Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label verbond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verbond. Alle posts tonen

10 juni 2026

Op zoek naar verdwaalde schapen (13-14 juni 2026)

Jezus kijkt om zich heen. Veel mensen zijn er bijeengekomen en ze zijn van goede wil. Hun bedoelingen zijn goed, maar ze hebben het lastig. Het leven is geen plezierrit. Alleen kan Jezus de Boodschap van vreugde niet verkondigen. Hij heeft helpers nodig, mensen die in zijn Naam het evangelie verkondigen en mensen nabij zijn, en heel dringend zelfs.

Oogst

Jezus merkt op dat er te weinig arbeiders zijn voor het vele werk. (Matteüs 9, 37) Daarom doet Hij een oproep: 'Vraag de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.' (Matteüs 9, 38) Hij geeft deze opdracht aan zijn leerlingen. Zij moeten bidden om meer volgelingen die uitverkoren zijn om het geloof te verkondigen, meer bepaald om te doen wat Jezus zelf de hele tijd doet: onderricht geven in synagogen, het goede Nieuws over Gods Koninkrijk verkondigen en mensen helen. 

Merk op dat Jezus het niet heeft over een abstracte taak of zending die rustig ingepland of uitgesteld kan worden. Wanneer de oogst niet op tijd wordt binnengehaald, dan bederft ze en is het hele groeiproces helemaal verloren. Het gaat dus over een hoognodige en dringende taak.

Voortrekkers

Christen zijn kunnen we niet alleen. We hebben voortrekkers nodig die de menigte met wijsheid en inzicht op weg helpen, die hen bij de Boodschap houden: wakker en alert. Anders dreigen we verloren te lopen. Jezus kijkt naar de mensen en merkt dat ze uitgeput en hulpeloos zijn. (Matteüs 9, 36) 

Ze willen wel luisteren naar zijn Woord, maar hun aandacht is kort van duur. Ze hebben zo veel zorgen en ze hebben zo veel te doen. En ze willen Hem wel volgen, maar ze worden gauw moe en het engagement vraagt veel van hen. Het wekt medelijden op bij Jezus. Dat is een emotie die eigen is aan de Heer: Hij lijdt mee met onze menselijkheid. Jezus kijkt niet neer op de mensen, Hij kent hun tekortkomingen. Het menszijn heeft Hij ten volle aangenomen. 

Naar de kudde

Jezus roept de leerlingen bij zich en zendt hen uit met duidelijke instructies. (Matteüs 10, 1 en 5) Ze moeten zich richten tot het Volk van Israël, niet tot ander mensen. Hoewel hun voorvaderen het Verbond met de Heer hebben verbroken, krijgen zij eerst de gelegenheid om het goede Nieuws te ontvangen en de Mensenzoon te volgen. Het is immers niet hun schuld dat ze verdwaald zijn: 'Mijn volk was een dolende kudde schapen: hun herders lieten hen dwalen, ze dreven hen de bergen in. Daar dwaalden ze over heuvels en bergen, ze vergaten waar hun schaapskooi was.' (Jeremia 50, 6) 

De Heer hoopt immers dat ze Hem weer zullen terugvinden: 'Ze zullen zich opnieuw verbinden met de Heer, in een Verbond dat eeuwig duurt en nooit zal worden vergeten.' (Jeremia 50, 5b) Daarom krijgen zij de gelegenheid van Jezus om terug te komen naar God met de hulp van de leerlingen, die hen verkondigen dat het Koninkrijk van de hemel nabij is. (Matteüs 10, 7)

In zijn Naam

Ze worden op weg gestuurd, de leerlingen van de Heer: Simon Petrus, Andreas (de broer van Petrus), Jakobus (de zoon van Zebedeüs), en Johannes (de broer van Jakobus), Filippus, Bartolomeüs, Tomas, Matteüs (de tollenaar), Jakobus (de zoon van Alfeüs), Taddeüs (ook Judas genaamd), Simon (Kananeüs, de zeloot) en Judas Iskariot. (Matteüs 10, 2-4 - Handelingen 1, 13)

Zij beginnen de verkondiging in Jezus' Naam. Dat doen ze niet enkel met weloverwogen overdenkingen in de synagoge. Ze leven de Boodschap voor en ze delen hun vreugde van hun geloof. Wanneer we bidden om roepingen, in navolging van Jezus' vraag aan de leerlingen, laat ons dan bidden voor arbeiders voor de oogst. 

Er zijn immers veel velden: kerkgebouwen, werkgroepen, scholen, ziekenhuizen, gevangenissen, verenigingen, goede doelen, noem maar op. Voor al die oogst zijn er arbeiders nodig die in de Naam van de Heer met de mensen begaan zijn en enthousiast en doorleefd de Boodschap van Gods Koninkrijk willen delen.

28 mei 2026

Heilige Drieëenheid: geduld, liefde en trouw (30-31 mei 2026)

Op de zondag na Pinksteren vieren we de heilige Drieëenheid. Na Pinksteren hebben we God leren kennen als hemelse Vader, als Zoon die op aarde de Boodschap heeft verkondigd om een nieuw Verbond te sluiten, en als Geest die neerdaalt over de gelovigen na Christus' hemelvaart. We kennen God op drie manieren, Hij maakt zich kenbaar langs drie verschijningswijzen. Toch zijn Zij één en dezelfde God. Dat wordt nogmaals beklemtoond na Pinksteren. Er is één God die ons genadig nabij blijft.

  • Voor de lezingen van de heilige Drieëenheid A: klik hier.

Verbond

Het eerste heilige Verbond tussen God en zijn Volk werd gesloten in de woestijn, onderweg naar het Beloofde Land, na de vlucht uit de slavernij en onderdrukking in Egypte. God heeft zijn Volk bevrijd en gunt het een prachtige toekomst. Hij schenkt langs Mozes de tien geboden aan het Volk, de tien leefregels die het geloof in de Eeuwige samenvatten. Maar het Volk is bij momenten onhandelbaar helaas: het vervalt vaak in geklaag en gemor en het heeft zijn toevlucht gezocht bij een gouden kalf. (Exodus 32-33)

Mozes beklimt de berg Sinaï om aan de Heer te vragen om het Volk toch te blijven begeleiden op weg doorheen de woestijn. De Heer wil een Vertond sluiten. Hij leidt dit in met belangrijke eigenschappen die Hem kenmerken, die zijn Identiteit samenvatten: Hij is een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig. (Exodus 34, 6) Daarom wil Hij een Verbond sluiten, omdat Hij is wie Hij zegt dat Hij is.

En willen dat nu juist kwaliteiten zijn waar het Volk zo pijnlijk in tekortschiet tegenover hun God. En dat is een probleem van alle tijden. Al bij de aanvang van dat eerste Verbond blijkt dat mensen niet altijd uitblinken in liefde, geduld, trouw en waarachtigheid. Laten we drie belangrijke waarden uitdiepen van de aankondiging waarmee God Zichzelf voorstelt aan het Volk: geduld, liefde en trouw. Zo openbaart God zich aan de mensen doorheen de heilsgeschiedenis, tot op vandaag.

