Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label broodwonder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label broodwonder. Alle posts tonen

30 juli 2026

Wonderlijk Brood (1-2 augustus 2026)

Het broodwonder is een inspirerend evangelieverhaal, omdat het zoveel vertelt, zelfs zonder het eigenlijke wonder zelf te beschrijven. We lezen enkel wat het resultaat ervan is: er blijkt een grote overvloed over te blijven van de vijf broden en twee visjes die voorhanden waren. Het moet een hele uitdaging zijn om dat in beeld te brengen: de schilderkunst wil graag het kernmoment uitbeelden. 

Symbolistisch

Tomasz Kuran (geboren in 1971 in Warschau) is een hedendaagse Poolse schilder en kunstconservator. Hij ging naar de Academie voor Schone Kunsten in Warschau en volgde daarnaast een opleiding schilderkunst in het atelier van professor Rajmund Ziemski, een abstract-figuratieve kunstenaar. Kurans werk omvat landschappen, abstracties en personages, in een realistische en symbolistische stijl, vaak met een sterk gebruik van vlakken en kleuren. Liefde, lichamelijkheid, verdriet en geloof zijn terugkerende thematieken in zijn werken. Hij exposeert heel af en toe. 


'De wonderlijke vermenigvuldiging van brood en vis' is een hedendaags werk, geschilderd in acryl. Het is vervaardigd in 2022 of 2023 en meet 80 bij 80 cm.  De typische stijlkenmerken komen duidelijk in beeld: een breed gamma aan contrastrijke kleuren en het gebruik van onderling sterk verschillende kleurvlakken. We zien op de voorgrond een persoon in een kleed, met een mand voor zich. De achtergrond bestaat uit zanderige grond en de lucht erboven.

God en mens

Water en land zijn de basiselementen van Gods schepping. Die schepping is allesbehalve monotoon. De hemel roert zich in dit werk, er is veel beweging. De aarde is eveneens veelkleurig en levendig weergegeven. De kleuren van hemel en aarde keren terug in het motief op het naadloze kleed van de afgebeelde figuur, die Jezus voorstelt. Hij is één met de hemel én met de aarde. Jezus is God en mens, heilig en aards tegelijk. 

Zijn mantel is perfect, maar zijn gezicht onvolmaakt. De mantel is uit één stuk en is uit een hemels zuiver witte stof vervaardigd, maar met aardse patronen gekleurd. De ogen zijn ongelijk geplaatst. Dat gebeurt wel vaker in abstracte kunst. Hier duidt het misschien ook op menselijk kijken en Goddelijk kijken. De mond van Jezus is geopend: Hij is aan het spreken, aan het vertellen, aan het verkondigen. Jezus is het Woord. Zijn mond is deels verhuld, niet volledig zichtbaar. Jezus spreekt langs parabels en wonderen.

Verwijzing

Hij stelt een zegenend gebaar. Eén hand is afgebeeld in het wervelende hemelvlak, één in het aardevlak dat qua kleur verschilt van de andere. Uit de mand verschijnt een ordelijke veelheid aan broden en vissen, ze lijken te zweven uit de mand. Veelheid hoeft geen chaos te zijn. De ordelijkheid en het zweven verwijzen naar het bovennatuurlijke, het bovenaardse. Vijf broden en twee vissen hebben een rode aanduiding, de rest niet. Uit die broden en vissen blijft er een veel grotere veelheid over, die reikt tot in de hemel. Is het rood een verwijzing naar het lijden van Christus? We vinden diezelfde rode kleur terug op de kraag van zijn kleed.

Het broodwonder verwijst uiteraard naar het Laatste Avondmaal en naar het Lijden van de Heer. Tegelijk verbeeldt het de zorg voor zijn Volk, opdat zij mogen leven, en niet verloren gaan...

03 september 2024

Wonderen en wij: een zoektocht naar betekenis (7-8 september 2024)

Een wonder is een onverwachte, bovenmenselijke wending in een wereldse omgeving, die ons tot verwondering brengt. In onze tijd is de wetenschap bijzonder ver geavanceerd. Een wonder is dan vanuit onze optiek een uitzondering op de regels van de natuurwetenschap. Ten tijde van Jezus was het begrip van wereld en natuur compleet anders. In de kijk op de werkelijkheid ervaarde men in tal van situaties be-wondering en ver-wondering waar wij nu logica en verklaring vinden. Hoe kunnen de wonderen dan betekenis hebben in onze dagen? 

Men zag wereld en heelal als schepping van God. Waar wij vertrouwen op de logica die inherent is aan de werkelijkheid en die door de wetenschap steeds meer wordt ontdekt, was er ten tijde van Jezus veel onwetendheid en bijgevolg veel mysterie. God werd gezien als de regelgever. In die mysterieuze en onoverschouwelijke realiteit werd ziekte vaak gezien als straf en genezing als genade. Zowel mens als natuur leefden in een magische, moreel ingevulde logica.

