Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label lijden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lijden. Alle posts tonen

23 maart 2026

De polemiek van de Passie (28-29 maart 2026)

Palmzondag is een  zonevreemd element aan het einde van de Veertigdagentijd. Er wordt vrolijk gezongen, de Heer wordt lof gebracht, terwijl de Veertigdagentijd juist zo getypeerd wordt door stilte en ingetogenheid en bezinning. De vreugde van Palmzondag is echter niet zorgeloos. Met Palmzondag vieren we tegelijk ook Passiezondag. De blijde intocht van Jezus in Jeruzalem gaat gepaard met het herdenken van Jezus' lijden. We horen twee evangelieteksten. 

  • Voor de lezingen van Palm- en Passiezondag A: klik hier.

De climax van de Veertigdagentijd is ingezet. Na een periode van bezinnen, bidden en overwegen, van stilstaan bij geloofsonderwerpen en aandacht voor naastenliefde, gaat de liturgie in een rechte lijn vooruit: de Goede Week. Het is een week van hoogten en laagten, een polemiek die meteen al op Palmzondag voelbaar is. Jezus verkondigt de blijde Boodschap en krijgt steeds meer gehoor, maar zijn woorden wekken ook grote woede op. 

Liturgische fusie

Palm- en Passiezondag is een soort liturgische fusie van twee zondagen uit de tridentijnse liturgie. De week vóór Palmzondag werd het lijden van Christus eerst herdacht op Passiezondag. De lezingen en gezangen stonden in het teken van pijn en lijden, van onrecht en kwaad. In een wat onhandige vertaling van psalm 129 - uit het Hebreeuws, langs het Grieks naar het Latijn - werd vlak voor het evangelie in het 'Tractus' zelfs gezongen dat 'de rechtvaardige Heer de zondaars de nek heeft overgesneden'. In onze huidige vertaling hebben we het over 'de Heer die de riemen van de ploegers doorsnijdt'. 

Het lijden was op Passiezondag aan alles voelbaar. De heiligenbeelden en kruisbeelden werden gesluierd: ze werden met paarse doeken bedekt tot na Goede Vrijdag, om de menselijkheid van de lijdende Jezus te beklemtonen en de 'verborgenheid' van zijn goddelijkheid. De Passiezondagviering was opgebouwd rond de Schriftgeleerden, de farizeeën en de menigte die Jezus met de dood bedreigen, wat een roep om rechtvaardigheid deed opwellen al vanaf de intredezang: 'Judica me', of: verschaf mij recht. (Psalm 43) Jezus heeft geleden en heeft met het kruis ook de zonden van de mensheid gedragen. Tegen de zondigheid en de heidenen richten zich de liturgische pijlen van de klassieke Passiezondag. Het is mooi in zijn eenvoud, maar de nuance ontbreekt.

Vreugde en verdriet

In onze huidige liturgie is gekozen om het lijden en de verheerlijking samen te vieren. Het lijdensverhaal is het 'lang' evangelie, maar bij de intrede wordt de intocht van Jezus in Jeruzalem voorgelezen. Hij wordt vorstelijk onthaald maar gaat zijn kruisdood tegemoet. Die polemiek typeert onze Palmzondag: bescheiden blijheid en verdriet. Er klinkt zowel 'Hosanna in den hoge' (Matteüs 21, 9) als 'Aan het kruis met Hem!' (Matteüs 27, 22-23)

Zo is het lijden van Jezus geen geïsoleerd thema, maar hangt het samen met het gegeven dat Hij volgelingen had en dat zijn Boodschap niet door iedereen werd verguisd. Dat is immers ook de teneur in de evangelieverhalen in de aanloop naar het lijden: geloof en verwerping, groeiende bewondering en toenemende woede. Die polemiek hoort bij Palmzondag. De spanning stijgt: de leerlingen komen steeds dichter bij hun Redder en de tegenstanders smeden plannen om Hem te doden. 

Met Hem

Het is die spanning die de toon zet voor de Goede Week. En dit is, ondanks de sterke dramatiek, geen 'slechte' week: de uitkomst zal vreugde zijn. Dat vieren we met Palm- en Passiezondag: dat we Jezus mogen verwelkomen als onze heilige Koning, dat we Hem enthousiast en vol verwondering mogen toejuichen. (Matteüs 21, 9-11) Tegelijk worden we uitgenodigd om zijn weg van de droefheid, van pijn en leed mee te gaan, zijn kruisweg.

We hoeven ons de mond niet te laten snoeren. Laat de uitbundige vreugde om ons geloof maar klinken. En in het blije 'hosanna' zelf zit trouwens al een laag van droefheid. Wellicht riepen gevangenen dit oorspronkelijk: "O, red mij toch!" Een roep om genade is doorheen de tijd uitgegroeid tot een uitroep van vreugde en bevrijding. De beide lagen komen terug in de roep van de mensen die Jezus 'Hosanna!' scanderen: ze juichen om Hem, maar vragen hun Messias tegelijk om redding

Een processie van mensen brengt hulde aan de Messias: "Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer! Gezegend is het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in de hoogste hemel!" (Marcus 11, 9b-10) Deze vreugde voor de ogen van de farizeeën is een triomf, (Johannes 12, 19) maar enkele dagen later zal de wrok en de haat even luid schreeuwen: ziedaar de polemiek van de Passie.

In de musical 'Jesus Christ Superstar' (geschreven door Tim Rice en op toon gezet door Andrew Lloyd Webber in 1973) komt deze dubbelheid duidelijk aan bod bij de intrede in Jeruzalem. De vreugde weerklinkt in het creatief spel met het woord 'hosanna' en in de bijna extatische menigte, maar de reactie van de gedegouteerde farizeeën, die vanop de stellingen van de bijna afgewerkte tempel op Jezus neerkijken, is heel duidelijk. Een merkwaardige passage is de vraag van de menigte of Jezus voor hen wil sterven, met een kort stilstaand beeld. Voor het fragment: klik hier.

Een gezegende Palm- en Passiezondag!

