Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label verlangen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlangen. Alle posts tonen

25 november 2025

Waken en niet indommelen (29-30 november 2025)

Aan het begin van de advent horen we een scherpe waarschuwing van Jezus. We moeten wakker blijven. Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar het Woord van God blijft bestaan. Daarin weerklinkt de belofte dat Hij ooit terug zal komen. Daar mogen wij op hopen, dat mogen wij geloven. Wanneer Hij komt, dat weten we niet. De advent is een tijd van hopen en wachten, van geloven en waken. En vooral niet indutten in het leven van alledag.

Hoop

Geloven is een actieve levenskeuze: niet één keer, maar telkens opnieuw. Dommel dus niet in. (Matteüs 24, 42a-44) Laat je niet meeslepen in een roes van surrogaat en leegte, van gewoonte en gemak. (Matteüs 24, 37) Blijf zoeken naar zin, blijf hoopvol vooruitzien. De Heer komt weldra. Dat is waar de advent rond is opgebouwd: op een warmhartig verlangen, op de verwachting van iets nieuws.

Daarom is het ook uiterst belangrijk om niet in de val van het cynisme te trappen. God is niet gediend van zuurpruimen die overal tegenaan schoppen, die snauwend en blaffend op alles en iedereen neerkijken. Dat neerkijken veronderstelt immers dat men zichzelf zoveel beter vindt dan de rest. Of het komt voort uit een minderwaardigheidscomplex. Deze houdingen teren op ergernis en nijd. Onze God is een God van Liefde. Hou je verlangen puur. Kijk niet weg van je medemens.

Zuiver

Hou je des te meer bezig met je eigen hart. Ben jij wel gereed voor wat er komt? Ben je goed voorbereid? De Heer komt tot ons heel onverwacht in kleine dingen van elke dag, in kleine hemelse zegeningen. Wees dus dankbaar, telkens opnieuw. Wees niet misnoegd.

De zuiverheid van Gods antwoord op het menselijk zoeken is zijn komst op aarde, die wij weldra opnieuw gedenken: de Heer komt terug in ons midden als Mens, aan ons gelijk. Hij wordt opnieuw geboren als Kind onder ons. Maar de Zoon zal tegelijk ook God zijn.

Laten wij dus verlangend uitzien. De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. (Romeinen 13, 12a) Ons aardse bestaan is een nacht in vergelijking met Gods Rijk, dat steeds dichterbij komt. Er blijft veel verscholen in de schaduw en de stilte hier in onze wereld, zaken die het licht niet verdragen.

Niet beïnvloedbaar

Even onverwacht als de Heer in onze dagelijkse zegeningen verschijnt, komt ooit de dag dat God terugkomt. Dat ogenblik blijft zelfs voor de Mensenzoon geheim. (Matteüs 24, 36) We kunnen het dus niet regelen en niet bepalen, wat bijzonder moeilijk is voor ons, mensen. (Matteüs 24, 42b) Wij hebben graag een invloed op de zaken, zeker wanneer ze belangrijk en bepalend zijn. De komst is dus niet door mensen af te roepen. (Matteüs 24, 23) Geloof niemand die een moment heeft berekend of in de tekenen heeft gelezen. Het is de vrucht van hovaardigheid of kletspraat. 

Wanneer God het wil, dan zal het gebeuren. Zoals Jezus als Kind werd geboren, en zo - aangekondigd maar evenzeer onverwacht - op deze wereld kwam. 

We hebben veel om naar uit te kijken. Mooie dingen, en dingen die ons misschien wel angst inboezemen. Verlangen is openstaan voor wat komt en aanvaarden dat de komst een verrassend geschenk zal zijn. Laat ons samen waken en niet indommelen!

14 januari 2025

Niet langer verlaten in de woestijn (18-19 januari 2025)

De woestijn is een sterk symbool en staat voor de afwezigheid van elk comfort dat voor ons evident is geworden. In de eerste plaats is schaarste van water en voedsel een zware uitdaging in de woestijn. Wie niet goed voorbereid en voorzien van hulpmiddelen de woestijn in trekt, heeft weinig kansen op overleven. Vaak zijn het grote vlakten van zand of van ruige rotsen. Er is weinig of geen beplanting te bespeuren wanneer je om je heen kijkt, geen herkenningspunten, zelfs geen sporen van eerdere passanten. En de hitte bedriegt je zintuigen.

