Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label seksueel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label seksueel. Alle posts tonen

28 december 2023

Terugblik op een donker jaar (30-31 december 2023)

Wanneer het jaar op haar einde loopt, hebben we de neiging om eens achterom te kijken. Wat heeft 2023 ons gebracht? Welke gebeurtenissen zijn ons bijgebleven binnen de wereld van het christelijk geloof? We mogen het afgelopen jaar zonder aarzelen een ‘annus horribilis’ noemen. Het is waar: de één herinnert zich vooral positieve anekdotes, en ziet het glas eerder halfvol, terwijl de ander van nature meer geneigd is om negatieve gedachten bij te houden, met een half leeg glas. Dit jaar is het helaas moeilijk om naast de pijnlijke en negatieve verhalen te kijken. Tijd voor een editoriaal, uitzonderlijk.

Misbruik

Voorop in ons geheugen zit ongetwijfeld nog de reportagereeks ‘Godvergeten’ over seksueel misbruik in de Kerk. Het vertelde langs getuigenissen de kwetsuren door wandaden doorheen de twintigste eeuw en door de respectloze houding waarmee de Kerk als instituut hierop keer op keer heeft gereageerd. Het zijn geen feiten van gisteren, maar uit het verleden, waar mensen wel enige kennis van hadden intussen, maar de omvang en de intensiteit tot dusver wellicht nooit hebben beseft.

Er kwam een welgemeende reactie van de bisschoppen Johan Bonny en Lode Aerts namens de Vlaamse Kerk, en van de Belgische bisschoppen. Er waait wel degelijk een nieuwe wind doorheen het beleid. Dat blijkt ook uit wat onze nieuwe aartsbisschop Terlinden verwoordt. 

In de media werd bij momenten een ongenuanceerd, vijandig discours gevoerd, met een sterk emotionele lading. Een nieuwe generatie heeft zich moeten verantwoorden voor de fouten uit het verleden. Daarbij werd wijlen kardinaal Danneels meermaals herleid tot zijn onvermogen om deze crisis degelijk aan te pakken, en met hem de hele Vlaamse Kerk: hiërarchie en geloofsgemeenschap. Er klinkt al te vaak een passief-agressieve bromtoon doorheen het onderwerp.

Zo lijkt er weinig ruimte over voor nuance: de debatten zijn heel emotioneel gevoerd. De rede lijkt soms niet in de weg te mogen staan van een vurig, verbolgen debat. De nieuwe journalistiek verslaat emotioneel in het nu-moment, priemt naar schokkend nieuws en vult aan met (zelfverklaarde) deskundige analyses, die niet objectief of volledig hoeven te zijn. Dat is jammer, zowel voor het thema als voor de journalistiek zelf. Het verdient de overweging of de media voldoende inzien hoeveel macht ze bezitten.

Heden en verleden

We moeten ons de vraag stellen waarom de feiten nu pas zo expliciet in beeld zijn gebracht. Een argument dat luid klinkt, is dat de tijd er nog niet rijp voor was voorheen. Er was onvoldoende maatschappelijk bewustzijn rond de ernstige gevolgen van misbruik. Vroeger werd maatschappelijk inderdaad soms geringschattend gesproken over seksueel misbruik. In de Kerk, die veel te weinig affiniteit heeft met de complexe wereld van de seksualiteit, zal het ongemak, het taboe en de onderschatting in nog grotere mate hebben meegespeeld. Bovendien nam de Kerk nog een prominente plaat in de samenleving in, met een grotere steun vanuit de massa, die soms iets té volgzaam was misschien.

Het verleden wordt echter bekeken en beoordeeld doorheen de bril van het heden. Er wordt geen rekening gehouden met de rol van de de tijdsgeest en de toenmalige taboes en evidenties binnen de samenleving. Dergelijke nuancering wordt steevast verdacht van ontkennen of goedpraten. De samenleving schopt zich een nieuw geweten en rekent af met de zeden van het verleden. Zoals vaker, zwaait de slinger ondoordacht snel weg van het vorige. Het menselijk enthousiasme heeft vaak de neiging om het totaalbeeld uit het oog te verliezen.

