Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label scheppingsverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label scheppingsverhaal. Alle posts tonen

17 april 2022

Pasen: de tweede schepping (17 april 2022)

In het liturgisch jaar reconstrueren we het leven van Jezus in een spanningsboog van één jaar. We gedenken gebeurtenissen afzonderlijk op feestdagen. Zo vieren we vandaag de verrijzenis van Jezus. Vandaag staat dit geloofsthema centraal. Dat neemt niet weg dat Verrijzeniszondag, precies omdat het zo’n belangrijk aspect is in ons geloof, eigenlijk elke dag gevierd kan worden. Maar met Pasen staat de verrijzenis en het teken van het lege graf feestelijk in het middelpunt van de belangstelling. 

We kunnen Pasen niet vieren zonder Goede Vrijdag. Er is geen vreugde zonder leegte en gemis. Dat is zo in het leven, en dat geldt ook voor het Woord van God. Het kruis, het ultieme geloofsteken, staat elke dag opnieuw zowel voor het lijden als voor de verrijzenis. Jezus moest lijden om de dood te kunnen overwinnen. Dat was al zo voorzegd in het Oude Testament, door de profeet Jesaja. (Jesaja 53) 

De Verrijzenis is het begin van een tweede, nieuwe schepping. Dit is een schepping met licht van nieuwe hoop. De leerlingen treffen het graf van Jezus leeg aan. De Mensenzoon schept zoals zijn Vader dat deed: ongrijpbaar, onzichtbaar, en niet als aardse mens.

Pasen is het feest van het Licht. Dat is een sterk en veelzijdig symbool. We merken in de lente dat de dagen stilaan langer worden, en bijgevolg ook warmer. Er komt nieuw leven in de natuur om ons heen. De Schepping komt in bloei. In het allereerste Bijbelboek Genesis, schiep God eerst het licht. Hij zweefde over de donkere chaos, die woest en doods was en sprak: “Er moet licht komen.” Zo verhaalt Genesis het begin van de schepping. Ook in de wetenschap begint onze ontstaansgeschiedenis met het licht na de oerknal. Zonder licht komt niets tot leven, is er geen voedsel, geen groei en bloei, geen scheppingsorde.

Het licht staat in contrast met de duisternis, letterlijk en figuurlijk. De duisternis was er al in de chaos aan het begin. In het Hebreeuws wordt die chaos omschreven als “toohoe waboohoe”. Toohoe betekent “inhoudsloos, leeg, overschot”. “Boohoe” is geen woord, maar een klank, een woordspel. In onze taal zou je kunnen vertalen met: “wirwar”. In die “toohoe waboohoe” heerst duisternis. Dat donker is niet verdreven door God maar wisselt af met licht. Duisternis is niet het tegengestelde van licht, maar de afwezigheid ervan (Terry Pratchett).

De wereld kent duisternis, ook symbolisch. De sterkte van de wereld is immers tegelijk haar zwakte. De wereld is maakbaar, wij kunnen de wereld aanpassen en veranderen: ten goede, maar even goed ten kwade. Onze kennis is soms beperkter dan we beseffen: denk aan de impact die corona heeft gehad op ons leven de jongste jaren.

Er is duisternis in onze wereld waar oorlogsgeweld is, waar terreur heerst, waar genadeloze agressie tot de orde van de dag hoort. Er is duisternis in ons eigen leven wanneer we fouten maken die het licht niet verdragen. Geen mens is perfect. Ook de Kerk kent duisternis: het geschonden vertrouwen heeft veel schade berokkend, schuldig verzuim heeft de geloofwaardigheid van de Boodschap beschadigd.

Er is duisternis, maar wij kunnen ons kompas richten op het licht. Laat ons inzien dat teleurstelling het laatste woord niet heeft. Christus, het Licht van de wereld, is verrezen voor al wie het geloven wil, voor iedere mens: soms gebroken, soms zoekend en aarzelend, soms de weg kwijt.

De leerlingen waren de weg kwijt zonder hun Meester. Zijn dood leek het teleurstellende einde van het verhaal. Aarzelend gingen Petrus en de beminde leerling de grafruimte binnen. Ze geloofden meteen, zonder een zware, theologische uiteenzetting. De verrijzenis hebben ze niet gezien. Ze zagen enkel het lege graf. Geloof kan je niet vastgrijpen. Geloven, is het onzichtbare aannemen en in die schijnbare leegte de volheid ontdekken, en delen met anderen: de kracht van de hoop.

De verrijzenis is een onuitputtelijke bron van hoop. Het is tegelijk ook een opdracht. Wij hebben een actieve taak: langs ons geloof, ons gebed, ons doen en laten. Paasmensen inspireren hun medemensen. Paasmensen weerspiegelen het licht en delen het kwistig met anderen.

02 oktober 2021

Genesis: God schept, de mens geeft namen (2-3 oktober 2021)

We lezen zondag uit Genesis over de schepping. Genesis 1 en 2 zijn prachtige verhalen. Echter: de scheppingsverhalen lezen we niet als een wetenschappelijk essay. De wereld is niet precies zo ontstaan zoals het daar staat. 

Twee scheppingsverhalen

Doordat er twee opeenvolgende scheppingsverhalen neergeschreven zijn, wordt eigenlijk al bevestigd dat het over impressies gaat, over basisgedachten. Het christendom heeft er lang over gedaan om tot deze conclusie te komen. Kritische bedenkingen werden lang verboden door een voortdurende angst dat de Schrift zo sterk gerelativeerd zou worden dat er niets meer van overbleef. Dat is hoegenaamd niet het geval. Het tegendeel is waar. Het is juist door niet kritisch en verstandig naar de Schrift en haar rijke waaier aan vertelvormen te kijken, dat de Boodschap ongeloofwaardig wordt.