Onveilig

In de woestijn is vooral eindeloosheid te zien, tenminste als er geen storm opsteekt die overal stof en zand op afvuurt. Toch zijn er ook eilandjes van bescherming en troost: oases, waar gastvrijheid de norm is. De middaghitte legt alles stil, de nachtelijke kou maakt recupereren tot een uitdaging. Dehydratatie en zouttekort vragen voortdurende aandacht. Uitputting is soms slechts enkele stappen verwijderd.

In de desolate herhaling van zand of steen, kan ook schoonheid en rust ontdekt worden. In de woestijn vinden mensen de ultieme harmonie met de omgeving. Je moeten je immers aanpassen aan de uitdagingen die je ontmoet: er is geen keus, er is geen gemak. In de meest extreme omstandigheden zijn de doelstellingen doorbijten en overleven. In de inspanning en in de rust kan je jezelf ontmoeten, en je Meerdere.

Schrift

In de Schrift wordt vaak gerefereerd naar de woestijn, zowel in positieve als in negatieve zin. De woestijn is onlosmakelijk verweven in de geschiedenis van het Volk van God. Na de bevrijding uit de slavernij is Egypte is de woestijn het enorme obstakel om het Beloofde Land te bereiken. Deze heilige reis naar de vrijheid duurt veertig jaar. (Numeri 32, 13) De lange karavaan wordt geregeld geconfronteerd met dorst (Exodus 15, 22b) en met honger (Exodus 16, 2-3; manna: Exodus 16, 14-18 en 31 en Johannes 6, 31) en klaagt daar  ook uitgebreid over bij Mozes, die bij momenten ten einde raad is. (Numeri 21, 5)

In de woestijn heerst geen orde (Jesaja 43, 19), alles is ruw en onbeheerst (Jesaja 16, 8). De dorre leegte maakt de woestijn onherbergzaam. (Jeremia 2, 6 en Deuteronomium 8, 15 en  Psalm 78, 40) Er is weinig vegetatie, op stekelige planten en struiken na. (Rechters 8, 7 en 16 en Jeremia 4, 11) Nagenoeg niemand woont er. (Jeremia 2, 6 en Jesaja 27, 10) Een groot gevaar zijn dus rovers, omdat er geen sociale controle is. Ook hongerige roofdieren, zoals hyena’s en jakhalzen, vormen een bedreiging. (Jesaja 13, 21-22a) Men kan er fysiek uitgeput raken (2Samuël 17, 29) of mentaal breken. (Jesaja 35, 1) De woestijn en de dood kennen elkaar goed. Daarom is de woestijn voor het volk in de eerste plaats een plaats van doorreis, niet zozeer van verblijf. (Jesaja 48, 21, Amos 2, 10)

Spirituele ruimte

Naast de boeken die de uittocht verhalen – Exodus, Deuteronomium en Numeri – komt de woestijn vooral ter sprake bij de Profeten en in de psalmen. De symboliek van de woestijn spreekt de mensen aan. Er zijn veel paralellen te trekken tussen de woestijn en menselijke ervaringen van achteruitgang, eenzaamheid en armoede en gebrek.