Dat de wereld terecht de Kerk moreel op de vingers heeft moeten tikken, is wel een vaststelling die tot denken aanzet. 

Andere agenda

Let wel: dat slachtoffers geen genoegen nemen met excuses en met welgemeende empathie, mag nooit als onredelijk worden beschouwd. Er is hun een mensonterend onrecht aangedaan. Ze zijn onverdiend en ongevraagd ten diepste gekwetst door mensen in wie ze hun diepste vertrouwen stelden. Daarom hebben zij ook het recht om woedend en verontwaardigd te blijven. De kernvraag is of de samenleving die verontwaardiging zomaar mag 'copy-pasten' in dezelfde vorm en intensiteit. 

Plots gaan er allerlei cynische ballonnetjes op: "Moet er zoveel geld naar dat instituut gaan?", "Kunnen we de financiering van de Kerk afschaffen?", en: "Waarom schrappen we de uitzendingen van eucharistievieringen niet gewoon?" Die geluiden komen dan vooral van politici en bekende Vlamingen die hun kans zien om hun afkeer voor de Kerk te verzilveren met enkele minuten algemene aandacht en bekendheid. Wellicht zit er inderdaad een eerlijke, welgemeende opinie achter. Maar waarom sleurt men de slachtoffers mee in hun discours? 

Helaas wordt er teveel beweerd dat ‘de slachtoffers’ zich zus of zo ‘moeten voelen’. Laat het duidelijk zijn: de slachtoffers moeten niets. Het zou een nieuw onrecht zijn wanneer ‘de slachtoffers’ als een soliede entiteit worden beschouwd en mocht hun leed voor een totaal andere politieke of sociale agenda worden aangevoerd. Het leed van ieder slachtoffer en de wijze waarop hij of zij ermee omgaat, is hoogst individueel. Ze zijn allen heel persoonlijk geschonden in hun diepste intimiteit, dat hebben ze helaas allen gemeen. En dat dient dan ook met het allergrootste respect te worden benaderd en benoemd.

Er kwamen enkele diepzinnige en fragiele getuigenissen van enkele (gelovige) politici en journalisten, die met veel respect het onderwerp ter sprake brachten. Jammer dat die nuance amper lijkt te bestaan buiten de Kerk. Het duidt op een dieper liggende problematiek: toen de verzuiling is verdwenen, kwam er polarisatie voor in de plaats...

Nefast

Laat er geen twijfel bestaan: seksueel misbruik had nooit ofte nimmer mogen gebeuren. En al zeker niet binnen de Kerk, waar de morele standaard zo hoog en heilig zou moeten zijn. Een Kerk die de zeden van de mensen hoog wil houden, moet dat in al haar geledingen ook uitstralen. Dergelijke inbreuken tegen de authenticiteit van de christelijke Boodschap zijn nefast voor de geloofwaardigheid en de heiligheid van het instituut. Er blijft een diep wantrouwen hangen. En afschuw blijft vele malen langer kleven dan respect.

Onder gelovigen heerst er een sfeer van diepe, plaatsvervangende schaamte. Er groeit ook een ongemak: men lijkt zich te moeten verantwoorden waarom men nog gelovig is en zich identificeert met de Kerk. Soms wordt de trouw aan de Kerk zelfs als 'medeplichtigheid' beschouwd, omdat men het instituut 'blijft steunen en dus goedpraat'. Dat is jammer en frustrerend, zeker in een maatschappelijk klimaat dat sowieso soms al neerkijkt op traditionele vormen van zingeving. Men wil de nuance niet begrijpen dat de Kerk van mensen niet samenvalt met de daders en de beschermingsmechanismen binnen de klerikale hiërarchie uit het verleden. Het is daarom in deze cynische tijden bijzonder moeilijk om te houden van de Kerk die zichzelf zo ongeliefd heeft gemaakt.

