Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label gratuit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gratuit. Alle posts tonen

30 april 2024

De liefde verheft (4-5 mei 2024)

De liefde maakt een mens bijzonder. Een mens is vrij en kan kiezen wie hij of zij liefheeft en wie niet. Met wie we kunnen opschieten, heeft vaak met persoonlijke voorkeuren te maken: interesses, waarden, prioriteiten, uiterlijk, levensvisie. Maar dat is niet de Liefde die God bedoelt. Zijn Liefde overstijgt immers elke persoonlijke voorkeur. Gods Liefde is universeel, voor iedereen bedoeld. Zo hoort ook menselijke naastenliefde niemand uit te sluiten.

Kwetsbaar groot

De Liefde maakt een mens groter, meer gelijkend op zijn Schepper. Petrus zegt tegen Cornelius: “Sta op, ik ben maar een mens.” (Handelingen 10, 26) In de Liefde zijn we allemaal gelijken in openheid en kwetsbaarheid. Geen mens is de grootste in Gods Liefde. Jezus is mens geworden, aan ons gelijk, om dat duidelijk te maken. (Filippenzen 2, 6-7) 

Als geen ander heeft Hij zich kwetsbaar getoond, tot de dood toe. In zijn lijden en sterven is de onrechtvaardigheid in het mensenbestaan pijnlijk in beeld gekomen. Liefde wordt niet altijd met menselijke liefde beantwoord. En toch maakt de Liefde een mens groter, omdat langs die Liefde God telkens opnieuw zichtbaar en tastbaar wordt op aarde. Het zijn de weinige momenten waarop we God kunnen zien.

Driehoek

Deze Liefde is een voortdurende beweging tussen God, de ander en mijzelf. Vanuit ons perspectief horen wij onszelf lief te hebben, God en al onze naasten. (Matteüs 22, 38-39) De Liefde is circulair en vertrekt vanuit God (1 Johannes 4, 7) naar ons. God is van alles het begin, ook van de Liefde. 

Die Liefde is geen verheven ideaal dat ergens in de lucht hangt: ze bestaat heel concreet onder ons, in heel eenvoudige, maar onmisbare, leven-gevende daden. Het zijn uitdrukkingen van ons geloof. In onze liefde en zorg voor de ander tonen wij onze liefde voor God. (Matteüs 25, 40) En daarmee volgen we het voorbeeld van Jezus. Dat geeft Jezus zelf kernachtig weer in het liefdesgebod: “Heb elkaar lief zoals Ik jullie heb liefgehad.” (Johannes 15, 12) 

Leven in de Liefde is de ultieme navolging van Jezus Christus, onze Heer. Liefde brengt een mens dichter bij God. We leven dan in Jezus Christus, die ons deze liefde tot het uiterste toe heeft voorgeleefd. Sterker nog: door de Liefde die Jezus op aarde heeft voorleefd, worden wij met God terug verzoend. (1 Johannes 4, 10) Zo allesomvattend en sterk is deze Liefde. Zo Goddelijk. 

Geloof

Hoe kunnen we deze Liefde dan uiten? Heel eenvoudig door iedereen gelijkwaardig te behandelen en niemand, maar dan ook niemand uit te sluiten. Door niemand kwaad te doen. In die liefde gaat bijzondere aandacht en zorg naar hulpbehoevenden: minderbedeelden, zieken, gevangenen. Een luisterend oor zijn voor een zieke, een eenzame bezoeken, voedselpakketten helpen samenstellen, ontwikkelingsprojecten steunen, helpen bij activiteiten om geld of goederen in te zamelen voor organisaties, vergiffenis schenken aan iemand die jou kwetste: er zijn zoveel kansen om God in daden eer te brengen. Nog even ter herinnering: we selecteren de hulpbehoevenden niet volgens onze persoonlijke voorkeur. 

En zo kan de kwaliteit van onze geloofsgemeenschappen afgemeten worden: aan de mate waarin zij tegemoet komen aan de noden van de zwaksten. Wanneer van hun noden en vragen wordt weggekeken, dan wordt God zelf genegeerd. “Blijf in de Liefde”, zo insisteert Jezus. (Johannes 15, 9b) De Heer vraagt ons uitdrukkelijk om ons geloof levend te houden, door de daad bij het woord te voegen. Met onze daden van liefde participeren wij in de Liefde die God is.

Genade

In de Liefde zijn we geen dienaars meer van Jezus, maar zijn vrienden. (Petrus 15, 15) Dat wil niet zeggen dat we dan aan God gelijk zouden kunnen zijn. Helemaal niet! Wel betekent het dat we boven onszelf uitstijgen, dat we in de Liefde de beste versie van onszelf zijn. 

