkaardig verhaal lezen we trouwens twee hoofdstukken verder (Marcus 6, 45-53). Ook Matteüs vertelt dit tweeluik (Matteüs 8, 23-27 en 14, 22-33). De tweede keer is er harde tegenwind en is Jezus niet in de boot aanwezig, maar loopt Hij over het water naar hen toe. Twee keer temt Jezus op verbluffende wijze de kracht van de natuur. Twee keer worden de leerlingen bang. Zou het kunnen dat onrust en twijfel centraal staan in dit verhaal, en niet zozeer de wind? Is de storm slechts een aanleiding om tot het eigenlijke verhaal te komen?

Angst en twijfel

Is de wind een verpersoonlijking van de twijfel, dezelfde twijfel van de toehoorders die zich verzamelden aan het meer? Ook de leerlingen begrijpen Jezus niet altijd, tot zijn grote verbijstering (Marcus 4, 13): “Begrijpen jullie deze gelijkenis niet? Hoe zullen jullie alle andere gelijkenissen dan begrijpen?”. Jezus geeft daarom tussen de gelijkenissen door aanvullend duiding aan hen. Misschien is de storm de veruitwendiging van het (nog) niet begrijpen, van het gebrek aan inzicht. Als deze stormwind een soort geloofsexamen is aan het eind van de dag, dan behalen de leerlingen een dikke onvoldoende: hun angst en twijfel zijn sterker dan hun geloof. Gezien de omstandigheden, kunnen wij als lezers uiteraard begrip opbrengen voor hun reactie. Ook wij staan niet altijd even sterk in ons geloof, en al zeker niet zo sterk als Jezus zelf. Zouden wij ons niet angstvallig ergens aan vastklampen als de golven ons dreigen te verzwelgen?

Dieper dan de feiten

Deze interpretatie is inspirerend, maar er is nog een diepere laag in deze tekst aanwezig. Wanneer het stillen van de storm en het wandelen over het water aan bod komen, kunnen we eigenlijk niet om de “olifant in de kamer” heen: zijn deze twee verhalen echt gebeurd? Het antwoord hierop is complexer dan simpelweg “ja” of “nee”. Vooreerst moeten we inzien dat het niet de grondbedoeling is van de evangelist om zoals een journalist een objectief dossier bijeen te schrijven. Het evangelie is geen wetenschappelijke documentaire over Jezus. Veel verschillende verhaalvormen volgen elkaar in willekeurige volgorde op in elk van de evangelies. Parabels en gelijkenissen van Jezus worden afgewisseld met verklarende uitleg. Er zijn dialogen, wonderverhalen, redevoeringen, poëtische teksten, citaten uit het Oude Testament…

De twee kortverhalen op het water - Jezus die de storm stilt en die over het water wandelt - vormen wellicht een apart genre dat zich onderscheidt van de andere wonderverhalen. Ze willen ons in de overtreffende trap verwonderen en verbijsteren. Letterlijk gelezen doen ze aan Harry Potter denken, en dat moeten we net zien te vermijden: dat Schriftteksten ongeloofwaardige verhaaltjes over tovenarij worden. Wellicht is het stillen van de storm eerder een metafoor dan een nieuwsfeit: zo indrukwekkend is God in Jezus dat Hij de wind het zwijgen zou kunnen opleggen. “Het zou zomaar kunnen”: een symbolische vertelvorm met een diepe boodschap.

Goddelijke kracht

Een belangrijke interpreteersleutel zit verborgen in de apotheose van het verhaal (Marcus 4, 41): “Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer aan Hem gehoorzamen?” De wonderlijke kracht, die de leerlingen van God kennen uit het Oude Testament, behoort nu aan Jezus toe. God heeft aarde en water geschapen en gescheiden (Genesis 1, 9), Hij heeft het water uiteen gedreven om zijn Volk er doorheen te laten vluchten uit Egypte (Exodus 14, 21), Hij kan de aarde, die Hem is vergeten, doen overstromen, terwijl Hij de trouwe Noach waarschuwt en redt (Genesis 7, 4). Nu is Jezus ingelijfd in deze Goddelijke kracht die de heilsgeschiedenis heeft bepaald, zoals opgetekend in de Schrift. Na de mens Jezus, slapend in het bootje, zien we de Zoon van God die de wind en het water beheerst. Het is een vooruitwijzing naar de verrijzenis.

Guido Gezelle

Laten we priester-dichter Guido Gezelle er even bij nemen. In zijn gedicht “Hoort, 't is de wind” schrijft hij hoe de wind maar geen rust vindt. De wind kan zichzelf niet leegblazen of uitwaaien:

of hij de zee in de wolken doet botsen
of hij ze slaat op heur zuchtende rotsen,
   of hij de schepen daarbinnen begraaft,
   of hij door schuimbekkend zeewater draaft:
nimmer en vindt hij, de wind, 't is de wind en
nimmer en zal hij geen ruste meer vinden,

De wind is niet almachtig, zo bevestigt ook Gezelle:

   nimmer en rustt' hij maar eenen keer: 'Stil!'
   sprak Hij, die immer in ruste is, 'Ik wil!'
   sprak Hij, die alles in roer zetten kan:
   'Stil!' en hij rustte . . . en hij rustte nochtan!

De aardse storm komt tot rust, de wind die ons in kracht en in omvang vaak te boven gaat. Hoe onbegrijpelijk, hoe onvoorstelbaar? Guido Gezelle verwoordt de verwondering en benoemt Jezus' Goddelijke kracht in één adem: dit wonder is bijna even onvoorstelbaar als de opstanding uit de dood.

