Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- De omvang van Liefde (27-28 juni 2026).

28 mei 2026

Heilige Drieëenheid: geduld, liefde en trouw (30-31 mei 2026)

Op de zondag na Pinksteren vieren we de heilige Drieëenheid. Na Pinksteren hebben we God leren kennen als hemelse Vader, als Zoon die op aarde de Boodschap heeft verkondigd om een nieuw Verbond te sluiten, en als Geest die neerdaalt over de gelovigen na Christus' hemelvaart. We kennen God op drie manieren, Hij maakt zich kenbaar langs drie verschijningswijzen. Toch zijn Zij één en dezelfde God. Dat wordt nogmaals beklemtoond na Pinksteren. Er is één God die ons genadig nabij blijft.

  • Voor de lezingen van de heilige Drieëenheid A: klik hier.

Verbond

Het eerste heilige Verbond tussen God en zijn Volk werd gesloten in de woestijn, onderweg naar het Beloofde Land, na de vlucht uit de slavernij en onderdrukking in Egypte. God heeft zijn Volk bevrijd en gunt het een prachtige toekomst. Hij schenkt langs Mozes de tien geboden aan het Volk, de tien leefregels die het geloof in de Eeuwige samenvatten. Maar het Volk is bij momenten onhandelbaar helaas: het vervalt vaak in geklaag en gemor en het heeft zijn toevlucht gezocht bij een gouden kalf. (Exodus 32-33)

Mozes beklimt de berg Sinaï om aan de Heer te vragen om het Volk toch te blijven begeleiden op weg doorheen de woestijn. De Heer wil een Vertond sluiten. Hij leidt dit in met belangrijke eigenschappen die Hem kenmerken, die zijn Identiteit samenvatten: Hij is een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig. (Exodus 34, 6) Daarom wil Hij een Verbond sluiten, omdat Hij is wie Hij zegt dat Hij is.

En willen dat nu juist kwaliteiten zijn waar het Volk zo pijnlijk in tekortschiet tegenover hun God. En dat is een probleem van alle tijden. Al bij de aanvang van dat eerste Verbond blijkt dat mensen niet altijd uitblinken in liefde, geduld, trouw en waarachtigheid. Laten we drie belangrijke waarden uitdiepen van de aankondiging waarmee God Zichzelf voorstelt aan het Volk: geduld, liefde en trouw. Zo openbaart God zich aan de mensen doorheen de heilsgeschiedenis, tot op vandaag.

Geduld

Het is niet zo dat we een Goddelijke Persoon kunnen toekennen aan elk van deze drie waarden. God is één en zijn Identiteit kan niet zomaar opgedeeld worden. Vooreerst blinkt God uit in geduld. Het feit dat Hij zijn Zoon in de wereld geboren laat worden om de Boodschap te verhelderen onder de mensen, is een ontegensprekelijke uiting van geduld. De eredienst is met geld en macht besmet (Matteüs 21, 13 en Lucas 18, 9-14) en de dagelijkse geloofspraktijk is een geheel van regeltjes geworden (Matteüs 23). Dat wil God bij monde van Jezus bijsturen: met Vaderlijk geduld, niet met wrok.

Ook de Zoon is geduldig: Hij blijft uitleg geven aan de mensen die het willen horen, en ook aan zijn leerlingen, die zijn uitspraken vaak helemaal verkeerd begrijpen, of zelfs helemaal niet. Langs beelden spreekt Hij met zijn apostelen in begrijpelijke taal, zelfs in wonderlijke tekens. (Marcus 4, 35-41 en Matteüs 15, 15-16 en Marcus 4:33-34) Toch lijken ook zij nog bezig te zijn met positie en macht. (Marcus 10, 35-45) Niettemin blijft Jezus hen hierop aanspreken, met het nodige geduld. 

De Geest van God is over ons gekomen nadat de Zoon naar zijn Vader is teruggekeerd. Hij blijft ons inspireren. De eeuwenlange geschiedenis tot nu en ook hierna is alleszins een teken van volgehouden geduld. 