Geduld

Het is niet zo dat we een Goddelijke Persoon kunnen toekennen aan elk van deze drie waarden. God is één en zijn Identiteit kan niet zomaar opgedeeld worden. Vooreerst blinkt God uit in geduld. Het feit dat Hij zijn Zoon in de wereld geboren laat worden om de Boodschap te verhelderen onder de mensen, is een ontegensprekelijke uiting van geduld. De eredienst is met geld en macht besmet (Matteüs 21, 13 en Lucas 18, 9-14) en de dagelijkse geloofspraktijk is een geheel van regeltjes geworden (Matteüs 23). Dat wil God bij monde van Jezus bijsturen: met Vaderlijk geduld, niet met wrok.

Ook de Zoon is geduldig: Hij blijft uitleg geven aan de mensen die het willen horen, en ook aan zijn leerlingen, die zijn uitspraken vaak helemaal verkeerd begrijpen, of zelfs helemaal niet. Langs beelden spreekt Hij met zijn apostelen in begrijpelijke taal, zelfs in wonderlijke tekens. (Marcus 4, 35-41 en Matteüs 15, 15-16 en Marcus 4:33-34) Toch lijken ook zij nog bezig te zijn met positie en macht. (Marcus 10, 35-45) Niettemin blijft Jezus hen hierop aanspreken, met het nodige geduld. 

De Geest van God is over ons gekomen nadat de Zoon naar zijn Vader is teruggekeerd. Hij blijft ons inspireren. De eeuwenlange geschiedenis tot nu en ook hierna is alleszins een teken van volgehouden geduld. 

Liefde

De Liefde van God begint al bij de schepping van hemel en aarde. Zijn Kracht heeft alles gemaakt en ons gegeven en wij mogen elke dag genieten van zijn geschenk van Liefde. Het feit dat Hij ondanks de fouten van zijn Volk toch begaan blijft met hen, getuigt evenzeer van deze Liefde die ons menselijk begrip overstijgt. Uit grenzeloze Liefde staat Hij open voor wie Hem de rug heeft toegekeerd, maar die tot berouw komt en vraagt om vergeving. (1Johannes 3, 1 en Lucas 15, 20 en Joël 2, 12) En zijn enige Zoon wordt op aarde gezonden om het Volk opnieuw te redden: niet van de slavernij, maar van de verlorenheid. (Johannes 3, 16)

De Liefde van de Zoon is doorheen zijn aardse optreden duidelijk geworden, maar kent haar hoogtepunt in zijn lijden en sterven. Hij aanvaardt het kruis niet enkel uit gehoorzaamheid aan zijn Vader. Dit lijden is ook noodzakelijk om de schuld van de mensen kwijt te schelden en een Nieuw Verbond te sluiten. (Jesaja 53, 4-5 en Matteüs 20, 28 en Matteüs 26, 28 en 1Petrus 2, 24) Hij wordt het Lam van God. Is er een groter teken van Liefde? (Johannes 13, 1)

De Liefde van de Geest bestaat erin dat Hij in ons aanwezig is en blijft. Hij is de meest nabije vorm waarin God zich openbaart. De Geest maakt ons wakker, vuurt ons aan en inspireert ons om van Gods grote daden te spreken. Hij wakkert de liefde voor God aan in ons. (Romeinen 5, 5 en Galaten 5, 22)

Trouw

De trouw van God zien we doorheen de Schrift. Ondanks de ontrouw van de mensen blijft Hij wel trouw. Ondanks de afvalligheid die Hem wordt aangedaan, laat Hij niemand vallen. Hij wil een Verbond sluiten, een heilige verbintenis met de mensen om de trouw uitdrukkelijk te bestendigen. Daar, in de ruwheid en onzekerheid van de woestijn, komt Hij de mensen tegemoet. En dat gebeurt opnieuw door de hemelse Vader bij het Nieuwe Verbond. 

De trouw van Jezus gaat tot het uiterste toe. Hij gaat niet in op de lokroep van het kwaad, maar blijft zijn Vader trouw. (Matteüs 4, 1-11) Petrus daarentegen, de belangrijkste onder de leerlingen, zal zijn Meester verloochenen, zelf al werd hij er uitdrukkelijk voor gewaarschuwd. (Johannes 13, 38) Jezus blijft trouw, Hij aanvaardt zelfs het lijden. (Matteüs 26, 39 en Marcus 14, 36) Het contrast is groot. Wij zijn geen goden, we zijn mensen met gebreken. Dat weet God.

De trouw van de Geest ligt in zijn ononderbroken genadegave. Hij is in ons aanwezig, zelfs wanneer wij God als ver weg ervaren. De Geest wil ons telkens opnieuw verbinden met de diepste Identiteit van God en ons inspireren om dat geduld, die liefde en die trouw ook te veruitwendigen in wat we zeggen en wat we doen. 

Zo mogen wij getuigen van de Vader die barmhartig is en ons nooit in de steek laat, van de Zoon die ons is geschonken en die aan ons de Boodschap heeft verkondigd en de Geest die eeuwig is en tegelijk in de tijd ons tegemoet komt als bron van kracht en troost. En dat vieren we op het feest van de heilige Drieëenheid. Dat God zich op zoveel manieren aan ons openbaart.

17 november 2025

Christus Koning: de verhevenheid van de vergeving (22-23 november 2025)

Christus Koning sluit het kerkelijk jaar af. Volgende week begint met de advent een nieuw liturgisch jaar. We eindigen met een orgelpunt: Christus wordt gevierd als de Koning van hemel en aarde, van al wat is. Hij is door de Vader naar de aarde gezonden om het Volk van God weer in de armen te sluiten in een Nieuw Verbond.

Verbinding verbroken

Jezus Christus is de Allerhoogste: “Oorsprong is Hij, eerstgeborene uit de dood, om in alles de hoogste te zijn: in Hem heeft heel de volheid willen wonen.” (Kolossenzen 1, 18bcd-19) Hij is ons ideaalbeeld, ons Goddelijk voorbeeld, door de Vader naar de aarde gezonden om het Volk met Zich te verzoenen. Duidelijker kan God niet meer worden, met zijn Volk onderweg. Want het oude Verbond is verwaterd

We krijgen een nieuwe kans van God. De Schrift is een lange historiek van God die verbinding zoekt met zijn Schepping enerzijds en de mensen die telkens weer zijn gulheid met de beste bedoelingen beantwoorden, maar later toch weer verzanden in eigenbelang anderzijds. De trouw van Gods Volk is de achilleshiel. Keer op keer stellen de mensen zich gaandeweg andere prioriteiten. Ze ontdekken snel geluk en ze zien de illusie ervan niet in. Ze willen zichzelf op de eerste plaats zetten en beseffen niet dat hun kracht slechts sporadisch zal volstaan. 

Het Verbond dat ooit in de woestijn werd gesloten, is teniet gedaan. Bij monde van profeten als Jesaja en Jeremia heeft de Heer zijn Volk kwaad toegesproken, maar ook een nieuw begin aangekondigd. Dat komt in Jezus, zijn eniggeboren Zoon: “door Hem en voor Hem (heeft Hij) alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel.” (Kolossenzen 1, 20ab) God blinkt werkelijk uit in vergevingsgezindheid, meer dan een mens ooit zal kunnen opbrengen.

Kruis

De ultieme verzoening is gekomen: langs het Lam dat geslacht is om het kwaad van de wereld te dragen. Verheven aan het kruis strekt Hij zijn armen uit over alle mensen. Een Nieuw Verbond wordt gesloten. Boven Hem wordt een opschrift aangebracht: ‘Dit is de koning van de Joden’. (Lucas 23, 38) Waar komt die titel toch vandaan? Waarom wordt Hij als koning gekruisigd? 

