Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label oprecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oprecht. Alle posts tonen

10 februari 2026

In denken, spreken en handelen (14-15 februari 2026)

Authenticiteit heeft niets te maken met dwangmatig overdrijven of breed etaleren. Het gaat over een harmonie tussen wat je denkt en wat je doet. Dat is wat Jezus voorleeft in alle eenvoud. Het tekort aan authenticiteit is wat Hij de Schriftgeleerden en farizeeën het meeste verwijt. Ze beschadigen de godsdienst in haar kern. Geloof moet oprecht zijn, het moet van binnenuit komen. Het heeft niets van doen met regeltjes uiterst nauwgezet volgen of anderen erop aanspreken als ze een fout maken. Wie de blijde Boodschap toelaat in het hart, kan groeien in geloof.

We voelen ons spontaan aangesproken door mensen die echt en authentiek overkomen. Hun woorden passen bij wat ze doen. Ze verliezen zich niet in nuanceringen en verklaringen. Het gebeurt instinctmatig: we voelen aan dat het klopt, dat ze eerlijk zijn. Wie wil er bedonderd worden? Niemand toch? Puurheid werkt inspirerend. Ook God wil niet bedot worden. Alle lange uiteenzettingen om scheef weer rechter te doen lijken ten spijt, God weet of we oprecht zijn of niet. Authenticiteit: een belangrijke opdracht die Jezus komt verkondigen.  

Pijn

Kunstenares Frida Kahlo  (1907-1954) spreekt tegenwoordig veel mensen aan. Ze kreeg op 6-jarige leeftijd polio. Haar rechterbeen zou zichtbaar dunner blijven en zwakker, waardoor ze haar hele leven mank bleef lopen. Ze hield er ook een complex aan over. Ondertussen was de Mexicaanse revolutie volop bezig: een woelige tijd waarin Mexico zich losrukte uit een regime van grote ongelijkheid die zich uitte in armoede en onvrije arbeid. Er zijn naar schatting 1 miljoen Mexicanen gedood gedurende dit conflict. 

Frida studeerde goed, haar vader hoopte dat ze geneeskunde zou studeren. 18 jaar oud was Frida toen ze zwaargewond raakte toen de bus waar zij in zat aangereden werd door een tram. Een stalen leuning boorde zich doorheen haar heup. Naast een verbrijzelde voet, gebroken ribben en een heupfractuur, was ook haar ruggengraat op verschillende plaatsen gebroken en haar slechte been op maar liefst elf plaatsen. Na maar liefst 30 ingrepen, zou ze maandenlang in bed blijven om te herstellen. Ze vocht tegen de pijn en besloot om te gaan schilderen. Haar moeder liet spiegels rond het bed monteren, zodat ze zichzelf kon schilderen.



Zelfexpressie

Dat heeft Frida Kahlo hoofdzakelijk gedaan: ze vertrok vanuit zichzelf, niet door egocentrisme, maar om naar het concrete bestaan terug te keren. Ze bracht realisme in de schilderkunst en vermengde dit met haar verbeelding. Een vrouw schilderde ze - de vrouw die ze het allerbeste kende - met veel Mexicaanse invloeden, passend bij de overgangstijd waarin ze leefde. Er kwamen dus rijke kleuren voor in haar werken en typisch Mexicaanse patronen.

Haar gezondheid zou zwak blijven. In 1929 huwde ze met Diego Rivera, eveneens kunstenaar. Het was zijn derde huwelijk. Ze deelden het communistische ideaal, dat na de revolutie een aanzienlijke invloed kreeg. Hun huwelijk kende veel hoogten en laagten, ze waren allebei heel temperamentvol. Bovendien had Rivera tal van affaires. Frida Kahlo vroeg zelfs de echtscheiding aan, maar het koppel hertrouwde kort daarna. Door haar misvormde heup zou ze nooit een volgroeide baby kunnen baren en had ze verschillende miskramen. Terugkijkend zou ze het busongeluk en haar man de twee grote tragedies uit haar leven noemen. 

