Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label metanoia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label metanoia. Alle posts tonen

30 juni 2023

Zoveel méér dan een bloederig verhaal (1-2 juli 2023)

“Ik vind dat niet mooi.”, hoor ik een jongen van een jaar of zeven met een afkeurende blik zeggen tegen zijn vader in een kerk. Hij wijst daarbij heel uitdrukkelijk naar een groot kruisbeeld. Er zijn buitenproportionele bloeddruppels op de handen en voeten van het beeld geschilderd. Grote uitstulpende nagels verbeelden hoe Jezus’ ledematen aan het houten kruis vasthangen. “Waarom heeft die meneer geen pleisters waar het bloed?” Papa antwoordt goedbedoeld: “Die meneer is Jezus. Op dat beeld is Hij gestorven, Hij leeft niet meer.” Het kind is verbouwereerd. “Waarom hebben ze een dood beeld gemaakt?” Vader doet zijn best: “Omdat Jezus gestorven is aan het kruis. In de kerk vieren de mensen dat elke zondag in de mis.” Nu kijk ik ook wat verbijsterd. “Waarom vieren de mensen feest? Dood zijn, is toch niet leuk?” “Maar Hij is ook verrezen daarna. Hij werd weer levend.”, sust vader zijn zoon. “Wat is dag: gevezen?” De vader geeft het op. “Kom, we gaan nog wat wandelen.” De jongen wil het gesprek verder uitdiepen. “Maar papa…?”, dringt hij enkele keren aan. Vader verandert telkens wat radeloos van onderwerp en stapt in grote passen de kerk uit.

De kleine jongen stelt verrassend goede vragen, zoals kinderen wel vaker doen. Waarom is ons geloof zo bloederig? Waarom zetten we dat letterlijk zo uitdrukkelijk in de verf. Waarom is ons kernsymbool een gekruisigde Jezus? Waarom hebben we het beeld van de vis niet gehouden: de 'ichthus'?

Doop

Paulus levert ons het antwoord. Het is vanaf het begin een centraal gegeven in ons geloof omdat het zo essentieel is in de Boodschap zelf. Hij schrijft aan de Romeinen: “Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood?” (Romeinen 6, 3)  Verwonderd om hun onwetendheid beklemtoont Paulus de band tussen Jezus’ dood en het christelijk geloof. Hij gebruikt daarbij een duidelijke vraag: ‘Agnojeite?’, Grieks voor ‘Weet u niet?’ De term 'agnosticisme' is hier uiteraard mee verwant.

Christenen, mensen die gedoopt zijn in Christus, zijn niet enkel ‘in zijn Naam’ gedoopt. Het doopsel betekent opgenomen worden in zijn ‘mystiek lichaam’, of wat minder hoogdravend: een intieme en onlosmakelijke verbinding hebben met Christus. Langs het doopsel ga je binnen in het kindschap van God (Galaten 3, 27), in navolging van Christus. Het veronderstelt een 'metanoia', een bekering: geloven is compleet anders gaan denken dan het menselijk verstand en instinct je ingeeft. (Handelingen 2, 38)

Cruciaal

Christenen hebben een bijzondere relatie met Christus en bijgevolg ook een bijzondere relatie met zijn dood, die zo 'cruciaal' is in zijn verkondiging. Deze verbondenheid met Jezus’ dood is op zich niet macaber of zwartgallig, en is eigenlijk ethisch van aard. Paulus vernoemt de band tussen het doopsel en Jezus’ dood dan ook in een context van zonde. (Handelingen 2, 38) De 'metanoia' is in het ethisch discours samen te vatten als de afkering van alles wat kwaad is. Het is de bevrijding uit een leven zonder zin en betekenis, een leven in vaagheid en duisternis, een algehele stuurloosheid.

Het is een fenomeen dat tegenwoordig hoogtij viert. Veel mensen zijn op zoek naar zin, maar hebben ze nog niet gevonden of kunnen zich nog niet verbinden met een denksysteem. Er is spiritueel een groeiend agnosticisme in onze contreien. Dat toont ook meteen aan dat 'metanoia' geen oppervlakkige keuze is, maar gepaard gaat met een fundamentele beslissing, een allesomvattend engagement.

