Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label egoïsme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label egoïsme. Alle posts tonen

14 juli 2025

De ijdele bewondering van een volmaakte vernislaag (19-20 juli 2025)

Er wordt wel eens beweerd dat onze beschaving niets meer is dan een laagje vernis om het slechte van de mens te bedekken. Dat wordt terecht in vraag gesteld in onze tijden. Mensen zijn zoveel meer dan slechts-gedeeltelijk-getemde barbaren. Wel ben ik er van overtuigd dat onze beschaving een laagje vernis is, maar dan eerder om de holle bestaansleegte en onze ondraaglijke nietigheid te verbergen. Velen onder ons hebben zich de gewoonte toegeëigend om aan alles een amusementswaarde te geven, overigens vergezeld van prijskaartjes. Onze samenleving investeert veel tijd en moeite in het genieten van verstrooiingen die de realiteit moeten verbergen. Alles moet verfraaid worden: avenues, dorpspleinen, huizen, zelfs mensen. 

Een zwaar thema voor deze zomerse dagen: dat kan en mag je hier terecht bij opmerken. De zomer is echter een goed moment om eens rustig achterom te kijken, om alles van op een afstandje te overschouwen en erover te filosoferen. Sta me toe samen met jou enkele kanttekeningen door te nemen. Daar gaan we dan...

Hebben en houden

Materialisme blijkt een doeltreffende afleiding weg van de dieptedimensie van de werkelijkheid. Het verlangen geeft ons een doel, het kopen bevredigt meteen onze grijpreflex en de wegwerpcultuur bevordert het zoeken naar nieuwe, plaatsvervangende koopdoelen. Hebben en houden moeten maskeren dat een mens amper vat heeft op het leven en nog minder op de dood. 

De tragiek is weliswaar niet ver te zoeken: wat je ook vergaart om je heen, je neemt het niet mee naar de eeuwigheid. Werkelijk alles laat je hier op aarde achter. En achterlaten moet je ooit. Zelfs indien opgekalefaterd door correcties, fillers of botox: de tijd liegt nooit. Niemand wordt ooit jonger. De tijd tikt vooruit. Rijke boer of arme proleet: voor iedereen is de dood een even zuur afscheid van ons aardse bestaan.

Bovenal leuk

Ook amusement moet onze aandacht wegnemen van de tragiek van het leven en de zoektocht naar zin. Neil Postman heeft gelijk: we amuseren ons kapot. Als het maar leuk is. Trivialiteit en oppervlakkigheid ontsieren de maatschappelijke kijk op de wereld. Er is weinig ruimte voor sensatievrije duiding en reflectie. We verzanden vaak in discussies met één argument voor, één tegen en een conclusie. Dat gaat dan voor neutraal door, een houding die eigenlijk gewoon niet bestaat.

In nieuwberichtgeving moet alles kort en vlot consumeerbaar zijn, bij voorkeur zelfs met voldoende verstrooiingswaarde. Tijdens verkiezingen worden mensen naar een app doorverwezen die hun keuze maakt voor in het stemhokje. Schaamteloze, amper verdoken leugens vervuilen het politieke forum en versnipperen waarheid tot bijzaak en het vertrouwen tot futiliteit. Intussen voedt de economie het egoïsme en egocentrisme, met het succes van de allerrijksten als fragwürtige inspiratiebron. Laten we ook even stilstaan bij de gedachte dat al deze gegevenheden vooral de extremen voeden en bijdragen aan de polarisatie. Bij dat debat geven de verantwoordelijken overigens niet thuis. 

De wereld lijkt soms op een stuurloze pretboot. Alles moet zo leuk mogelijk zijn en er moet het ego zo weinig mogelijk in de weg gelegd worden. Maar wie houdt de zandbanken en klippen in de gaten? Er is wat mij betreft nood aan degelijkheid en gezond verstand.

Kritische stem

In een goed opgeleide samenleving zouden we onszelf wat meer in vraag mogen stellen en niet halsoverkop achter iedere hype aan lopen. Als christenen mogen we daarin zeker een kritische stem zijn, zonder daarbij hooghartig of verwaand te worden uiteraard. De tijd kan ons immers ook begeesteren in ons geloofsdenken en ons dichter bij de essentie brengen. Laten we dat niet vergeten. 

Oude vernislagen zijn verdwenen en het is bon ton om er schamper op terug te kijken, maar intussen zijn ze vlotjes vervangen door nieuwe. Daar wordt de aandacht veel te weinig op gevestigd. Mensen klampen zich aan andere (soms vermeende) wijsheden vast, maar dat zijn niet noodzakelijk betere. Dat inzicht krijgt weinig aandacht: het valt immers niet goed bij de commercie die het amusement financiert, van klassieke massamedia, over internet tot sociale media. 