Slechts één van de twee misdadigers die met Hem zijn gekruisigd, erkent Hem als zijn Redder. Hij zegt tegen de gekruisigde Heer: “Jezus, denk aan mij wanneer U in uw koninkrijk komt.” En Jezus antwoordt: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn.” (Lucas 23, 42-43) De misdadiger, die in de schuld staat bij de hemelse Vader, ontvangt vergiffenis, omwille van zijn berouw en zijn geloof. Vandaag nog, niet in een verre toekomst.

Koninkrijk

Pilatus vraagt aan Jezus: “Bent U de koning van de Joden?” Jezus antwoordt: “Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Mijn koninkrijk is niet van hier.” (Johannes 18, 36ad) Het spottende opschrift wordt een heilige titel, de vernederende straf wordt een Overwinning, want Jezus Christus ís de Koning van het Heelal.

Hij bezit absoluut geen koningschap zoals een aardse vorst: zijn koningschap is er niet mee te vergelijken. Wat het betekent is voor ons, mensen, amper voor te stellen. Dit is geen  politieke maar spirituele opdracht: Hij vult zijn Rijk met liefde en gerechtigheid en dat Rijk is al komende. Een Rijk dat gefundeerd is op vergeving en genade, op gulheid en hartelijkheid. Op God zelf. Dit koningschap is hemels van oorsprong en haar taak bestaat uit genade.

Eeuwfeest

100 jaar geleden is het hoogfeest van Christus Koning ingesteld door paus Pius XI, in 1925. Het benadrukt de allesomvattende betekenis van het koningschap van Christus over mens en wereld. Het concept is dus vrij recent, al heeft het uiteraard veel wortels in de traditie en in de Schrift. ‘De Allerhoogste’, zo bezingen we Christus in het ‘Eer aan God’. 

In het boek Openbaring krijgt Hij de naam ‘hoogste Heer en koning’. (Apokalyps 19, 16b) “Jezus Christus (is) de betrouwbare getuige, de eerstgeborene uit de dood, de heerser over de vorsten van de aarde.” (Apokalyps 1, 5a) Het koningschap van Christus is onlosmakelijk verbonden met zijn belofte van het Rijk Gods waar wij hartelijk toe worden uitgenodigd: Christus heeft “een koninkrijk uit ons gevormd en ons gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader. Aan Hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid.” (Apokalyps 1, 6)

Uitnodiging

Als de Koning ons met vergeving tegemoet komt, als zijn Troon gebouwd is op Liefde, dan kunnen wij haast niet anders dan deelnemen aan deze Goddelijke goedheid, die ons hier op aarde verheft tot mensen van God. 

Vergeving is wellicht één van de moeilijkste opdrachten doorheen ons mensenleven. De verhevenheid bestaat erin dat we de moeite doen om ons tot Hem te richten en niet voor het oppervlakkig gemak en zelfzuchtige gewoonte te kiezen. Daartoe nodigt de Koning ons uit: God en elkaar lief te hebben. Vergiffenis is de sleutel daartoe.

Graag wens ik ieder van jullie een zalig liturgisch eindejaar toe, en een hoopvolle en liefdevolle advent.

17 december 2024

De meest gezegende van alle vrouwen (21-22 december 2024)

Maria en Elisabet zijn de dragende figuren in de advent. Ze dragen zelfs letterlijk de twee kinderen die de heilsgeschiedenis, de tijdrekening van God en mens, onomkeerbaar zullen veranderen. Elisabet is zwanger, ondanks haar hoge leeftijd, en uit haar schoot wordt Johannes de Doper geboren. Hij maakt de weg klaar voor de Messias. En we gedenken weldra dat Jezus uit Maria wordt geboren. Hij is de Zoon van God. Maria en Elisabet delen hun vreugde met elkaar. En wij mogen in de advent ten volle delen in hun blijdschap, terwijl we verlangend uitzien naar Kerstmis.

“Van alle vrouwen ben jij de meest gezegende en gezegend is de vrucht in je schoot!”, roept Elisabet uit wanneer haar nicht Maria op bezoek komt in het allereerste hoofdstuk van het Lucasevangelie. (Lucas 1, 42) 

Het is geen toeval dat bij Jezus’ intocht op een ezeltje in Jeruzalem de leerlingen Hem een gelijkaardige uiting van geloof en ontzag toeroepen, vol vreugde: “Gezegend is Hij die komt als koning in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!” (Lucas 19, 38) Dat laatste hebben de engelen aan de herders verkondigd bij Jezus' geboorte. We vinden nog een parallel in het derde laatste vers van het Lucasevangelie, dat als volgt klinkt: “Terwijl Hij hen (de apostelen) zegende, ging Hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel.” (Lucas 24, 51) 

Genade toezeggen

Het is meteen duidelijk in het Lucasevangelie: Jezus is gezegend, uitverkoren, al voordat Hij geboren is. Ook zijn Moeder is gezegend en uitverkoren. Er hangt een sfeer van heiligheid en puurheid over het hoofdstuk. Een adventssfeer.

In het Nieuwe (Tweede) Testament verwijst ‘zegenen’ (‘eulogein’ in het Grieks) naar het toezeggen van Goddelijke genade, naar het toewensen dat de bescherming en voorspraak van de Heer ontvangen mag worden. Letterlijk vertaald is het ‘goed-zeggen’. In de Schrift is Gods spreken nooit louter communiceren, maar werkt het verbindend en relationeel. Deze Godsspraak raakt de mens tot in het diepste van zijn of haar ziel. We kunnen het begrip samenvattend misschien vertalen als ‘genade toezeggen’. 

Het Volk Gods, onderweg in de woestijn, leeft onder de zegen van de Heer en het Verbond dat wordt gesloten langs de tien geboden illustreert deze bijna onpeilbare diepte van Gods voorspraak. Wanneer God je zegent, dan raakt dat de kern van je bestaan. Doorheen het Woord (van God) dat Jezus op de wereld verkondigt, zal trouwens een Nieuw Verbond tussen God en de mensen worden gesloten.

Blij

Het mag ons dus niet verbazen dat Elisabet deze woorden niet met een stil stemmetje uitspreekt. (Lucas 1, 42-45) Nee, ze roept het uit, met luide stem (in het Grieks ‘anefoonèsen’: uitroepen, uitschreeuwen; ‘kraugè megalè’: luide stem): niet bescheiden maar opgetogen, niet bedeesd maar intens blij. Elisabet, die zelf zwanger is en Johannes de Doper zal baren, verkondigt verheugd dat Maria gezegend is, en Jezus, het Kind dat zij zal baren. 

Gelukzalig

We mogen zegen niet verwarren met ‘zaligheid’. In de zaligsprekingen (‘makarioi’ in het Grieks: gelukkig, zalig, gelukzalig) ontvangen mensen een beloning omwille van hun goede en rechtvaardige levenswandel. (Matteüs 5, 2-11) Ze zijn spiritueel welvarend. In oud-Griekse mythologie zijn de zaligen de doden en de goden: zijn allen bereiken een staat van gelukzaligheid. Jezus kent deze gelukzaligheid toe als beloning aan de ‘kleinen’ in de samenleving. Dat zegt Jezus ook na zijn zaligsprekingen. (Matteüs 5, 12) Kort door de bocht kunnen we stellen: een zegen ontvangt men van Godswege als een merkteken op de identiteit, gelukzaligheid is een toestand die men ervaart na goedheid. Er is een nuanceverschil.