Zonde

Aan de Korintiërs schrijft Paulus dat we 'schoongewassen zijn van de zonde' (1 Korintiërs 6, 11) Zonde is een beladen woord dat alom tegenwoordig is in de brieven, en ook vaak aan bod komt in de evangelies. De Tridentijnse mis (en de katholieke spiritualiteit in deze periode) was doorweekt met zondebesef: de priester deed bij aanvang van de mis een schuldbelijdenis, daarna zijn bedienaar(s), en dan het volk. Zij waren bij de hoogmis al besprenkeld met wijwater als eerste wassing. Vóór het evangelie bad de voorganger om zijn lippen te zuiveren van alle smet en bij de offerande waste hij zijn handen. Tijdens de Canon en het Agnus Dei werd de zondige natuur van de mens nogmaals vernoemd. Vóór de communie beklemtonen de priester en volk nogmaals hun onwaardigheid. Zondebesef was alom tegenwoordig. Daar is in de liturgie sinds Vaticanum II voorzichtig in gesnoeid, zodat God minder ver weg voelt en minder streng en kwaad…

Het overbeklemtonen van zonde en kwaad zorgt voor een gevoel van onwaardigheid. Dan neemt men zichzelf ook niet ernstig. Men is het 'slachtoffer' van de menselijke natuur. Het neemt de verantwoordelijkheid weg bij de mensen. Ze kunnen er niets aan doen, het is sterker dan henzelf. Dat is niet wat Paulus beoogt met zijn pleidooi. Christen zijn, is je verantwoordelijkheid opnemen en je richten op het goede. Jezus heeft langs het kruis alle mensen een nieuw begin toegezegd. Langs zijn dood reikt Jezus zijn volgelingen een hemels kleed van vergiffenis, vrede, gerechtigheid en genade aan. Ze hebben de Boodschap ontvangen en leven van dan af in de verwachting van het Rijk.

Opstanding

Daarom schrijft Paulus aan de Romeinen: “Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding.” (Romeinen 6, 5) Dit vloeit voort uit het mysterie van ons geloof: Jezus is gestorven en verrezen. De dood is het einde niet. Er klinkt ook een ethische gelaagdheid: het kwaad heeft niet het laatste woord. “Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met Hem zullen leven.” (Romeinen 6, 8) Dit 'geschenk' (Romeinen 5, 15-16) noemt Paulus 'genade'. (Romeinen 5, 16-17) Maar het vraagt ook een blijvende inspanning. Jezus zegt: “Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, die zal het behouden.” (Matteüs 10, 39)

Beide

Het kruisbeeld is geen vreemde keuze als kernsymbool voor het Christendom. Toch heeft de jongen in de kerk niet helemaal ongelijk. In het verleden is men wel eens te kwistig geweest met dramatiek en met bloederigheid. Sentiment spreekt aan, wellicht legde men die nadruk daarom ook zo gretig bij momenten. Het zet echter de diepte van de boodschap in de schaduw.

Een oude, wijze zuster zei me onlangs: “Ik voel me steeds meer verbonden met het verrijzeniskruis, steeds minder met het lijdenskruis.” Er bestaan inderdaad uitbeeldingen van de verrijzenis in combinatie met het kruis. Het kruis draagt dan géén lijdende Jezus, of er is een verrezen Christus afgebeeld in de plaats. Soms is er enkel een verrezen Christus met uitgespreide armen, zonder kruis, alsof Hij ten hemel zal opvaren.

Het is een veel grotere uitdaging om een Paaschristen te worden dan om een Goede Vrijdagchristen te blijven. De verrijzenis is een mysterie: het is met de rede niet te vatten. Toch heeft de verrijzenis even onlosmakelijk met het christenzijn te maken als de dood van de Heer. De jongen deed mij weer even beseffen dat het kruisbeeld een ‘gewelddadig’ beeld is met een heftige emotionele lading, net als de lijdensverhalen zelf. Dat lijkt ons soms te ontgaan.

En toch krijgt dit grimmige beeld enkel betekenis in de hoopvolle boodschap die erop volgt. Het Christusdom draagt een boodschap van liefde en van hoop uit, een nieuw begin, een weg naar vreugde en genade.


De volgende bijdrage volgt over 14 dagen...

20 januari 2023

Beelden van licht en duisternis (21-22 januari 2023)

Beelden van licht en duisternis trachten weer te geven hoe we als mens telkens opnieuw de keuze moeten maken tussen goed en kwaad, tussen juist en verkeerd. Het is ook een keuze voor God, of niet. Bij de aanvang van Jezus' verkondiging, wordt dit dualisme duidelijk vernoemd. Het is fundamenteel in de bekering, in de bewuste keuze om tot inkeer te komen.
Multifocale duisternis
We zetten vandaag onze bezinningstenten op bij enkele toonaangevende Schriftverzen bij de aanvang van Jezus' verkondiging. 