En in december kwam er nog een schandaal bij: ongehuwde moeders werden gedwongen tot adoptie. De kinderen werden verkocht aan families. De openbare omroep beweert zelfs dat het ‘systematisch’ gebeurde tussen de jaren ’40 en de jaren ’80.

Het is moeilijk om trots te zijn op de Kerk, wanneer ze tot zo'n afschuwelijk en wansmakelijk onrecht in staat is. De Kerk wordt geleid door mensen, dat klopt, maar wat er gebeurd is, kan niet eens 'menselijk' genoemd worden. Ook niet toen het gebeurde. En dat is géén kwestie van nuance. Het kwaad waar mensen toe in staat zijn, overstijgt de meest gruwelijke verbeelding. Er moeten grondige veranderingen gebeuren om dergelijke mistoestanden te vermijden in de toekomst. We moeten zeker niet terug naar het verleden.

Synode van Rome

Zo komen we bij een ander onderwerp: eerder dit jaar is er veel aandacht naar de synode in Rome gegaan. De vragen en bezorgdheden van de lokale gemeenschappen, van zowel gewijden als leken, werden via een grote bevraging opgelijst en daaruit volgde in de synode een diepgaand overleg. In uitkomsten bleef het overleg helaas eerder karig. Misschien komt er volgend jaar meer duidelijkheid, klinkt het voorzichtig-hoopvol. Paus Franciscus werd naar het einde van de synode toe duidelijk ongeduldig en pleitte met grote bezorgdheid voor een Kerk die bovenal verwelkomt, dient en liefheeft, in plaats van te veroordelen en uit te sluiten.

“Vandaag zien we nog niet de volle vruchten van dit proces,” concludeerde paus Franciscus. Hij is een wijs man, hij verdient het voordeel van de twijfel met dit inzicht. We zijn nog niet toe aan een volwaardig synodale en missionaire Kerk. Eigenlijk is dat jammer. Er zijn enkele deuren voorzichtig op een kier gezet, bijvoorbeeld het in vraag stellen van het verplichte celibaat en de mogelijk tot vrouwelijk diaconaat. Anderzijds blijven er ook enkele spookonderwerpen hangen: de wijding van vrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid bijvoorbeeld. Een meer open en diverse structuur zou de Kerkelijke hiërarchie zeker ten goede komen.

Goede bedoelingen ten spijt, moeten we vaststellen dat onze Kerk heel traag evolueert, bijna onzichtbaar traag. Veel thema’s van 50 jaar geleden staan nog steeds onveranderd en onbeslist op de agenda. Er verandert wel degelijk iets, maar eerder in werkvormen dan in afgeklopte besluiten. Aan conservatieve zijde wordt er intussen veel lobbywerk verricht om de klok vooral terug te draaien, vaak met de idylle van een voorgoed verleden tijd voor ogen. En wat wordt bedoeld door de geloofsgemeenschap als men vraagt om meer inspraak? Zijn we klaar voor een synodaal kerkmodel, of verwachten wij eigenlijk een democratisch model? Is er in onze streken nog voldoende cohesie om synodaal te werken?

Lokaal verzanden?

Ondertussen verschraalt het aanbod bij ons zienderogen. Daar zit volle vaart in. Parochies werden federaties, federaties zijn intussen pastorale eenheden geworden. Die fusioneren nu tot nog grotere eenheden. Het aantal actieve priesters is in vijf jaar tijd met een vierde gedaald, net als het aantal wekelijkse kerkgangers trouwens. Is dit gewoon een parallelle evolutie of wordt de kerkgang toch ook beïnvloed door het afnemen van het aantal vieringen en door de toenemende afstand naar de dichtstbijzijnde kerk? Er is heel lang op gewoonte aangemodderd.

Hoe kan een pastorale eenheid in haar huidige vorm een warme gemeenschap zijn? Zijn priesters tegen wil en dank vooral overbevraagde managers geworden? Hoe aantrekkelijk is dat voor een jongere met een roeping? Kan de Westerse Kerk het klassieke priesterkerkmodel nog verder hanteren zonder voorgoed te verzanden? 