15 april 2025

Goede Vrijdag: hoe God lijden kan, en de mens (18 april 2025)

Op Goede Vrijdagavond, wanneer het lijden is herdacht, naderen we de wat onwennige, sacrale leegte van Stille Zaterdag. Zonder Pasen in zicht: er ligt een logge, onwendbare steen voor. Voorlopig blijft het lijden in ons gebed en in onze bezinning doorklinken. De Corsicaanse traditionele klaagzang 'Lamentu di Ghjesu' omschrijft de pijn, de onmacht en het verdriet dat voorbij het kruis blijft nazinderen bij de leerlingen, de volgelingen en Maria. Alle zin lijkt verloren, alle hoop gesmoord. Hieronder lees je een vrije vertaling...


U ligt nu te slapen hier

in dit uitgehouwen graf,

na de slagen en het leed,

de vernedering en haat:

alles hebt U ondergaan

tot het droeve einde toe.

Rust maar stil en vredig nu, 

want het lijden is voorbij.


Zwijgen kan ik niet, ik schreeuw

als een razend, laaiend vuur.

Ik wil dat de wereld hoort

van het bittere verdriet 

onder uw getrouwen, Heer,

van uw moeders tranen ook,

hulpeloos smekend tot God

om U niet te laten gaan.


Alles lijkt voorgoed voorbij,

voor eens en voor altijd weg.

We aanschouwen dof de dood,

nu de drukte is verdampt.

Mensen in Jeruzalem

dolen rond - bedroefd, beschaamd -

eens de rust is weergekeerd.

Hoop en leven zijn vergaan.


Voor het gezongen 'Lamentu di Ghjesu': klik hier.


Suggesties bij Goede Vrijdag en Stille Zaterdag uit vorige bijdragen:

  • Voor een algemene beschouwing bij Goede vrijdag: klik hier.
  • Voor een bezinning bij het 'Improperia', het 'Beklag van God': klik hier.
  • Voor een bezinning bij Stille Zaterdag: klik hier.


08 april 2025

Palmzondag: van uitwuiven tot uitjouwen (12-13 april 2025)

Palmzondag is een bijzonder moment in het liturgisch jaar. We vieren feest, maar de vreugde is gedempt. Er klinkt voortdurend een ondertoon van droefheid doorheen de lofprijzing. Het verhaal van de intocht in Jeruzalem wordt in de liturgie gelezen, maar niet op de gebruikelijke plaats. Dit vreugdevol evangeliefragment is een inleiding, een binnenkomer. Het lijdensverhaal is niet voor niets het eigenlijke evangelie van deze zondag. Palmzondag is meteen ook Passiezondag. 

  • Voor de lezingen van Palmzondag (C-cyclus): klik hier.

Waar ze vroeger op twee opeenvolgende zondagen werden gevierd, resoneren de intrede van Jezus en het lijdensverhaal nu samen, zoals het hoort. Ze zijn immers niet van elkaar los te zien. Het palmzondagverhaal is helemaal verkleefd met wat volgt.

Klein tafereel

De blije intrede in Jeruzalem staat in alle vier de evangeliën beschreven. (Matteüs 21, 1-11, Marcus 11, 1-11, Lucas 19, 28-44 en Johannes 12, 12-19) Wat opvalt bij Lucas is de milde vreugde. Het feestelijk karakter is veel minder expliciet aanwezig dan bij de andere evangelisten: geen wuivende palmtakken, geen hosanna-geroep door de menigte. Alleen de leerlingen omringen Jezus, die gezeten is op een ezeltje. Hij wordt niet geëscorteerd door een schare van volgelingen. Bij Lucas is de intrede geen grote manifestatie, maar een klein, symbolisch tafereel dat deel uitmaakt van de aankondiging van het grote breekpunt in het evangelie. Er groeit iets, er is een duidelijk crescendo in de verhaaldynamiek, dat zachtjes begint. De scherpe, pijnlijke klanken zullen steeds sterker worden. Jezus gaat niet enkel de tempelstad binnen, het zal weldra ook de plaats van zijn veroordeling zijn.

Jezus rijdt op een ezeltje de stad binnen. Wanneer de leerlingen een ezelsveulen losmaken op de plek die Jezus heeft aangeduid, sputtert de eigenaar helemaal niet tegen. God wil het zo: wat is voorspeld, dat zal geschieden. Zacharia heeft in een profetie immers voorzegd: “Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin.” (Zacharia 9, 9c) Geen draagstoel, geen koets, maar een vrij klein dier: een ezelsveulen. (Lucas 19, 32) Jezus steekt amper uit boven de anderen, gezeten op een weinig elegant en soms erg koppig lastdier in de ogen van de mensen. 

Het culminatiepunt van de grootsheid van Christus ligt niet in zijn menswording, maar in zijn verrijzenis. Jezus gedraagt zich op aarde dus niet als een koning, maar als Mensenzoon onder de mensen. Hij zal lijden als een Dienaar. Paulus vat het op sublieme, quasi poëtische wijze samen: “Hij, die de gestalte van God had, heeft zich niet vastgeklampt aan de gelijkheid met God, maar heeft zichzelf leeggemaakt en nam de gestalte aan van de mensen. Aan de mens gelijk geworden, heeft Hij zich vernederd, door gehoorzaam te zijn tot in de dood: de dood aan het kruis.” (Filippenzen 2, 6-8) Daarom is Palmzondag ook Passiezondag. De aankomst in Jeruzalem is de intrede naar de kruisweg.

Vreugde

Niettemin is er vreugde en blijdschap in het fragment uit het Lucasevangelie te lezen. Dankbaar om de wonderdaden die ze hebben gezien, prijzen de leerlingen vol vreugde de Heer, met luide stem. (Lucas 19, 37) Het lof en de dankzegging van de leerlingen zijn puur en oprecht. Het is een blijheid waarin wij elke dag mogen delen. Geloof ontdaan van diepe vreugde, is niets meer dan een dor en levenloos fossiel, een geheel van doffe en matte restanten zonder kern. De leerlingen zien nog niet in wat er komt. Hun vreugde is naïef maar oprecht. Wij weten waar de Goede Week naar opbouwt: langs het lijden van God zelf naar het hoogtepunt van het Nieuwe Verbond. Tegelijk blijft ook voor ons zoveel van de Boodschap niet te vatten. Ook ons geloof blijft altijd onderweg in de tijd.