Toch levert de woestijn in symboliek ook veelzeggende contrasten op. Men kan de woestijn in vluchten om er te schuilen. (Rechters 20, 47 en 1Kronieken 12, 9 en 1Makkabeeën 2, 29) Men kan er ook de eigen kleinheid en kwetsbaarheid opzoeken. De woestijn kan een plaats van inkeer en van geestelijke strijd zijn. (Marcus 1, 12-14 en Hosea 2, 16-17) Er kan langs gebed, bezinning en boetedoening in de woestijn bevrijding gevonden worden. (Leviticus 16, 21 en Numeri 14, 33 en Marcus 1, 4) De afzondering in een prikkelarme omgeving neemt alle storende en verstrooiende vormen van afleiding weg, zodat je vlotter tot de essentie kan komen. Het is dus een plek van meditatie. (Lucas 1, 80 en 3, 2) De woestijn heeft iets spiritueels, iets heiligs: je kan er God ontmoeten als nergens anders en zijn bescherming en Aanwezigheid ervaren. (Exodus 15, 25b en Psalm 136, 16 en Jeremia 31, 2) Ook Jezus trekt de woestijn in vooraleer Hij aan zijn verkondiging begint. (Matteüs 4, 1) Hij treedt in de voetstappen van de traditie maar begint tegelijk iets nieuws.

Tijdelijk

Bij de profeet Jesaja zegt God: “Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Woestijnmaar je zult heten Mijn verlangen en je land Gehuwde.” (Jesaja 62, 4) Dit is eigenlijk een profetie gegoten in theologische poëzie. God zal een Nieuw Verbond sluiten met zijn Volk. Het oude is geschonden, verscheurd, voorbij. Het Volk heeft zwaar geleden: hun ontrouw hebben ze met hun vrijheid betaald. Deze ervaring van verlatenheid in een woestijnwereld blijft echter niet duren. 

Nee, er komen andere tijden, waarin de mensen opnieuw het verlangen van God zullen zijn. Wat is er mooier dan verlangd te worden? Het land zal niet langer uit leegte en chaos bestaan, maar wordt een huwelijk genoemd. Duidelijker kan een heilig Verbond tussen God en mensen niet worden omschreven. God wenst ons, houdt van ons en is ons trouw. Het is aan ons om die Liefde met liefde te beantwoorden en zijn Trouw met de onze.

Verbond

In Kana wordt water ineens wijn op een bruiloftsfeest. Niet zomaar wat wijn, maar in overvloed en van de beste! (Johannes 2, 7 en 10) Hiermee wordt linea recta verwezen naar het Laatste Avondmaal. Dan wordt immers het Nieuwe Verbond bekrachtigd. God sluit de mensen in de armen langs de dood en verrijzenis van Jezus Christus. Het Lam wordt geslacht om ons voorgoed vrij te maken van de ontrouw uit het verleden. Een nieuw begin, een nieuwe Tijd.

God noemt ons bij Jesaja weldra ‘Mijn verlangen’. In het Hebreeuws staat er ‘hefzibaah’: ‘(Ik vind) mijn vreugde in haar’. Bij het doopsel van Jezus hebben we gelezen dat de Vader vanuit de hemel zei: “Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.” (Matteüs 3, 17) De belofte gaat in vervulling in de Zoon van God. Dat wordt door God zelf kenbaar gemaakt. In de woestenij van chaos - de ‘tohu wabohu’ die aan de woeste leegte vóór de schepping herinnert (Genesis 1, 2) - maakt de Heer plaats voor een nieuw begin: een recht pad in de wildernis, een stromende rivier in het dorre land. Een prachtige omschrijving voor het Nieuwe Verbond tussen God en zijn Volk. (Jesaja 42, 9-11 en 43, 19) Nieuwe vreugde, nieuw leven.

Over een kleine twee maanden gaan we in de Veertigdagentijd geestelijk de woestijn in. Laten we dat bewust doen, met open oren voor het Woord en open ogen voor de tekenen van God. Laten we ons verlangd weten door God en weldra in gebed en bezinning Pasen tegemoet gaan.

08 december 2023

Een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont (9-10 december 2023)

Advent is een tijd van dromen, of juister gezegd: actief hopen. Hopen op een betere wereld en er zelf al mee aan bouwen. Dromen verglijdt algauw in een feeëriek verlangen dat geen aarding in de realiteit meer vindt. In de hoop zit een realistisch verlangen naar beter. Het kan, maar enkel met een gezamenlijke juiste ingesteldheid. 