Liefde

De Liefde van God begint al bij de schepping van hemel en aarde. Zijn Kracht heeft alles gemaakt en ons gegeven en wij mogen elke dag genieten van zijn geschenk van Liefde. Het feit dat Hij ondanks de fouten van zijn Volk toch begaan blijft met hen, getuigt evenzeer van deze Liefde die ons menselijk begrip overstijgt. Uit grenzeloze Liefde staat Hij open voor wie Hem de rug heeft toegekeerd, maar die tot berouw komt en vraagt om vergeving. (1Johannes 3, 1 en Lucas 15, 20 en Joël 2, 12) En zijn enige Zoon wordt op aarde gezonden om het Volk opnieuw te redden: niet van de slavernij, maar van de verlorenheid. (Johannes 3, 16)

De Liefde van de Zoon is doorheen zijn aardse optreden duidelijk geworden, maar kent haar hoogtepunt in zijn lijden en sterven. Hij aanvaardt het kruis niet enkel uit gehoorzaamheid aan zijn Vader. Dit lijden is ook noodzakelijk om de schuld van de mensen kwijt te schelden en een Nieuw Verbond te sluiten. (Jesaja 53, 4-5 en Matteüs 20, 28 en Matteüs 26, 28 en 1Petrus 2, 24) Hij wordt het Lam van God. Is er een groter teken van Liefde? (Johannes 13, 1)

De Liefde van de Geest bestaat erin dat Hij in ons aanwezig is en blijft. Hij is de meest nabije vorm waarin God zich openbaart. De Geest maakt ons wakker, vuurt ons aan en inspireert ons om van Gods grote daden te spreken. Hij wakkert de liefde voor God aan in ons. (Romeinen 5, 5 en Galaten 5, 22)

Trouw

De trouw van God zien we doorheen de Schrift. Ondanks de ontrouw van de mensen blijft Hij wel trouw. Ondanks de afvalligheid die Hem wordt aangedaan, laat Hij niemand vallen. Hij wil een Verbond sluiten, een heilige verbintenis met de mensen om de trouw uitdrukkelijk te bestendigen. Daar, in de ruwheid en onzekerheid van de woestijn, komt Hij de mensen tegemoet. En dat gebeurt opnieuw door de hemelse Vader bij het Nieuwe Verbond. 

De trouw van Jezus gaat tot het uiterste toe. Hij gaat niet in op de lokroep van het kwaad, maar blijft zijn Vader trouw. (Matteüs 4, 1-11) Petrus daarentegen, de belangrijkste onder de leerlingen, zal zijn Meester verloochenen, zelf al werd hij er uitdrukkelijk voor gewaarschuwd. (Johannes 13, 38) Jezus blijft trouw, Hij aanvaardt zelfs het lijden. (Matteüs 26, 39 en Marcus 14, 36) Het contrast is groot. Wij zijn geen goden, we zijn mensen met gebreken. Dat weet God.

De trouw van de Geest ligt in zijn ononderbroken genadegave. Hij is in ons aanwezig, zelfs wanneer wij God als ver weg ervaren. De Geest wil ons telkens opnieuw verbinden met de diepste Identiteit van God en ons inspireren om dat geduld, die liefde en die trouw ook te veruitwendigen in wat we zeggen en wat we doen. 

Zo mogen wij getuigen van de Vader die barmhartig is en ons nooit in de steek laat, van de Zoon die ons is geschonken en die aan ons de Boodschap heeft verkondigd en de Geest die eeuwig is en tegelijk in de tijd ons tegemoet komt als bron van kracht en troost. En dat vieren we op het feest van de heilige Drieëenheid. Dat God zich op zoveel manieren aan ons openbaart.

19 mei 2026

Pinksteren: een nieuw begin (23-24 mei 2026)

Vandaag vieren we het feest van Pinksteren, één van de drie liturgische kernmomenten. Met Kerstmis vieren we dat God met de mensen op aarde verbonden wil blijven. Met Pasen belijden we dat de liefde van God verder gaat dan wat wij kunnen begrijpen en waarnemen, tot over de grenzen van dit leven heen. Op Pinksteren zijn we getuige van Gods kracht en inspiratie in de gemeenschap van christenen. 

  • Voor de lezingen van Pinksteren A: klik hier.

Zich laten raken

Wie zich door de Goddelijke Boodschap laat raken, laat verwonderen en begeesteren, zal deze aarde met andere ogen zien. Zo mogen wij de heilige Geest telkens meer in ons bestaan ontdekken. Gods liefde en troost, Gods kracht en sterkte wil ons aanvuren om mee te bouwen aan zijn Koninkrijk hier op aarde.

Wanneer wij ons helemaal en onbevangen openstellen voor zijn bezieling, wanneer wij ons hart afstemmen op zijn stem die zich in ons kenbaar maakt, dan kan Gods Geest onze Helper, onze Troost en onze Bijstand zijn doorheen onze aardse tocht door het leven. We zijn niet alleen, God is ons altijd nabij. Zijn Geest is in ons aanwezig.