De leerlingen roepen uit: “Gezegend Hij die komt als koning in de naam van de Heer!” (Lucas 19, 38a) We kunnen er meteen een psalmvers in herkennen: “Gezegend wie komt in de naam van de Heer” (Psalm 118, 26a) De lofprijzing van de leerlingen gaat verder: “Vrede in de hemel, en eer aan de Allerhoogste!”, of “... eer aan de hoogste hemel! (Lucas 19, 38b) Ook hier is Psalm 118 niet ver weg: “U bent mijn God, U zal ik loven, hoog zal ik U prijzen, mijn God!” (Psalm 118, 28) 

De woorden die Paulus in zijn Filippenzenbrief schrijft, trillen hier mee: “God heeft Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam overstijgt: Jezus Christus is de Heer.” (Filippenzen 2, 9 en 11) Jezus op een ezelsveulen gezeten, beeldt deze verheffing uiteraard niet uit. Nee, deze nederige intrede geeft eerder het grote contrast vorm, de anticipatie op Goede Vrijdag en Pasen. Want op het kruis zal Jezus verheven worden, letterlijk. En met Pasen zal Hij de dood voor eens en altijd overstijgen: de ultieme verheffing. Zo komt andermaal de verkleving tussen het intochtverhaal en het lijdensverhaal aan het licht.

Gesloten accolade

De vreugdevolle uitroep van de leerlingen verwijst heel duidelijk naar wat de engelen uitzongen bij de herders, toen Jezus werd geboren: “Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft.” (Lucas 2, 14) Wat zo vreugdevol geopend werd bij de aanvang van Gods menswording, wordt nu plechtig en onomkeerbaar dichtgetrokken bij het naderen van het lijden. Een accolade wordt voor eens en voor altijd dichtgemaakt. We staan op een breekpunt. Jezus is op onze aarde gekomen in onze tijd, en die kent geen teruggang, ze gaat enkel vooruit.

De spanning groeit. We bemerken in de verontwaardigde reactie van de Farizeeën hoe de ergernis verder toeneemt: “Meester, berisp uw leerlingen.” (Lucas 19, 39) De listige vragen en valse opmerkingen maken plaats voor meer drastische middelen. In het volgende hoofdstuk horen we dat Jezus zijn leerlingen toespreekt terwijl de menigte meeluistert: “Pas op voor de Schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en op het marktplein eerbiedig begroet willen worden, en een ereplaats verlangen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op.” (Lucas 20, 45-47a) Het conflict kan niet meer worden opgelost. Jezus weigert zich te schikken naar hun regeltjes en hun hovaardigheid. En dat is meteen een directe aanleiding tot de veroordeling die weldra volgt.

De Farizeeën vragen Jezus om zijn leerlingen te doen zwijgen, maar Hij antwoordt: “Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.” (Lucas 19, 40) De hele schepping wil het uitroepen. De vreugde om Gods Boodschap is niet meer te dempen. Alleen zal Jeruzalem de ultieme heilsboodschap van Godswege uiteindelijk toch afwijzen. Jezus weent over Jeruzalem, dat geen vrede zal kennen en dat met de grond gelijk gemaakt zal worden. (Lucas 19, 41-44) De vrede die de engelen en de leerlingen hebben uitgeroepen, zal de stad niet ten deel vallen. Jeruzalem: de tempelstad, die de stad van vrede genoemd wordt, zal 35 jaar later vallen. Het Romeinse beleg, op een joods paasfeest, zal duizenden en duizenden mensenlevens kosten...

Sacraal

Terug naar Lucas. Op de intrede volgt een sacrale passage. De tempel wordt de plaats waar Jezus het joodse paasfeest en zijn eigen Pasen tegemoet treedt: de ultieme plek die naar God verwijst. Na de intocht volgt de tempelreiniging, maar dan heel beknopt verteld, in welgeteld twee verzen. (Lucas 19, 45-46) Hij noemt de tempel zijn huis: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!” (Lucas 19, 46) Dagelijks spreekt Hij er daarna de mensen toe. (Lucas 19, 47a) De hogepriesters, Schriftgeleerden en leiders van het volk voelen zich geschoffeerd en willen Hem uit de weg ruimen. (Lucas 19, 47b) 

Maar ze kunnen weinig doen: het hele volk hangt aan zijn lippen. (Lucas 19, 48) Voorlopig althans. Niet alleen de leerlingen, maar het hele volk is nu naar Hem gericht. Alle registers staan open. Alles wat is opgebouwd in het Lucasevangelie, vanaf het prille begin, wanneer Maria verneemt dat ze Gods Zoon zal baren, komt nu samen in een luid en denderend akkoord, veel te oorverdovend en te wijds om het te kunnen bevatten. 

Dat mensen vlug van mening kunnen veranderen en zomaar verachten wie ze gisteren nog hebben aanbeden, wordt andermaal bevestigd op Goede Vrijdag. Met Palmzondag wuift men Jezus toe. Wie Hem gehoord heeft in de tempel, wuift Hem enthousiast uit wanneer Hij zijn onderricht afgerond heeft. En onder druk van de Farizeeën en oudsten, wordt Jezus door diezelfde mensen plots luidkeels uitgejouwd, onverbiddelijk en gevoelloos hard. Na de vreugde van Palmzondag volgt er onrecht, leed en droefheid. Voorlopig althans. 