Verhalen doorverteld

De ontstaansgeschiedenis van de Bijbel uit de doeken doen, is geen onderwerp voor een blog. Wel kan ik enkele (weliswaar digitale) krijtlijnen weergeven. Genesis is niet het eerste boek dat als geheel werd neergeschreven. Dat is op zich al veelzeggend. Ook de verhalen zijn niet de oudste. Heel wat religieuze verhalen zijn generaties lang vertellend doorgegeven vooraleer het schrift ontstond en ze stilaan werden neergeschreven. Vooral de angst dat de verhalen verloren zouden gaan, speelt daarin een belangrijke rol. Het rijk was al gescheurd in een noordelijk en een zuidelijk deel toen het neerschrijven van losse verhalen begon, wellicht rond 900 voor Christus. De Thora als reeks boekrollen, met de tekst zoals wij die nu kennen, heeft pas omstreeks 400 voor Christus vorm gekregen. Er werden dus verhalen neergeschreven en veel later samengesmolten tot een boek(-rol) in een lange periode van redactiewerk. Je kan de scheppingsverhalen onmogelijk begrijpen zonder hier rekening mee te houden.

Ontstaan

Een tweede belangrijk gegeven is de oorsprong van de verhalen. Het eerste scheppingsverhaal, dat van de zeven dagen, ontstond tijdens de Babylonische ballingschap. Koning Nebukadnessar viel Judea binnen, verwoestte steden en dorpen en nam de toplaag van de samenleving weg naar elders in het rijk. Er bleef leegte en verwarring achter, zeventig jaar lang. De Babyloniërs aanbaden Mardoek, een sterke god. Zij hadden ook een verhaal over het ontstaan van de aarde. Het was voor het Joodse volk stuitend dat zij zelf geen scheppingsverhaal hadden. De schepping van de wereld door God in zeven dagen, was het antwoord van de priesters tijdens de ballingschap op die vreemde godsdienst en op de verleiding om er in mee te gaan. Het vormde een niet verkeerd te verstaan Joods credo dat verhaalde hoe de wereld en de mens zijn ontstaan uit Jahwe en uit geen ander.

Het tweede scheppingsverhaal, met Adam en Eva, vertoont grote gelijkenissen met het epos van Gilgamesj. Daar kwam het inzicht niet door een appel maar door brood en wijn. De slang bracht de vrouw niet in verleiding, de vrouw was zelf de verleiding. Het gaat in beide verhalen over een strijd tussen goed en kwaad en de wil om meer inzicht te verwerven.

Mens en mensin

Er zijn dus twee scheppingsverhalen: het verhaal van de zeven dagen en dat van Adam en Eva in het paradijs. De scheppingsdaad wordt in de beide verhalen vernoemd en uitgelegd. In het eerste verhaal lijkt God de mensen in één beweging te scheppen, in het tweede verhaal wordt eerst de mannelijke mens geschapen, daarna de vrouwelijke.

Het Nederlands heeft een belangrijk voordeel op bijvoorbeeld het Frans en het Engels. Wij hebben een apart woord voor “man” en voor “mens”. Het Franse “homme” en het Engelse “man” moeten in het enkelvoud de beide vertegenwoordigen. Dat schept verwarring die wij niet kennen. In beide verhalen schept God “de mens”, in het Hebreeuws “ha’adam”. God schept niet “de man”, “ha’isj” in het Hebreeuws.

In het eerste scheppingsverhaal schept God de mens meteen mannelijk én vrouwelijk (Genesis 1, 27). Beide geslachten zijn in één scheppingsbeweging ontstaan. In het tweede verhaal schept God de mens uit stof. Die mens is algauw eenzaam en daarom schept God uit een rib van de mens een vrouwelijke mens, een mensin. Er wordt vaak gezegd dat God “man” (ha’isj) en het afgeleide “mannin” (ha’isjah) heeft geschapen, waarbij de vrouw de afgeleide is van de man. Dat laatste komt inderdaad in het verhaal voor, maar “man” en “mannin” zijn namen die Adam geeft aan zichzelf en aan Eva (Genesis 2, 23). Hij mocht van God ook de dieren en planten en andere schepsels een naam geven (Genesis 2, 19-20). Man en vrouw zijn dus een cultureel gegeven, door Adam benoemd en bepaald. God heeft geschapen, de mensen hebben er namen aan gegeven.

Rib en stof

De gedachte dat de vrouw is geschapen uit een rib van de man, ligt voor ons cultureel moeilijk. Eerst en vooral: in primitieve culturen werden belangrijke werktuigen vaak gemaakt uit steen of hout of botten. Het is in de context geen vreemde keuze. Dat de vrouw uit een rib is gemaakt in het verhaal, mag in geen geval aanleiding zijn tot vernedering. Laten we niet vergeten dat de mannelijke variant uit wat stof van de grond is gemaakt (Genesis 2, 7)

God kon geen vrouw apart scheppen, Hij had immers de mens al geschapen. Het onderscheid tussen de beide was niet belangrijk voor God, wel voor de mens, die eenzaam was. Daarom nam God een levende rib van de mens, een deel van het harnas dat hart en longen beschermt. Hartslag en adem waren toen al de gekende tekenen van leven. God wou geen aparte, nieuwe “soort” scheppen, maar enkel een variatie binnen de menselijke soort creëren. De gelijkenissen tussen mannen en vrouwen zijn in aantal talrijker en in belang groter dan hun verschillen. Beiden zijn ze in de eerste plaats mens. De symboliek is heel sterk.