Er zijn andere waarden die de aandacht verdienen in onze samenleving: opbouwende, spiritueel gedragen waarden die mensen appelleren op hun kansen, hun talenten en mogelijkheden. Deze waarden kunnen breed-existentieel zijn, maar zeker ook christelijk. En daarmee komen we bij het evangelie van deze zondag. Toegegeven, het is een lange omweg, maar contact leggen tussen ons geloof en de realiteit is zelden een zinloze wandeling. 

Witgekalkt

Mensen leven volgens patronen die het leven structuur en motivatie geven. We doen wat we doen omdat we denken dat het zo hoort en omdat we erom bedankt en bevestigd worden. Bovendien krijgt het leven daarmee een nuttige of zelfs zinvolle invulling. Het ego is echter nooit ver weg. Denk maar aan de farizeeën en Schriftgeleerden. Zij hebben het druk om alle aandacht en vleierij galant te aanvaarden. Jezus heeft het absoluut niet op uiterlijkheden en steekt dat nooit onder stoelen of banken. Iedere gelegenheid grijpt Hij aan om ons te waarschuwen voor lege oppervlakkigheid. Wanneer mensen enkel aandacht hebben voor een prachtig ogende vernislaag, dan miskennen ze een groot deel van hun bestaanspotentieel. Er is zoveel meer.

Witgekalkte graven, zo noemt Hij de farizeeën. Een duidelijke parallel met ons vernislaagje. (Matteüs 23, 27-32) De vorm wint het op de inhoud: doorleefde kennis en diep inzicht worden bijkomstig. (Lucas 11, 52) Hun spirituele blindheid is een bron van ergernis en kritiek bij Jezus. Meer dan anderen zouden zij een toegangspoort tot spiritualiteit moeten zijn in plaats van handhavers van allerlei zelf ontwikkelde regels en wetten. Onze kritische christelijke stem wordt doorheen de evangelies gevoed. Een vijftigtal uitspraken over farizeeën, sadduceeën en Schriftgeleerden mogen ons inspireren. (Matteüs 3, 9 en 5, 20 en 9, 11-14 en 15, 14 en 23, 2-30 bijvoorbeeld, en Lucas 18, 9-14)

Marta

Dan komen we bij Marta. Ze is in het evangelie bijzonder druk bezig en loopt zich werkelijk de voeten van onder het lijf om iedereen van hapjes en van drank te voorzien. Dat wordt immers verwacht van een gastvrouw: dat ze goed voor de gasten zorgt en hun werkelijk alles geeft wat ze nodig hebben. Het liefst zelfs in overvloed, zodat men de gastvrouw kan prijzen om haar gastvrijheid. Marta is het toonbeeld van dienstbaarheid, maar ze is eigenlijk bezig met triviale zaken. Ze zit vast in een holle plichtsmoraal. (Lucas 10, 39,-40a)

Doet Marta iets verkeerd dan? Nee, helemaal niet. Dat zegt Jezus ook niet. Natuurlijk is het aangenaam om iets te eten en te drinken te krijgen wanneer je bij iemand op bezoek bent. De vraag is alleen: is dat de essentie? Is dat het allerbelangrijkste? (Lucas 10, 41) Ze maakt een keuze, en ze kiest voor het minste deel. Daar is op zich niets mis mee. Maar ze kon ook, net als Maria, naar Jezus' woorden luisteren en de boel heel even de boel laten. (Lucas 10, 42)

Tijd en ruimte

Een glas wijn of een versnapering weegt niet op tegen het Woord van God. Daar gaat het over in deze passage. Maria heeft het beste deel gekozen: ze heeft gekozen om alles even opzij te leggen en te luisteren naar de Heer. Dat zouden we allemaal moeten doen: ruimte laten voor het Woord en ons laten inspireren door de Goddelijk wijsheid die erin vervat is. Dat zal onze blik telkens weer verhelderen wanneer we daarna rondom ons kijken. 

Jezus heeft het niet over de krekel en de mier. De mier die werkte tot hij versleten was en de krekel de genoot van het leven, profiterend van de mier. Dat kan niet de bedoeling zijn. Nee, het is een kwestie van een eerlijke verdeling van ora et labora voor iedereen. Daar mag uiteraard amusement en plezier aan toegevoegd worden, maar niet zomaar als vervangmiddel. Marta mag ook even gaan zitten om naar Jezus te luisteren. Net als wij. 