28 maart 2024

De weg naar Golgota (29 maart 2024)

Op Goede Vrijdag, daags vóór de Paasnacht, gedenken we de dood van Jezus Christus aan het kruis. Hij is veroordeeld tot een straf die dieven en moordenaars toekomt: een schandelijke dood. Bewijslast is er niet, dat stelt Pontius Pilatus al vast. Hij vindt geen schuld in Hem. Toch zal Jezus de weg naar Golgota gaan en zal Hij gekruisigd worden. Het volk schreeuwt om zijn dood. Enkele dagen daarvoor wordt Hij onder blij gezang nog als een koning onthaald in Jeruzalem.

Op zich

Goede Vrijdag verwijst met zijn paradoxale ‘goedheid’ naar Pasen, naar wat er op volgt. Niettemin staat Goede Vrijdag terecht op zichzelf als dag. Op Goede Vrijdag is er geen sprake van goed nieuws. Er is weinig vooruitzicht. Het is een dag van verontwaardiging, verdriet en van onmacht. Deze dag maakt ons duidelijk dat mensen manipuleerbaar zijn en dat recht bijlange niet altijd geschiedt. Onrecht is eigen aan een wereld waar macht, geld en aanzien primeren op vrijheid, recht en gelijkwaardigheid.

Schijnvanzelfsprekendheden

Het is ook voor onze tijden een belangrijke les. Wij, die onze vrijheid veel te vanzelfsprekend vinden, hebben Goede Vrijdag nodig om te beseffen dat ons verworven welzijn bijzonder wankel en hoegenaamd niet bestendig is. Twee Wereldoorlogen hebben onze streken in de vorige eeuw geteisterd, en ook voorheen hebben er al te vaak oorlogen en twisten gewoed, met de bijhorende onzekerheid en ellende. Vrede, respect en welzijn zouden diepe menselijke vanzelfsprekendheden moeten zijn. Ze zouden ons sociale en politieke landschap te allen tijde moeten sieren.

Jezus heeft het onrecht ondergaan, totterdood. Hij heeft het niet goedgepraat. Het moest zo zijn. Waarom? Omdat mensen zo zijn. Mensen kunnen elkaar de hel aandoen. Het kwaad waartoe mensen in staat zijn, overstijgt de meest ijzingwekkende verbeelding. In het contrast tussen wat naar Gods genade verwijst en wat naar menselijke genadeloze vernietiging leidt, daar staat de kernboodschap van Goede Vrijdag. 

Duisternis

Mensen kunnen wreed zijn voor hun medemensen. Honger. Onrecht. Hufterigheid. Afschuw. Marteling. Leedvermaak. Verkrachting. Dood. Duisternis. Alles wat het licht niet verdraagt. Dat is Golgota.

Goede Vrijdag is een open wonde, een scherpe pijn om wat niet zou mogen gebeuren. Het zijn tranen die genegeerd worden, die in redevoeringen of scheldtirades goedgepraat worden door een mens die zichzelf god waant en die daarin wordt toegejuicht door een volgzame meute. Frustratie, jaloezie, ergernis, kortzichtigheid: dat is wat de farizeeën bij het volk hebben aangewakkerd en aangestookt. Het is van alle tijden. Helaas.

Oneerlijk

Jezus is de weg tot het einde gegaan. Hij wist wat er komen zou. Door het oog van de naald zou Hij gaan, pijnlijk en onmenselijk zwaar, om het koninkrijk van God te ontsluiten. (Matteüs 19, 24) De beker van het lijden heeft Hij tot de bodem leeggedronken. (Matteüs 20, 22) Tot zure wijn toe. (Lucas 23, 36) Dat is Goede Vrijdag. Deze dag wil ons geloof verdiepen door het scherpe en ruwe aspect van Christus’ Boodschap te onthullen. Het is een dag zonder blijdschap, zonder hoop, zonder schoonheid, zonder vooruitzicht.

Uiteraard weten we dat straks weer in blijdschap wordt gezongen. Maar nu niet. Nu kraakt en schuurt ons geloof, zoals het leven soms kan zijn. Ook daartoe is Goede Vrijdag een verdieping van ons geloof. We vinden in Golgota een aansluiting bij de donkerste hoeken van een mensenleven. De Mensenzoon heeft het doorgemaakt: God zelf. 

Ziekte. Leed. Uitzichtloosheid. Eindigheid. Gemis. Alles wat we zo vrezen. Ook dat is Golgota.

Toch wordt al op Golgota een eerste sprankel hoop gegeven. Jezus belooft dat de berouwvolle en gelovige misdadiger met Hem in het Rijk Gods zal zijn, diezelfde dag nog. (Matteüs 23, 43)

Laten we bidden en mediteren bij de kruisdood van onze Heer Jezus Christus. Laten we bidden voor de mensen die leed en pijn moeten doorstaan. En laten we bovenal verenigd zijn in geloof en gebed.

14 maart 2024

Starend naar de oneindigheid (16-17 maart 2024)

Een belangrijke tijd breekt aan. Jezus blijft niet lang meer op aarde om de leerlingen met raad en daad bij te staan. Zijn tocht door het land blijft niet duren. Hij zal zijn volgelingen niet langer bijeenbrengen en boeien met parabels en wijsheden. Deze overgang is misschien jammer voor de leerlingen en volgelingen, maar tegelijk noodzakelijk voor het hogere doel, waarvoor Jezus uiteindelijk op de aarde is komen wonen.