Tragiek

Er was wel een sterke wederzijdse artistieke invloed binnen het koppel. Toch voelde ze zich vaak overschaduwd door de populariteit van haar man, die bekend was om zijn politiek gekleurde muurschilderingen. Frida zocht haar eigen identiteit als kunstenares en vond die in het uitbeelden van de tragiek van pijn en weerbaarheid, eigenschappen die ze heel goed kende en het Mexicaanse volk evenzeer. Haar werk is authentiek: het vertelde wat ze vanbinnen beleefde. In haar kunst drukte ze haar eigenheid uit. Zo komen we bij haar werk 'Roots' (1943) terecht. 


Frida Kahlo - Roots (1943)

Het leven maakt deel uit van één stroom. Uit haar lichaam groeien wijnranken die gevoed worden door haar levenssap. De sterke ranken verrijken op hun beurt de dorre aarde. In die aarde, waarop ze ligt, groeit een kloof. Het is een betekenisvol werk met diepe symboliek: moederschap, groei, eenheid met de aarde, tragiek... 

Een jaar voordat Frida overleed, werd haar rechterbeen geamputeerd. Ze leed aan een depressie en had angststoornissen. In 1954 overleed ze aan de gevolgen van een pneumonie. Frida Kahlo werd 47 jaar...

Van binnenuit

Waarom komt Frida Kahlo hier eigenlijk ter sprake? Welnu, omwille van de authenticiteit van haar werken. De kunstenares resoneert met wat ze op een doek tot leven brengt. Het is doorleefd en echt.

Daarmee komen we terug bij wat Jezus verlangt van zijn volgelingen. Daden die niet resoneren met wat je denkt en voelt, kunnen nooit geloofwaardig zijn. Geloven doe je dus als mens in je geheel: in je gedachten, woorden en daden. Daarom breidt Jezus ook regels en geboden uit. Hij verstrengt ze niet, maar verbindt ze met je intenties. Een daad op zich is slechts een uiterlijk gegeven. Dat volstaat niet om morele grenzen te trekken. Juist dat hebben de farizeeën zo vreselijk slecht begrepen. Zij herleiden geloven tot correct handelen, of nog juister: handelingen correct uitvoeren.

Jezus bevestigt wat destijds tegen het volk is gezegd: 'Pleeg geen moord.' (Matteüs 5, 21a) Daarna gaat Hij een stevige stap verder: 'Ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden.' (Matteüs 5, 22a) Het volstaat niet om je handelen op orde te houden, ook je intenties en gedachten, die aan de grondslag liggen van je daden, moeten de Wet eer aandoen. Een daad is op zich niet juist of fout: er hangt een bedoeling aan vast, en die is mee bepalend.

Uitvegen

Ga dus weg van het altaar wanneer je met iemand een conflict hebt, en leg het geschil bij. Het zou verloren moeite zijn om God eer te brengen en om gunsten te vragen als je niet in vrede leeft met je naasten. (Matteüs 5, 24-25) Je zult God het meest eren door de minsten van de zijnen lief te hebben, door zijn Boodschap van Liefde voor te leven.

Laat je 'ja' een ja zijn en je 'nee' een nee. Zorg dat je recht in je schoenen staat. Hier vraagt Jezus veel van ons, misschien wel het allermoeilijkste van ons geloof: zijn wat je doet. De zuiverheid, die God eigen is, zelf verwezenlijken. Elke dag. Voordat we onze naasten dus haastig en geestdriftig beschimpen of beoordelen op fouten - zoals de farizeeën van toen en van nu zo kwistig doen - kunnen we maar beter voor onze eigen deur vegen, of misschien nog juister: onze eigen woning vanbinnen uitvegen. De lat ligt hoog. Gelukkig beseft Jezus ook dat we mensen zijn...