Maken wij voldoende tijd en ruimte voor God? En laten wij ons leven vitaliseren door Gods wijsheid? Hoe kunnen onze naasten inspireren om ook meer aandacht te hebben voor de diepgang van ons bestaan?

15 juli 2023

Liever niet horen of zien... (15-16 juli 2023)

We hebben onze zintuigen nodig om vlot door het leven te kunnen gaan. Toch horen en zien we niet alles: onze zintuigen werken selectief. Ook onze aandacht is selectief: soms willen we zaken niet horen of zien. Jezus waarschuwt dat we onze oren en ogen moeten openhouden voor de Boodschap van God. Daarbij kan het niet de bedoeling zijn dat we ons eigen gelijk belangrijker vinden dan Gods Woord, of dat we simpelweg wegkijken van zijn boodschap. God heeft ons geschapen en ons de vrijheid geschonken, maar dat geeft ons niet het recht om ondankbaar te zijn.

Reflex

Wanneer we teveel pijn ervaren, kunnen we het bewustzijn verliezen. In dat geval schakelt ons lichaam het bewustzijn uit en gaat het in een noodmodus. In andere gevallen schakelt onze geest het realiteitsbesef en oordeelsvermogen soms uit, bij een psychisch trauma bijvoorbeeld. Deze beide vormen van zelfbescherming gebeuren vanzelf, zonder dat de mens er zelfbewust een keuze in heeft maakt.

Wanneer we onze oren en ogen sluiten voor de werkelijkheid, omdat we ze niet aankunnen zoals ze is, dan is dat niet reflexmatig. Het ligt wel in het verlengde van de ongecontroleerde zelfbeschermingsreflex. Een belangrijke vraag daarbij luidt: is de mens zich op dat moment bewust van het feit dat hij of zij zich afsluit voor de omgeving? Het antwoord is, zoals vaak, complexer dan verwacht.

Willen of kunnen

 “Het hart van dit volk is afgestompt,” zegt Jezus, “hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou Ik hen genezen.” (Matteüs 13, 15) Is het hun schuld, omdat ze niet willen horen en zien? Of zijn ze niet begenadigd, en kunnen ze daarom niet horen of zien? Jezus merkt alvast op dat de leerlingen zich gelukkig mogen prijzen (Matteüs 13, 16) en dat veel mensen ernaar hebben verlangd om te zien wat de leerlingen zien, maar dat ze het gewoonweg niet te zien kregen (Matteüs 13, 17).

Mensen sluiten zich inderdaad soms actief en bewust af. Dit is van alle tijden, en vreemd genoeg zijn de drijfveren in al die tijd weinig veranderd. In sommige gevallen sluiten mensen zich af uit zelfbescherming: ze hebben al genoeg zorgen en bezigheden, er is al zoveel gaande. (Matteüs 13, 22a) Hun hoofd is vol, maar hun hart loopt leeg. (Matteüs 13, 15a) Brood en spelen volstaan. Soms is zelfonderschatting de aanleiding: mensen denken dan dat ze niet gemaakt zijn voor spirituele interesse. Dat zal veel te moeilijk zijn, te ingewikkeld voor een gewone mens. (Matteüs 13, 19)

Actief en passief

Een andere motivatie is zelfcontrole: in dat geval wil men zich bewust niet inlaten met spiritualiteit omdat men te allen tijde controle wil hebben over alles wat in het leven gebeurt. De wereld is inderdaad maakbaar en we zijn tot veel in staat. Een extremere vorm van deze motivatie is zelfbedrog: men ziet het leven en de wereld als volledig manipuleer en gaat daarin zover dat men enkel accepteert wat aan die criteria voldoet. Toch worden we allemaal ooit ingehaald worden door hetgeen niet beheersbaar is: ongeneeslijke ziekte, achteruitgang, eindigheid.

We mogen het niet-zien en niet-horen niet volledig herleiden tot een eenvoudige, actieve beslissing. Er spelen menselijke gebreken en onvolkomenheden mee op de achtergrond. Die beïnvloeden op passieve wijze de keuzes die men maakt, of die men in het leven al doende realiseert. Er is immers vaak geen concreet keuzemoment, maar wel een manier van zijn waarmee men de keuze gaandeweg bevestigt of toch omkeert.