Wordt een geloofsgemeenschap verder gedefinieerd door de aanwezigheid van een priester? Of is er een ander model nodig, met aanvullende wijdingen en zendingen?

Zoals de toekomst er nu uitziet, blijven er wellicht nog kleine eilandjes over. Hoe relevant is de Kerk dan nog? Hoeveel tijd rest er nog om tot een werkbare oplossing te komen? Misschien zijn er constructieve mogelijkheden die de Kerk in een gewijzigde samenleving toegankelijk houden. Omarmt de Kerk het digitale tijdperk voldoende? Heeft de lokale gemeenschap nog voldoende voeling met de armsten en de zwaksten?

Vooruitblik

Deze kritische, negatieve en open bedenkingen kunnen een uitnodiging zijn tot reflectie, voor ieder van ons. In iedere teleurstelling schuilen er kansen en mogelijkheden. We hoeven niet in zak en as te zitten en klagend verder te stappen met de moed in de schoenen. Tegelijk is het moeilijk om vurige vreugde te ervaren binnen de huidige omstandigheden. 

Misschien zijn bepaalde wonden nog niet voldoende gesloten om aan verandering te denken. Misschien brengt het komende jaar loutering en sereniteit. Er is nood aan heling, aan sereniteit: bij de slachtoffers bovenal, maar ook bij de gekwetste Kerkgemeenschap, en in de samenleving. Mag ik dat toewensen aan ons en onze Kerk voor 2024? Sereniteit en inkeer.

15 september 2023

Hoe is dit kunnen gebeuren? Reflecties bij de aanpak van seksueel misbruik in de Kerk (17-18 september 2023)

Schrijven over geloof en spiritualiteit in volle storm rond het seksueel misbruik binnen de katholieke Kerk en het onderwerp niet aankaarten, dat lijkt me ongepast. Daarom waag ik me aan een uitgebreide reflectie. Nee, ik ben zeker niet de eerste met een visie hierover en ik zal heus niet de laatste zijn. Met aandacht voor nuance wil ik trachten om verschillende perspectieven in beeld te brengen, met het grootste respect voor de slachtoffers en het leed dat hun is aangedaan. Doorheen de jaren kwam ik helaas al meerdere keren in verschillende contexten in contact met het seksueel misbruik binnen de Kerk. Getuigenissen van slachtoffers zijn telkens weer een mokerslag. Maar voor het slachtoffer zelf is de mentale pijn telkenmale tientallen keren zwaarder.

Diepe crisis

Dat de crisis naar aanleiding van het seksueel misbruik in de Kerk een diep dal is, mag eigenlijk geen verrassing zijn. De Kerk heeft zichzelf decennia lang in haar eigen kern geraakt. Het misbruik, het gebrek aan daadkracht en de ontkenning gaan in tegen de eigen christelijke boodschap. Ik durf te stellen dat de Kerk zich in de grootste crisis wereldwijd bevindt sinds de Reformatie. Het misbruik en het ontkennen en indekken ervan gaan echter ook in tegen de Mensenrechten en de burgerlijke wetgeving. Het zijn misdaden. Door het gerecht niet in te lichten, werd het gezag van de overheid ondermijnd. Er volgde bovendien ook amper interne rechtspraak of bestraffing. Dit alles zet de geloofwaardigheid van de Kerk op het spel en haar maatschappelijke rol eveneens.

Appèl

Dat we als gelovigen erkennen dat er veel kwaad is aangericht en toegedekt, is noodzakelijk om onze eigen geloofwaardigheid als gelovige rechtop te kunnen houden. Walging bij de zwaarte van de misdrijven is passend, anders kunnen we onszelf ethisch niet in de ogen kijken. We mogen niet vluchten in het minimaliseren of banaliseren, wegkijken of ontlopen van het onrecht. De erkenning is een ethische en spirituele noodzaak. Het is ook noodzakelijk voor het welzijn van de slachtoffers.