10 november 2025

De kunst van de standvastigheid (15-16 november 2025)

Op het vlak van geloof zitten we in woelig water. De Kerk is niet meer de evidentie die ze is geweest. Er klinkt kritiek, en neerbuigende spot soms. Jezus wijst ons in de tempel op de essentie. De gebouwen en gewoonten hebben een plaats in ons geloof, maar dat zou niet de kern mogen zijn. De toehoorders waren wellicht geschokt. Ook wij mogen ons verstand op laten schrikken door de Heer.

Schoonheid

De mensen bewonderen de mooie stenen van de tempel en de prachtige geschonken versierselen, uit dankbaarheid door rijken gegeven. (Lucas 21, 5) Al die schoonheid voor God: het maakt gelovigen blij. Wie zelf weinig geld en bezittingen heeft, voelt zich ergens rijk door deelachtig te mogen zijn aan de schoonheid van de tempel. Het geeft een gevoel van fierheid.

De grondige renovatie van de tempel zelf is intussen een veertigtal jaar afgewerkt. Alles oogt dus nieuw. Aan de uitbreiding van het plein door nieuwe gebouwen toe te voegen, is men nog volop bezig. Alles zal pas echt af zijn een goeie dertig jaar later. Lang zal het eindresultaat er niet staan: een jaar of zes, na 86 jaren van verbouwen en bijbouwen. Dan zal de tweede tempel vernield worden. Al die moeite, waarvoor? 

Alles gaat voorbij

Jezus voorzegt het al: "Wat jullie hier zien: er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven. Alles zal worden afgebroken." (Lucas 21, 6) Deze woorden moeten hard zijn aangekomen. Jezus spreekt over de tempel: de trots van iedere gelovige. Zijn indrukwekkende architectuur maakt deze tempel tot één van de mooiste gebouwen van het Romeinse rijk! En dat alles zal verdwijnen?

Al die schoonheid stoort Jezus op zich niet, maar Hij beklemtoont dat ons geloof niet uit de bewondering van sierlijke gebouwen mag bestaan. Geloven, dat doe je in je hart. Gebouwen zijn tijdelijk, de trouw aan God moet in ons hart wonen, blijvend. De hemelse Vader verlangt geen uiterlijke sier maar oprecht geloof. 

Dat komt niet terug

Niettemin zijn we gehecht aan de gebouwen waarin ons geloof tot uitdrukking komt: de stenen, de beelden, de glasramen, de geur... Onlangs nog zei iemand me: "Ons kerkje is voorgoed gesloten. Het is verkocht. Zo'n mooi gebouw, ik ben er zo vaak geweest. Een mooie tijd was het. Dat komt niet meer terug." Het is een fenomeen van deze tijd. Er zijn in de vorige eeuw heel wat kerkgebouwen bijgebouwd. Het leek evident dat die extra gebouwen altijd noodzakelijk zouden blijven. Vlaanderen zou altijd katholiek blijven, dat volk dat in de Boerenkrijg streed 'voor outer en heerd' (altaar en haard, of: kerk en gezin). Het leek wel in ons DNA te zitten.

In de laatste zestig jaar is er enorm veel veranderd. Heel gestaag, heel traag, maar onstuitbaar. Parochiegemeenschappen werden kleiner en grijzer. Het aantal priesters nam af. Een rijk aanbod aan andere bezigheden nam de zondag over. En wanneer veel mensen toch nog eens de kerk binnengingen, zomaar of voor een feest, dan voelden ze zich er minder en minder thuis, in tegenstelling tot de generaties voor hen. De rituelen waren hen vreemd geworden. "Moeten we nu rechtstaan? Wat moet ik nu zeggen?" En: "Waar heeft die priester het toch over?" En de krimpende kudde ziet het met lede ogen aan.

Anders

Jezus zegt tegen ons dat we ons niet moeten vastklampen aan gebouwen en structuren, maar dat ons geloof in de eerste plaats in ons hart woont. We worden uitgedaagd om ons geloofsvuur brandend te houden, iedere dag. Dat wil niet zeggen dat vieringen in de kerk bijwonen bijkomstig zou zijn. Je geloof lovend en dankend delen met anderen versterkt je geloof. Wel zou het weinig betekenen als je geloof alleen dàn een plaats in je leven krijgt.

