Angst en godsdienst hebben een complexe verhouding met elkaar. Ze worden beter niet in één adem genoemd. Dat heeft de recente geschiedenis ons andermaal geleerd. In een poging om het volkskatholicisme te redden is in de twintigste eeuw hard geïnvesteerd in angst als bindmiddel. De duivel die om de hoek loert, de zedenverloedering die ons in de afgrond zou doen storten, de wraak van God om onze zonden, het nietsontziende Oordeel dat we altijd moeten vrezen. Was dat werkelijk de boodschap waarmee men gelovigen wou overtuigen om te blijven?
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Angst grijpt je vast: het dwingt. Maar dat betekent niet dat de Boodschap zelf je daarom raakt. 'Ze hebben ons veel wijsgemaakt', is een conclusie die ik vaak hoor als ziekenhuispastor. En dat is jammer. Het was heus niet de intentie van de vele goedbedoelende priesters, paters en zusters. Missiepaters met donderpreken inbegrepen. Hun bedoelingen waren goed, hun werkmiddelen helaas pover.
Eigenlijk vind je deze methode niet terug bij Jezus. Juist het tegendeel merk je op. Jezus zegt vanop het water tegen de leerlingen in de boot in zwaar stormweer: 'Ik ben het. Wees niet bang.' (Matteüs 14, 27b) De leerlingen menen een geest te zien, maar het is Jezus. Ze hoeven niet te vrezen. Ze hoeven zich geen geesten in te beelden. Ze hoeven zich geen angst voor te houden, maar juist vertrouwen hebben in de Heer.
Mystiek moment I
Al vanaf het begin van de blijde Boodschap, die door Johannes de Doper wordt ingeleid, gaat het over bekering en vertrouwen, niet over angst. Zelfgenoegzaamheid wordt niet beloond door God, wel bekering. Zich keren tot God, daar gaat het om. (Matteüs 3, 8) Mogen vertoeven in Gods nabijheid, in het Rijk Gods ligt de beloning. Niet de straf staat centraal, maar een positieve boodschap: de Verlossing is nabij!
Jezus komt bij Johannes en wordt door Hem gedoopt. De hemel gaat open en de Vader spreekt tot wie het horen wil: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.' (Matteüs 3, 17) De Vader schreeuwt niet dat de mensen maar beter hun best kunnen doen of dat Hij ze een heilige pandoering zal geven. Nee, Hij spreekt over Liefde en over vreugde. Dit is een mystiek moment: hemel en aarde buigen zich naar mekaar toe en de stem van de hemelse Vader klinkt. Je zou voor minder beven van angst. Maar het is niet nodig. God vraagt dat niet van ons. Hij vraagt dat we eerlijk zijn met onszelf en tot inkeer komen, ons tot Hem keren, de Bron van Liefde.
Mystiek moment III
En bij de Gedaanteverandering van de Heer, het feest dat we enkele dagen geleden hebben gevierd, horen we de Vader diezelfde woorden bevestigen aan Petrus, Jakobus en Johannes: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’. (Matteüs 17, 5b) Opnieuw een mystiek moment, waarin de Vader herhaalt hoeveel Hij houdt van zijn Zoon en hoe Hij vreugdevol is om Hem. Dat is wat ook wij mogen ervaren: innige Liefde voor Christus, en vreugde om zijn Boodschap.
De leerlingen horen deze woorden en worden overvallen door een hevige angst. Daar is de angst weer. Hun schrik neemt grote proporties aan: ze werpen zich tegen de grond. Maar Jezus komt dichterbij, raakt hen aan en zegt: ‘Sta op, wees niet bang.’ (Matteüs 17, 6-7) De mystieke ontmoeting is dan pas voorbij.
Jezus is op de berg op gelijke hoogte gekomen met de Wet en de Profeten, langs Mozes en Elia. (Matteüs 17, 3) En meteen raakt Hij de leerlingen aan, en maakt hun duidelijk dat Gods Aanwezigheid geen angst hoeft in te boezemen, maar Liefde en trouw moet opwekken, geloof en hoop, vreugde en dankbaarheid. Dat is wat men mag ervaren wanneer men de boodschap van de Profeten ernstig neemt en de Wet eer aandoet.
Mystiek moment II
De nummering van de mystieke momenten wordt door elkaar gehaald. Eigenlijk is dat niet zo belangrijk. We gaan enkele hoofdstukken terug in het Matteüsevangelie, naar de storm op het meer, de lezing van deze zondag. Omringd door twee gelijke hemelse toesprekingen, komt Jezus zijn leerlingen over het klotsende water tegemoet en zegt hun: ‘Ik ben het. Wees niet bang.’ (Matteüs 14, 27b) Het zijn dezelfde woorden als Hij bij de Gedaanteverandering zegt. Wanneer de Vader of de Zoon een uitspraak herhaalt, dan mag je die gerust als essentieel beschouwen.
De leerlingen zijn immers bang: hun bootje kan ieder moment verzwolgen worden door de golven. En Petrus is bang, hoewel Jezus bij hem staat. Op aangeven van Jezus is hij uit de boot op het water gestapt en dreigt te verdrinken. Jezus redt hem en vraagt hem: ‘Waarom heb je getwijfeld?’ (Matteüs 14, 31c) Getwijfeld heeft hij, op de woelige baren. Let wel: Jezus verbiedt hem niet om te twijfelen. Hij hoopt vooral dat zijn eerste apostel steeds minder zal gaan twijfelen, dat hij verder zal groeien in geloof en vertrouwen, tot voorbij het logische verstand.
De leerlingen werpen zich voor Hem neer en zeggen: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ (Matteüs 14, 33) Het is een korte geloofsbelijdenis. De woorden van de Vader worden hier bevestigd door de leerlingen. Angst is het tegenovergestelde van geloof. Geloof is vertrouwen. Het is je best doen en telkens opnieuw tot inkeer komen, dichter bij de Heer. Dat is een positieve boodschap, een uitnodigende boodschap, kortom een blijde Boodschap. Niet beangstigend of dwingend. Angst en dwang is bij Jezus mensenwerk, maaksels van Schriftgeleerden en farizeeën, met hun regeltjes en dreiging tot uitsluiting. (Matteüs 23, 4 en 13 en Johannes 9, 22)
Dit is de hoopvolle Boodschap: wees niet bang, maar groei in vertrouwen!