Het joodse paasfeest nadert. Enkele Griekse joden, ook proselieten genoemd, komen naar Jeruzalem om hun offer te brengen en om het feest te vieren. Ze geven aan dat ze Jezus graag willen spreken: Hij heeft hun interesse gewekt. (Johannes 12, 21) Dit schijnbaar onbeduidende voorval opent een cruciale deur voor Jezus. De Boodschap kantelt op zijn scharnieren. Plots neemt Jezus het woord. Hij spreekt de leerlingen en de proselieten plechtig toe: “De tijd is gekomen dat de Mensenzoon wordt verheven.” (Johannes 12, 23)

Redding voor de wereld

Telkens wanneer Jezus zich de titel ‘Mensenzoon’ toekent, weten we dat Hij een essentieel thema aansnijdt, dikwijls ook gerelateerd aan zijn nakende lijden en sterven. Welnu, het aankondigen van zijn dood wordt voor Jezus stilaan onvermijdelijk. “Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft, draagt hij veel vrucht.” (Johannes 12, 24) Jezus maakt gebruik van een krachtige beeldspraak om aan te geven dat zijn levenseinde niet droevig ingekleurd mag worden, als een verlies, maar als een onvermijdelijke doorgang naar het nieuw Verbond. Zonder zijn dood is Jezus slechts een mens op aarde, een bron van Goddelijke wijsheid. Door zijn dood zal Hij voor eens en voor altijd onze Verlosser worden. (Hebreeën 5, 8-9)

Niet alleen zijn levensloop trekt de dynamiek van de heilsgeschiedenis open. Een vaststelling van de farizeeën enkele verzen voordien verduidelijkt een ander aspect van de wending in het verhaal: “Je ziet dat we niets bereikt hebben: kijk maar, de hele wereld loopt achter Hem aan.” (Johannes 12, 19) Er vindt inderdaad een uitbreiding plaats: steeds meer mensen volgen Hem, en niet enkel de lokale bevolking wordt uitgenodigd om deel te hebben aan het heil, maar werkelijk iedereen. Gods heilsplan voltrekt zich in de Mensenzoon, en neemt universele proporties aan.

Tijd en eeuwigheid

Het uur is nabij. De Zoon zal verheerlijkt worden. (Johannes 12, 23) Het heeft geen zin, zo predikt Jezus, om zich vast te klampen aan het aardse bestaan, dat hoe dan ook voorbijgaat. (Johannes 12, 25) Hij verduidelijkt hiermee ook zijn eigen identiteit. Jezus is de Mensenzoon, de Zoon van God. Zijn blik is ten diepste gericht op de eeuwigheid. Ook wij mogen deelachtig zijn aan deze eeuwigheid, door ons los te maken van wat aards is: bezit, faam, privileges.

Toch zal Jezus ook zijn menselijke natuur aan het woord laten wanneer zijn lijden tastbaar nabij komt. “Ik ben dodelijk bedroefd.”, zal Hij tegen zijn leerlingen zeggen. (Matteüs 26, 38b) En aan zijn Vader zal Hij biddend vragen: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan! Maar laat het niet gebeuren zoals Ik het wil, maar zoals U het wilt.” (Johannes 26, 39) Let wel: deze kwetsbaarheid komt niet aan bod in Johannes' evangelie.

Horizon

De dood is wellicht de grootste existentiële knoop voor elkeen van ons. De eindigheid van het leven hier op aarde is in iedere cel ons lichaam verweven, terwijl onze geest net wil overleven, wil doorgaan, en werkelijk oneindig is in verbeelding. Jezus verlegt de reikwijdte van het bestaan evenwel tot voorbij de horizon. De kern van Jezus’ Boodschap is verbonden met het eeuwige leven. Daarom is geloven in Jezus Christus troostend en moeilijk tegelijk. Wij zien maar tot aan de horizon, tot aan het einde van het tastbare. Jezus daarentegen, die de Zoon van God is, kijkt tot in de eeuwigheid die Goddelijk is.

'De verrijzenis en het eeuwige leven', het laatste regeltje van de geloofsbelijdenis, is wellicht de zwaarste existentiële uitdaging voor ons allemaal. Onze affecties en gedachten kunnen er niet bij. Dat is het punt waar geloven ten volle begint: waar ons denken en voelen als een fijn lijntje in de verte verzwinden en we in al onze kwetsbaarheid algeheel moeten vertrouwen op Jezus’ blijde Boodschap. 

14 april 2022

Goede Vrijdag: kruis van leegte en vervulling (15 april 2022)

kruis van waken 

kruis van slapen

kruis van drie keer 

laf verloochend


kruis van spot en

kruis van schelden

kruis van leedvermaak

van hufters


kruis van vallen

kruis van opstaan

kruis van lijden

en van sterven


kruis van toen en

kruis van nu nog

kruis van niemand

die iets bijleert


kruis van onrecht

kruis van wanhoop

kruis van tegenslag

en armoe


kruis van oorlog

kruis van wapens

kruis van doden

en gewonden


kruis van macht en

kruis van misbruik

kruis van zwijgen

en ontkennen


kruis van hebzucht

kruis van pronkzucht

kruis van bodemloos

narcisme


kruis van Gods Lam 

kruis van Jezus

kruis van sterven

om ons falen


kruis van offer

kruis voorspeld al

kruis van leegte

en vervulling


kruis van hoop en

kruis van bidden

kruis van stilte

en verrijzen

13 april 2022

Witte Donderdag: Alles is ineens veranderd (14 april 2022)

Geen uren meer in gesprek,

luisterend in bewondering,

voorbij is de weg vol ontmoetingen

onderweg van dorp naar stad.


Hier eindigt de weg van verkondiging,

de bestemming was Jeruzalem.

Alles is ineens veranderd:

vergankelijk en aards geworden.


Veel maaltijden hebben we genoten,

lange avonden in gesprek.

Deze maaltijd is zo anders,

alles heeft een betekenis.


Een beklemmend, zwaar gevoel

hangt dreigend om ons heen.

Geen idee wat er komen zal,

maar er staat iets te gebeuren.


Weg is de eensgezindheid nu,

verdwenen het vrijblijvende.

Wat leek op een wonderlijke droom,

is nu angstwekkende ernst. 


We blijven hopen, blijven geloven,

Jezus zal ons verder leiden.

We blijven trouw, wat er ook komt.

Waarom spreekt Hij over lijden?

14 september 2021

Een bijzondere verering: de zeven smarten van Maria (15 september 2021)

Een kort woord bij de zeven smarten van Maria. Maria komt af en toe op de voorgrond in de evangelies. Sommige van die verhalen omschrijven haar verdriet om wat er met haar Zoon gebeurt. 