Je geloof gaat niet op slot wanneer je de kerkdeur achter je dichttrekt en de wereld in stapt. Dan begint het pas! Je spirituele batterijen zijn opgeladen, nu kan je aan de slag gaan. Leef je geloof voor, zeg God dank voor wat je ontvangt, vraag Hem om raad als het moeilijk gaat. Laat je niet van de wijs brengen wanneer men je geloof bespot. De Heer zal altijd met je zijn: "Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken." (Lucas 21, 15)

Voorbij heimwee

Er wordt vaak met gemengde gevoelens teruggekeken op de rijke Roomse tijden. Er was veel plicht en niet altijd veel persoonlijke overtuiging. Er werd doorgedramd. En er was macht, overal. Dat die structuren ook kwaad hebben verricht, blijft een chronische wonde. Vroeger was het anders, maar of het ontegensprekelijk beter was, dat blijft toch maar de vraag. Het was eenvoudiger: het was zo, het moest zo en het bleef zo. Maar de tijd is niet stil blijven staan. Heimwee heeft doorgaans de romantiserende neiging om alleen de mooie aspecten te onthouden.

Net zoals de val van de tempel ooit moést gebeuren, zo is ook de huidige evolutie rond de Kerk en kerkgebouwen onvermijdelijk. We gaan terug naar de essentie: een persoonlijke overtuiging, een gekoesterd geloof, de eigen trouw aan God. Niet omdat het hoort, niet omdat het is opgelegd, maar omdat je dat engagement belangrijk vindt in je leven, zinvol en verdiepend. Soms zullen angst, onzekerheid en heimwee lonken, maar ze hoeven absoluut niet het laatste woord te hebben. Luister naar je hart. Put kracht uit de geloofsgemeenschap.

Standvastig

God zal altijd met ons zijn als wij Hem trouw blijven: "Geen haar van je hoofd zal verloren gaan." (Lucas 21, 18) En ja, we mogen heus aarzelen en twijfelen van tijd tot tijd, zolang we maar de weg vinden naar Hem als het er op aan komt: "Red je leven door standvastigheid." (Lucas 21, 19) Laten we ons geen illusies maken: standvastig als God zelf zullen we nooit zijn. Maar dat weet Hij wel: Hij heeft ons immers geschapen. Standvastigheid is een kunst, een gave waarin je steeds verder mag groeien.

Het kerkelijk jaar loopt op zijn einde. Over twee weken begint de advent. We ontvangen in dit evangelie heel belangrijke raad, die we mee kunnen nemen in ons gebed de komende tijd.

22 september 2025

Krom is niet recht (27-28 september 2025)

Geld maakt veel kapot. Het maakt mensen tot jaloerse en inhalige geweldenaars. Geld en macht zijn een gevaarlijk tweespan. Wat mensen doen in de naam van geld en macht gaat de wildste verbeelding soms voorbij. God reageert heel kwaad op het onrecht in welvarend Israël. De heersers zijn hun God vergeten en het volk wordt onheus behandeld. Dat blijft niet duren. Het is van alle tijden: weelde en prestige staan de Liefde in de weg. De profeet Amos spreekt duidelijke taal, die niet in goede aarde valt. Toch weerklinkt uit zijn mond Gods waarschuwing. Ook voor ons.

Het gaat goed

Wanneer het goed gaat, vinden mensen vaak moeilijker de weg naar God. Onder koning Jerobeam II, in het midden van de achtste eeuw vóór Christus, bereikte het koninkrijk Israël het toppunt van welvaart, maar dat gaat – zoals dat vaker het geval is – gepaard met hebzucht, decadentie, relativisme, geweld en afgoderij. Het gaat te goed. Voor sommigen althans, op de rug van de armsten en de hulpbehoevenden.