Die gelukzaligheid kent ook Maria trouwens, zo zegt Elisabet opgetogen. Ze heeft immers geloofd dat de woorden van God in vervulling zouden gaan. (Lucas 1, 45) Nu is ze verheugd en vol verlangen kijkt ze uit naar de geboorte.

Genade

Weldra begint voor haar een bijzondere tijd. Haar leven zal onomkeerbaar veranderen. Maria is gezegend, ze is vervuld van Gods genade. Let wel: die zegen van Godswege zal haar niet beschermen tegen verdriet. Vervuld zijn van Gods genade betekent niet dat je de hele dag met een glimlach op je gezicht rondloopt. 

Wel is ze op een bijzondere, unieke wijze met God verbonden. De engel bevestigt dit al aan Maria: “Je bent vervuld van genade, de Heer is met je.” (Lucas 1, 28) De tweede uitspraak verklaart de eerste. Ze zal altijd verbonden zijn met God, veel inniger dan wij als gelovige, met ons zoeken en twijfelen, ooit durven te verlangen. Daarom is zij ook een voorbeeld voor elk van ons.

Dat Jezus gezegend is voordat Hij in een schamele stal wordt geboren, maakt ons meteen duidelijk dat Hij de Redder is op wie men heeft gewacht. Hij is de Messias, in Hem mogen wij ons vertrouwen stellen. In Hem zal een Nieuw Verbond worden gesloten. Gelukzalig is ieder die in Hem gelooft en Hem wil volgen: het Volk van God.

Gebed

De uitspraak van de engel Gabriël en de begroeting van Elisabet vormen het eerste deel van het Weesgegroet. De advent zit werkelijk verweven in ons Mariagebed: 

Gegroet Maria, vervuld van genade, 

de Heer is met U.   (Lucas 1, 28)

De meest gezegende bent U van alle vrouwen 

en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot.   (Lucas 1, 42)

Heilige Maria, Moeder van God, 

bid voor ons, zondaars, 

nu en in het uur van onze dood. Amen.

30 mei 2024

Een Nieuw Verbond (1-2 juni 2024)

We vieren Sacramentsdag: donderdag, of uitgesteld op zondag. Jezus heeft de eucharistie ingesteld, omringd door zijn leerlingen, en gaf hen de opdracht: "Doe dit telkens opnieuw om Mij te gedenken." Bijna tweeduizend jaar later gaat deze sacramentele traditie nog steeds verder. We blijven verbonden met Christus, en door Hem ook met God. Daartoe heeft Jezus een Nieuw Verbond gesloten, langs zijn lijden, dood en verrijzenis. Deze wederzijdse verbondenheid mogen we vieren met gepaste vreugde.

Instelling

Het Verbond dat God sluit met zijn volk langs Mozes wordt door Jezus in herinnering gebracht wanneer Hij met zijn leerlingen het Laatste Avondmaal houdt. Hij breekt brood en deelt de beker met hen, en legt het verband met zijn Lichaam en zijn Bloed, waarlangs Hij het nieuwe Verbond zal sluiten. (Lucas 22, 20) Brood en wijn blijven de tekenen van dit Nieuwe Verbond. Net als de leerlingen, mogen wij deelnemen aan de maaltijd en de instelling van het Nieuwe Verbond gedenken

Het oude Verbond heeft afgedaan, zo blijkt. Jezus staat garant voor een veel beter verbond. (Hebreeën 7, 22) Een nieuwe schepping breekt aan: het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. (2 Korintiërs 5, 17) Dat wil niet zeggen dat de geboden van het oude Verbond komen te vervallen. De Wet zelf is heilig en de geboden blijven heilig, rechtvaardig en goed. (Romeinen 7, 12) De beleving van de Wet: dààr is het fout gelopen.

Niet geschrapt

Gods Zoon is in harmonie met zijn Vader. Jezus schrapt de traditie absoluut niet door de instelling van het Nieuwe Verbond. Hij dringt daarentegen aan op een nieuw inzicht en een nieuwe beleving. In zijn navolging wordt de oude orde van het dienen van de wet achtergelaten. De nieuwe orde is die van de heilige Geest (Romeinen 7, 6b) Het Nieuwe Verbond is geen verbond van de geschreven wet, maar een verbond van zijn Geest. (2 Korintiërs 3, 6) Het oude verbond is verouderd en versleten, de teloorgang nabij. (Hebreeën 8, 13) Het Volk van God is immers niet trouw gebleven aan het verbond en heeft het geschonden. (bijvoorbeeld Psalm 78, 37; en Jeremia 11 en 31, 31-34) 

Nieuw tijdperk

Een nieuw tijdperk vangt daarom aan, die de Wet verinnerlijkt. We richten ons niet meer op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want die zijn eeuwig. (2 Korintiërs 4, 18) Het is een nieuw begin, het begin van een nieuwe geloofshouding: niet enkel toen, maar ook tot op vandaag, in onze dagen, telkens opnieuw. Het is een voortdurend bekeringsproces waarbij we de nieuwe mens aantrekken: we bekleden ons met de nieuwe mens. (Efeziërs 4, 24, Kolossenzen 3, 10)

Wij zijn deelachtig aan het Verbod dat Christus heeft ingesteld doordat Hij uit de dood is opgewekt: zo mogen ook wij een nieuw leven leiden. (Romeinen 6, 4) De ontrouw en de overtredingen van eertijds zijn uitgewist door Jezus. Hij is de nieuwe Priester, zoals eertijds Melchisedek. (Hebreeën 7, 15) Jezus Christus is de Bemiddelaar van het Nieuwe Verbond. (Hebreeën 12, 24)

Verbonden

Doorheen de Schrift merken we dat God niet één verbond heeft gesloten, en ook geen twee, maar meerdere. De Heer maakt in dat proces geen oud verbond ongedaan met een nieuw verbond, maar herhaalt, bevestigt en verbreedt zijn heilige alliantie telkens. 

Het eerste verbond dat vernoemd wordt, sluit God met Noach (Genesis 6, 18). Hij belooft voor hem, zijn gezin en zijn dieren te zullen zorgen en spreekt een zichtbaar teken af: er zal een regenboog aan de hemel verschijnen. (Genesis 9, 12-17) Met Abraham en zijn nakomelingen wordt ook een verbond gesloten. (Genesis 15, 18 en 17, 2) Hiermee wordt het volk voor het eerst onder zijn bescherming geplaatst onder de vorm van 12 stammen die zullen ontstaan uit de aartsvader. Het bekendste verbond in het Eerste (Oude) Testament sluit God af met Mozes. Er wordt opnieuw een verbreding gemaakt, en volgt een nieuw tijdperk, waarbij Gods Volk zal leiden naar een heilig land: het Beloofde Land. (Deuteronomium 5, 1-22) Met David wordt het Verbond bekrachtigd met het Volk en het land: ze zijn één en heilig. (2 Samuel 7, 8-16) Het volk is niet langer nomadisch maar heeft zich gevestigd. De troon van David symboliseert het sedentaire koninkrijk onder Gods bescherming.