Het ontstaan

Uit de devotie voor Maria zijn 7 momenten van verdriet samengebracht. Onze-Lieve-Vrouw van Smarten is doorheen de eeuwen gegroeid als Mariafeest in de Rooms-katholieke Kerk. Het getal zeven heeft een bijzondere symboliek en bepaalt de opsomming van smarten of weeën van Maria. In de responsories van het nachtofficie van het getijdengebed zijn ze voor het eerst als zevental gepresenteerd.

Het gebruik om in lange litanieën het lijden van Christus' Moeder te bezingen, stamt uit de Oosterse Kerk. In de Middeleeuwen begint men ook in de Westerse Kerk de smarten van Maria te vereren. Een speciale dag ter gedachtenis aan haar lijden wordt lokaal voor het eerst vastgesteld in Keulen in 1413: op de vierde vrijdag na Pasen. De devotie tot de zeven smarten van Maria ontstaat gelijktijdig met de opkomst van het rozenkransgebed. In 1814 voert paus Pius VII het feest in voor de Rooms-katholieke Kerk.

Spiritualiteit

Dit zijn de zeven smarten van Maria:

1. De profetie van Simeon in de tempel bij het opdragen van Jezus (Lucas 2, 25-35)

2. De vlucht naar Egypte (Matteüs 2, 13-14)

3. Het zoekraken van Jezus in de Tempel (Lucas 2, 42-51)

4. Maria ontmoet Jezus op weg naar de Calvarieberg (Lucas 23, 25)

5. Maria staat onder Jezus' kruis (Johannes 19, 25-27)

6. Maria ontvangt haar gestorven Zoon na de kruisafneming (Matteüs 27, 57-59 - Marcus 15, 43-47)

7. Jezus wordt begraven (Matteüs 27, 57-66 - Marcus 15, 42-47 - Lucas 23, 50-56 - Johannes 19, 38-42)

Met het gedenken van deze smarten, van de pijn, het lijden en het verdriet die Maria heeft doorgemaakt, komt ook haar trouw als Moeder van de Verlosser onder de aandacht. Dit kan voor ons een steun zijn in ons eigen lijden. Net als haar Zoon Jezus is ook Maria het lijden niet bespaard gebleven. In haar smart kunnen wij ons eigen verdriet herkennen. Wanneer we in onze gebeden onze toevlucht nemen tot Maria, weten we dat Zij ons begrijpt omdat Ze ook verdriet heeft gekend. We kunnen ons door Maria laten inspireren om door het lijden heen te groeien in liefde en geloof. 

Er wordt soms neerbuigend gedaan over Mariale spiritualiteit, vaak ten onrechte. Uiteindelijk verwijzen deze smarten telkens opnieuw naar de Schrift en naar Jezus. Het blijft natuurlijk wel belangrijk dat deze verbindingen niet verloren gaan. 

Een moderne afbeelding

Er bestaan doorheen de geschiedenis veel soorten afbeeldingen van Maria. Een piëta verbeeldt Maria met in haar armen de gestorven Jezus en sluit aan bij de zesde smart. Een Dolorosa toont een droevige Maria met zeven zwaarden die haar hart doorboren. Een heel bijzondere afbeelding van Maria van Smarten is echter de “Viernes de Dolores” van María Izquierdo (1902-1955).

Zij was een Mexicaanse schilderes die langs de schilderkunst op zoek ging naar “mexicanidad”: de Mexicaanse identiteit. María Izquierdo bracht graag verschillende onderwerpen samen op het canvas: identiteit, traditie, gender, religie, hedendaagse cultuur, eeuwigheid… Ze werd bekend voor haar moderne thema’s en dito vormgeving en het gebruik van een helder en contrastrijk kleurenpallet.


Het optuigen van altaren voor de doden maar ook voor heiligen behoort tot de Mexicaanse traditie. Dat gebeurt vaak met eetbare offergaven, een gewoonte die ons eerder vreemd is. In dit werk dat op een speelse wijze omgaat met perspectief wordt een altaar in beeld gebracht waarmee men Maria om haar smarten vereert. Het werk is niet bepaald devoot of vererend opgevat. María Izquierdo is gefascineerd door de esthetische schoonheid van religieuze altaren. Ze beeldt hier vooral de spirituele atmosfeer van devotie uit vanuit een modernistisch oogpunt.

Vaak bestaan altaren voor de Virgen de los Dolores uit paarse en gouden tinten. In dit werk zijn de altaren echter heel bont gekleurd. Inhoudelijk leunt het altaar wel aan bij de traditie: men offert tarwe in keramische potten, zure sinaasappelen die verwijzen naar het verdriet van Maria, met vlaggetjes van puurheid opgeprikt, en groene opstaande planten die de verrijzenis uitbeelden. Het rood van de watermeloen verwijst naar het bloed van Christus. Het altaar is versierd met kaarslicht en bloemen. De gelovigen worden niet afgebeeld, ze zijn vertegenwoordigd in de offers. Maria kijkt in de vorm van een portret neer op de offergaven. Ze "verschijnt" niet in het werk, maar is enkel afgebeeld. Maria is zichtbaar als een afbeelding binnen de afbeelding, een diepere dimensie.

Het gordijn is niet alleen het kader van het altaar maar ook van het schilderij. Je kijkt binnen in een tafereel. Het nodigt je uit om de diepte van het werk te ontdekken en in een persoonlijke, intieme dialoog met het werk op zoek te gaan naar de kracht van traditie en religiositeit.

08 april 2021

Beloken Pasen: Tomas, de overgang van zien naar geloven (10-11 april 2021)

We vieren beloken Pasen, de zondag waarop de luiken sluiten van een week lang hoogfeest van Pasen. Goede Vrijdag was niet het einde van Jezus’ verkondiging, Hij blijft zijn apostelen en volgelingen nabij. Na de Veertigdagentijd volgt de Vijftigdagentijd van Pasen tot Pinksteren. Dit is de lange overgang van het lege graf tot de neerdaling van de heilige Geest. In deze overgangsperiode verschijnt Jezus nog geregeld aan de apostelen en aan volgelingen. 