In deze periode wordt Amos geroepen om het volk eraan te herinneren dat God recht en gerechtigheid van ons verlangt, en geloof uiteraard. De profeet Amos roept in krachtige woorden op tot bekering. Amos is een schapenfokker en vijgenteler, afkomstig uit Tekoa, ten zuiden van Jeruzalem. Hoewel die plaats in Juda ligt, blijken zijn waarschuwende woorden vooral bedoeld voor het noordelijke koninkrijk Israël. 

Gedonder

Amos is een donderpredikant die langs visioenen waarschuwt voor het onheil dat komende is. Hij neemt het op voor de armen, die door de nietsontziende rijken worden uitgebuit. De schijnheiligheid van hun eredienst wordt op de korrel genomen. Dat kan hij doen, want hij is geen broodprofeet in dienst van de koning. Hij spreekt dus vrijuit. Wat de Heer hem laat profeteren, is werkelijk niet mals.

Hij richt zich langs Amos tot de leiders van zijn uitverkoren volk, tot de gezagsdragers aan wie de Israëlieten zijn toevertrouwd en die Gods Volk besturen. (Amos 6, 1b) De boodschap is duidelijk: de tijd van feesten en luieren is voorbij. (Amos 6, 7b) Gedaan met languit liggen op ivoren bedden en hangen op divans, gedaan met onbezorgd lammeren uit de kudde oppeuzelen, en kalveren uit de stal. Het luidkeels zingen en spelen op de harp alsof ze David zelf zijn, het wijn drinken uit grote schalen, en zich inwrijven met de allerbeste olie, terwijl het volk van Jozef ten onder gaat: er komt een einde aan. Het deert hen nu misschien nog niet, maar de tijd komt spoedig dat daar verandering in komt, zo waarschuwt de profeet. (Amos 6, 4-6) 

Verlangen

God walgt van de feesten en samenkomsten van de welstellenden. Hun brand- en graanoffers verdraagt Hij niet, hun vredeoffers keur Hij geen blik waardig. Ze zijn niet oprecht. Hij heeft geen boodschap aan het geluid van hun liederen en de klank van hun harpen. Ze menen niet wat ze zingen. (Amos 5, 21-23) Wat God verlangt, is dat het recht stroomt als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek. (Amos 5, 24)

Tevens klaagt God langs Amos aan dat de mensen Hem niet meer herkennen in hun leven. Ze zijn vergeten dat de Heer zich in de geschiedenis laat kennen in de keuze voor wie klein is en zwak. Dat is hun God: Hij die trouw is tot in eeuwigheid, recht doet aan de verdrukten, brood geeft aan de hongerigen. De Heer bevrijdt de gevangenen, de Heer opent de ogen van blinden, de Heer richt de gebogenen op, de Heer heeft de rechtvaardigen lief, de Heer beschermt de vreemdelingen, wezen en weduwen steunt Hij. (Psalm 146, 6c-9b) Dat zijn de leiders vergeten, en zij die onbezonnen trouw zweren aan hen evenzeer.

Er zijn zeker parallellen te trekken met onze tijden. Ook met het beleid van sommige heersers zijn de gelijkenissen pijnlijk duidelijk: de godsdienst die wordt onderworpen aan wereldlijke heersers, die hun devotie etaleren onder luid gejuich van broodprofeten, maar die helemaal niet handelen naar de Schrift en mensen laten lijden onder hun heerschappij. Krom is nooit recht, en zal het ook niet worden. Hoe vaak het tegendeel ook wordt herhaald. God heeft geen politieke kleur en Hij is niet te koop. Hij buigt niet voor menselijke macht en roept ons telkens weer op tot Liefde en tot rechtvaardigheid.

