Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- 'Geen tijd voor je feestje' (10-11 oktober 2026).
Posts tonen met het label Zacharias. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zacharias. Alle posts tonen

28 januari 2025

Licht met een duistere rand (2 februari 2025)

We vieren Maria Lichtmis: de opdracht of presentatie van de Heer in de tempel. Jezus wordt door Maria en Jozef opgedragen aan God, zoals iedere eerstgeboren zoon in de joodse traditie. Jezus wordt niet weggestopt, niet verborgen, maar getoond aan de priester, en dus ook aan de Heer. De zichtbaarheid van Jezus is ook zijn kwetsbaarheid. Hij leeft als mens onder ons, en zal ook sterven onder ons, juist omdat Hij in het oog springt.

‘Hupapantè’ wordt dit feest in de Orthodoxe traditie genoemd: ontmoeting. Jezus wordt begroet door Simeon en door de profetes Hanna. In de eerste 40 dagen van Kerstmis wordt Jezus begroet door herders, door wijzen en door Simeon in de tempel. Daarom ben ik voorstander van een langere Kersttijd, tot aan Lichtmis. Omwille van de symboliek van ontmoeting, van de verwelkoming van Jezus: het Licht in de duisternis. Licht en duisternis zijn bij elke ontmoeting met het Kind Jezus duidelijk aanwezig. Deze sequentie van sacrale ontmoetingen vieren we in een tijd van traagzaam toenemend licht in de donkere winter. Het ruigste seizoen ondersteunt de diepe symboliek op meer dan één manier. Ook wij zoeken geborgenheid tegen de hardheid van de elementen. 

De herders, de wijzen en Simeon

Bij de ontmoeting met de herders ligt Jezus als pasgeboren Kind heel kwetsbaar in een voederbak. Veel bescherming geniet de Heiland niet. (Lucas 2, 6-7) Toch er is ook een majestueuze kant aan Kerstmis. Aan de herders verschijnt een engel, omgeven door de stralende luister van de Heer, en hij brengt goed nieuws: in de stad van David is de Redder geboren. Daarna verschijnen nog meer engelen en ze prijzen de Heer. (Lucas 2, 8-14) De herders trekken naar Jezus om Hem te begroeten en ze vertellen aan Maria en Jozef over de lofprijzing van de engelen waar ze getuige van zijn geweest. (Lucas 2, 15-20) 

Drie koninklijke wijzen komen uit het Oosten naar Jeruzalem om de Koning van de Joden te ontmoeten. Een hemelse ster heeft hen erheen gebracht. Ze komen van ver om Jezus te aanbidden. Opnieuw is er hemels licht en de aankondiging van goed nieuws. De wijzen volgen vol vreugde de ster en aanbidden de Koning. (Matteüs 2, 1-6 en 9-10) Helaas hebben de wijzen, voordat ze bij Jezus zijn aangekomen, eerst een bezoek gebracht aan koning Herodes. Die vraagt hun om een grondig onderzoek in te stellen en verslag uit te komen brengen bij hem. De koning wil Jezus namelijk vermoorden. Hij verdraagt geen concurrentie. Gelukkig wint de wijsheid het van de huiveringwekkende kwaadaardigheid van Herodes. (Matteüs 2, 1-8) 

Tijdens de derde ontmoeting, met Simeon en de profetes Hanna in de tempel, wordt Jezus ‘het licht dat geopenbaard wordt’ genoemd door Simeon. De oude man wordt naar de tempel geleid door de heilige Geest om de Messias te ontmoeten. Ook hier zijn duidelijke verwijzingen naar de hemel en naar het licht. (Lucas 2, 25-32) Maar evenzeer klinkt er een boodschap in mineur van Simeon aan Maria: “zelf zal je als door een zwaard doorboord worden.” (Lucas 2, 35a)

Vreugde

Er gaat overigens al een sacrale ontmoeting vooraf aan het Kerstverhaal, namelijk de ontmoeting van Maria en haar nicht Elizabet. Daar wordt de duisternis nog niet vernoemd. Maar Maria prijst de Heer (Lucas 1, 46-56) en Johannes, het kind dat Elizabet verwacht, springt van vreugde op in haar schoot (Lucas 1, 39-45). Het is pas wanneer Jezus wordt geboren, dat het Licht en het lijden ter sprake kunnen komen.

Zo is de (verlengde) Kersttijd een opeenvolging van ontmoetingen. Dat is immers wat wij mensen doen op aarde: samenleven en elkaar ontmoeten. Het is eveneens een processie van lofprijzingen: door Elizabet (Lucas 1, 42-45), door Maria zelf (Lucas 1, 46-55), door Zacharias (Lucas 1, 68-79), door de engelen (Lucas 2, 10-13 en 14), door de wijzen (Matteüs 2, 2), door Simeon (Lucas 2, 29-32) en door Hanna (Lucas 2, 38). Dit is een tijd van vervuld verlangen en dankbare vreugde, maar er verschijnt al een randje van duisternis. De Messias en Heiland is ook de Lijdende Dienaar, de Mensenzoon die zal moeten lijden en sterven. Dat kan door de evangelisten niet vroeg genoeg onder de aandacht gebracht worden.