Het evangelie van deze zondag richt onze aandacht op het doel van deze verschijningen. Er moet geloof groeien voorbij het zien. Geloven is niet weten. De tijd dat Jezus hoorbaar, tastbaar én zichtbaar onder zijn volgelingen aanwezig is, zal weldra tot de verleden tijd behoren. Ze moeten de overgang maken naar een nieuwe relatie tot Jezus. Ook vandaag is dit de grootste uitdaging van het geloof: Jezus is niet menselijk in ons midden om ons bij te staan en te corrigeren in onze geloofsvisie en in ons doen en laten.

Geloof begint voorbij het zichtbare en tastbare.

Tomas staat symbool voor het menselijk wetenschappelijk instinct. Meten is weten. Wat je ziet, dat is er. Met beloken Pasen gaan we opnieuw een stap verder in de verkondiging. De opluchting en de vreugde dat het graf leeg is en dat de Heer verrezen is, maken plaats voor een nieuwe geloofshouding. Goede Vrijdag is niet volledig uitgewist: de mens Jezus is gestorven. God heeft zijn Zoon onder ons laten leven. De Mensenzoon heeft ons langs parabels, wonderen, redevoeringen en gesprekken duidelijk gemaakt wat God van ons verlangt. God houdt ons niet eeuwig bij het handje. Het is aan ons om te investeren in ons geloof in God en om onze spiritualiteit levend te houden.

Tomas heeft het daar moeilijk mee. Hij zit uiteraard nog midden in de teleurstelling en het verdriet om Goede Vrijdag in zijn maag. Jezus is aan de andere leerlingen verschenen, niet aan hem. Misschien zagen ze wel spoken, misschien maken ze zichzelf iets wijs. Zolang Tomas Jezus niet met zijn eigen ogen heeft gezien, is hun verhaal voor Tomas fictie.

De negende, ultieme zaligspreking.

Als bij voorbeeld verschijnt Jezus daarom alsnog voor Tomas. Net zoals de vorige keer, zegt Jezus: “Vrede zij jullie.” “Eirènè humin.” Jezus nodigt hem vervolgens uit om de wonden te komen voelen. Wat theatraal roept Tomas na zijn waarnemingen: “Mijn Heer en mijn God!” Jezus laat het er niet bij. Het is geen verdienste om te geloven als je de Heer van aangezicht tot aangezicht hebt gezien. “Zalig zij die niet hebben gezien en toch geloven.” Jezus kan niet op iedere twijfelaar afstappen om hem of haar ervan te overtuigen dat Hij de Zoon van God is. Het lijkt de ultieme vervollediging van de bergrede: een negende, allesomvattende zaligspreking.

Ook wij kunnen bedolven geraken onder verdriet en teleurstellingen en de zin van ons bestaan kan wegsmelten. Dat zijn net de momenten waar we in ons geloof mogen opstaan en doorgaan. Geloof is geen verzonnen troostmiddel. Geloven is voorbij het weten en kennen de moed bijeen rapen en ingaan op Gods aanbod van vrede. Vrede zij dan met ons allen, en het geloof in Jezus Christus, de Zoon van God, die onder ons heeft gewoond, die heeft geleden en gestoven is voor ons allen, en die op de derde dag is verrezen om ons altijd nabij te blijven in ons geloof. Zalig zij die niet hebben gezien en toch geloven.

02 april 2021

Stille Zaterdag: U rust in dit graf (3 april 2021)


U rust in dit graf, uitgehouwen in rotsen,

U heeft teveel haat, teveel lijden doorstaan.

De straf van het kruis was laf en onrechtvaardig.

U rust nu in stilte, alles is gedaan.

 

Ik schreeuw tot mijn Heer opdat elkeen mij hore.

De bittere tranen wellen ook in mij,

de droefheid van Maria om haar Zoon, Jezus.

Ik roep tot de Eeuwige, blijf ons nabij!

 

Want na al de spot, al de razende woede,

want na zoveel zinloos geweld, zoveel haat,

heeft men U gekruisigd, veroordeeld tot sterven.

De Heer leed omwille van mens’lijk verraad.

 

Het is voorbij, Jezus, voor eens en voor altijd,

U bent nu gestorven, het leed is gedaan.

En al uw getrouwen zijn angstig gevlucht, en

voorbij lijken geloof en Leven voortaan.

 

Laat ons nooit vergeten wat Jezus voorspeld heeft.

Ik houd de hoop brandend, dus hoop mee met mij.

Nu is alles stil en verlaten, maar weldra

zal Christus verschijnen: Hij blijft ons nabij!

 

(vrij naar Corsicaanse Christushymne "U Lamentu di Ghjesu")

01 april 2021

Goede Vrijdag: Improperia, het beklag van God (2 april 2021)


Christus komt aan het woord in deze zang van verwijten. Hij heeft zoveel gedaan voor de mensen. En wat krijgt Hij ervoor terug? Waar heeft Hij dit verdiend? Christus roept ons allen ter verantwoording met zijn "improperia", zijn verwijten. Het is geen zachte, melodramatische tekst. Het Latijnse "responde mihi" is in die context wat uitdagend vertaald als: "Geef antwoord."  Rechttoe rechtaan. 

Het enige antwoord dat doorheen het lied wordt voorzien, is de aanbidding van de Heer: "Heilige God, heilige Sterke, heilige Onsterfelijke, ontferm U over ons." 

Dit is een parel in de klassieke Goede Vrijdagliturgie en de spiritualiteit van Goede Vrijdag. Enkele fragmenten uit de tekst.


        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

Ik heb jullie uit het land van Egypte bevrijd.

Jullie hebben voor je Verlosser een kruis klaargemaakt.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

                Heilige God,

                heilige Sterke,

                heilige Onsterfelijke,

                ontferm U over ons.

 

Ik ben veertig jaar met jullie

door de woestijn meegetrokken,

Ik heb jullie met manna gevoed

en een heerlijk land binnengeleid.