Het Nieuwe Verbond houdt andermaal een verruiming in: iedereen die Jezus wil navolgen, maakt er deel van uit, overal ter wereld. Toch is er een duidelijke cesuur bij het Nieuwe Verbond dat door Jezus Christus wordt gesloten: Jezus is Gods Zoon en dit is het ultieme, laatste Verbond dat eeuwig duurt, tot de voleinding.

Schoon gewassen

Jezus is de eeuwige Hogepriester die de zonden van de wereld vergeeft door zijn Bloed. Er schuilt een duidelijke verwijzing in naar het bloed van het eerste verbond, dat werd gesprenkeld over het volk. (Exodus 24, 8) Jezus’ bloed zal worden vergoten, langs zijn dood op het kruis. Bloed staat voor levenskracht, voor nieuw leven en verwijst daarmee naar de Schepping: een genadegave van Godswege. Jezus wekt ons tot nieuw leven, schept in ons nieuwheid. Hij herschept ons om ons in het Rijk Gods op te kunnen nemen (2 Korintiërs 4, 14) Het Brood staat voor het lichaam, voor de mens geworden Zoon van God, die in onze tijdrekening en op onze schepping heeft geleefd, verkondigd en geleden, en die er gestorven is en verrezen.

Sacramentsdag brengt ons tot bij de diepste betekenis van het Verbond. Ons geloof is geen verzameling van uiterlijkheden, maar is een diepe verbondenheid met God, geïnspireerd door de heilige Geest. Sacramentsdag volgt niet toevallig kort na Pinksteren. Begeesterd vormen we samen de Kerk en mogen we het Verbond van onze Heer Jezus Christus vieren en van onze kant telkens weer bevestigen: 'Ja, ik geloof dat Jezus Christus de Heer is!'

13 oktober 2023

Afzender: de Koning (14-15 oktober 2023)

Wanneer je wordt uitgenodigd voor een bruiloftsfeest, dan wekt dat doorgaans een blij, verlangend en wat spannend gevoel op. Twee mensen willen hun liefde bezegelen en dat delen met hun familie en vrienden. En jij bent daar één van. Een feest is een dankbare afwisseling in het leven van iedere dag: een sprankeltje hoop. Wanneer de koning zo’n uitnodiging rondstuurt voor het huwelijk van zijn zoon, dan moet het als een hele eer aanvoelen. Wat voor gerechten zullen er geserveerd worden? Hoe zal het paar gekleed zijn? Hoe zal de zaal versierd zijn? Op welke muziek zal men mogen dansen? Een uitnodiging weigeren, dat doe je niet zomaar. Je moet wel een hele goede reden hebben. Waarom zou je weigeren?

De Koning nodigt uit

Welnu, Jezus vertelt een parabel over een feestmaal. Een koning organiseert het bruiloftsfeest voor zijn zoon. (Matteüs 22, 2) De prins huwt en dat stemt de koning enthousiast en blij. Een lijst met bruiloftsgasten wordt opgesteld en zijn dienaren gaan op pad om hen uit te nodigen. Vreemd genoeg is geen van de genodigden bereid om te komen naar het feestmaal. (Matteüs 22, 3) De verbazing is groot wanneer de dienaren het nieuws aan de koning melden. Er moet iets verkeerd zijn gegaan, dat kan haast niet anders. Misschien zijn de verkeerde mensen aangesproken, misschien klopt de lijst niet. Waarom zouden ze zomaar weigeren? En allemaal?

We kunnen niet naast de evidente parallel kijken. Dit verhaal gaat over God en zijn volk. De Heer heeft in de woestijn een Verbond gesloten met zijn volk, aan de berg Sinaï: een plechtige bezegeling die sterk verwant is aan de verbintenis van een huwelijk (Deuteronomium 29, 1-15). Het volk is gered van de slavernij in Egypte en mag in alle vrijheid het land van melk en honing bewonen. Men zou oneindige dankbaarheid verwachten en groot ontzag. 

Niets is minder waar. Het Volk van God raakt onderling verdeeld, het land splitst zich op in een Noordrijk en een Zuidrijk. De mensen vergeten de grote daden van God en gaan te rade bij andere goden. De Schriftgeleerden en farizeeën stellen allerlei regeltjes op en leven die nauwgezet na, maar eren zichzelf meer dan de Heer. De mensen komen niet meer naar God, ze gaan niet in op zijn uitnodiging. Gods teleurstelling is groot. De profeten klagen de ontrouw aan, maar ze kunnen het volk niet overtuigen. Wat bezielt de mensen? Waarom blijven ze weg?

Een tweede kans

Terug naar de parabel. De koning laat zich niet uit het lood slaan. Er zijn stieren en vee geslacht, een heus feestmaal staat klaar, met alles er op en er aan. Dat kunnen ze toch niet weigeren? Het zou jammer zijn voor al dat lekkere eten. En wat zou de prins teleurgesteld zijn: geen gasten! De koning stuurt daarom met vernieuwde hoop andere dienaren op pad met deze uitnodigende boodschap: “Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!” (Matteüs 22, 4) De vrijgevigheid van de koning is groot, en ook zijn geduld blijkbaar. De genodigden negeren de dienaren echter botweg en gaan gewoon naar hun akker of hun handel. (Matteüs 22, 5) Het interesseert hen helemaal niet dat de prins trouwt. En de koning kan hen gestolen worden. De situatie escaleert: sommigen nemen de dienaren gevangen, mishandelen hen of doden hen zelfs! (Matteüs 22, 6) De teleurstelling verwordt  tot verontwaardiging. Hoe durven ze? Waar komen die onbeschoftheid en ondankbaarheid vandaan? Na al wat de koning heeft gedaan… Woedend stuurt de koning zijn troepen op de geweldenaars af. De moordenaars worden omgebracht. Hun stad wordt zelfs in brand gestoken. (Matteüs 22, 7)

Zo is het ook gegaan in de werkelijkheid. God geeft zijn Volk een nieuwe kans. Zijn eniggeboren Zoon komt op aarde om de Blijde Boodschap te verkondigen. Het Woord wordt uitgelegd aan het Volk Gods. Zo kunnen ze beter begrijpen waar het fout is gegaan en worden ze alsnog uitgenodigd om tot inkeer te komen. Terwijl Jezus deze parabel vertelt, staat Hij midden in deze tweede uitnodiging van de Heer. Hij maakt zelf deel uit van het verhaal. 

Wat Hij vertelt, zal ook gebeuren. Veel mensen laten Jezus en zijn Boodschap links liggen en doen gewoon verder zoals ze bezig waren. De religieuze leiders zien een bedreiging in Hem. Ze zullen Hem laten arresteren, veroordelen en doden. Jezus omschrijft hier het lot dat Hemzelf te wachten staat. De gulheid van de Heer wordt niet dankbaar onthaald, integendeel. Toch begint er iets nieuws: zijn trouwste volgelingen blijven Christus' Boodschap verkondigen.