Mensen hebben vaak een gebrekkig inzicht in de boodschap: die is op school heel kinderlijk uitgelegd en daarna niet meer heruitgelegd, of in lang vervlogen tijden langs vraag en antwoord in het geheugen gegrift, zonder dat mensen de diepte-inhoud hebben begrepen. De kinderlijke wijsheid en de catechismusantwoorden geven zelden een persoonlijk antwoord op de complexe vragen in het leven. Soms hebben mensen ook last van een gebrekkig oordeelsvermogen: ze komen niet tot een beslissing die een ommekeer zou realiseren omdat dit zo allesomvattend is en tegelijk veel inspanning en doorzetting vraagt. In de parabel vernoemt Jezus deze mensen bij de rotsachtige grond. (Matteüs 13, 20-21) Er zijn ook mensen die erg rationeel ingesteld zijn, met een gebrekkige voeling voor spiritualiteit: het is niet in het vertrouwde bewijs-wetenschappelijk kader te gieten en wordt daarom als onlogisch’ en onwetenschappelijk opzij geschoven. Let wel, deze oplijsting is helemaal niet volledig.

Ego

Uiteindelijk is het ego, dat zich graag als sterk, standvastig en zelfstandig etaleert, de grootste remmende factor. Ook dat is niet enkel een fenomeen van onze tijden. Wel is er meer ruimte gekomen voor het ego, met de bijhorende voor- én nadelen. Tegelijk lijken we ons als samenleving stilaan een nieuwe ethiek op te leggen, een nieuw denk- en leefpatroon, dat evenzeer beklemmend kan aanvoelen voor het ego.

Egoïsme en egocentrisme zijn de belangrijkste overdreven uitingsvormen van het ego. Dat egocentrisme uit zich heden ten dage ook in ‘ego-propagisma’. Men wil de ander overtuigen van het eigen gelijk. Weerwoord tegen, of ontkenning van dat gelijk worden afgedaan als dom, dwaas en kortzichtig. De ander ‘heeft het (nog) niet begrepen. Wanneer het ego zo sterk centraal wordt geplaatst, wordt het nog breekbaarder en kwetsbaarder dan het op zich al is. Het zoekt stevigheid in rijkdom, macht en bevestiging. (Matteüs 13, 22b) Men gaat soms in een dwangstand en verliest juist de rede die zo hoog in het vaandel van het ego wordt gedragen.

Ontvankelijkheid

Wat kunnen we doen om wél te horen en te zien? Waarmee kunnen we onze ogen en oren openen voor Gods Woord? Jezus spreekt in sloganeske taal: “Laat wie oren heeft, goed luisteren!” (Matteüs 13, 9) Het lijkt erop dat we het niet moeilijk hoeven te maken. Wie luistert naar de Boodschap en die dankbaar aanneemt, is goed op weg.

Het einde van dit evangeliehoofdstuk geeft nog een andere sleutel prijs. Wanneer we aanstoot nemen aan Jezus en zijn Boodschap, dan kan Jezus niets doen. (Matteüs 13, 57-58) Er is een open en ontvankelijke geest nodig. Dan kan ook Jesaja’s profetie werkelijkheid worden: “het woord dat voortkomt uit mijn mond, keert niet vruchteloos naar Mij terug, niet zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat Ik gebied.” (Jesaja 55, 11). In de voorafgaande verzen bij Jesaja is het onmogelijk om naast de link met Jezus’ verkondiging te kijken: “Luister aandachtig naar Mij”, zegt de Heer (Jesaja 55, 2c), “Leen Mij je oor en kom bij Mij” (Jesaja 3a). Je oor aan God lenen, is het Hem toevertrouwen. Je oor staat dan ten dienste van Hem. Net als Jezus ervaart ook Jesaja tegenkanting van zijn toehoorders. (Jesaja 56, 11 en Matteüs 13, 57) 

Luister, verwelkom en volbreng

Het Woord is voor ieder van ons bestemd. Wanneer we onze volledige aandacht richten op het Woord door het in alle ontvankelijkheid te beluisteren, vrij van vooroordelen en zelfbelang, dan kan het gezaaid worden, aarden en groeien in ons hart. Het Woord streelt ons ego niet en staat soms haaks op onze persoonlijke logica. Laat het duidelijk zijn: het Woord beluisteren en ontvangen, gaat gepaard met contrastervaring. Echter, contrast moet niet vermeden worden, maar juist verwelkomd. Het is het begin van groei. En zo kan het Woord volbracht worden, meer en meer, in ons eigen leven.

02 februari 2023

Naastenliefde in het licht (4-5 februari 2023)

Jesaja is een belangrijke profeet binnen de joodschristelijke traditie. Hij geeft een sterke aanzet tot de christelijke boodschap en vernoemt zelfs de Lijdende Dienaar, die Jezus zal verpersoonlijken in het lijdensverhaal. (Jesaja 52, 13 - 53, 12) Jesaja weet als geen ander de mensen te wijzen op hun zwakheden als het over geloof gaat. Hij benoemt het gebrek aan gedrevenheid en volharding in geloof en de diepgewortelde menselijke voorkeur voor eigenbelang en prestatiezucht. Vanuit die verdwaaldheid biedt hij perspectief.