Symbolen

Het is belangrijk dat we begrijpen dat het Pinksterverhaal geen beschrijvende uiteenzetting is. Het is geen feitenverslag van een reporter ter plaatse die navertelt wat er precies is gebeurd. De verschijnselen die vernoemd worden, zijn beelden. We horen spreken over ‘een geluid als van een hevige windvlaag’ ('hoosper' in het Grieks: net als, zoals) en ‘een soort vlammen’ ('hoosei' in het Grieks: alsof, als waren het). (Handelingen 2, 2-3) Er was dus geen wind, en er waren geen vlammen. Het leek alleen zo. Die beelden omschrijven het beste wat er wél gaande was. De symboliek van een waaiende wind en vuurtongen die zich verspreiden, wijst ons op Gods intense aanwezigheid.

En waarom denkt Lucas, de schrijver van Handelingen, aan die symbolen? Welnu, het Joodse volk viert met Pinksteren hoe Mozes de Wet van de Heer ontvangt op de berg Sinaï, onderweg in de woestijn (Genesis 19-20). God verschijnt in een donkere wolk en in vuur en in een kletterend onweer. De instelling van het Eerste Verbond gaat met deze krachtige beelden gepaard. En ook het Nieuwe Verbond wordt door deze tekens omringd.

Waarom een nieuw verbond? Welnu, eenmaal aangekomen in het Beloofde Land vergeet het Volk hun God en het Verbond. Zo begint het Volk onderling te ruziën waardoor het rijk in tweeën breekt, en gaan ze ook andere goden aanbidden. Het Verbond is door mensenhanden vernietigd. (Jeremia 11, 10 en 31, 31-32, en Jesaja 1) In Christus herstelt God de verbinding met zijn Volk. Zo vergevingsgezind is God: Hij sluit de wereld weer in de armen, ondanks wat is misdaan. (Hebreeën 8, 6-13)

Helemaal overnieuw

In Jeruzalem wordt met Pinksteren het Nieuwe Verbond bekrachtigd. Jezus heeft de Boodschap van God verkondigd en is na zijn dood en verrijzenis naar zijn Vader opgestegen. Jezus verdwijnt met zijn hemelvaart op een berg in een wolk. (Handelingen 1, 9) Net zoals de wolkenmist op de Sinaï. (Exodus 19, 9)

De volgelingen van Jezus ontvangen de heilige Geest. De komst van de Geest wordt ingeluid door een denderend geluid dat doet denken aan een storm. (Handelingen 2, 2) Zoals het gedonder waarlangs God tot Mozes spreekt. (Exodus 19, 16) Er verschijnen een soort vlammen, die zich over de leerlingen verspreiden. (Handelingen 2, 3) Net zoals het vuur waarlangs God op de Sinaï neerdaalt en aan Mozes verschijnt. (Exodus 19, 18) Al die tekenen bij Mozes komen terug met Pinksteren. God begint opnieuw met zijn Volk, langs dezelfde tekenen.

Persoonlijk openstellen

Er is een nieuw begin gemaakt. Een nieuw Verbond met Gods Volk dat een Kerk zal vormen. Na aangeraakt te zijn door de Geest, zijn de leerlingen vol van Gods genade en ze willen niets liever dan zijn Boodschap uitdragen. (Handelingen 2, 4) Maar dit keer is het niet één persoon die God ontmoet, zoals bij Mozes, maar alle leerlingen persoonlijk. Iedereen is gelijk in de Geest, iedereen die Christus volgt, heeft evenveel deel aan de vurige tongen van de Geest. Daarom spreken de leerlingen ook in alle talen. (Handelingen 2, 7-12) De Geest van God is heel persoonlijk en toch ook gemeenschappelijk.

Gods Geest ademt door heel zijn schepping, de schepping waar wij deel van uit mogen maken. Hij ademt in ons allemaal. Ons antwoord op de Geest is even persoonlijk. Laten wij zelf begeesterd door het leven gaan, op onze eigen manier, maar verenigd in geloof. Laten wij de Geest van God toelaten in ons leven van elke dag!

12 mei 2026

Pinksternovene: gebed en hymne tot de Geest (15-23 mei 2025)

In de Pinksternovene kunnen we alvast het gebed 
en de traditionele Pinksterhymne tot de Geest bidden
in een groeiend verlangen naar Pinksteren toe. 
Hier vind je een eigentijdse vertaling van de beide.