Iedereen

In de parabel denkt de koning pragmatisch. Het eten is er, en er is zeker reden voor een groots feest. De ondankbare genodigden hebben het niet verdiend om gevraagd te worden. Hij heeft die lui verkeerd ingeschat. Ze waren de invitatie niet waard, zo blijkt. (Matteüs 22, 8) Zijn nieuwe instructies zullen de dienaren verbaasd hebben: “Ga naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” (Matteüs 22, 9) Werkelijk iedereen is welkom: voorbeeldige en minder voorbeeldige landgenoten, van alle slag, van iedere komaf. Nu loopt de bruiloftszaal wel vol met gasten. (Matteüs 22, 10) De koning zal trots en blij hebben gekeken naar de mensen die het wel de moeite waard vinden om te komen naar het feest. Toch zal de weigering door zijn gebruikelijke entourage nazinderen.

De teleurstelling van God weegt niet op tegen zijn Liefde voor de mensen. God sluit een Nieuw Verbond langs Jezus Christus, zijn Zoon, en de uitnodiging breidt zich uit tot alle mensen: ook niet-gelovigen zijn welkom, ook mensen die fouten hebben gemaakt in hun leven. Bekering en geloof zijn de sleutel tot Gods Liefde. Werkelijk iedereen mag aanzitten aan de Tafel van de Heer.

Niet zomaar even

Dat horen we ook in de parabel: werkelijk iedereen is welkom op het feest. Toch zijn er  grenzen. Niemand gaat naar een prinselijk bruiloftsfeest in alledaagse plunje. Dat geeft geen pas. Er moet ontzag zijn en respect. De koning spreekt een gast aan die in zijn werkkleren aan tafel zit: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen, terwijl je geen bruiloftskleed aan hebt?” De man kan er geen zinnig antwoord op geven. (Matteüs 22, 12) Hij verwijt de koning niet, hij antwoordt niet neerbuigend. Hij weet het gewoonweg niet. Hij had er blijkbaar niet bij stilgestaan dat hij respect zou moeten opbrengen. Misschien had hij gewoon zin in lekker eten en kon de koning hem niets schelen. Misschien keek hij neer op de koning. We weten het niet. Maar de koning, die laat hem buitengooien. (Matteüs 22, 13)

God stelt zich open voor alle mensen. Dat wil niet zeggen dat er geen regels en afspraken zijn. God blijft de immer aanwezige, maar tegelijk ongrijpbare en onzichtbare Schepper en Bevrijder. En Hij verdient geloof en lof en eer. Wanneer iemand God beschouwt als onbelangrijk en onbenullig, dan zal God dat terecht niet in dank afnemen. 

God is geen schoothond, ook geen gebruiksvoorwerp en al zeker geen gelijke. Nee, de Heer kan niet getemd worden en gehoorzaamt niet aan menselijke bevelen. Ook is God niet inzetbaar wanneer het ons past en opzij te leggen wanneer we niets aan Hem hebben. God overstijgt ons in alles. Laten we God dus loven en danken voor ons bestaan, voor de schoonheid van de wereld, voor zijn voortdurende Aanwezigheid. Laten we bidden om zijn Liefde en zijn genade. Laten we ingaan op de uitnodiging van God om aan te zitten aan de feestdis. Hopelijk ooit in het Rijk Gods, maar vooral nu al. Langs inzet en geloof, ontvankelijk en dankbaar. 

De parabel boort diep in ons eigen bestaan. Het is geen lieflijke, romantische vertelling. Jezus' blijde Boodschap gaat over het Rijk Gods. Deze parabel gaat over bewust geloven of kiezen om dat niet te doen. Er wordt door God aangedrongen op een engagement, op het beantwoorden van liefde, op oprechte trouw. Het beeld van de bruiloft is geen toevalligheid. God is welwillend en geduldig, zoals in de parabel duidelijk verteld wordt. Geloof is een dialoog. Daartoe heeft Jezus ons uitgenodigd, voor alle tijden: Gods Zoon, hier op aarde. In de genade van God kan het leven onbeschrijflijk mooi zijn. Waarom zouden we weigeren? 

25 juli 2023

Oud en nieuw tevoorschijn brengen (29-30 juli 2023)

In een schatkamer berg je geen rommel op. Zo stel ik mij dat toch voor. Ik ben niet rijk, en zal het ook nooit worden. Jezus spreekt niet over een schatkamer om ons te doen streven naar exuberante geldelijke rijkdom. Hij vergelijkt het geloof met een schatkamer en de geloofsinhoud met schatten die getuigen van geestelijke rijkdom. Het feit dat Hij die vergelijking maakt, betekent dat Hij de geloofsinhoud van het Joodse volk naar waarde schat. Het is een schat die gekoesterd moet worden. 

Jezus omschrijft de Schrift als een schatkamer waaruit we parels van verzen en verhalen mogen bewonderen. Hij richt zich immers tot de Schriftgeleerden vandaag. Het oude en het nieuwe weet Jezus naar waarde te schatten. Het oude wordt niet uitgewist of overschreven of weggegooid, maar krijgt een nieuw aanzien samen mét het nieuwe.

Verbond en testament

Hij spreekt vandaag over oude en nieuwe schatten (in het Grieks: ‘kaina kai palaia’), maar bevestigt daarmee meteen dat Hij geen jota van de Schrift zal aanpassen. (Matteüs 5, 18) De teksten van Mozes en de Profeten zijn heilig en dat blijven ze ook na Jezus’ komst op aarde. Met Jezus begint het Nieuwe Verbond. Dat zal neergeschreven worden in het Nieuwe (Tweede) Testament, maar daarin levert Hij geen bijdrage. Een verkondiger is Hij, geen schrijver. In Hem begint iets nieuws: een Nieuw Verbond.

Verbond en testament mogen in de Bijbelse context eigenlijk door elkaar gebruikt worden. Het Hebreeuwse woord voor verbond is ‘beriet’. Het verwijst naar een plechtig beëdigde wederzijdse afspraak. In het Grieks wordt ‘verbond’ eigenlijk vertaald als ‘suntèkè’. In de Griekse Schriftvertaling wordt dit begrip echter (op één uitzondering na) niet gebruikt. Wanneer een testament wordt bedoeld, dat een nalatenschap of overdracht regelt, zoals wij dat ook nu kennen, dan wordt in het Grieks de term ‘diatèkè’ gebruikt. Maar ‘diatèkè’ wordt ook als vertaling voor het woord ‘verbond’ gebruikt. We kunnen stellen dat verbond en testament in onze christelijke lezing onderling uitwisselbaar zijn. De band tussen God en mens en de overdracht van Goddelijke wijsheid vormen één geheel. Het geloof en de geloofsinhoud vormen een eenheid, net zoals sacrale rituelen en dagelijkse gewone handelingen bij elkaar aan horen te sluiten. Misschien kunnen we deze nuance poneren: het Verbond leidt tot een Testament.

Het Oude

Met het ‘oude’ bedoelt Jezus de geschriften van (of beter: over) Mozes en de Profeten, die het Oude Verbond verhalen. Abraham bevestigt op rituele wijze Gods belofte die Hij in een verschijning aan Abraham heeft gedaan. Er wordt een altaar gebouwd en een offer opgedragen. (Genesis 12, 7b) Het is een ritueel dat een bijzonder plechtig en sacraal verhaal afrondt. (Genesis 12, 1-7) Mozes en het volk erkennen later het Verbond, dat concreet vorm krijgt in de tien geboden, eveneens met een ritueel. (Exodus 24, 1-8) Het volk bevestigt gezamenlijk en volmondig de geboden te zullen onderhouden. (Exodus 24, 3) Daarna bekrachtigt Mozes het Verbond met offerbloed (Exodus 24, 8) Dat zal Jezus tijdens het Laatste Avondmaal op rituele wijze niet toevallig overdoen, of beter: overtreffen.