Dwaas

“Een dwaas spreekt dwaas en zijn hart brengt slechtheid voort: hij handelt goddeloos en hij lastert de Heer.” (Jesaja 32, 6) De profeet Jesaja stelt terecht dat geloven in God ook in daden zichtbaar moet zijn. God en zijn Wet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. God roept ons op om oog te hebben voor onze naasten. Dat staat haaks op egoïsme en egocentrisme, dat ook vandaag hoog aangeschreven staat in de maatschappij.

Wat is dat toch met die vreemde aantrekkingskracht van welbespraakte narcisten die vol zijn van zichzelf? Ze worden verkozen als politieke leiders, ze worden bewonderd als bekende persoonlijkheden, hun eigen-lof wordt nagebootst op sociale media. Hun allures worden weggelachen als excentrieke trekjes. Wat is dat toch met onze nieuwsgierigheid naar macht en rijkdom? We kijken graag binnen bij de allerrijksten. Waarom eigenlijk? Wat heb je er aan?

Opdracht

Jesaja laat de Heer aan het woord. Zijn opdracht is klaar en duidelijk. Die kan hard binnenkomen als we ons echt ontvankelijk opstellen en niet van op de zijlijn meeluisteren, zonder betrokkenheid: “Deel je brood met de hongerige, bied onderdak aan armen zonder huis, kleed iemand die naakt rondloopt, en bekommer je om je medemensen.” (Jesaja 58, 7) Niet de meest opvallende en beroemde mensen, maar juist de meest benadeelde mensen verdienen onze aandacht. God vraagt ons om onderdak te bieden aan zij die arm zijn en benadeeld, uitgesloten uit de samenleving (arm en uitgesloten, in het Hebreeuws: ‘anijiem meroediem’).

De Heer vraagt geen occasionele liefdadigheid waar we dan achteraf met grote fierheid en zelfgenoegzaamheid op kunnen terugkijken. Dat volstaat bijlange niet. Het gaat niet over ‘goede daden’, maar over ‘goed zijn’. De zwaksten in onze schepping verdienen onze grootste belangstelling. “Dan breekt je licht door als de dageraad.” (Jesaja 58, 8a) Dan breng je licht in de duisternis. Dan zal God aandacht schenken wanneer je zelf om iets vraagt. (Jesaja 58, 9, 10)

God geeft immers zelf het goede voorbeeld, vanuit zijn liefde en zijn trouw. “De Heer doet recht aan de verdrukten, geeft brood aan de hongerigen. De Heer bevrijdt de gevangenen, de Heer opent de ogen van blinden, de Heer richt de gebogenen weer op, de Heer heeft de rechtvaardigen lief, de Heer beschermt de vreemdelingen, wezen en weduwen steunt Hij. (Psalm 146,7-9b)  “Wie dorst had, gaf Hij te drinken, wie honger had, volop te eten.” (Psalm 107, 9) De Heer zal “blinden de ogen openen, gevangenen bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.” (Jesaja 42, 7)

God herkennen

Welnu, wij krijgen de opdracht om God in onze naasten te herkennen. Onze naastenliefde is een vorm van eredienst aan de Heer, uit dank voor de genade die we van Hem hebben mogen ontvangen. Het is een dankzegging in daden, een lofzang in vrijgevigheid. Hebben en houden staan haaks op ons geloof.

Laat de Heer ons volgend verwijt niet moeten maken: “Ik had honger en jullie gaven Mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven Me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij  niet op, Ik was naakt en jullie kleedden Mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten Mij niet.” (Matteüs 25, 42-43) Dan hebben we grandioos gefaald, hoe rijk of succesvol we in deze vergankelijke wereld ook genoemd mogen worden.

Hierin bestaat onze eredienst in daden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor één van deze onaanzienlijken gedaan hebben, hebben jullie ook voor Mij gedaan.” (Matteüs 25, 40b) Er is niets verkeerd te verstaan, er is geen stofje dubbelzinnigheid aanwezig. Dit is onze opdracht hier op aarde, puur en onversneden.

Appèl

De Franse filosoof Emmanuel Levinas beschouwt het gelaat van de Ander (je medemens) als een appèl op onze verantwoordelijkheid. Het gelaat van de Ander verwijst dan naar de kwetsbaarheid van alle mensen die ons pad kruisen. Wij dragen een fundamentele verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor onze naasten. In de Ander ontmoeten we God. Keren we ons af van onze naasten, dan keren we ons ook af van God. 