Er komt een dynamiek op gang. Het zijn gelovigen die de Kerk appelleren op haar ethische, pastorale en burgerlijke verantwoordelijkheid. Het gelaat van elk slachtoffer hoort een appèl te zijn op de verantwoordelijkheid van de Kerk, om het in analogie met Levinas uit te drukken.

Slachtoffer, onmacht en angst

Wat doet het misbruik met een slachtoffer? Ik tracht een algemene impressie te geven. Die zal zeker niet alles omvatten. 

  • Kenmerken misbruik

Het misbruik wordt ervaren als fundamenteel onrechtvaardig. ‘Waarom overkomt mij dit?’, vragen slachtoffers zich af. Het werkt bovendien demoraliserend: het ethisch kompas wordt verbrijzeld, flagrant kapotgeslagen, zonder uitleg, zonder begrip. Er is niet langer goed en kwaad, want ze lopen dooreen. Het slachtoffer ervaart verder een diepe onmacht. Er wordt kwaad aangedaan en men kan het niet ontlopen. Niemand komt hem of haar redden. De dader creëert een ‘gietvorm’ voor het onrecht. Daarnaast wordt het meest intieme van de mens geschonden. Het slachtoffer verliest alle waardigheid, is letterlijk verontwaardigd, en dat in de fase van ontwikkeling, van onvolgroeidheid. Ook is er een onherstelbare breuk in het basisvertrouwen. Het slachtoffer verliest de veilige onschuld, de gezonde groeiomgeving. Niets is meer als voorheen. Het misbruik is vaak gekoppeld aan machtsuitoefening en het opleggen van een zwijgplicht. Het slachtoffer ondergaat de terreur in geestelijke gevangenschap. Na het misbruik zou een verwerking moeten aanvangen, maar de rouwervaring wordt verstoord. Jonge slachtoffers (of: overlevers) willen rouwen om de verminkte, verloren jeugd, maar krijgen de gelegenheid niet omdat het onrecht omhuld wordt (werd) door een taboe en niet eens erkend wordt. Hiermee heb ik de volwassen slachtoffers, zoals kloosterzusters, confraters of leken, niet beschreven.

  • Mentale gevolgen

Mentaal komt een slachtoffer ‘gedesorganiseerd’ uit het misbruik: ongewild scheefgetrokken in denken, voelen en handelen. In eerste instantie zijn er gevoelens van schaamte, hulpeloosheid, machteloosheid, schuld, lichaamshaat... Wanneer er geen verwerking mogelijk is, blijven deze gevoelens des te langer ronddwalen. Het onrecht van het uitblijven van erkenning maakt het dus nog complexer. Na de aanvankelijke shock volgt doorgaans ontkenning. Men  wil het allemaal vergeten, het uitwissen. Dat lukt uiteraard niet.

Op lange termijn bemerkt men vaak depressies, fobieën, een negatief zelfbeeld, bindingsangst, vertrouwensverlies, en vluchtmechanismen, zoals sociale isolatie, agressie, medicatie- of alcoholmisbruik, en zelfmoord soms. Meestal zijn de gevolgen van het misbruik niet gewild door de dader, die vooral met eigen behoeften bezig is. Maar ze zijn er wel. Omwille van de mentale problemen zijn slachtoffers al te vaak als ‘labiel’ en ‘opstandig’ afgeschilderd en niet ernstig genomen. Psychische kwetsbaarheid was vroeger een taboe en is dat eigenlijk nog steeds.

Veel slachtoffers zwegen en droegen hun leed alleen. Als ze het al vertelden, werden ze vaak niet geloofd door hun ouders en familie, die een heilig vertrouwen stelden in de clerus. Of het moest stil gehouden worden om de schande te mijden. Ook zij leefden in de seksuele taboesfeer die heel lang maatschappijbreed heeft bestaan. De Kerk had geen octrooi op het taboe, maar ze voedde het alleszins sterk.