In het Eerste Testament wordt gemeld dat het heilig Verbond tussen God en zijn volk verbroken wordt. God verklaart op voorhand nochtans klaar en duidelijk wat er gebeurt wanneer men het Verbond niet onderhoudt. (Leviticus 26, 14-16) De Heer vertrouwt aan Mozes al toe dat het Verbond verbroken zal worden, dat het volk andere goden zal eren. (Deuteronomium 31, 16-20) Alles verandert in de lange crisisperiode van de val van het verenigde rijk en de ballingschappen. 

Het Verbond is verbroken, en God doet voorzichtig al de belofte dat de dag zal komen van een Nieuw Verbond. Hij spreekt dit uit langs profeten. Het zal geen verbond zijn dat op steen is gebeiteld maar in het hart van de mensen. (Jeremia 31, 31-34 – Hebreeën 8, 8-13) Het zal een eeuwig Verbond zijn, met hart en ziel, een Verbond van Liefde. (Jeremia 32, 40 – Jesaja 54, 9-10) God zal iets nieuws beginnen. Sterker nog: het begint al te ontkiemen. (Jesaja 43, 18-19)

Het Nieuwe

Wanneer God als Mens, kwetsbaar en aan ons gelijk, op aarde is komen wonen, in onze wereld en in onze tijd, is iets totaal nieuws begonnen. Met Jezus vangt het langverwachte Nieuwe Verbond aan. Jezus’ verkondiging geschiedt in de naam van de Vader in de hemel. Jezus’ liefde tot het uiterste toe, in zijn lijden, zijn dood en verrijzenis, bezegelt dat Nieuwe Verbond zoals Mozes met offerbloed het Eerste Verbond had bekrachtigd, maar dan in de opperste overtreffende trap

De belangrijke aanvulling die Jezus doet op de Wet is het centraal plaatsen van de Liefde: we dienen God lief te hebben, en onze naaste als onszelf. (Matteüs 22, 37-40 – Marcus 12, 29-31 – Lucas 10, 27) De band met de traditie van de Wet en de Profeten is duidelijk aanwezig. Daarin is het fundament van de liefde voor God en de liefde voor de naaste immers al gelegd. (Deuteronomium 6, 5 en Leviticus 19, 18) Deze Liefde draagt Jezus zijn volgelingen op. Jezus vertrekt daarbij uit de Liefde van de Vader voor de Mensenzoon. (Johannes 15, 9-17) Deze Liefde is een bron van diepe vreugde.

Het authentieke

Deze vreugde stralen de farizeeën en Schriftgeleerden hoegenaamd niet uit. Hun geloof is tot een gewoontegodsdienst verworden. Ze zijn te allen tijde omringd door zwermen van zelfgemaakte regeltjes die ze nauwgezet moeten volgen en die ze alle gelovigen opleggen. De kern van het geloof is niet meer belicht. De aandacht is verschoven naar bijkomstigheden.

Wanneer gezegd wordt hoe mooi de tempel wel is, voorspelt Jezus al dat geen steen meer op een andere zal blijven, dat alles zal worden afgebroken. (Lucas 21, 5-6) Hij doet ook de gewaagde uitspraak dat men de tempel man afbreken. In drie dagen zal Jezus hem heropbouwen. (Johannes 2, 19) Net zoals het oude Verbond in zijn oorspronkelijke vorm, onderweg in de woestijn, zal ook het Nieuwe Verbond niet gebonden zijn aan stenen gebouwen, zelfs niet aan stenen tafelen, maar aan het hart van een volk onderweg.

Het perspectief van waaruit Jezus het geloof belicht, is eigenlijk niet zozeer nieuw, maar vooral authentiek. Het Licht dat Hij straalt op de eeuwige Wet, is dat van de Liefde, die men eigenlijk al had moeten herkennen in Gods Naam: “Ik ben er voor u”. (Exodus 3, 14)

Parabel

“Heb je dit alles verstaan?”, vraagt Jezus aan zijn leerlingen (Matteüs 13, 51) Hij heeft immers in parabels gesproken en voegt er nog eentje toe. Wanneer Jezus spreekt over de huiseigenaar die oude en nieuwe kostbaarheden uit zijn schatkamer haalt, dan spreekt Hij opnieuw in een gelijkenis. 

Het is één van de kortste parabels, waarmee Hij de opdracht verheldert van de Schriftgeleerden, maar bij uitbreiding van iedereen die leerling is geworden in het Koninkrijk van de hemel. Oud en Nieuw zijn waardevol en vormen samen de grootste rijkdom die we in het leven mogen koesteren in haar zuiverste vorm: ons geloof in God, onze Schepper en Bevrijder. Oud en nieuw brengen we tevoorschijn wanneer we uit de Schrift lezen. Kaina kai palaia.

13 november 2021

Wanneer komt de Heer terug? (13-14 november 2021)

Eens zal de Heer terugkeren, op de laatste dag. In meerdere passages in het Nieuwe (Tweede) Testament komt deze ultieme belofte aan bod. Wanneer dat is, blijft een mysterie. Maar de dag komt, en we moeten klaar zijn voor die dag.

De eindtijd is een ingewikkelde materie, op veel vlakken. Aanvankelijk gaat men er van uit dat dit alles eerstdaags zou gebeuren. Jezus zegt immers dat we op onze hoede moeten zijn want dat de laatste dag nog in dit geslacht zal gebeuren (Marcus 13, 30)

Het ego van de mens

Later is dit eschatologisch verlangen, het verlangen naar de eindtijd, op geregelde momenten teruggekomen. Dat is op zich niet vreemd: Jezus roept ons op om te allen tijde waakzaam te zijn (Marcus 13, 33). Ook tijdens deze coronacrisis hoor je hier en daar dreigende boodschappen. Nochtans zijn de sterren niet uit de hemel gevallen en hebben zon en maan niet opgehouden licht te geven, zoals Jezus voorspelt (Marcus 13, 24)

Eigenlijk heeft het iets egocentrisch om te verwachten dat de eindtijd in ons leven zal aanbreken. Waarom moet het nu ineens wel gebeuren, en in de bijna 2000 jaren daarvóór niet?  Alsof wij zo belangrijk zijn dat er een persoonlijke erkenning zou moeten komen van Godswege. Er zit soms wat ongezonde pretentie vermengd in de goede bedoelingen.

Waakzaam en geduldig

Want op zich is deze verwachting niet abnormaal te noemen. Jezus roept ons verschillende keren op om alert te zijn, dag en nacht. De wereld zoals wij die kennen, zal plots niet meer voortbestaan, zo wordt voorspeld (Matteüs 24, 29). Sommigen die deze boodschap van Hem horen, zullen dit nog meemaken (Marcus 9, 1). We worden opgeroepen om te bidden dat we niet afstompen maar waakzaam blijven (Lucas 21, 36). We moeten vooruitziend zijn, zoals de slimme meisjes die een reserve aan olie meenemen om hun lampen brandend te houden tot de Bruidegom komt (Matteüs 25, 1-13).