Jullie hebben voor je Verlosser een kruis klaargemaakt.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

                Heilige God,

                heilige Sterke,

                heilige Onsterfelijke,

                ontferm U over ons.

 

Wat kon Ik nog meer voor jullie doen dan wat Ik al deed?

Ik heb jullie immers geplant als mijn allermooiste wijngaard,

maar jullie zijn mij zuur en bitter geworden:

met azijn hebben jullie mijn dorst gelest

en met een lans de zijde van jullie Verlosser doorkliefd.

Jullie hebben voor je Verlosser een kruis klaargemaakt.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

                Heilige God,

                heilige Sterke,

                heilige Onsterfelijke,

                ontferm U over ons.

 

Ik heb voor jullie de zee gespleten.

Jullie hebben met een lans in mijn zijde gesneden.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

Ik heb jullie honger in de woestijn met manna gestild.

Jullie hebben Mij met vuisten en gesels verstomd.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

Ik heb jullie laten drinken van het water uit de rots.

Jullie gaven Mij gal en azijn te drinken.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!

 

Ik heb jullie verheven met grote kracht.

Jullie hebben Mij aan het kruishout gespijkerd.

 

        Mijn volk, wat heb Ik jullie misdaan?

        Hoe heb Ik jullie teleurgesteld? Geef antwoord!


(Bron gebed: VANNECKE Sven, U zeg ik dank, Averbode, 2018.)

20 maart 2021

Jeremia voorspelt een Nieuw Verbond (21 maart 2021)

Jeremia schenkt de mensen hoop van Godswege. De Heer zal een “berit chadashah” aangaan, een Nieuwe Verbond. Het oorspronkelijke verbond is vervaagd, door het Volk. Ze keerden zich af van God en zijn geboden. God grijpt hier in de tijd in. Niet alleen in de woestijn was de Heer met zijn Volk onderweg, Hij is altijd met hen. Op zijn initiatief komt er daarom een Nieuwe Verbond. 

  • Om de lezingen van de vijfde zondag van de Veertigdagentijd te lezen: klik hier.

De eenheid is verscheurd.

Het Verbond komt niet nu meteen, maar te gepasten tijde: “de dag komt”. Het is niet zo dat de mensen vragen om een verbond. God biedt het hen weldra aan. Dat Hij het verbond moet sluiten met “bét Yishraël we-èt bét Yehudah”, het huis van Israël én het huis van Juda, geeft meteen aan dat het Verbond met zijn ooit zo sterk verenigde volk niet meer bestaande is. Het Volk is verdeeld in twee koninkrijken ten tijde van de profeet Jeremia, de eenheid is verscheurd.

Het eerste verbond, dat bij de aanvang van het Nieuwe Verbond het “oude verbond” zal heten, werd door de Heer gesloten met het Volk in de woestijn, nadat Hij ze bij de hand had genomen en had weggeleid uit Egypte. Dat verbond bleek niet duidelijk genoeg. Het Nieuwe Verbond staat niet haaks op het vorige. Het eerste verbond bevatte geen fouten, het hoeft niet geschrapt te worden uit de heilige Boeken. Het Nieuwe Verbond is de vervollediging, de vervulling, voor eens en voor altijd.

Een verschuiving van gehoorzaamheid naar bekering.

Het grote verschil tussen de beiden verbonden is het volgende: de wetten worden niet in steen gegrift, maar geschreven in de geest en het hart van de mensen. Het krijgt een diepere dimensie, het vraagt een grotere persoonlijke betrokkenheid. In de aanvaarding van dit Nieuwe, altijddurende Verbond, wordt de bevestiging ervan verschoven van gehoorzaamheid naar “metanoia”, of: bekering. Hun geloof zullen de mensen veruitwendigen vanuit hun hart.

Dan zal niemand zijn naaste of zijn broer nog moeten opdragen om de Heer te kennen, want de Heer zal het Verbond in hun harten schrijven. Daartoe zal Hij iedereen hun zonden en tekorten vergeven en ze niet meer onthouden. Denk aan onze uitdrukking: “vergeven en vergeten”. Met een schone lei zal het komende Verbond worden aangevat.

Het Nieuwe Testament verhaalt het Nieuwe Verbond

Jeremia’s voorspelling wordt wel eens de “grote Messiaanse profetie” genoemd. Terecht: de aanvang het Nieuwe Verbond wordt door Jezus aangekondigd tijdens het Laatste Avondmaal (Matteüs 26, 28 - Lucas 22, 20 - Marcus 14, 24). Jezus spreekt over “haima tès diathèkès”, het Bloed van het Verbond, bij Matteüs en Marcus. Bij Lucas: “hè kainè diathèkè”, het Nieuwe Verbond, en niet toevallig ook de Griekse benaming voor het Nieuwe Testament. Bij Matteüs wordt het verband met de vergeving van de zonden expliciet vernoemd door Jezus. En wanneer Jezus zegt: “Dit is mijn Bloed.”, dan is de link met het “hart” waar de Heer langs Jeremia over spreekt, ook meteen duidelijk. Het rechtstreeks verband tussen Jeremia en Jezus’ woorden tijdens het Laatste Avondmaal hoefde men niet ver te zoeken: het wordt letterlijk uitgelegd in de Hebreeënbrief (Hebreeën 8, 6-13).

Aan dat Verbond in Christus zijn we nu nog steeds deelachtig. Door de Zoon mogen we de genade van de Vader ontvangen en worden we aangestuurd door de Geest. Het Nieuwe Verbond is bezegeld in de Drievuldigheid. God heeft bij monde van Jeremia alvast een nieuwe tijd aangekondigd. Die tijd brak aan met Pasen. Na het lijden, de dood en de opstanding van Christus, werd de Geest over ons, mensen, gezonden. In onze geest en in ons hart is het Woord van Liefde geschreven. Daarvoor mogen we dankbaar zijn, elke dag!


Volgende post: maandag 22 maart. Thema: "Jezus schrijft in het zand".