Deze liefde is geen middel om eer en bewondering op te eisen. Het zijn gratuite daden die een dankbaar antwoord zijn op de genade van God, waarmee alle Liefde is begonnen. In diezelfde genade blijft God ons nabij. (1 Korintiërs 13, 4)

Mooiste

Zo oneindig gul is God met zijn Liefde, dat we die onmogelijk onbeantwoord kunnen laten. Nooit zal de liefde van een mens de pure Liefde van God kunnen evenaren, maar ze kan er in delen, door hoopvol en oprecht te zijn. We kunnen elke dag opnieuw het mooiste van onszelf delen in uitdrukkingen van de Liefde die ons gelovig hart verwarmt. 

Nee, de Liefde zal nooit vergaan. (1 Korintiërs 13, 8) Ze is de ultieme veruitwendiging van ons geloof. En daarom zal ook de hoop nooit verdwijnen, hoe hard het ook stormen mag in ons leven en in de wereld. (1 Korintiërs 13, 13) 

12 september 2023

Geloven is zorgen voor je naaste (16-17 september 2023)

In weinig onderwerpen is Jezus zo radicaal als in de liefde. Merkwaardig genoeg zijn Schriftgeleerden en farizeeën in weinig zo hypocriet als in diezelfde liefde. De liefde kent veel bestaansvormen. Ze is de binding in het bestaan. Er zonder stort ons bestaan genadeloos in. De liefde bestaat verder, met of zonder ons. Aan elk van ons de keuze: ‘to love or not to love’. Zelfs voor Hamlet ging het daar eigenlijk over. De liefde voor God en de vele vormen van naastenliefde delen allemaal hetzelfde beginsel: je stelt je kwetsbaar op en verlangt er diep vanbinnen naar om ook liefgehad te worden.

Vanzelfsprekendheid

In het dubbelgebod vernoemt Jezus de liefde voor God, voor zichzelf en voor de naaste. (Lucas 10, 27)  Dat zijn immers de drie polen waartussen de liefdesdynamiek in het christelijk geloof zich beweegt. Ze bestaan nooit los van elkaar. Wie God bemint, die bemint van daaruit zijn naaste en ook zichzelf. Wie zichzelf bemint (lees: waardeert als Gods schepsel), die bemint vanzelfsprekend ook de naaste en God. Niemand onder de christenen mag leven voor zichzelf alleen. (Romeinen  14, 7) We behoren uiteindelijk toe aan God. (Romeinen 14, 8) Daarop steunt ons geloof.

Paulus is scherp in zijn brief aan de Romeinen: aanvaard elkaar zoals Christus jou heeft aanvaard. We zijn allemaal immers allesbehalve perfect. Wie zijn wij om een oordeel te vellen over anderen? Wie zijn wij dat we zouden neerkijken op anderen? (Romeinen 14, 10ab) Dat deden de farizeeën, maar wij toch niet?

Veelvormig

De liefde kent veel eigenschappen. Ze is geduldig en vol goedheid, niet afgunstig, ijdel of zelfgenoegzaam, niet grof of zelfzuchtig, en niet kwaad. De liefde zoekt de waarheid. Ze is verdraagzaam, goedgelovig, hoopvol en volhardend. (1 Korintiërs 13, 4-7) Bovenal is ze eeuwig en oneindig. (1 Korintiërs 13, 8) Alles is vergankelijk, zegt Paulus, behalve geloof, hoop en liefde. De grootste onder die drie is de liefde. (1 Korintiërs 13, 13) In de liefde blijven hoop en geloof bestaan. “De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld. Het gras verdort en de bloem valt af, maar het Woord van de Heer blijft altijd bestaan.” (1 Petrus 1, 24-25) Dat Woord is gegrondvest op de liefde.

Het is liefde die God ertoe bracht om zijn eniggeboren Zoon onder ons te laten wonen en leven. (Johannes 3, 16) Hoewel de wereld Hem niet heeft verwelkomd en zelfs heeft gekruisigd, is de liefde van God daarbij  niet geëindigd. De Mensenzoon is gestorven, maar is verrezen op de derde dag. Door de eeuwigheid van liefde zijn geloof en hoop niet gesmoord, maar blijven ze voortbestaan. De Heer is immers Liefde: Hij is Aanwezigheid. Aan Mozes maakt God zich kenbaar als Bestaan: ‘Ik zal er zijn’. (Exodus 3, 14-15) Hij zal niet wijken, Hij zal de mensen niet in de steek laten. Dat is liefde. En Jezus is Liefde tot het uiterste toe, en ook daar voorbij. Hij zal telkens weer in hun midden aanwezig komen onder al wie in zijn Naam bidt. (Matteüs 28, 20) Bestaat er grotere liefde?