Taal

Daarom is het voor ons zo moeilijk om de wonderverhalen een plaats te geven in ons geloofsleven. Jezus sprak de taal, en dus ook de tekentaal van toen. Hij vertelde aan de mensen van toen in hun symboliek over een herstel van het Verbond tussen God en mens. Veel van die taal en interpretatie gaat aan ons voorbij.

Toch kunnen de wonderverhalen ons dichter bij God brengen. Ze kunnen ons immers zoveel meer vertellen dan we spontaan zouden denken. De realiteit is immers méér dan de driedimensionele waarneming waar wij op steunen. Een pasgeboren kind noemen wij een klein wondertje. Niet geheel onterecht: er is een diepte in nieuw leven waar we nog voor open staan. Op veel andere vlakken hebben veel Westerlingen zich afgesloten voor de transcendente dimensie: voor de diepte van wat ons overkomt, de verwijskracht van het alledaagse, de poëtische schoonheid van de werkelijkheid, het Goddelijke. Toch is de afstand nog bijzonder groot tussen het ervaren van de schoonheid van verliefdheid bijvoorbeeld en de wonderverhalen van Jezus.

Echtheid

Wat wonderverhalen in de evangeliën betreft: het gaat over veel wonderen, die aardig wat plaats innemen in het geheel. Ze kunnen niet als een detail weggezet worden. Er wordt daarenboven vaak gebruikt gemaakt van details en van verwijzingen naar concrete mensen om de realiteit ervan te beklemtonen. Zo is er bijvoorbeeld de ‘schoonmoeder van Simon’ die een hevige koortsaanval kreeg. (Marcus 1, 30)

Wanneer we de evangelieboeken doorlezen, kunnen we er niet om heen dat Jezus een wonderdoener is die zieken heeft genezen. Daarbij staat het geloof van degene die het wonder mag ontvangen centraal: het is hun geloof dat het wonder mogelijk maakt. (Marcus 10, 52 en 9, 23-24)

Wanneer we de wonderen weg relativeren, dan relativeren we God en ons geloof weg. (1 Korintiërs 15, 14) In een tijd van grote verwondering voor onverwachte genezingen, gebruikt Jezus de wonderen als overtuigend argument. Hij is de Zoon van God omdat Hij wonderen doet. In onze tijden had Jezus wellicht een andere methodiek toegepast.

Verwijzing

Dat de wonderen niet op zich staan, maar een verkondigende functie hebben, legt Johannes als geen ander uit. De symboliek kan uitleggen wat woorden amper kunnen aanraken.

Zo is er het broodwonder, dat overigens niet wordt beschreven. (Johannes 6, 1-14) We vernemen dat het wonder is geschied. Vanuit deze symbooldaad start Jezus een theologisch discours op. Uiteindelijk zal niet het voedsel dat vergaat ons dichter bij God brengen, maar het voedsel dat blijft. Het wonder dient dus als opstapje naar het herstel van het Verbond tussen God en mens. (Johannes  6, 26-28) Dat wordt werkelijkheid wanneer volgelingen van Jezus delen in zijn Lichaam en Bloed (Johannes 6, 46-58) Tijdens het Laatste Avondmaal wordt de symboliek van de maaltijd hernomen. (Johannes 13, 17-38) Daar wordt bovenal nederigheid aangeleerd door Jezus. De Kerk van het Verbond, die weldra wordt gesticht, is niet gediend van macht en pracht maar van eenvoud en dienstbaarheid. (Johannes 13, 1-15) Hij wast de voeten van de genodigden, als een slaaf. Na het broodwonder en zijn theologische beeldspraak, trekt Jezus naar Galilea. (Johannes 7,1) Tegenstanders willen Hem in Judea immers arresteren. Dat bevestigt het offerkarakter van Jezus’ aardse bestaan.

Een ander wonder is de opwekking van Lazarus. (Johannes 11, 33-44) Het is mogelijks nog méér onvatbaar voor het menselijk verstand dan het broodwonder. Toch beweert Marta al op voorhand met klem dat haar broer niet was gestorven als Jezus eerder was gekomen. (Johannes 11, 32) Marta wordt door Jezus theologisch dieper ondervraagd: “Geloof je Ik de Opstanding en het Leven ben?” (Johannes 11, 24-27) Ze antwoordt bevestigend en kent Jezus stellig de kracht van de verrijzenis toe. Ook hier wordt een wonder aangewend om Jezus’ aardse opdracht uit te beelden. De opwekking van Lazarus is immers de voorafbeelding van Pasen. Ook hier wordt een les in nederigheid geleerd: Jezus zal lijden als een dienaar die ten onrechte is veroordeeld. (Johannes 11, 49-50) Eén mens sterft voor het hele volk. Slechts hierop kan de Kerk gebouwd worden. Ook hier wordt de tegenstand toe en vlucht Jezus de woestijn in omdat men Hem in de grote steden van Judea wil arresteren. (Johannes 11, 53-54) Het offer van het Lam van God komt steeds dichterbij.