Kerk, macht en angst

Wat heeft de Kerk gedaan? Hier moeten we ons bewust zijn van een veralgemening uit onwetendheid. De lokale Belgische Kerk is en was niet één structuur. Naast de parochies zijn er ook verschillende kloosterorden, en die vallen vaak onder een eigen gezag. De bisschop kan dus niet zomaar een jezuïet terechtwijzen. We stellen echter vast dat de aanpak binnen alle geledingen lange tijd parallel heeft gelopen: ‘wegkijken en hopen dat het vanzelf weggaat’. Het is een systemisch fenomeen. Er moeten dus gemeenschappelijke componenten zijn die dit mogelijk hebben gemaakt. Let wel: situeren is in geen geval goedpraten.

  • Seksualiteit taboe

De manier waarop de Kerk seksualiteit algemeen beschouwt, speelt uiteraard een rol. Rond seksualiteit heeft altijd een taboe gehangen. Schaamte laat zich niet goed in krachtige woorden of daden uitdrukken, integendeel. Het gegeven seksualiteit is ‘besmet’ door zonde. Eigenlijk is lange tijd alles besmet geweest door zonde. Hoe men ook zijn best deed, zondigen deed men toch. De biecht was dan de bevrijding, ook voor daders. 

De meeste priesters zijn heel jong al gewijd en legden hun celibaatsbelofte niet zelden af in een toestand van seksuele immaturiteit. Gaandeweg kan er frustratie groeien wanneer men zich een basisbehoefte systematisch ontzegt. Onvoldoende seksuele maturiteit leidt overigens ook tot het onderschatten van de impact van seksueel misbruik.

Dan is er ook nog het transgenerationeel misbruik. Sommige daders zijn zelf ook slachtoffer geweest van seksueel misbruik. Dat kan leiden tot pathologisch gedrag. Daarvan is heel weinig geweten. Het zou wel eens een belangrijke factor kunnen zijn.

  • Eenzaam beleid

In de bisdommen en het aartsbisdom was (is) het eenzaam aan de top. Hiërarchie is diep ingebed in de Kerk. Een bisschop of aartsbisschop heeft macht, maar kan daarin een grote onmacht ervaren. Men kan verkrampen en schuilen bij de grote idealen, ver weg van de boze wereld en de duistere kanten van de Kerk. Noem het gerust wereldvreemd en mensenvreemd.

Angst is een vaak de gids geweest: de Kerk krimpt al meer dan een eeuw lang. Het is heel waarschijnlijk dat verantwoordelijken doemscenario’s aan de horizon hebben gezien bij het horen van misbruikverhalen. 

Het is meer dan aannemelijk dat er netwerken van daders (hebben) bestaan, die elkaar beschermden maar ook bedreigden bij gebrek aan steun. In sommige gevallen was zelfs een bisschop of overste betrokken.

Het geheim pauselijk schrijven van Johannes XXIII, Crimen Sollicitationes (1962), heeft evenmin bijgedragen tot een degelijke aanpak. Misbruik moet volgens het document Kerkelijk-intern behandeld worden, met geheimhoudingsplicht, ook voor het slachtoffer wanneer hij of zij aanklager is.

Deze factoren verklaren enigszins hoe de Kerk tot een reactie van ontkenning is gekomen. Nogmaals, hiermee wordt niets gesust, weggemoffeld of goedgepraat. Een machtig instituut heeft zelfs haar macht ingezet om het misbruik stil te houden. Binnen de gegeven omstandigheden had men voor een passende aanpak kunnen kiezen.   

Kwaad

Ben ik kwaad op de Kerk? Ja, natuurlijk ben ik kwaad. Op kortzichtige, onrechtvaardige machtsstructuren en op beleidsmensen die gefaald hebben. Kwaad en teleurgesteld. Toch ben ik de Kerk ook genegen, want ze heeft ook ontzettend veel goeds gedaan, nu nog trouwens. Het leidt tot een complexe houding. Ik wil graag mensen begeleiden in hun geloof, in momenten van ziekte, twijfel, hoop, tegenslag. Het doet me ontzettend veel pijn wanneer hun leed afkomstig is van de Kerk zelf. Maar daar eindigt begeleiding niet, daar begint ze.