“Het volk dat in het donker rondloopt, heeft een groot licht gezien. Op hen die wonen in het land van de schaduw van de dood heeft een licht geschenen.” (Jesaja 9, 2)

Het licht kan hier symbool staan voor wijsheid, of voor vreugde en bevrijding. Het duister wijst op moreel verval, maatschappelijke onrust, politieke chaos. Al die rampspoed is ten tijde van Jesaja aanwezig en neemt daarna verder toe. Er is ook een godsdienstige connotatie: er heerst onwetendheid onder de mensen, en afgodendienst ten gevolge van het losgekomen zijn van God en zijn Verbond.

Poëtische duisternis
De profetie van Jesaja benoemt het onheil, maar tegelijk ook de komst van de bevrijding. De miserabele toestand wordt enigszins verzacht door de poëtische omschrijving: “in de schaduw van de dood” (in het Hebreeuws: “be-erets tsalmawet”). Hoewel de realiteit er niet mee omzeild wordt, klinkt ze alvast minder hard, zodat de belofte des te meer in de verf gezet wordt: het licht.

Enkele verzen verderop vertelt Jesaja hoe dit licht verschijnt: “Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven. De heerschappij zal op zijn schouders rusten. Deze namen zal hij dragen: wonderbare raadsman, God, eeuwige vader, vredevorst.” (Jesaja 9, 5) In dit euforisch vers straalt het licht ons toe haast verblindend toe. En het enthousiast van Jesaja gaat nog verder: “En aan zijn koninkrijk en zijn vrede komt geen einde.” (Jesaja 9, 6)

Jezus en het Licht
Matteüs herneemt het citaat van Jesaja over licht en duisternis bij het begin van Jezus’ verkondiging. (Matteüs 4, 16) Johannes zinspeelt op hetzelfde contrast bij de aanvang van zijn evangelie. (Johannes 1, 5 en 1,9)

Er zijn bij Matteüs enkele kleine nuances in de Griekse vertaling ten opzichte van de Hebreeuwse tekst van Jesaja. Dicht bij de Griekse tekst, klinkt de tekst als volgt: “Het volk dat in de duisternis zit (of verblijft), heeft een groot licht gezien, en over hen die in het land van doodse schaduw gezeten waren, is een licht opgegaan.” (Matteüs 4, 16)

De mensen dolen niet rond, ze lopen niet verloren, maar ze zitten neer. Deze vertaling introduceert een passievere omschrijving. Ze verblijven in de duisternis, hebben die toegeëigend door onwetendheid, misschien door de dagelijkse zorgen, of de veelheid aan culturen, of een uitgedoofde spiritualiteit. Er is blijkbaar weinig veranderd: wat Jesaja aanklaagt, is ten tijde van Jezus ook van toepassing. Dat plaatst onze huidige geloofscrisis toch ook enigszins binnen een ruimer perspectief.

Nieuw begin
Het licht is de genade van God die hen uit de duisternis kan bevrijden. (Johannes 12, 46) De schaduw van de dood wordt immers opgeheven door de verrijzenis van Christus. Diezelfde Jezus begint zijn aardse taak nu bij Matteüs. Van dan af begint Jezus te prediken: “Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij.” (Matteüs 4, 17) De redding komt niet van een legermacht, niet door een aardse revolutie, maar uit de puurheid van de hemel, waar God is.

Het is nabij, komt naderbij: het nadert, maar is er nog niet. Je kan Jesaja opnieuw horen op de achtergrond: “Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd. Zie, ik ga iets nieuws verrichten. Het ontkiemt al, heb je het nog niet gemerkt?” (Jesaja 43, 18-19) Ook de profeet Joël, waaruit op Aswoensdag wordt voorgelezen, hoor je hier meeklinken: “Keer terug tot de Heer, jullie God, want Hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.” (Joël 2, 13b)

Metanoia
Die “metanoia” of bekering wil Jezus bij de mensen teweegbrengen. Een kleine maand na Kerstmis is Jezus in de zondagsliturgie geen teder Kindje meer, maar de volwassen, gedoopte Mensenzoon die zijn tocht door het land aanvangt. Hij zal weldra zijn leerlingen roepen, die Hem zullen vergezellen naar Jeruzalem.