Tegelijk klinkt er ook terughoudendheid. Geloof niet iedereen die zegt: 'De tijd is gekomen'. Alleen de Heer weet wanneer de tijd gekomen is (Lucas 21, 8). Ook in één van de brieven komt deze boodschap terug (2 Tessalonicenzen 2, 2-8): de tijd is vastgesteld door de Heer, niet door mensen.

Dramatiek alom

Er komt veel dramatische beeldspraak bij te pas om te omschrijven wat er dan komt. Het heeft menig donderpreek gevoed met de nodige tragiek. Wat we mogen verwachten, is complete chaos, het einde van de wereldorde zoals wij die kennen. Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Dat werd in het Oude (Eerste) Testament trouwens ook al voorspeld (Jesaja 65, 17)

Samen met de verrijzenis en de opstanding uit de dood hoort de eindtijd bij de meest complexe geloofsinhoud. 

Dit dramatisch eindbeeld is echter niet enkel typerend voor het Christendom. Zo gaat de evolutietheorie er van uit dat het heelal uit een oeratoom is ontwikkeld via een proces van uitzetting, een proces dat momenteel nog steeds aan de gang is. Die expansie is niet eindeloos. Er komt een keerpunt waarna het heelal terug krimpt tot het beginsel. Ook dat is uiteindelijk geen geruststellend vooruitzicht, al zullen wij het zelf niet meer meemaken op deze aarde.

De eigenlijke boodschap

Wat Jezus ons wil bijbrengen, is in de eerste plaats hoop. Het is geen schrikbeeld, maar in de eerste plaats een bevestiging dat trouw aan God wordt beloond. God sluit een Nieuw Verbond in Christus. Ons antwoord daarop is geloof, hoop en liefde. Het is onze taak als christenen om ons geloof trouw te bewaren tijdens ons leven hier op aarde. Wie dat doet, zal beloond worden door de Heer (Marcus 13, 27)Hoe moeilijk het ook is om te geloven in een samenleving die sterk bepaald wordt door kritiek op religie, het blijft de moeite waard om vol te houden en te blijven groeien in geloof. Dat is de kernboodschap.

31 maart 2021

Witte Donderdag: Dienaar van zijn dienaars (1 april 2021)

 

Groot is de Heer

die de voeten wast

van zijn dienaars.


        Geen rijkdom en aanzien,

        maar bescheidenheid;

        geen leger of lijfwacht,

        slechts nederigheid.

 

Groot is de Heer

die het brood breekt

voor zijn dienaars.

 

        Hij aanvaardt de beker:

        zo is het voorzegd.

        Het verraad komt dichter,

        het pleit wordt beslecht.

 

Groot is de Heer

die een Nieuw Verbond sluit

met zijn dienaars.


        In liefde en vriendschap,

        bijeen in gebed:

        daar is God aanwezig,

        de Heer die ons redt.


  • Voor de lezingen van Witte Donderdag: klik hier.

20 maart 2021

Jeremia voorspelt een Nieuw Verbond (21 maart 2021)

Jeremia schenkt de mensen hoop van Godswege. De Heer zal een “berit chadashah” aangaan, een Nieuwe Verbond. Het oorspronkelijke verbond is vervaagd, door het Volk. Ze keerden zich af van God en zijn geboden. God grijpt hier in de tijd in. Niet alleen in de woestijn was de Heer met zijn Volk onderweg, Hij is altijd met hen. Op zijn initiatief komt er daarom een Nieuwe Verbond. 

  • Om de lezingen van de vijfde zondag van de Veertigdagentijd te lezen: klik hier.

De eenheid is verscheurd.

Het Verbond komt niet nu meteen, maar te gepasten tijde: “de dag komt”. Het is niet zo dat de mensen vragen om een verbond. God biedt het hen weldra aan. Dat Hij het verbond moet sluiten met “bét Yishraël we-èt bét Yehudah”, het huis van Israël én het huis van Juda, geeft meteen aan dat het Verbond met zijn ooit zo sterk verenigde volk niet meer bestaande is. Het Volk is verdeeld in twee koninkrijken ten tijde van de profeet Jeremia, de eenheid is verscheurd.

Het eerste verbond, dat bij de aanvang van het Nieuwe Verbond het “oude verbond” zal heten, werd door de Heer gesloten met het Volk in de woestijn, nadat Hij ze bij de hand had genomen en had weggeleid uit Egypte. Dat verbond bleek niet duidelijk genoeg. Het Nieuwe Verbond staat niet haaks op het vorige. Het eerste verbond bevatte geen fouten, het hoeft niet geschrapt te worden uit de heilige Boeken. Het Nieuwe Verbond is de vervollediging, de vervulling, voor eens en voor altijd.

Een verschuiving van gehoorzaamheid naar bekering.

Het grote verschil tussen de beiden verbonden is het volgende: de wetten worden niet in steen gegrift, maar geschreven in de geest en het hart van de mensen. Het krijgt een diepere dimensie, het vraagt een grotere persoonlijke betrokkenheid. In de aanvaarding van dit Nieuwe, altijddurende Verbond, wordt de bevestiging ervan verschoven van gehoorzaamheid naar “metanoia”, of: bekering. Hun geloof zullen de mensen veruitwendigen vanuit hun hart.

Dan zal niemand zijn naaste of zijn broer nog moeten opdragen om de Heer te kennen, want de Heer zal het Verbond in hun harten schrijven. Daartoe zal Hij iedereen hun zonden en tekorten vergeven en ze niet meer onthouden. Denk aan onze uitdrukking: “vergeven en vergeten”. Met een schone lei zal het komende Verbond worden aangevat.

Het Nieuwe Testament verhaalt het Nieuwe Verbond

Jeremia’s voorspelling wordt wel eens de “grote Messiaanse profetie” genoemd. Terecht: de aanvang het Nieuwe Verbond wordt door Jezus aangekondigd tijdens het Laatste Avondmaal (Matteüs 26, 28 - Lucas 22, 20 - Marcus 14, 24). Jezus spreekt over “haima tès diathèkès”, het Bloed van het Verbond, bij Matteüs en Marcus. Bij Lucas: “hè kainè diathèkè”, het Nieuwe Verbond, en niet toevallig ook de Griekse benaming voor het Nieuwe Testament. Bij Matteüs wordt het verband met de vergeving van de zonden expliciet vernoemd door Jezus. En wanneer Jezus zegt: “Dit is mijn Bloed.”, dan is de link met het “hart” waar de Heer langs Jeremia over spreekt, ook meteen duidelijk. Het rechtstreeks verband tussen Jeremia en Jezus’ woorden tijdens het Laatste Avondmaal hoefde men niet ver te zoeken: het wordt letterlijk uitgelegd in de Hebreeënbrief (Hebreeën 8, 6-13).

Aan dat Verbond in Christus zijn we nu nog steeds deelachtig. Door de Zoon mogen we de genade van de Vader ontvangen en worden we aangestuurd door de Geest. Het Nieuwe Verbond is bezegeld in de Drievuldigheid. God heeft bij monde van Jeremia alvast een nieuwe tijd aangekondigd. Die tijd brak aan met Pasen. Na het lijden, de dood en de opstanding van Christus, werd de Geest over ons, mensen, gezonden. In onze geest en in ons hart is het Woord van Liefde geschreven. Daarvoor mogen we dankbaar zijn, elke dag!


Volgende post: maandag 22 maart. Thema: "Jezus schrijft in het zand".