De filosofie van Levinas is sterk beïnvloed door het verlies van veel van zijn joodse familieleden in concentratiekampen onder het naziregime. Daar keek men weg van het appèl, daar herleidde men mensen tot objecten. De holocaust is een zwarte pagina in de geschiedenis, een stille getuige van hoe diep de mens moreel kan zakken.

Licht

Jezus stelt dat we ons niet hoeven te schamen voor onze naastenliefde. Waarom zou je een lamp aansteken en onder de korenmaat zetten? Licht mag gedeeld worden. Zo zal ook onze naastenliefde anderen aanzetten tot goede werken, door ons goede voorbeeld. Naastenliefde is solidair van aard, we hoeven ons niet te verstoppen.

Let wel: het mag op geen enkel moment de bedoeling zijn om roem en eer te ontvangen omwille van onze naastenliefde! In geen geval mogen we, zoals de Farizeeën plachten te doen, onze weldaden hovaardig tentoonspreiden. Wanneer we zorgen voor anderen, voor mensen in nood, dan is dat enkel en alleen omwille van het welzijn van die naasten en de heerlijkheid van God. (Matteüs 5, 13-16) Zelfverheerlijking is een vorm van hovaardigheid. Dat is wat de farizeeën deden. De naaste staat centraal. Hij is een icoon: een drager van Gods beeltenis.

Laat ons dus, bevrijd van vooroordelen, God herkennen in de minsten van de zijnen. Laat ons God verheerlijken in daden van naastenliefde, elk op onze eigen manier, elk vanuit onze persoonlijke situatie.

06 november 2021

Twee muntjes in de offerkist (6-7 november 2021)

Een echte geestelijke leider herken je aan zijn of haar oprechtheid, aan zijn of haar aanstekelijke, inspirerende gulheid in goedheid. Jezus is ontegensprekelijk het ultieme voorbeeld daarvan. Hij laat zich niet groeten met 'grand égard', Hij tooit zich niet als een aardse koning of bekende persoon, Hij verzamelt geen schatten en bouwt zich geen protserig paleis. Jezus doet niets voor de schone schijn, voor het uiterlijk vertoon. Hieraan herken je een echte geestelijke leider. 

  • Evangelie van deze zondag: Marcus 12, 38-44

Welnu, de schriftgeleerden blinken niet bepaald uit in oprechtheid. Ze laten zich groeten op straat, ze lopen bijzonder graag in de kijker, ze zeggen lange gebeden op, en wel het liefste wanneer veel mensen toekijken. Ze schooien ook rijkdom van weerloze, gehoorzame mensen af. Neen, dat is geen godsdienst. Dat is zelfverrijking. God staat niet centraal, integendeel: de schriftgeleerden laten zichzelf vereren. Als Gods Boodschap ergens totaal niét over gaat, dan is het jezelf verrijken en de ander verarmen.

Niet anti-geld

Let wel, Jezus veracht het offeren niet. Dat is opmerkelijk. Jezus spreekt er fundamenteel geen enkel oordeel over uit. Het is de manier waarop het gebeurt, die Hij hekelt. Rijken doen met veel tamtam grote schenkingen. Dan staat de schenking niet centraal, maar de beloning, die zich uit in bewondering en respect. Bovendien is de schenking nietszeggend. Schenken van je overschot, dat voel je niet. Dat is geen offer maar een verstandige investering.

Jezus zit nabij de offerkist de mensen rustig te bekijken. Een arme weduwe schenkt twee kleine muntjes. Het is wat ze op dat moment bezit. En dat schenkt zij aan God, zonder toeters en bellen, zonder begeleidende uitleg. Ze doet het gewoon, omdat ze God haar offer wil brengen.

Prioriteit

Ze heeft twee muntjes in haar hand. Ze zou er eentje kunnen houden als ze dat wou. Dat zou een verstandige, beredeneerde keuze zijn. Niemand zou het haar kwalijk nemen, ook Jezus niet. God al zeker niet. Dan heeft ze nog iets voor morgen. Haar liefde voor God is echter sterker dan haar verstand. Ze kan de muntjes zelfs gewoon allebei houden. Morgen komt nog een dag. Wie wat bewaart, die heeft wat. Maar dat interesseert de weduwe niet. Ze komt God lof brengen, niet halfslachtig maar helemaal. 

Jezus maakt aan zijn leerlingen duidelijk wat er werkelijk toe doet. Hij zegt niet dat die arme weduwe  haar plicht doet. Hij zegt wel dat haar schenking zoveel meer waard is dan wat de rijken met veel luister komen schenken. Jezus eert haar eerlijke intentie. Wat ze doet is puur en echt. Daar gaat het om.