Luisteren

Jezus verwijst in het evangelie van deze zondag in een parabel naar datzelfde gebrek aan  geloofskennis en verantwoordelijkheidsgevoel. Wie leeft voor zichzelf, alsof God niet bestaat, die sluit zichzelf buiten uit het Rijk van de hemel. Wat voor zin heeft het om de wens van de overleden rijke man te verhoren? God kan zijn familie wel waarschuwen, maar horen zullen ze het toch niet. “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.” (Lucas 16, 31)

Wanneer we God eer aan willen doen, dan streven we vóor alles naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. (1Timoteüs 6, 11b) Ziedaar onze opdracht, ziedaar de opdracht van alle gelovigen doorheen de tijden, Prachtig verwoord in de werken van barmhartigheid: eten geven aan wie honger heeft en wie dorst heeft te drinken geven, vreemdelingen bij zich opnemen (jawel: opnemen, niet wegsturen), kleren voorzien voor wie er geen heeft en zieken en gevangenen bezoeken. (Matteüs 25, 35-36) We hebben met zijn allen dus nog heel veel werk...

06 november 2024

Denk en voel vanuit je hart (9-10 november 2024)

Niet alle Schriftgeleerden voelen zich bedreigd door Jezus’ Boodschap. In het evangelie ontmoeten we een man met een open geest, die aandachtig naar Jezus luistert en een kernachtige vraag durft te stellen. Hoe hij inpikt op Jezus’ antwoord, maakt het gesprek heel bijzonder. Jezus krijgt de gelegenheid om tot de kern van de blijde Boodschap te komen: een aanleiding om onze oren te spitsen.

  • Voor de lezingen van vorige zondag: klik hier.
  • Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.

Catechismuskaliber

De evangelielezingen van vorige week en deze week horen bij elkaar. Afgelopen zondag hoorden we dat een Schriftgeleerde van opzij luistert naar wat Jezus zegt. Hij stapt naar Jezus toe en stelt Hem een vraag van een stevig catechismuskaliber: Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod? (Marcus 12, 28c) 

Is het een strikvraag? Wil hij Jezus op de proef stellen zoals veel van zijn collega’s? De evangelist geeft aan dat het niet het geval is. De Schriftgeleerde merkt dat Jezus correcte antwoorden heeft gegeven aan enkele Sadduceeën die vragen stelden, hoewel zijn hem wél opzettelijk uitdaagden. (Marcus 12, 28b) 

Dubbelgebod

Jezus antwoordt stellig: Het voornaamste is: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.’ En daarna komt dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.” (Marcus 12, 29-31) Zijn samenvatting noemen wij het dubbelgebod van de Liefde. (Deuteronomium 6, 5 en Leviticus 19, 18) Wie aandachtig leest, merkt meteen dat Jezus zich niet laat inperken tot wat de Schriftgeleerde vraagt. God past  niet in één gebod.

De Schriftgeleerde, die geen naam krijgt, antwoordt: “Inderdaad, Meester, wat U zegt is waar.” (Marcus 12, 32b) Dat is meteen duidelijke taal. Een naam kennen we niet van de Schriftgeleerde, wel vernemen we dat hij verstandig is en niet ver weg is van het Rijk Gods. Daarna zegt niemand nog iets: een krachtige, inspirerende stilte nadat alles is gezegd.

Dichtbij

Jezus lijkt hier aan te geven dat we het Rijk Gods kunnen naderen: dat we door juiste daden en gedachten, die in de lijn van Gods Boodschap liggen, toenadering kunnen zoeken tot het Rijk Gods. De verstandige Schriftgeleerde is er niet ver vandaan (‘oe makran’ in het Grieks: niet ver). Jezus geeft hem en de toehoorders hier mee dat je met een gelovige levenswandel nadert tot het Rijk Gods, hier op aarde. Het Rijk Gods is naderbij dan we soms denken, zo blijkt.

Pas op

Vervolgens, in het evangelie van deze zondag, stelt Jezus het contrast scherp tussen de verstandige Schriftgeleerde van zonet en bepaalde van zijn collega’s en andere religieuze vooraanstaanden die een veel te groot zelfbeeld hebben: “Pas op voor de Schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en eerbiedig begroet willen worden op het marktplein, en een ereplaats willen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op.” (Marcus 12, 38-40) 

Jezus heeft het niet op holle uiterlijkheden, op inhoudsloos gedoe. In God geloven is geen gemakkelijke weg ten hemel, en evenmin een investering voor het ego hier op aarde. God laat zich niet voor ambitieuze karren spannen. 