Droombeeld

In de advent kijken we uit naar de geboorte van Jezus met Kerstmis, maar er is ook een diepere laag: we verlangen naar de wederkomst van Christus, ooit. We zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. (2Petrus 3, 13) In Openbaring horen we hetzelfde visioen. Gods belofte zal werkelijkheid worden: Hij maakt alles nieuw, want Hij is Alfa en Omega. (Openbaring 21, 5-6) De tijdelijke aarde is dan voorbij, waar we verdriet lijden en pijn, waar we rouwen en sterven. (Openbaring 21, 4)  

Het adventslied 'Nu gaan de bloemen nog dood' verwoordt de troost en het verlangen naar een nieuwe tijd op een diepzinnige wijze. (Om te beluisteren in de wat theatrale, maar niettemin inspirerende uitvoering door het Christelijk Mannenkoor 't Harde en sopraan Femmy Van der Weg: klik hier) Onterecht, naar mijn aanvoelen althans, wordt dit een 'kinderliedje' genoemd.

Vertrouwen

We verlangen in de advent vol vertrouwen naar een Nieuwe Tijd. Toegegeven, we benaderen hiermee een bijzonder zwaar theologisch thema: de eschatologie, de leer over de eindtijd. Hierbij moeten we de ons bekende en vertrouwde aarde onder onze voeten volledig loslaten en ons denken doen opstijgen naar het ongrijpbare. Omdat het Gods belofte betreft aan de mensheid, is het geen projectie of melige vlucht. (2Petrus 3, 9 en Openbaring 21, 1-5) De advent is de tijd bij uitstek om niet alleen te verlangen naar de komst, maar ook naar de wederkomst van Christus.

In de eerste lezing wordt door de profeet Jesaja het 'eschaton', het allerlaatste, al aangekondigd: lang vóór de geboorte van Jezus. Het mag vanaf de hoogste berg geroepen worden: God is op komst, en zijn beloning gaat vóór Hem uit. (Jesaja 40, 10) Heeft God in zijn oneindige goedheid zijn Eniggeboren Zoon niet onder ons laten wonen? De Belofte van de Eeuwige is al deels in vervulling gegaan. Dit is de advent ten diepste. 

Nu al

De profeten Jesaja en Johannes de Doper wijzen niet enkel met hun vinger in het oneindige. De nieuwe aarde is niet alleen een kwestie van passief ontvangen. De aarde moet voorbereid worden, en dat is een kwestie van volledige inzet van elkeen die op Gods Woord zijn vertrouwen stelt.

Onze taak? In ons doen en laten horen we de weg klaar te maken in het dorre land voor de Heer, in ons denken en ons spreken een pad te effenen in de wildernis voor onze God. Er zijn duidelijk grote obstakels op aarde die de komst van God verhinderen: diepten en hoogten, ruig land en oneffen hellingen. (Jesaja 40, 2-3 en Marcus 1, 3) Dit zijn uiteraard beeldspraken. De oneffenheden zijn de onze, niet die van de grond waarop we staan.

Zoals Christus

De profeten hebben het over heuvels van hebzucht, bergen van eigengereidheid en diepten van kwaadheid. Het zijn de ingrediënten voor ruzie en voor oorlog, voor onrecht en ongelijkheid op onze aarde.

Wanneer Thomas a Kempis in 'Over de navolging van Christus' (De imitatione Christi) schrijft wat de diepste vrede bewerkstelligt, dan vernoemt hij vier prioriteiten: je moet de wil van de ander voorop stellen, steeds minder gericht zijn op bezit, steevast de laatste plaats opzoeken, en bidden dat Gods wil volbracht mag worden in jou. Hij zet hiermee aan tot zelfbewust en zelfkritisch handelen in navolging van Christus. 

Wanneer wij groeien in wijsheid, bouwen aan eerlijke standvastigheid, meer gericht zij op het duurzame en in alles streven naar vrede, dan kunnen we van deze wereld het begin van Gods Rijk waar maken. Deze eigenschappen zullen we met Kerstmis ook terug horen uit de mond van de profeet Jesaja: "Deze namen zal Hij dragen: Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige, Vredevorst." (Jesaja 9, 5b) 

Wanneer we samen bouwen aan dat Rijk, dan wordt de wereld een meer leefbare plaats, waar vrede, naastenliefde en gerechtigheid bloeien, waar God zich welkom weet. Dat is een kwestie van samen werken, samen bouwen.