Liefde

Geld en geloof zijn altijd een moeilijke combinatie. Geld brengt een logica van macht binnen, van beredeneerde voorzichtigheid. Tegelijk kan de eredienst ook niet voortbestaan zonder geld. Geld is aan alles gelinkt, of we dat nu willen of niet. Jezus veroordeelt dat niet. Wel maakt Hij duidelijk dat geld op zich voor God niets zegt. 

De liefde, daar gaat het om: de liefde voor je naasten, de liefde voor God. Egoïsme en egocentrisme kunnen God nooit behagen. Toen niet, en nu evenmin. Diezelfde liefde zal de Mensenzoon doen sterven aan het kruis. Hij zal zichzelf offeren, niet half-half, net zoals de arme weduwe. Hij zal zijn aardse leven opofferen omwille van ons allen.

16 juli 2021

Jezus en zelfzorg (17-18 juli 2021)

Jezus verwelkomt de leerlingen die terugkomen van hun zending. Ze hebben de mensen onderwezen over de Blijde Boodschap en tekenen gesteld. Het zijn de eerste pastorale taken in Jezus’ naam. Wat er vandaag allemaal bestaat aan pastoraal, kent daar zijn oorsprong.

Op verhaal komen

De leerlingen kunnen meteen bij Jezus terecht. Hij luistert aandachtig naar hun verslag. Ze moeten bij Hem op verhaal komen. Ook dat is tot op vandaag essentieel: dat men na het pastorale werk bij Jezus terecht kan om zijn of haar verhaal te doen en Hem toe te vertrouwen wat er blijft nazinderen aan zorgen, vragen en frustraties, maar ook aan verwondering, vreugde en blijdschap. Vrijwilligers, pastores, leerkrachten, priesters en diakens, paters en broeders, zusters: al wie een pastorale taak opneemt, mag tot bij Jezus komen met zijn of haar verhaal.

Jezus doet twee zaken en beiden zijn ze belangrijk omdat ze de draagkracht in de pastoraal garanderen. Eerst en vooral luistert Jezus naar hun verhaal. De leerlingen weten vanzelf dat ze Hem kunnen toevertrouwen wat ze hebben meegemaakt. Ze staan er niet alleen voor. Dat is het privilege van elke pastoraal werker, vrijwillig of aangesteld: de Heer is altijd bereikbaar en helpt de last te dragen.

Tot rust komen

De Heer luistert niet alleen. Hij neemt zijn leerlingen vervolgens mee om wat uit te rusten (in het Grieks: “anapausasthe”, rusten om op krachten te komen: je herkent het woord pauze erin). Hij zendt ze niet meteen naar een volgende opdracht. Jezus neemt de leerlingen mee naar een plaats waar ze alleen kunnen zijn. Dit is de plechtige instelling van de zelfzorg. Hoewel zelfzorg al gauw een nare bijklank krijgt van zelfzucht of zelfgenoegzaamheid en niet past binnen een cultuur van zelfopoffering, komt deze bezorgdheid van Jezus zelf: een pastoraal werker hoort voor zichzelf te zorgen door tot rust te komen. Niemand heeft baat bij iemand die afgevlakt, bitsig en moe gewerkt aan pastoraal doet. Wellicht is Jezus’ diepste bezorgdheid dat de leerlingen niet in dezelfde val trappen als Schriftgeleerden en farizeeën: wie zich – met de beste bedoelingen – enkel concentreert op uiterlijkheden en op prestaties en aantallen, hecht te weinig waarde aan spiritueel ontwikkelen, aan bidden en herbronnen.

Pastoraal werk is vaak deugddoend en aangenaam, maar soms ook heel confronterend, moeilijk, met pijnlijke verhalen. Wie aan pastoraal doet, voelt soms onmacht of een knagend gevoel. Deed ik voldoende? Kon ik nog meer doen? Waarom kon ik zo weinig betekenen? Hoe kan ik het anders aanpakken? Ook met deze vragen kunnen we bij Jezus terecht.

Hij leidt de leerlingen over het meer van Tiberias (ook het meer van Galilea genoemd) naar een rustige plaats. Niet toevallig varen ze over het meer waarlangs Jezus hen heeft geroepen om Hem te volgen (Marcus 1, 16-20). Hij herinnert hen aan hun roeping wanneer ze bekomen van een drukke zendingservaring. De Jordaan stroomt uit dit meer verder: het doopwater van Christus. Iedere christen heeft een roeping en een zending. Iedere vrijwilliger of vrijgestelde in de pastoraal wordt door Jezus uitgenodigd om naar de oorsprong van zijn roeping terug te keren om op krachten te komen.