God, de ander en ik

Wat is dan een goede grondhouding? Hier klinkt een poging: denken en voelen, spreken en handelen (of: geloven en leven) vanuit het hart, dat liefdevol naar God gericht is, en van daaruit je naasten liefhebben en jezelf respecteren. Dat laatste uit zich nooit in overcompensatie: zelfzucht, heerszucht en eerzucht staan immers haaks op zelfrespect. Het zijn verkeerde reacties die vertrekken vanuit een verstoord zelfbeeld. 

Wie zelfbewust in Gods Boodschap gaat staan, mag zich gesterkt en gesteund weten door God. Alleen wie zichzelf liefheeft, kan ook een ander liefhebben. Jezus verkondigt geen zelfverachting. Dat is een misvatting die al te vaak in een christelijke discours binnensluipt. Hij draagt ons op om evenwichtig in onszelf te staan - we zijn immers door God geschapen - en van daaruit onze naasten te helpen. 

Ruimer dan ethiek

Deze passage wordt vaak gelezen als een ethisch verhaal. Sinds het modernisme hebben we in de Kerk de gewoonte ontwikkeld om vanuit een ethisch perspectief te lezen en te verkondigen. Dat is concreter en duidelijker. Het is vooral tastbaar. God liefhebben is echter niet in te perken tot het tastbare.

Het dubbelgebod van de Liefde is niet louter een ethische uitspraak: ‘doe goed voor anderen, dan doe je goed voor God. In eerste instantie is dit een spirituele omschrijving. In het dubbelgebod van de liefde staan niet onze handen en voeten centraal, maar ons hart, onze ziel, ons verstand en onze kracht. We mogen de allesomvattende Liefde niet herleiden tot een gewetenskwestie: ze is zoveel ruimer. Het Rijk Gods is geen beloning voor flinke jongens en meisjes. Dat is een pijnlijke simplificatie.

In de eerste plaats nadert een christen het Rijk Gods door een intense, dankbare, doorleefde spiritualiteit, vanuit een diepe dialoog met God en van daaruit met zichzelf en met anderen. Die spiritualiteit zal zich uiteraard uiten in ethisch handelen, maar er zit zoveel méér gebundeld in het dubbelgebod van de Liefde. Misschien is deze gedachte wel wat bezinningstijd waard.

01 mei 2022

Het begin van een nieuwe tijd: "Weid mijn schapen" (30 april-1 mei 2022)

De leerlingen varen terug van een nacht vruchteloos vissen. De nacht bracht alleen duisternis en leegte. Maar zie: het daagt in het oosten. Een man staat aan de oever en vraagt hen naar de vangst. Ze hebben niets gevangen. Hij raad hen aan om het net aan stuurboordzijde uit te gooien. De vangst is enorm. 

Het wonder van de visvangst wordt bij Johannes aan het einde van het evangelie verteld, in het allerlaatste hoofdstuk, terwijl Lucas de tijd van Jezus' aardse roeping en verkondiging er juist mee laat beginnen. (Lucas 5, 1-8)  

Tijd om te bouwen

Door het wonder herkent de beminde leerling de Heer. Een tijd van stilstand sinds Goede Vrijdag wordt symbolisch afgesloten. Het wordt tijd om de Kerk te bouwen. Johannes vernoemt het viswonder bij het volgende begin: de aanvang van de verkondiging door de volgelingen van Christus. Ook nu is de symboliek treffend. Er begint een nieuwe tijd van bekering. Jezus verschijnt voor de derde keer onder de leerlingen. (Johannes 21, 14)

Jezus spreekt met Petrus. Tot driemaal toe stelt Hij Petrus dezelfde vraag: "Heb je Mij lief?" (Johannes 21, 17) Het wordt heel uitdrukkelijk vermeld: drie keer. Wat driemaal is gezegd, dat is niet verkeerd te verstaan. Petrus antwoordt telkens: "Ja." Evenveel keren als hij beweerde Jezus niet te kennen, door angst gedreven. (Johannes 18, 17 en 25-27) Ook dat was duidelijk, maar het is hem vergeven.