28 november 2023

Een waakzaam verlangen (2-3 december 2023)

De advent is een bijzondere tijd. De dagen zijn op hun kortst. Het is ’s morgens lang donker en ’s avonds al vroeg weer duister. Het is koud en guur bij momenten. We worden naar binnen gezogen. We doen vlug de deur dicht, om de koude buiten te houden en de warmte binnen. Veel mensen vertrekken in het donker naar het werk en komen in het donker ook weer thuis. We kijken uit naar het licht. Dat licht komt met Kerstmis. December is een maand vervuld van verlangen.

  • Voor de lezingen van deze eerste zondag in de advent: klik hier.

Geen geduld

Sommige mensen hebben het geduld niet om te wachten. Ze willen alles nu meteen. De kerstboom staat al fel en tomeloos te knipperen half november, met veel lampjes en boa’s en blinkende kerstballen. Het heeft iets triest in zich. Zonder veel spiritualiteit groeit de hunker naar het opvullen met materiële gezelligheid om zich heen.

Wie vergeten is wat verlangen betekent, verliest de diepste drijfkracht in het leven: de spirituele dieptelaag. Het adventsverlangen is immers vooral symbolisch. Er is geen spannende onbekende in het spel. Het is een liturgisch, meditatief, ritueel verlangen. Natuurlijk weten we dat de dagen vanzelf weer langer worden vanaf eind december. Uiteraard leggen we met Kerstmis een kindje in de kribbe. Maar daar gaat het eigenlijk niet om. Het gaat juist over een verder verdiepen van je geloof, over tijd maken om jezelf vanbinnen klaar te maken voor dit feest van Licht, over God als Nabije te ervaren in gebed en meditatie. En samen met de Verwachte ook naar het onverwachte uit te zien.

De vroegtijdige kerstboom is een typisch voorbeeld van impulsief ongeduld. Onze cultuur is gebaseerd op ongeduld. Het moet vlug gaan, leuk zijn en niet te ingewikkeld. Wachten is tijdverlies, meningen uitwisselen ook. Men wil zelf de kalender bepalen. Zelf beslissen. En tegelijk beseffen we maar al te goed dat we voor de gek gehouden worden door de reclamewereld, dat ons brein op allerlei ingenieuze manieren wordt gemanipuleerd. Maar we gaan er als samenleving ook in mee: slogans doen het beter dan gedachten, botte bijlen zijn populairder dan de gelaagdheid van de nuance.

Prioriteit

Ondoordacht kopen mensen wat ze niet nodig hebben en wat ze zich eigenlijk niet kunnen veroorloven. Mensen verzamelen materiaal rond zich bij hopen, vaak om de leegte in hun ziel ruimtelijk te compenseren. Het instinct wint het op het verstand. Ook kinderen krijgen al te vaak wat ze maar verlangen. 'Veel geven aan iemand' wordt verward met 'veel geven om iemand'. Er wordt alom geklaagd dat het leven onbetaalbaar is geworden, vaak door mensen die verdrinken in de rotzooi, met twee auto’s voor de deur omdat de garage een berging is geworden. Voor sommigen is het leven inderdaad onbetaalbaar duur. Zij roepen niet het luidst, vaak uit schaamte. Voor anderen is het echter een kwestie van foute prioriteiten stellen.

We werpen veel weg, zonder er bij na te denken. We prijzen artiesten de hemel in en verwerpen ze een jaar later voor een ander idool. Het lijkt een radeloos spartelen door de tijd: pakken en weggooien, grijpen en weer loslaten. En weer gaat een jaar voorbij. En vraag niet waarom of waarvoor. 

Ben ik een cultuurpessimist wanneer ik dit zo allemaal oplijst? Of is het een bezorgd realisme? Ik vind het jammer wanneer ik geconfronteerd word met lege gedachten en holle woorden. Wij, mensen, zijn tot zoveel meer in staat.

