Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label ora. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ora. Alle posts tonen

11 september 2024

Geloven: de daad bij het Woord voegen (14-15 september 2024)

Beweren dat je gelooft, maar enkel in overtuiging en niet in praktijk, is zinloos. Je kan net zo goed zeggen dat je een nudist bent van overtuiging, maar dat niet praktiseert en dat je zodoende drie truien en twee broeken boven elkaar draagt. Wanneer je in de praktijk je overtuiging niet bevestigt en bekrachtigt, wanneer je woorden en daden niet in het verlengde liggen van je overtuiging, dan is je overtuiging een lege doos, een holle frase. Dat klinkt heel streng. Jezus is erg duidelijk wat dit betreft: half werk is geen werk.

Alles of niets

Wanneer je als christen iemand ontmoet die honger en kou lijdt, en je geeft de raad: “Hou je goed warm en eet voldoende” (Jakobus 2, 16), maar je biedt niets aan om daartoe te helpen, dan is je uitspraak niet alleen nutteloos, eigenlijk is ze zelfs een belediging, niet enkel voor je overtuiging, maar ook voor de ander, die hoopt op hulp. Jakobus zegt kort maar krachtig: “Laat mij maar eens zien dat je kunt geloven zonder daden, dan zal ik je door mijn daden tonen dat ik geloof.” (Jakobus 2, 18b) Jezus zegt hierover in een andere context: “De Wijsheid wordt door haar handelingen in het gelijk gesteld. (Matteüs 11, 18)

Nu zijn er eindeloos veel manieren om te handelen naar je geloof. Er is keuze in overvloed, waardoor legitieme uitvluchten schaars zijn. En wie heeft er zoal hulp nodig? Welnu: wie honger heeft en dorst, wie vreemd is, wie geen geld heeft voor kleren, wie ziek is of gevangen. (Matteüs 25, 35-36) Liefdadigheid krijgt bij die opsomming een veel zwaardere lading door Jezus zelf: al wat je doet voor één van de geringsten van de broeders en zusters van Jezus, dat doe je voor Hem. (Matteüs 25, 40) En wat je pertinent weigert te doen, doe je dus ook tekort aan Jezus. Dat is niet min.

Niet mijn werk

Het uitbesteden van liefdadigheid is geen blijk van geloof. In onze welvaartstaat wordt de indruk gewekt dat die welvaart vanzelfsprekend is en dat de overheid moet instaan voor de juiste verdeling van die welvaart. Voor velen ligt de focus bovendien vooral op het vrijwaren van de eigen voordelen. Voor de duidelijkheid: beide indrukken zijn vals. Welvaart is niet vanzelfsprekend, net zo min als vrijheid, solidariteit en gelijkwaardigheid. Er is heus niet zo veel nodig om het wankele evenwicht ernstig te verstoren. En liefdadigheid, dat is de taak van iedereen, zonder enige uitzondering.

Ook het wegnuanceren van hulpbehoevendheid is absoluut geen getuigenis van geloof. Wie bijvoorbeeld beweert dat vreemdelingen hun plan moeten trekken of dat gevangenen het aan zichzelf te danken hebben, gaat fundamenteel voorbij aan het dubbelgebod van de Liefde, namelijk: God lief te hebben met heel ons hart, onze ziel en ons verstand, én: onze naaste lief te hebben als onszelf. (Matteüs 22, 37-39) Wanneer je een noodlijdende een aalmoes weigert, dan spreken je daden je geloof immers ontegensprekelijk tegen. Jezus is hier glashelder over: ook Hém wordt dan tekort gedaan. En toch blijft het een ontzettend moeilijk onderwerp. En toch blijft er een grote ongelijkheid bestaan, dichtbij en wereldwijd.

Ook gebed en liturgie zijn zonder naastenliefde een compleet zinloze bezigheid. Het is een navolging van de farizeeën, niet van Jezus. Omgekeerd is het ook waar: gedreven naastenliefde is geen geloofsdaad wanneer aan God geen lof, eer en dank wordt gebracht. Het is het dubbelgebod van de Liefde dat deze twee steunpilaren van ons geloof samenbrengt: gebed en daden, ora et labora. God liefhebben én je naaste. Je naaste liefhebben én God.

Plichtsbesef

Naastenliefde is een opoffering. Aan ons geloof is een offerkarakter verbonden. Wanneer Jezus vertelt hoe Hij zal lijden, sterven en verrijzen, tracht Petrus Hem ervan te overtuigen om die weg niet te kiezen. Jezus wijst hem daarna heel streng terecht. (Marcus 8, 31-32) Petrus laat zich immers leiden door menselijke overwegingen, niet door God. (Marcus 8, 33) 

Jezus kent immers zijn opdracht, Hij kent zijn plicht. Zijn offer is zoveel keren groter dan wat van ons wordt verlangd. Deze Boodschap verkondigt Jezus nadat Hij een menigte van brood heeft voorzien en een blinde heeft genezen. Jezus bekommert zich om de mensen. Gods Zoon leeft op aarde de naastenliefde voor ons voor. Duidelijker kan God niet zijn, toch?