Herderschap

Tot driemaal toe bevestigt Jezus Petrus in zijn nieuwe leidende taak: "Weid mijn schapen." Het herderschap van Jezus wordt overgedragen aan Petrus en de leerlingen. De voorwaarde voor de leidinggevende functie is eenduidig: Christus beminnen. Hij heeft Jezus trouw gevolgd en keer op keer van Hem uitleg en verduidelijking gekregen. Jezus kan niet meer verkondigen: nu is dit een taak voor mensen die Hem beminnen en die Liefde willen delen en versterken bij anderen.

Jezus vraagt aan Petrus om de leiding te nemen, uitgerekend de volgeling die Hem verloochende. De Heer zoekt geen onmogelijke kwaliteiten in de mens. Dat verlangen mensen vooral van elkaar. Wel verlangt Jezus dat wie Hem volgt van ganser harte aan Hem is toegewijd. Jezus wil geen uiterlijk vertoon, geen uitgestreken gezicht geen oppervlakkig acteerwerk, maar een oprecht hart. 

Tijdperk van de Kerk

Dit is de derde fase in de heilsgeschiedenis. Het tijdperk van de Vader begon bij de schepping, en verhaalt de bevrijding uit de slavernij, de hoogdagen van het koninkrijk in het Beloofde Land, dat later in tweeën barstte, de ballingschappen en de tijd erna. Het tijdperk van de Zoon begint in Betlehem, waar Jezus geboren wordt. Hij roept mensen om Hem te volgen, Hij verkondigt de Boodschap en sterft aan het kruis. Weldra vieren we Pinksteren: dan gedenken we de aanvang van het tijdperk van de Geest. 

Wij leven in dit derde tijdperk, in de voltooiing van de Drievuldigheid. In de Wereldkerk komen christenen bijeen om te bidden, om de verkondiging te beluisteren en met anderen te delen. Petrus krijgt zijn taak toebedeeld in het evangelie van deze zondag. Iets nieuws vangt aan. Ook vandaag verlangt de Heer geen perfectie, maar oprechtheid van hart. Laten we daar voor bidden...

29 januari 2022

Over de liefde (29-30 januari 2022)


De liefde is niet melig 

en draagt geen geitenwollen sokken.

Ze is niet wispelturig 

maar standvastig en oprecht.

De liefde is echt en puur,

niet voorwaardelijk of dubbelzinnig.

De liefde is goddelijk

en overstijgt wat tijdelijk is en menselijk.


Zonder de liefde verdroogt het geloof,

zonder de liefde verdort de hoop.

Zonder de liefde is er slechts leegte,

slechts radeloos trachten te vervangen.


De liefde is geen sprookje,

en is soms pijnlijk om vol te houden.

Ze is niet sensationeel,

en verafschuwt valse schijn. 

De liefde is nooit op zichzelf

maar steeds op anderen gericht.


De liefde verheft wie in haar volhoudt,

ze beloont wie in haar investeert,

ze vervult wie in haar gelooft.

De liefde is eindeloos als haar Schepper,

grenzeloos als de schepping,

bevrijdend zoals de Verlosser.


De liefde wordt vaak misbruikt

uit zelfzucht of heerszucht.

De liefde wordt vaak verminkt,

wie dat doet, staat buiten de liefde.

De liefde laat zich niet afgrenzen,

niet bepalen, niet vervormen.


De liefde is geen middel,

de liefde is het doel.

In de liefde bestaat vergeving,

de vergeving bevestigt de liefde.

De liefde komt van God

en de liefde komt God toe.


(naar 1 Korintiërs 12, 31 - 13, 13)