Bewust verlangen

Hebben wij ons van God afgekeerd? Heeft God zich ook van ons afgekeerd? (Jesaja 63, 17d) We lijken wel platgeslagen door onze vrijheid. Het put ons mentaal uit. Mensen zijn meer en meer onbuigzaam geworden en passen de wereld aan de eigen wensen aan. (Jesaja 63, 17b) Daarom maken we alles rondom ons maakbaar, manipuleerbaar, buigzaam. En waar is God in dat hele gebeuren? Het lijkt wel alsof niemand van Hem heeft gehoord. Alsof zijn Naam nooit werd uitgesproken. (Jesaja 63, 19) 

In een eucharistieviering kijk ik om me heen en ik tel twintig mensen, waar er ooit tweehonderd waren. Die scherpe kilte wordt niet verzacht door de verwarming. Scheurde U de hemel maar open om af te dalen, God. (Jesaja 63, 19c)

Geloven is verlangen. Het is hopen om een glimp van God op te vangen, in ons dagelijks leven, op gewone en ongewone momenten. Geloven brengt ons dichter bij onszelf. Vreemd genoeg worden gelovigen verweten dat ze in ontkenning leven en van zichzelf vervreemd zijn. Het tegendeel is waar: ons geloof stelt ons in vraag en doet ons bewust stilstaan bij de diepste zin van ons bestaan.

Slaperigheid

Ondertussen amuseert onze samenleving ons rustig verder in slaap. Lachbanden masseren ons tot we de ogen sluiten. Filmpjes van ingestudeerde dansjes brengen ons in een leuke, gezellige maar vooral lege roes. Alles kan je kopen. En dan ben je even gelukkig, of iets wat op geluk lijkt: verzadiging. Religie was het opium, volgens Marx. Zou het kunnen dat mensen graag verdoofd zijn? Wellicht is ons bestaan zonder interpretatiekader ondraaglijk complex, amper leefbaar.

Jezus waarschuwt ons tegen de vlucht van spiritualiteit weg, in een slaap van afleiding en verveling: waakzaam moeten we zijn. (Marcus 13, 37) Laat je niet in slaap wiegen, maar leef wakker en bewust! (Marcus 13, 36) Zoek de diepte in je leven, het perspectief in je bestaan. Het is geen banale, nuttige tip van Jezus, en dat wordt duidelijk door de plaats van dit fragment in het Marcusevangelie: in het volgende hoofdstuk wordt het Laatste Avondmaal gevierd. 

Het is één van de kernboodschappen van Jezus: wees waakzaam, verlang naar de Heer!

24 november 2022

Advent (26-27 november 2022)


wanneer we ontredderd

het oorlogsgeweld aanschouwen

in beelden die niemand aan kan zien

dan verlangen we

naar vrede op aarde

naar een wereld vrij van onrecht

 

wanneer mensen schreeuwen

ingegraven in hun groot gelijk

maar niemand oor heeft voor een ander

dan hunkeren we

naar meer openheid

naar een wereld zonder haat

 

de advent is een bijzondere tijd

waarin we uitzien naar

een gloed van geloof

sprankels van hoop

vonken van liefde

sintels van licht


ook toen Jezus werd geboren

waren er harteloze heersers

keken mensen op anderen neer

sloten ze hun deur

en hun geest voor gastvrijheid

of voor andere ideeën

 

de advent is geen voorbode

van een magisch nieuw begin

de advent bereidt ons voor

en maakt ons meer ontvankelijk

voor de Boodschap van Liefde

die Hij onder ons heeft gebracht

 

wanneer we straks vieren

dat de Zoon van God

onder ons kwam wonen

dan mogen wij – door Hem geraakt –

gedreven brengers van vrede zijn  

hoeders van hoop voor de wereld

16 december 2021

De laatste dagen vóór Kerstmis: "Kom, o Heer, en wacht niet langer" (17-23 december 2021)

De periode vanaf 17 december noemen we de kerstnoveen: een intense voorbereiding op het steeds dichterbij komende feest van Kerstmis. De O-antifonen worden gezongen of gebeden in deze periode. Ze richten zich telkens in gebed tot Christus en kennen Hem een titel toe uit het Oude Verbond. Steeds verwijst de aanspreking naar Gods heilsbelofte. Het gebruik van deze O-antifonen of “grote antifonen” is wellicht al in de vroege middeleeuwen ontstaan. Ze zijn ook vandaag een uitgelezen kans tot bezinning of gebed in voorbereiding op het Kerstfeest. 