10 juni 2021

Als een man die zijn land bezaait (12-13 juni 2021)

Vincent van Gogh (1853 - 1890) is geïntrigeerd door zaaiers. Hij heeft er doorheen zijn oeuvre meer dan dertig getekend of geschilderd. Voor het schilderij dat hier aan bod komt, zij het vrij vluchtig, grijpt van Gogh terug naar een werkje van Jean-François Millet, dat hem duidelijk geraakt heeft. Je weet wel: de schilder Millet van “het Angelus”.


Christelijke boodschapper
Voor van Gogh is godsdienst een belangrijk onderwerp. Vandaar dat hij ook de christelijke schilder Millet als inspiratiebron gebruikt. Christelijke kunst tracht volgens van Gogh Jezus Christus en zijn boodschap van vrede binnen te brengen in een gekwelde wereld waarin mensen ondergewaardeerd en onderdrukt worden. Het schilderij is dan ook geen idyllisch landbouwtafereeltje. Je raadt het al: het verwijst naar de parabel van de zaaier.

Zijn geloof speelt een belangrijke rol in het leven van Vincent van Gogh. Hij wil theologie studeren, maar komt er uiteindelijk niet toe: te theoretisch. Hij volgt in Laken een opleiding aan een zendelingenschool en begint als lekenpredikant te werken in Henegouwen, tussen de mijnwerkers. De vroeg verouderde en kromgewerkte mensen laten een diepe indruk na. Hij trekt met hen mee de kolenmijn in, maar blijft toch een vreemde voor hen, een zonderling. Van Gogh merkt dat hij veel te eigenzinnig is om als predikant te werken, en ook bij zijn vriendin in Nederland vindt hij geen geluk. Hij kan evenmin aarden in de kunstacademie van Brussel en later ook van Antwerpen. Arm, ondervoed, en inmiddels gediagnosticeerd met syfilis, verlaat hij België en vertrekt naar Frankrijk.

Daar zal hij in zijn 4 laatste levensjaren heel wat van zijn meesterwerken schilderen. Vincent werkt in die tijd een poosje samen met Paul Gauguin (1848-1903), die hem aanspoort om minder naar de werkelijkheid te werken, en meer vanuit zijn inleving te schilderen. Van Gogh gebruikt voor dit schilderij van de zaaier kleuren die emotie en hartstocht weergeven. De samenwerking met Gauguin is inspirerend, maar hun wegen gaan uiteen na een slaande ruzie over een cafébazin. Het blijft tot op vandaag onduidelijk of Gauguin het linkeroor van Vincent van Gogh er met een zwaard heeft afgehouwen tijdens hun dispuut, of van Gogh zelf zijn oor afsnijdt in een bui van razernij achteraf. Van Gogh schrijft over het incident een laatste keer aan Gauguin: “Jij bent stil, ik zal het ook zijn.” Genoeg malligheid nu, terug naar de kunst: terug naar het schilderij…

Hemel en aarde
“De zaaier” is algemeen beschouwd een horizontaal georiënteerd werk: het gaat over de aarde. De ruwe penseeltrekken die kenmerkend zijn voor Vincent van Gogh houden ook een vrij horizontale richting aan. Het werk vertelt in een contrast van donkere en bonte kleuren het verhaal van de wereld. De lucht is groengeel: hoopvol en levendig. Samen met de zon verwarmt de lucht het schilderij. Je kan hoopvol staren naar deze lucht, hopend op betere tijden. Het veld is eerder donker, met tinten van zwart, bruin en paars en een weinig geel: over het algemeen eerder sombere kleuren. De aarde is leeg en vrij dor. Het zaad moet nieuwe hoop brengen.

De figuur van de zaaier en de boom staan in relatie tot elkaar. De boom staat krom afgebeeld, bijna diagonaal. Er wordt geen scherp contrast geschapen met de algemene horizontale compositie. De boom richt zich moeizaam op uit de aarde, en staat niet rechtop als een makkelijke evidentie. De boom staat voor opstanding en leven. Hij voedt zich aan de rivier, en is gestaag de lucht in gegroeid. Nu vult hij de ruimte op het doek met zijn volharding en groeikracht.

De zaaier is een noeste werker met grote handen. Zijn houding is niet statig en fier, maar wat gekromd, geheel in functie van het zaaien. De anonimiteit van de zaaier met zijn vaag gelaat geeft ons de kans om ons identificeren met hem, net zoals Vincent zelf deed. Jezus geeft in zijn parabel weinig uiterlijke kenmerken of karaktereigenschappen van de zaaier weer. Het zaaien staat centraal, het brengen van nieuw leven in de grond die het dankbaar opneemt, net zoals de boom ooit is begonnen.

Zegenende zon
Deze nederige, vage zaaier en zijn werk worden door de zon letterlijk en figuurlijk gezegend. Het werk zit boordevol symboliek. De gele zon lijkt wel een aureool, die de zaaier tot een heilige maakt. Zoals de zon het Licht brengt over de aarde, zo strooit de zaaier het zaad op de grond neer. Zonder de zon kan het zaad niet opschieten, net zoals het geloof dat wordt verkondigd niet kan voortbestaan zonder Gods zegenend Licht.

Van Gogh schildert in een symboliek waartoe Jezus hem geïnspireerd heeft. Dit werk is een beeld van leven en kracht in ruwe strepen, even beknopt en rechttoe rechtaan als het Woord dat Jezus verkondigd heeft.

Ontmoeting
Een devies van Vincent van Gogh is dat iedereen een werk op zijn eigen manier interpreteert. Zijn wij zaaiers van het Woord? Zijn wij de aarde die het Woord dankbaar aanneemt? Zijn wij als de boom, die hunkert naar opstanding uit de eindigheid? Wanneer het Woord en de kunst elkaar ontmoeten, gebeurt er telkens weer iets nieuws…