  • GEBED: ZEND ONS UW GEEST
Alleluia!
Zend ons uw Geest, maak alles nieuw,
de aanblik van de hele aarde.

Kom, Geest van God, herschep ons hart
en ontsteek het vuur van uw Liefde. 
Alleluia!

  • HYMNE: VENI SANCTE SPIRITUS
Kom tot ons, heilige Geest,*
kom en steek ons aan
met uw hemels, stralend Licht.

Sta ons bij, zoals we zijn,
schenk uw gaven gul, 
Geest van God, verlicht ons hart.

Met uw kracht, kom over ons,
woon in onze ziel,
waai uw wind door onze geest.

Schenk rust aan wie is vermoeid,
breng verademing, 
en bij tegenslagen troost.

Kom nu, Liefdeslicht van God, 
zo vragen wij U:
vul ons hart tot aan de rand.

Zonder uw standvastigheid
heeft een mens geen doel,
blijft de goedheid wankelen.

Die vervuild zijn, maak hen rein,
neem de dorheid weg
en genees wie werd verwond.

Die verstard zijn, buig hen om,
neem de kilte weg
en breng thuis wie is verdwaald.

Schenk aan al wie op U hoopt
en op U vertrouwt
al uw gaven, Geest van God.

En wil ons belonen ooit
met uw zegening
aan het eind van ons bestaan.

Amen. 
Alleluia!

* (Vanaf de avond van Pinksteren: 'Daal nu neer, heilige Geest, ...')

Sven Vannecke

08 mei 2026

Heerlijk... (14 en 17 mei 2026)

Drie romige bollen vers vanille-ijs, overgoten met warme chocoladesaus en afgewerkt met een koekje: heerlijk is dat op zo'n typische warme voorjaarsdag. Een heerlijke en welgekomen afkoeling. Wij gebruiken het woord 'heerlijk' spontaan voor wat lekker smaakt of aangenaam voelt. Oorspronkelijk verwijst het naar 'verheffing': een beweging naar het adellijke of het hemelse toe. Het heerlijke beweegt ons dichter bij de hoogten waar we met bewondering naar opkijken: het ideale, het perfecte, het goddelijke. De betekenis is dus niet helemaal verloren gegaan bij mijn omschrijving van de 'dame blanche': haar smaak verheft ons uit het dagelijkse, uit het gewone naar een edele puurheid.  

  • Voor de lezingen van de Hemelvaart van de Heer A: klik hier.
  • Voor de lezingen van de zevende Paaszondag A: klik hier.

Veertig dagen na Pasen

De verheffing wordt een centraal thema wanneer de Paastijd op zijn einde loopt. Jezus is over een periode van veertig dagen ter ondersteuning onder zijn leerlingen verschenen. (Handelingen 1, 3) Nu is de tijd gekomen voor Jezus om volledig terug te keren naar zijn Vader in de hemel. Hij wordt omhoog geheven tot in een wolk en verdwijnt uit hun zicht. (Handelingen 1, 9) Jezus belooft dat de heilige Geest over hen zal neerdalen. (Handelingen 1, 8) Pinksteren komt genaakbaar dichtbij. De hemelvaart is niet zozeer een fysieke beweging tot boven de wolken, maar eerder een verheffing naar het hemelse: Christus wordt verheerlijkt en opgenomen bij zijn Vader. En uit die hemelsferen zal de heilige Geest over de leerlingen komen.

Jezus is van het aardse terug naar het hemelse teruggekeerd: dat is de boodschap die we horen op Hemelvaartdag. De overgang na Jezus' dood is voltooid: Jezus verschijnt niet meer. Negen dagen van samen waken en bidden zijn ze verwijderd van de neerdaling van de heilige Geest. (Handelingen 1, 14) 

Negen dagen van gebed

De leerlingen blijven met God verbonden en kijken de toekomst onzeker maar met vertrouwen tegemoet. De redeloze, chaotische twijfel van de eerste dagen na de verrijzenis zijn voorbij. Er wordt nu rustig maar doordacht gehandeld: een nieuwe leerling wordt gekozen in de plaats van Judas Iskariot: Mattias vervolledigt de twaalf. (Handelingen 1, 17-22a) Alles is in gereedheid gebracht in afwachting van een nieuw hemels teken, zoals Jezus hen heeft beloofd. (Handelingen 1, 22b) Wat ze precies te verwachten hebben, dat weten ze niet. God zal het hun wel duidelijk maken.