Wederkerigheid

Toch is liefde voor iedere mens tegelijk een nood en een opgave. Beminnen is je kwetsbaar opstellen. Jean-Paul Sartre en Jacques Lacan omschrijven liefhebben allebei als de openheid om liefde te ontvangen, met het risico om ook teleurgesteld te worden. Die kwetsbaarheid is ook eigen aan God. In alle lof over zijn almacht wordt die kwetsbaarheid al te vaak vergeten. De Heer wordt teleurgesteld: hele hoofdstukken in het Eerste (Oude) Testament beschrijven de vergetelheid en ontrouw van zijn Volk, ondanks wat God voor hen had gedaan. God stelt zich wederom kwetsbaar op door Jezus onder ons te zenden.  Opnieuw wordt Hij afgewezen. Maar er zijn doorheen de tijden markante mensen die de Heer trouw blijven – de profeten, de apostelen – en dat bewijst de onbreekbaarheid van de liefde, de standvastigheid van de hoop en de kracht van het geloof.

Liefde wordt soms slecht beantwoord, en dan heb ik het uiteraard niet enkel over verliefdheid en liefdesrelaties. Liefde is heel ruim en kent veel verschijningsvormen. Een ander kan misbruik maken van je goedheid of je niets in de plaats terug geven, zelfs geen woord van dank. Dat is het risico dat vast hangt aan de kwetsbaarheid. Mensen raken er soms ontmoedigd of zelfs verbitterd door. 

Het uitgangspunt is echter dat je liefde geeft zonder iets terug te ontvangen. Gods liefde is immers ook gratuit, om niets. Naastenliefde is geen valuta, je kunt niet speculeren met liefde. Investeren is een werkwoord dat ten onrechte wordt gebruikt in combinatie met liefde. Daar beginnen veel misvattingen: in de zorgende maatschappij, in de liefdadigheid, in godsdienst en in liefde tussen mensen. Als er wordt gewogen en gemeten in termen van liefde, is de geloofwaardigheid ervan allang verdampt.

Goed, maar geen speelgoed

Moeten we eindeloos geven zonder dankbaarheid of respect terug te krijgen? Ja en nee. God laat zijn Volk niet in de steek, ondanks hun ontrouw en gebrek aan respect. (Jesaja 54, 8 en Johannes 3, 16) Ook Jezus is tot het uiterste gegaan in zijn liefde voor de mensen. (Johannes 13, 1) Tegelijk mogen we het stof van onze voeten afschudden wanneer ons goed geen goed ontmoet. (Matteüs 10, 12-14) Die beeldspraak gaat weliswaar in de eerste plaats over gastvrijheid, maar dat is een vorm van naastenliefde.

Het dubbelgebod is een zinvol referentiekader voor de liefde: je hoort je naaste lief te hebben als jezelf. Zoals je af en toe streng en kordaat mag zijn tegenover jezelf, zo geldt het ook voor je naasten: je mag verkeerde houdingen een halt toeroepen. Eindeloos liefhebben is niet hetzelfde als zomaar van jezelf laten profiteren. Tegelijk moeten we echter steeds weer de mildheid voor ogen houden in ons oordeel over anderen: we horen vergevingsgezind en goedgezind te zijn, veeleer dan oordelend en discriminerend. 

Onze intenties horen een weerspiegeling te zijn van Gods vrijgevigheid die overvloedig van aard is. (Efeziërs 1, 4-10) In de praktijk mag het een evenwichtsoefening zijn, die wars is van elke neiging tot ongenuanceerde, negatieve, zelfingenomen radicaliteit. In de vrijgevige liefde is er geen ruimte voor kleinzerigheid of voor het bekrompen gevoel van altijd tekort te worden gedaan. Grenzen worden enkel getrokken vanuit de liefde zelf. Daar kunnen we als samenleving veel van leren.

Zijn

Liefde en Zijn horen bijeen. Zonder liefde kunnen we niet bestaan. Een dreunende gong zijn we dan geworden, een schelle cimbaal, klaar om weggegooid te worden. (1 Korintiërs 13, 1) Haat is niet-zijn. Het is beschadigen, kapotmaken, negeren, ontkennen. Het staat haaks op ons bestaan. Martin Luther King Jr. zegt: “Ik heb beslist om te blijven bij liefde, haat is een veel te zware last.” Het gewicht van haat en nijd wegen door op onze draagkracht, maar ook op onze geloofwaardigheid. Kennis, inzicht, welbespraaktheid en bezit: het valt allemaal in het niets zonder de liefde. Zonder de liefde zijn we niets, in de liefde zijn we de koning te rijk.

Het thema vergiffenis heb ik vorig jaar in maart uitgewerkt naar aanleiding van de evangeliepassage in Matteüs 18, 21-35. Om te lezen: klik hier