Ideaal versus realiteit

De goede bedoelingen van Jezus worden echter meteen uitgedaagd. Er ontstaat een conflict tussen de realiteit en het ideaal. Hoewel Jezus het goede voornemen heeft om voor zijn leerlingen te zorgen na een indrukwekkende eerste zendingservaring, kan Hij de grote menigte stuurloze mensen die hopen op zijn verkondiging niet zomaar in de steek laten. Hij krijgt medelijden en geeft hen onderricht, uitvoerig zelfs (in het Grieks: “polla”, veel). Spirituele honger wordt van Godswege altijd in overvloed gestild. Ook hier maakt Jezus zich er niet van af met een summier woordje. Het feit dat het conflict al in het evangelie voorkomt, mag echter ook een geruststelling zijn. Het is niet altijd evident om pastoraal werk af te lijnen. Toch is ook zelfzorg een essentieel component in de zending. Een verdroogde bron kan niet getuigen van het Leven.

Daarom is deze boodschap van de Heer in deze zomermaanden zo verkwikkend. Bid tot de Heer, deel je ervaringen met Hem, leg de verhalen in zijn handen. Dan hoef je ze niet alleen te dragen. Neem bovendien de tijd om te bezinnen en ga daarna weer op weg met nieuwe moed. Een prettige vakantietijd voor elkeen! 

10 juli 2021

Gezonden, twee aan twee (10-11 juli 2021)

Jezus zendt zijn leerlingen in het evangelie van deze zondag. Roeping en zending (“apostellein”, in het Grieks) vormen een tweespan, zo blijkt. De leerlingen zijn geroepen door Jezus, heel persoonlijk. Gezonden worden ze nu twee aan twee (“duo duo”, in het Grieks).

  • Voor  de lezingen van deze zondag: klik hier.

Ver weg van ego en bezit

Ze worden niet individueel gezonden. Een zending is geen individueel gebeuren, geen persoonlijke missie. De leerlingen ontvangen geen verheffend privilege, maar een opdracht van Godswege. Niet het individu staat centraal, maar de boodschap. Door ze twee aan twee te zenden, beklemtoont Jezus het gedeelde karakter van een zending. Waarom per twee? Er kan een dynamiek ontstaan van wederzijdse ondersteuning en bemoediging. Ze kunnen elkaar aanvullen in de verkondiging. Soms wordt ook gesuggereerd dat het een soort proefzending is en dat ze daarom beter per twee op weg kunnen gaan. Toch mogen we de gedeelde zending niet zomaar naast ons neerleggen.

Ze krijgen ook weinig mee: enkel een stok en hun kledij. Geen reservekledij, geen voedsel, geen geld, geen zekerheid. Ze moeten rekenen op de gastvrijheid van de mensen die ze ontmoeten en aan wie ze hun geloof mogen verkondigen. Zijn ze niet welkom en worden ze niet beluisterd, dan dienen de leerlingen verder trekken en het stof van hun voeten schudden. Zelfs het stof mogen ze dan houden daar.

De zending is een oefening in soberheid, zowel inhoudelijk als vormelijk. Het is een heel radicale opdracht die Jezus zijn leerlingen oplegt. Ze worden gezonden naar het onbekende met lege handen. Jezus vraagt echter niet van zijn leerlingen wat Hij zelf niet heeft voorgeleefd. Ofschoon Hij de Zoon van God is, heeft Hij zich geen koningsmantel toegeëigend, geen rijkdom verzameld en geen royale vaste uitvalsbasis uitgebouwd. Dat had Hij immers gekund. Neen, Hij trekt zelf van dorp naar stad met zijn volgelingen, en rekent op de gastvrijheid van mensen van goede wil. De boodschap is duidelijk. Hebben wij goed geluisterd, nu en doorheen de tijden?

Onze luistervaardigheid

Het blijft merkwaardig hoe de wereldwijde kerkgemeenschappen worstelen met Jezus’ boodschap van materiële soberheid. Wij bouwen en restaureren kerken en zorgen voor alle gemakken in die gebouwen: warmte, licht, geluidsinstallatie, moderne technieken… We willen op die manier eer brengen aan God en zijn huis, maar doen we dat op de juiste manier?

De hunker naar zekerheid en standvastigheid is ons, mensen, eigen. Die hunker wil Jezus in de zending van de leerlingen nu juist dempen. Laten we ruimte maken in ons geloofsdenken voor deze duidelijke boodschap. Laten we ons ver houden van egocentrisme en egoïsme. Ook wij zijn allemaal gezonden op onze eigen manier. Laten we er werk van maken, dag aan dag: niet alleen, maar samen!