De volgende teksten krijgen een belangrijke plaats in het dagelijkse (getijden-)gebed. Een aanrader om tot bezinning en gebed te komen:

  1. De korte lofprijzing van Elizabet (Opening van het Weesgegroet of Ave Maria) - in het persoonlijk gebed: Lucas 1, 42 (of 1, 42-45) 
  2. De lofzang van Maria (Magnificat) - in het avondgebed: Lucas 1, 46-55
  3. De lofzang van Zacharias (Benedictus) - in het ochtendgebed: Lucas 1, 68-79
  4. De korte lofprijzing van de engelen (Opening van het Eer aan God of Gloria): Lucas 2, 14 - in de eucharistie op zon- en feestdagen buiten de advent en vasten
  5. De lofzang van Simeon (Nunc Dimittis) - in de dagsluiting: Lucas 2, 29-32
In contrast hiermee raad ik graag één van de meest literaire teksten uit de Schrift aan, die Licht en duisternis in het leven van Christus in een poëtische ouverture samenvat:
  1. De proloog van Johannes - (fragment in het Angelusgebed): Johannes 1, 1-5 en 10-14

05 december 2021

Johannes de Doper: authentieke verkondiging (4 en 5 december 2021)

Johannes de Doper heeft een beperkte, maar niettemin indrukwekkende inbreng in de vier evangelies. Hij is een zonderling figuur, die de mensen klaar maakt om de Boodschap van Jezus te ontvangen. Hij is inspirerend en bescheiden, kortom het prototype en schoolvoorbeeld van een verkondiger van de Blijde Boodschap.

Een nieuwe manier van leven

Johannes de Doper leeft zelf naar de boodschap die hij verkondigt. Er is geen onderscheid tussen zijn levensstijl en de boodschap die hij de mensen bijbrengt. Daarom is hij zo authentiek en bijgevolg ook geloofwaardig. 

Johannes is de zoon van de priester Zacharias en van Elisabet, de nicht van Maria (Lucas 1, 5-25. 57-79). Hij is dus verwant aan Jezus. Zijn voorkomen straalt een extreme soberheid uit: hij draagt een ruwe mantel van kameelhaar en een lederen gordel. Hij voedt zich met sprinkhanen en wilde honing (Matteüs 3, 4; Marcus 1, 6). Alvorens hij zijn getuigenis begint, verblijft hij eerst lange tijd in de woestijn, voor vasten en bezinning (Lucas 2, 80). Hij verinwendigt de boodschap die hij zal brengen. Zowel innerlijk als uiterlijk wordt hij een oprechte getuige.

Johannes de Doper is de getuige van het Licht (Johannes 1, 7-8). Hij is de voorbereider, maar is zelf absoluut geen messias (Matteüs 3, 11; Marcus 1, 7-8; Johannes 1, 26-27). Hij komt vóór de verkondiging van Jezus, de Messias, hij gaat voor Hem uit om de weg klaar te maken. Diezelfde opdracht geeft Johannes ook aan iedereen die het horen wil. De Messias is zoveel groter dan hij. Hij citeert daarbij de profeet Jesaja: maak de weg van de Heer klaar (Jesaja 40, 3-5).

Een boodschap van inkeer en verandering

Johannes wordt niet toevallig de Doper genoemd. Het is een belangrijk element in zijn verkondiging, en hij doopt wie dat oprecht verlangt met water (Lucas 1, 3; Matteüs 3, 6; Marcus 1, 4). Tegelijk roept hij de mensen ook op om tot inkeer komen (Lucas 3, 3; Matteüs 3, 2; Marcus 1, 4). Langs het doopsel kunnen ze ook vergiffenis vragen en een nieuw begin aanvatten (Lucas 3, 3; Matteüs 3, 6; Marcus 1, 4). Het zijn allemaal zaken die ook vandaag nog diepgeworteld zitten in onze christelijke praktijk.

Johannes vraagt van de dopelingen een blijvend engagement. Het doopsel is geen verzekering, maar het begin van een nieuwe levenswandel (Lucas 3, 7; Matteüs 3, 7-8). Daarin is de naastenliefde een opdracht (Lucas 3, 11). Daarnaast moeten ze ook eerlijk zijn en niemand bedriegen of oplichten (Lucas 3, 12-14). Wie zich daar niet aan houdt, heeft niets aan het doopsel, want ze beleven het niet.

Een opdracht voor elk van ons

Johannes de Doper is een belangrijk persoon in het christelijk geloof. Hij wordt ook in de vier evangelies uitdrukkelijk vermeld. Wat kunnen wij meedragen van zijn getuigenis, in de aanloop naar de komst van Jezus?

Een christen, een volgeling van Christus, dat bén je, of misschien nog correcter: dat wórd je telkens weer. Het vergt een levensverbintenis vanuit je hele zijn: je denken, je spreken, je doen en laten. Het is geen zijdelings engagement dat ergens op de achtergrond af en toe meeklinkt. Christen zijn, veronderstelt dat je de Boodschap in de praktijk beleeft, en niet alleen in woorden bevestigt.

Dit betekent ook dat je geregeld tot inkeer komt, jezelf en je veronderstelde evidenties in vraag stelt, dat je je bewust bent van je fouten en tekortkomingen en om vergiffenis vraagt, met de bijhorende intentie van het beter te doen, van nog dichter bij Gods Nieuw Verbond te leven. 

Dan gaan wij misschien ook vóór de Heer uit, en zijn wij voor anderen een aanstekelijke en inspirerende richtingaanwijzer naar de Schrift en naar Jezus' Boodschap. De sterkste vorm van verkondigen, is het evangelie voorleven in ons dagelijks leven.

Het is aan ons om ons in deze advent voor te bereiden en net als Johannes de Doper en in zijn spoor de weg klaar te maken voor de Heer. Want, om het te zeggen met de woorden van Augustinus: "Als Jezus duizend keer geboren zou zijn in de stal van Betlehem, maar niet in ons hart, dan was zijn geboorte waardeloos."