20 maart 2021

Jeremia voorspelt een Nieuw Verbond (21 maart 2021)

Jeremia schenkt de mensen hoop van Godswege. De Heer zal een “berit chadashah” aangaan, een Nieuwe Verbond. Het oorspronkelijke verbond is vervaagd, door het Volk. Ze keerden zich af van God en zijn geboden. God grijpt hier in de tijd in. Niet alleen in de woestijn was de Heer met zijn Volk onderweg, Hij is altijd met hen. Op zijn initiatief komt er daarom een Nieuwe Verbond. 

  • Om de lezingen van de vijfde zondag van de Veertigdagentijd te lezen: klik hier.

De eenheid is verscheurd.

Het Verbond komt niet nu meteen, maar te gepasten tijde: “de dag komt”. Het is niet zo dat de mensen vragen om een verbond. God biedt het hen weldra aan. Dat Hij het verbond moet sluiten met “bét Yishraël we-èt bét Yehudah”, het huis van Israël én het huis van Juda, geeft meteen aan dat het Verbond met zijn ooit zo sterk verenigde volk niet meer bestaande is. Het Volk is verdeeld in twee koninkrijken ten tijde van de profeet Jeremia, de eenheid is verscheurd.

Het eerste verbond, dat bij de aanvang van het Nieuwe Verbond het “oude verbond” zal heten, werd door de Heer gesloten met het Volk in de woestijn, nadat Hij ze bij de hand had genomen en had weggeleid uit Egypte. Dat verbond bleek niet duidelijk genoeg. Het Nieuwe Verbond staat niet haaks op het vorige. Het eerste verbond bevatte geen fouten, het hoeft niet geschrapt te worden uit de heilige Boeken. Het Nieuwe Verbond is de vervollediging, de vervulling, voor eens en voor altijd.

Een verschuiving van gehoorzaamheid naar bekering.

Het grote verschil tussen de beiden verbonden is het volgende: de wetten worden niet in steen gegrift, maar geschreven in de geest en het hart van de mensen. Het krijgt een diepere dimensie, het vraagt een grotere persoonlijke betrokkenheid. In de aanvaarding van dit Nieuwe, altijddurende Verbond, wordt de bevestiging ervan verschoven van gehoorzaamheid naar “metanoia”, of: bekering. Hun geloof zullen de mensen veruitwendigen vanuit hun hart.

Dan zal niemand zijn naaste of zijn broer nog moeten opdragen om de Heer te kennen, want de Heer zal het Verbond in hun harten schrijven. Daartoe zal Hij iedereen hun zonden en tekorten vergeven en ze niet meer onthouden. Denk aan onze uitdrukking: “vergeven en vergeten”. Met een schone lei zal het komende Verbond worden aangevat.

Het Nieuwe Testament verhaalt het Nieuwe Verbond

Jeremia’s voorspelling wordt wel eens de “grote Messiaanse profetie” genoemd. Terecht: de aanvang het Nieuwe Verbond wordt door Jezus aangekondigd tijdens het Laatste Avondmaal (Matteüs 26, 28 - Lucas 22, 20 - Marcus 14, 24). Jezus spreekt over “haima tès diathèkès”, het Bloed van het Verbond, bij Matteüs en Marcus. Bij Lucas: “hè kainè diathèkè”, het Nieuwe Verbond, en niet toevallig ook de Griekse benaming voor het Nieuwe Testament. Bij Matteüs wordt het verband met de vergeving van de zonden expliciet vernoemd door Jezus. En wanneer Jezus zegt: “Dit is mijn Bloed.”, dan is de link met het “hart” waar de Heer langs Jeremia over spreekt, ook meteen duidelijk. Het rechtstreeks verband tussen Jeremia en Jezus’ woorden tijdens het Laatste Avondmaal hoefde men niet ver te zoeken: het wordt letterlijk uitgelegd in de Hebreeënbrief (Hebreeën 8, 6-13).

Aan dat Verbond in Christus zijn we nu nog steeds deelachtig. Door de Zoon mogen we de genade van de Vader ontvangen en worden we aangestuurd door de Geest. Het Nieuwe Verbond is bezegeld in de Drievuldigheid. God heeft bij monde van Jeremia alvast een nieuwe tijd aangekondigd. Die tijd brak aan met Pasen. Na het lijden, de dood en de opstanding van Christus, werd de Geest over ons, mensen, gezonden. In onze geest en in ons hart is het Woord van Liefde geschreven. Daarvoor mogen we dankbaar zijn, elke dag!