Daarbij verwacht Jezus geen roem. Wanneer Petrus erkent dat hij in Jezus de Messias erkent, vraagt Jezus om daar niet over te spreken (Marcus 8, 29b-30), niet voordat Hij het kruishout heeft gedragen. Dan pas is de verkondiging van de Boodschap voltooid. Ook wij horen ons niet te roemen op één of andere goede daad: de slotsom van wat we hebben gedaan zal iets vertellen over ons geloof. De Nieuwe Bijbelvertaling legt een nuance in een voorheen vernoemd citaat: “De Wijsheid wordt door héél haar optreden in het gelijk gesteld. (Matteüs 11, 18) Daarom mogen Petrus en de leerlingen nog niets zeggen. Het kruis zal het grootste getuigenis zijn. En laat het zaterdag net het feest van de Kruisverheffing zijn. (Voor de lezingen van het feest: klik hier)

Christen zijn heeft niets van doen met rijkdommen verzamelen, tenzij dan geestelijke rijkdom: wijsheid die Goddelijk is. De diepste vervulling van ons menszijn kunnen we niet vasthouden omdat het niet tastbaar is. Aan het einde van onze aardse bestaan kunnen ons nergens aan vastklampen, behalve aan de Heer. Rijkdom, roem en macht zijn vergankelijk. Bijgevolg heeft ons leven maar zin gehad in de mate dat we iets hebben betekend voor anderen en in de mate dat we God trots hebben gemaakt door overtuigd mee te bouwen aan zijn Rijk. 


PS. Voor de vergelijking in de inleiding moet ik eerlijkheidshalve verwijzen naar de boeiende colleges van (inmiddels emeritus) professor Terrence Merrigan (KU Leuven, dogmatiek), die de kwestie van overtuiging hiermee op scherp stelde. 

28 juli 2021

Marta en Maria: tijd voor God (29 juli 2021)

Marta, Marta… Wat een bijzonder verhaal. We worden binnengehaald midden in een huiselijk tafereel. De personages zijn herkenbaar. De dialoog echter is wat kort van stof. Er klinken enkele onbenoemde zaken op de achtergrond mee. Op 29 juli vieren we de heilige Marta.

Het beste deel

Laten we even inzoomen op twee verzen die vaak voor misverstanden en onbegrip zorgen. De Heer gaf haar ten antwoord: "Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts een ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden." (Lucas 10, 41-42)

Er staat niet dat Maria de mooiste rol heeft verkozen en daarom niet hoeft  te helpen met Marta. Jezus zegt niet tegen Marta: “Doe jij maar het zware werk, want dat werk is te min voor Maria”. Zo wordt het echter wel vaak geïnterpreteerd.

Belangrijk en bijkomstig

In onze huidige samenleving voelt dit verhaal spontaan als onrecht aan. In vroegere tijden werd de minderwaardige positie van de vrouw en de ongelijkheid tussen de adellijke elite en het werkende voetvolk maatschappelijk vrij algemeen aanvaard en ondersteund. Maria is de chique dame en Marta  de arme sloor die het werk voor twee mag doen.

Marta is in het verhaal niet blij met de toestand. Maria zit daar maar neer en Jezus zegt er niets over. Jezus zou haar kunnen opdragen om te gaan helpen. Marta neemt haar rol als gastvrouw ernstig terwijl Maria zich momenteel niets van al dat materiële aantrekt. Daar zit inderdaad een conflict.

De interpretatie loopt fout bij de uitdrukking: “Maria heeft het beste deel gekozen”. Het kan gezien worden alsof Jezus vindt dat Maria nu eenmaal heeft gekozen voor de minst lastige bezigheid, namelijk aan Jezus’ voeten neerzitten en luisteren naar zijn vertellingen. Marta moet dan maar “het slechtste deel” doen: zwoegen en zweten. Dat staat er dus niet.

Wat Jezus eigenlijk bedoelt, is dat Maria op dat ogenblik bezig is met iets veel belangrijkers dan zich zorgen te maken over de goede bediening. Gastvrijheid is inderdaad belangrijk, maar komt op de tweede plaats op het ogenblik dat er over de Blijde Boodschap wordt gesproken. Het is een kwestie van de juiste prioriteiten te stellen. Jezus bedoelt dus: “Marta, je zou ook beter even komen zitten en meeluisteren in plaats van je druk te maken over die alledaagse dingen die straks ook nog kunnen gebeuren.” Voor Jezus is niet wat je doet het allerbelangrijkste, maar wie je bent. “Ben jij een volgeling van de Mensenzoon? Luister dan naar zijn Woord.”

Iedereen gelijkwaardig

Onze vroegere interpretatie van het verhaal, dat Marta bevestigd zou worden in haar rol als dienstmeid, is onjuist. Sterker nog: Jezus bedoelt precies het tegenovergestelde. De brave, gedienstige Marta die het zwaarste werk op zich neemt, zou beter alles even aan de kant leggen en komen luisteren. De Blijde Boodschap is net zo goed voor Marta bedoeld als voor de apostelen. De Blijde Boodschap is geen mannenzaak. Jezus’ volgelingen zijn allen gelijkwaardig.

Marta bedoelt het goed en het wordt haar ook niet kwalijk genomen. Misschien werd haar teveel geleerd om gedienstig en naarstig te zijn en geen beslissingen te nemen maar gehoorzaam te zijn. De keuze is aan Marta. Jezus opent een totaal nieuw perspectief.

Ora et labora

Jezus beweert ook niet dat gastvrijheid onbelangrijk zou zijn. Sterker nog: Jezus stilt de honger van de toehoorders, een honger die veel fundamenteler is dan het geknor van de maag. Jezus voedt het geloof van de gasten. Deze dienstbaarheid is het ultieme teken van gelovige gastvrijheid. Daar geeft Maria op dat ogenblik terecht de voorkeur aan.

Een vertaling heel dicht bij de Griekse moedertekst kan dit bevestigen: “En de Heer antwoordde en zei: Marta, Marta, je bent druk bezig en je bent afgeleid door veel dingen, maar één ding slechts is belangrijk en Maria heeft het juiste gekozen en dat zal haar niet afgenomen worden.”

Maria heeft voor het belangrijkste gekozen en Marta zou dat beter ook doen. Zoals in “ora et labora”, “bidden en werken”. Als het tijd is voor God, dan gaat God voor. En jij? Ben jij een Marta? Of een Maria?