In de laatste dagen vóór Kerstmis groeit het verlangen dat zo treffend wordt verwoord in de O-antifonen.

  • 17 december: O Wijsheid
Uit de mond van de Allerhoogste
weerklinkt Gods Wijsheid,
die sterk is en voornaam,
wereldbreed en hemelhoog.
Toon ons de weg, o Heer,
van de voorzichtigheid.

Lees hierbij: Spreuken 8, 1-6; Jesaja 11, 2-3; Spreuken 9, 1.

De profeet Jesaja had voorzegd dat de geest van de Heer zou rusten op de Messias, de geest van wijsheid en inzicht, beleid en sterkte, kennis en ontzag voor de Heer. Jezus is het Woord, de wijsheid die vrij is van alle twijfel. Hij bezit de kennis van Gods heilsplan met de Schepping. Laten we ons voorbereiden op de komst van Gods Woord!

  • 18 december: O Adonai
God, Vader van uw Volk,
uw Naam is heilig, Adonai,
U sprak tot Mozes vanuit het vuur
en sprak uw Wet op de berg Sinaï.
Reik ons uw hand, o Heer, en verlos ons.

Lees hierbij: Deuteronomium 10, 16-22; Exodus 3, 1-8; Exodus 20, 1-20, Deuteronomium 26, 5-9.

Adonai staat voor “onuitsprekelijk”. Gods naam is zo heilig dat men in de joodse traditie het woord “Heer” (JHWH) niet voorleest, maar in de plaats daarvan “Adonai” zegt. Laten we met ontzag uitzien naar Jezus!

  • 19 december: O Twijg aan de stronk van Isaï
Aan de stronk van Isaï
groeit een nieuwe twijg.
Groots zal het ontzag voor Hem zijn:
voor Hem zullen de heersers verstommen,
naar Hem zal het Volk van God zich richten.
Wacht niet langer, o Heer, bevrijd ons.

Lees hierbij: Jesaja 11, 1-10; Jesaja 45, 23; Jesaja 52, 13; Lucas 1, 32-33.

Koning David was de zoon van Isaï, die zonder zonde stierf. Aan de verdorde stronk – verdord toen de dynastie in Israël eindigde – ontspruit nu een nieuw twijgje, zoals Jesaja voorspelde. Een nieuwe gouden tijd breekt aan. Laten we ons voorbereiden op een heuglijke tijd!

  • 20 december: O Sleutel van David
Heer, U bezit de macht van Davids sleutel:
wat U openmaakt, zal niemand sluiten,
wat U afsluit, zal niemand meer openen.
Bevrijd allen die gevangen zitten, o Heer,
allen die in het duister dwalen.

Lees hierbij: Jesaja 22, 20-22.

De Messias is degene die in Gods naam de toegang biedt tot het eeuwig leven. Hij zal de deur naar de hemel openmaken. Laten we openstaan voor het mysterie van een leven na het aardse.

  • 21 december: O Dageraad
Heer, Licht uit het Oosten,
glans van de eeuwigheid,
stralende zon van gerechtigheid, verlicht ons.
Genees ons, o Heer, van de duisternis,
laat uw dageraad komen.

Lees hierbij: Maleachi 3, 1-3; Jesaja 9, 1; Psalm 104, 14.

God heeft aandacht voor hen die het moeilijk hebben. Hij brengt licht waar mensen het perspectief in het leven verloren hebben. Jezus brengt nieuwe hoop voor wie fouten heeft gemaakt. Laten we met verlangen wachten op de nieuwe morgen!

  • 22 december: O Vorst van uw Volk
U bent de Vorst van uw Volk,
het koningschap komt U toe:
U bent de hoeksteen waarop alles steunt.
Red de aardse mens die U uit klei hebt geschapen.
O Heer, kom gauw!