Volgende post: maandag 22 maart. Thema: "Jezus schrijft in het zand".

27 februari 2021

Gedaanteverandering van de Heer (28 februari 2021)

Ik vond het als kind een angstwekkend verhaal. Marcus 9 verhaalt bijzonder figuratief hoe Jezus plots begint te stralen als een oogverblindend licht en dat Mozes en Elia verschijnen en in gesprek treden met Jezus. Petrus, Jakobus en Johannes schrikken bij het horen van een stem: Gods stem. Dit verhaal deed mij teveel denken aan science fiction. En ik kon het niet rijmen met die menslievende, aardse Jezus, die verhalen vertelt en die mensen geneest. 
  • Voor de lezingen van de tweede zondag in de Veertigdagentijd, 28 februari 2021: klik hier
Eigenlijk is de angst niet abnormaal. Jezus wordt hier immers als de Zoon van God gepresenteerd door de Vader. De vraag of het verhaal precies is gebeurd zoals door Marcus, Matteüs (hoofdstuk 17) en Lucas (hoofdstuk 9) neergepend, is irrelevant. Het eigenlijke gebeuren speelt zich immers in een veel dieper verhaalniveau af. 
Van metamorfose naar metanoia.
Dit verhaal vertelt op het eerste zicht over een "metamorfose", een opmerkelijke verandering in verschijning, een bijzondere evolutie. Zoals een dikkopje een kikker wordt, of nog mooier: zoals een rups in een sierlijke vlinder verandert. 

Marcus snijdt een veel diepere betekenis aan. De apostelen ondergaan een "metanoia", een intens verdiepingsmoment in hun geloofsbeleving, in hun manier van kijken naar God en naar Jezus. Metanoia wordt vaak vertaald als: bekering. Eigenlijk is dat geen verkeerd beeld. Het is een "aha-erlebnis". Plots zien ze het licht, letterlijk en figuurlijk, en begrijpen hierdoor zoveel beter de woorden en de boodschap van Jezus. Die aha komt er niet zomaar. Dit mogen we zonder aarzelen toeschrijven aan de werking van de Geest.

Het is eigen aan het christelijk geloof dat het gericht is op persoonlijke groei, evolutie, verdieping. Dat is een proces met veel ervaringen van dieper inzicht, en soms ook van diepere twijfel. Geloof en groei horen samen, van je eerste tot je laatste geloofsdag op deze wereld.

Als kind geloof je zoals een kind, met verhaaltjes en verbeelding en tegelijk ook met concrete, eenvoudige, tastbare beelden. Als volwassene is het cruciaal dat je geloof naar een steeds meer abstracte en intense band met God doorgroeit. Zo niet dreig je algauw van je geloof af te vallen. De eenvoudige beelden en figuratieve opvattingen helpen je immers helemaal niet bij complexe, pijnlijke en soms traumatische levenservaringen.

Een volwassen gelovige moet investeren in zijn of haar geloofsgroei. Dat gaat niet vanzelf. Het veronderstelt engagement, net zoals de leerlingen die Jezus actief volgen. Het veronderstelt gebed, liturgie, Schriftlezing, persoonlijke meditatie, geloofsgesprek, en geloofsbeleving in het alledaagse leven.
Dat is de opdracht van elke christen: te geloven in overeenstemming met de eigen levenservaring.
Een belangrijk moment in deze doorgroei in hun geloof maken Petrus, Jakobus en Johannes hier in het verhaal mee: hun manier van kijken naar Jezus – hun Godsbeeld – neemt een wending naar een nieuwe, dieper gewortelde dimensie. Dat is de opdracht van elke christen: te geloven in overeenstemming met de eigen levenservaring, de eigen omstandigheden, de levenswijsheid.

Die momenten van herstelde harmonie tussen geloof en leven morgen we vieren op deze zondag… en telkens weer betrachten in ons leven. De gedaanteverandering van de Heer staat eigenlijk symbool voor de voortdurende inhoudelijke verandering van ons Godsbeeld en onze relatie met God, soms in kleine nuances, soms in grote sprongen. Daar heeft de heilige Geest wellicht een belangrijke rol in. Van de gedaante naar het eigen inzicht, van een verhaal naar de diepste kern van je eigen geloof.

Volgende post: woensdag 3 maart. Thema: "Leiden door te dienen", bij het evangelie van de dag.