Met Hemelvaart begint de Pinksternovene: een tijd van eensgezinde stilte en gebed tot de apotheose van de Paastijd: Pinksteren. (Handelingen 1, 14) Het gebed is de nieuwe communicatievorm met de Heer nu Hij naar de Vader in de hemel is teruggegaan. Het Griekse woord 'proseuchè' wijst op het intieme en persoonlijke karakter van hun gebed, intens en vurig van aard ('proseuchè' is een samentrekking van 'pros': naar, en 'euchè': wensen; dus: aan God toewensen, naar God toe wensen). Dit gebed is niet smekend, vragend of ontvangend van aard, maar eerder aanbiddend en gevend. 

De leerlingen vragen niet om nieuwe zekerheden, ze verblijven geduldig bij de Heer, die hun heeft beloofd dat ze niet verweesd achter zullen blijven. (Handelingen 1, 4) Daar vertrouwen ze op: ze hebben intussen begrepen dat de Heer altijd woord houdt. Ze brengen hun Heer lof en eer omwille van zijn heerlijkheid.

Hoop

De dood en verrijzenis van de Heer was voor de leerlingen aanvankelijk een 'scandalum', een struikelblok. Ze begrepen niet wat er gebeurde en waarom het zo moest gaan. Ze voelden zich verdrietig en verward, verlaten en verloren. (Matteüs 24, 21-24) Hoe Jezus Tomas toesprak, die zo volhardde in zijn twijfel, mag een belangrijke les zijn. (Johannes 20, 26-29) Geloven gaat voorbij het zien en het weten. Op weg naar Emmaüs verbaasde de Heer zich over het wankele geloof van Kleopas en een andere leerling. (Matteüs 24, 25-26) De heerlijkheid, de verhevenheid van Christus is onlosmakelijk verbonden met zijn lijden, sterven en verrijzen. Dat moeten ze aanvaarden.

Nu pas lijken de leerlingen werkelijk in te zien dat dit alles zo moest gebeuren. Ze beseffen dat de dood het einde niet is. Jezus heeft de dood overwonnen en een nieuw Verbond gesloten tussen God en zijn Volk. Uiteindelijk worden wij in de Paastijd uitgenodigd om mee te groeien in dit verrijzenisgeloof, dat de menselijke logica ver overstijgt. Geloven in de verrijzenis is geloven in de heerlijkheid van Jezus Christus. 

Drieëenheid

God heeft Jezus hoog verheven en Hem de heilige Naam toegekend die alle namen overstijgt: Jezus Christus is de Heer. Bij het noemen van Jezus' Naam moet elke knie zich buigen: in hemel, op aarde en onder de aarde. (Filippenzen 2, 9-11) Dat is de heerlijkheid die Christus van God heeft ontvangen. Jezus' Naam eindigt niet bij zijn sterven. Zijn dood is overwonnen. Hij is de Verrezene, de Heer. Die Naam vat de heerlijkheid samen waaraan Jezus deelachtig is.

Afsluiten doe ik met een fragment uit Jezus' gebed tijdens het Laatste Avondmaal in het Johannesevangelie, dat op de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren weerklinkt: 'Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn.' (Johannes 17, 11) De eenheid van Jezus met zijn Vader zal met Pinksteren worden uitgebreid tot de Goddelijke driehoek: de Drieëenheid van Vader, Zoon en Geest: één God die op drie wijzen met ons, mensen, is verbonden.

05 mei 2026

Hulp gevraagd (9-10 mei 2026)

De leerlingen beleven een bijzondere tijd samen met Jezus, die ze vol overtuiging volgen. Hij zuivert hun geloof en hun leven van allerlei menselijke ingrepen. De Vader in de hemel: Hém moeten ze aanbidden en verheerlijken. Zijn Rijk van vrede: dààr moeten ze aan bouwen, hier op aarde al. Ze leven in een heerlijk nu-moment, maar beseffen niet dat het slechts een aanloop is naar het Nieuwe Verbond, en dat ze een heel andere rol toebedeeld zullen krijgen. In deze Paastijd mogen we mijmeren over onze diepe verbinding met de Onzichtbare. Dit gegeven maakt immers deel uit van ons geloof.

  • Voor de lezingen van de zesde zondag van Pasen A: klik hier.

In tegenstelling tot wat we spontaan zouden verwachten, gaat Jezus' komst gepaard met veel onrust. Denk maar aan Maria, die schrikt wanneer de engel haar bezoekt. Haar geplande leven wordt helemaal overhoop gehaald. Denk aan Jozef, die twijfelt of hij bij zijn verloofde kan blijven. Herodes' bedoelingen zijn al helemaal onrustwekkend. 