Daarom vind ik het ook jammer dat bisschop Bonny in een interview op Radio 1 – misschien wat te spontaan en ondoordacht – zei dat hij “geen priester geworden is om dit nog te moeten opkuisen”. Opkuis is een erg ongelukkige verwoording naar de slachtoffers toe. Zij hebben de ‘vuiligheid’ ook niet gevraagd. Bovendien weet men zich in de pastoraal, en dus ook als priester of bisschop, geroepen om mensen in nood bij te staan. Je kan verbolgen zijn om de armoede, de rampspoed, de tegenslag, maar je zou je niet mogen ergeren aan het ‘vuile werk’. Dat het hier Kerkelijk interne keuken betreft, heeft geen enkel slachtoffer om gevraagd.

Wel deel ik zijn mening dat in de bij momenten redeloze storm van verontwaardiging niet alles op één hoop mag worden gegooid. Dat is ook niet zinvol of respectvol naar de slachtoffers toe. Na een razende storm wordt het immers weer stil. Nieuws gaat niet lang mee. Slachtoffers verdienen blijvende aandacht.

Waarheid en herstel

Zal dit leed ooit verdwenen zijn bij de slachtoffers? Nee. Het verleden kan niet uitgewist worden, de wonde zal nooit helemaal verdwijnen. Wat kunnen wij doen? Respect betonen: luisteren naar de getuigenissen. Bevestigen dat we één gelovige gemeenschap zijn, samen met de slachtoffers, als ze dat wensen. En dat we hen ook begrijpen als ze niet meer kunnen geloven, en dat we hen steunen, onvoorwaardelijk en van ganser harte. Tenslotte moeten we ook mee ijveren voor een standvastig antwoord vanuit de Kerk: respectvol, open en transparant. Het is niet zo dat de Kerk helemaal niets heeft gedaan tot nu toe. Wel moeten we erkennen dat er veel te laat is gezocht naar een passende reactie en dat we als Belgische kerkgemeenschap onvoldoende werk hebben gemaakt van bewustwording. Er wordt de jongste jaren werk van gemaakt, zij het soms nog te voorzichtig en te aarzelend. Welnu, laat het werk doorgaan: meer gericht nog op de slachtoffers. Niet omdat het moet, maar omdat het hoort.

Wat we vooral beter niet doen, is de aanpak en onze eigen opbouwende bijdrage beperken of herleiden tot de sterke emoties die nu rondgaan of ons ondoordacht laten opzwepen door debatten in de media. Polarisatie leidt niet tot oplossingen. De stap na empathisch luisteren is geen lynchpartij, maar zoeken naar manieren om de slachtoffers (en hun families) bij te staan. Op Kerkelijk en maatschappelijk niveau. Wij als Kerk, en wij als samenleving.

Misschien kunnen we ons laten inspireren door Nelson Mandela (1918-2013). Hij heeft in een geladen sfeer van kwaadheid, gekwetstheid en onbegrip gezocht naar waarheid en herstel. Waarheid brengt in beeld wat er is gebeurd. Fragmenten van die waarheid ontdekken we in de vele pijnlijke getuigenissen. Er zou nog meer ruimte vrijgemaakt moeten worden in de Kerk voor herstel, waarbij de klemtoon moet liggen op de begeleiding, niet op het resultaat.

Dit moet een proces van vele jaren zijn. Een louterende pelgrimstocht van een Kerk en haar gelovigen.

Ik hoop dat ik met deze bijdrage niemand tegen de borst stoot. Het zijn mijn reflecties. Er bestaat niet zoiets als 'één juiste visie' in zo'n complexe problematiek. Er bestaat wel zoiets als 'gedeelde hoop'. Hoop is teer. Zij wordt in het wild geweld soms kapotgeslagen. Dat kan niet de bedoeling zijn.