Lees hierbij: Jeremia 10, 1-7; Jesaja 28, 16; Genesis 2, 7; Matteüs 21, 42; 1 Petrus 2, 4-5.

De Messias is de Vorst die eenheid onder zijn volk zal breng door zijn aardse leven en zijn Blijde boodschap. De haat zal niet meer heersen, er zal geen oorlog meer zijn onder Gods Volk. Laten we hoopvol uitkijken naar onze Koning!

  • 23 december: O Emmanuel
Emmanuel, God met ons, vredebrenger,
bevestiging van onze hoop,
langverwachte Redder van allen,
kom nu en red ons,
o Heer, onze God.

Lees hierbij: Jesaja 7, 14; Maleachi 3, 1; Matteüs 1, 21-23.

Onze Heiland zal uit de maagd geboren worden, Hij zal God-met-ons zijn, Emmanuel. Als de Messias op aarde verschijnt, dan is de tijd van het goddelijk heil aangebroken. Laten we onze Emmanuel tegemoet gaan!


Bronvermelding:
Inleiding: https://www.kerknet.be/icl/artikel/zeven-o-antifonen-nemen-ons-mee-naar-kerstmis
Vertaalde antifoonteksten: Sven VANNECKE, U zeg ik dank, Averbode, 2018.
Verklaring bij antifonen: https://igniswebmagazine.nl/spiritualiteit/advent-de-ontmoeting-met-god-voorbereiden (Ward Biemans s.j.)

29 november 2021

Advent: verlangend uitzien naar het onverwachte (27-28 november 2021)

Advent is een tijd van verwachting. Wat mogen we dit jaar verwachten? Voor een tweede jaar op rij wordt december sterk bepaald door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. Mogen we dan nog veel verwachten?

  • Voor de lezingen van de eerste zondag van de advent, C: klik hier.

Hoe gaan we Kerstmis vieren dit jaar? Het blijft voorlopig allemaal nog vaag, afhankelijk van veel factoren. Kunnen we ons voorbereiden op een vaag idee? Het antwoord is: jazeker. 

Misschien is net dat de diepste bedoeling van de advent: dat we niet in de gewoonte rollen van alles lang op voorhand gepland en netjes georganiseerd te hebben, maar dat we juist het onverwachte verwachten en op ons af laten komen. Net zoals Jozef en Maria geen idee hadden van wat er precies komen zou.

Jezus zegt over de verwachting van de komst van de Heer bij de voleinding van de tijden: “Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de zorgen van het dagelijks leven.” (Lucas 21,34) Die verwachting is gelijkaardig aan onze verwachting van het Geboortefeest in de advent. 

Jezus zegt hier niet, zoals sommigen iets te gretig interpreteren, dat we ons moeten afkeren van de wereld en van de zorgen die ons bezig houden. We verlangen naar zijn komst vanuit ons aardse bestaan

Ook corona maakt deel uit van ons bestaan momenteel. De andere kant op kijken en doen alsof het niet ons probleem is, dat is alleszins niet de oplossing. Integendeel, dan maken we deel uit van het probleem zelf in plaats van mee te bouwen aan de oplossing. De twee belangrijkste geboden van het Nieuwe Testament luiden: “Bemin God, en je naaste zoals jezelf.” (Matteüs 22, 36-40) Zorg dus voor je naasten, bescherm hen tegen dit virus zoals je jezelf er tegen tracht te beschermen.

Misschien zullen we advent en Kerst voor een tweede keer met beperkingen moeten vieren. Dat betekent op zich niet dat we deze tijden minder gelovig moeten doormaken. Jezus roept ons immers op om ons geloof intens te beleven, maar daarom niet theatraal: “Wees waakzaam en bid,” zegt Hij (Lucas 21,36a). En dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. We blijven met elkaar verbonden in gebed, en bijgevolg blijven we ook verbonden in de verwachting en verbonden in de vervulling van de belofte. Laat ons bidden dat we samen waakzaam uitzien naar een nieuw begin.