Ook wanneer Jezus zijn leerlingen gaat verlaten om terug naar zijn Vader te keren, gaat dit met veel onrust gepaard. Het zal een zware uitdaging worden voor de leerlingen om het verkondigingswerk in zijn Naam verder te zetten zonder Hem aan hun zijde. God neemt de onrust niet weg. Hij gaat midden in die onrust staan met zijn Aanwezigheid.

Pleitbezorger

Ze zullen niet langer op Jezus kunnen terugvallen voor wijsheid en parabels. Maar Jezus vertrekt niet zomaar. Hij zal de Vader vragen om een andere Pleitbezorger te zenden, die altijd bij hen zal zijn. (Johannes 14, 16) De leerlingen worden niet in de steek gelaten. Ze hebben het unieke voorrecht gehad om God in Jezus tastbaar nabij te mogen ervaren, iedere dag. Welnu, God zal aanwezig blijven, maar op een heel nieuwe manier.

De heilige Geest zal over de leerlingen komen en hen bijstaan in alles wat ze doen. De Geest wordt niet zomaar aan de hele wereld geschonken: wie niet in Hem gelooft, kan Hem niet zien en kent Hem niet. De leerlingen kennen Hem wel. Zo zal de Geest bij hen blijven. Sterker nog: Hij zal in hen verblijven. (Johannes 14, 17bcd) Dit is heel intiem.

Kracht en Aanwezigheid

Pinksteren nadert stilaan aan het eind van deze Paastijd. De dood en verrijzenis van Jezus Christus is geen sluitstuk van de verkondiging, maar de voorzegde overgang naar een nieuwe tijd. Jezus laat zijn leerlingen niet als wezen achter: niet in deze overgang en ook niet nadien. (Johannes 14, 18a) Hij blijft hen bijstaan in de merkwaardige (en hachelijke) tijd van de stichting van de Kerk.

Ze worden niet aan hun lot overgelaten op dit cruciale moment. God stuurt hulp aan de leerlingen: 'De Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal jullie alles leren en jullie alles in herinnering brengen wat Ik jullie gezegd heb.' (Johannes 14, 26) Zodoende zullen zij met de Kracht van God bouwen aan een uitgestrekte gemeenschap van volgelingen van Jezus. Ze kunnen Gods hulp goed gebruiken.

Niet om te houden 

De Geest van God is geen bezit. Gods Geest daalt neer over de leerlingen, maar zij zullen die Geest op hun beurt over nieuwe volgelingen laten komen langs hun gebed en langs het doopsel. Philippus schenkt de Geest aan wie tot geloof komt en zich laat dopen, zo lezen we. (Handelingen 8, 17) God is geen bezit, maar een Kracht die we mogen delen met al wie voor Hem openstaat.

De Geest maakt een essentieel deel uit van de bekering tot God. Zonder de Geest kunnen wij, volgelingen van Jezus, niet geloven. Hij brengt ons de blijde Boodschap in herinnering. Het is de Geest van God die ons bij het Verhaal houdt dat God met mensen schrijft. Het is de heilige Geest die ons begeestert om te blijven bouwen aan het Rijk van God.

Geen mensen verafgoden

De Geest is tegelijk een essentiële barricade tegen het in bezit nemen van God en geloof. Dat is immers een risico bij mensen. Mensen hebben algauw de neiging om zich de Boodschap toe te eigenen als bezit, als machtsinstrument. Dat kan niet de bedoeling zijn. De farizeeën deden dit met veel spektakel en zelfingenomenheid, en dat blijft ook nu een gevaar. 

De geloofswijsheid komt van God, niet van de mens. Een mens kan maar beter zuinig zijn met de bewering dat hij of zij spreekt vanuit de Geest. Wanneer dat niet klopt, heeft hij of zij immers een enorme blunder begaan. Tegenover God zelf nog wel. Let wel: het is zeker mogelijk dat Gods Geest ons inzicht geeft. 

Mensen moeten zich niet laten vereren. Dat vernemen we trouwens als van Paulus, die na een wonder voor Hermes werd aanzien. 'Wij zijn mensen, net als jullie,' reageert Paulus geschokt. (Handelingen 14, 15b) Ons geloof is geen mensencultus. We bekeren ons tot de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft. (Handelingen 14, 15cd) Daar gaat ons geloof ten diepste over: God en zijn heilsplan met ons.