Goddelijkheid

Het broodwonder en de opwekking van Lazarus, hoe fenomenaal van aard ook, verbazen de omstaanders, maar voor Jezus zijn het vooral voorafbeeldingen van de Boodschap die Hij wil verkondigen aan wie er voor openstelt. De verrijzenis is immers de apotheose van de heling voor de mensheid. De verrijzenis bekrachtigt de wonderen en de Goddelijkheid van Jezus. De verrijzenis is geen symboolverhaal en raakt een fundamenteel-Goddelijke diepte die ondoorgrondelijk is voor het menselijk verstand.

Zelf heb ik niet de neiging om veel te zeggen over het leven na de dood en over de verrijzenis. Ik vind een aanleiding daartoe in de Schrift: daar wordt enkel het lege graf vernoemd, niet het verrijzenisgebeuren, en het Rijk Gods wordt slechts in beelden benoemd. Ook over wie aanspraak heeft op het Rijk Gods zal ik er altijd het zwijgen toe doen. Het Goddelijke, dat behoort God toe. Een mens eert God nog het meest met grote bescheidenheid, en vooral kijkend naar zijn of haar eigen doen en laten, spreken en zwijgen. En dat is meteen een overgang naar het evangelie van de volgende zondag.

17 juni 2022

Wat broodnodig is: engagement en naastenliefde (18-19 juni 2022)

We vierden donderdag Sacramentsdag. De lezingen kunnen ook op zondag worden gekozen. De menigte krijgt honger. Hoe is het met onze honger gesteld? Herkennen wij de honger? Worden wij gevoed? Veel vragen... 

  • Voor de lezingen van Sacramentsdag: klik hier. 

“De mensen aten en allen werden verzadigd.” (Lucas 9, 17a) Ze waren vervuld van het voedsel. Er was aanvankelijk leegte, maar er kwam volheid. Het hoeft niet gezegd dat beeldspraak in de Schrift vaak veel symbolische snaren mee laat trillen.

Stoorzenders

Laten we meteen even hermeneutisch denken: wat kan deze zin voor ons betekenen? Het is misschien niet meteen de slagzin die gewoonlijk uit dit verhaal wordt geplukt. Toch blijf ik bij het lezen van de passage over de broodvermenigvuldiging juist hier halt houden. Misschien omdat mijn eigen maag gromt om wat aandacht? Wellicht speelt er meer. Ik vraag me wel vaker af waarmee wij nog te verzadigen zijn.

Wij worden dagelijks al verzadigd met aandacht en informatie. Onze agenda bepaalt al te vaak ons leven, en als we veel mensen mogen geloven, is dat leven druk-druk-druk. We omringen ons ook met toestellen die ons constant bezig houden. Een smartphone, een laptop, een tablet, een huistelefoon, een radio, een televisie. We lijken te leven van scherm naar scherm en van geluid naar geluid. Berichtjes ontvangen, berichtjes sturen, berichtjes liken, berichtjes delen, berichtjes forwarden... Het geeft ons de indruk dat we belangrijk zijn, dat we meetellen, dat we iemand zijn. Het internet voorziet ons op ieder moment van de dag van een tsunami aan informatie waarin je kan verdrinken tussen feiten en onzin. Het ego wordt intussen ijverig gestreeld. Het toestel zingt, piept of trilt, en we weten ons aangesproken. Dat is de psychologie achter het fenomeen.

Zin en ego

Voor alle duidelijkheid: het is niet de bedoeling om het cultuurpessimisme te voeden. De realiteit is wat ze is. Er worden leegtes gevuld met tijdelijke prulletjes. En meer en meer mensen vergeten stilaan de leegte die ze zo gedreven verdoezelen. Wat ben je zonder zingeving? Wat stelt je leven voor als je er geen visie rond ontwikkelt? Wat is het doel en de zin van je bestaan? Zingeving is een proces doorheen je leven, met ups en downs, geen solide blok. Het wordt problematisch wanneer je je geen vragen stelt en geen antwoord zoekt. Heeft men nog honger naar een doel en naar zin? Of is alles tijdelijk en wegwerpbaar geworden, tot er iets ergs gebeurt en je wel halt moét houden?

De talrijke aanwezigen die rond Jezus zijn verzameld, stellen zich wel vragen en zijn bewust op zoek. Het lijkt een typisch Westerse pretentie dat we ons geen zinsvragen hoeven te stellen. Vragen die mensen aangereikt krijgen, hebben vaak louter betrekking op zichzelf. Misschien kan je een beetje yoga doen, of een beetje chakratherapie, of een beetje mindfulness. Het gaat over ik en mijn en mij en mezelf. Maar een religie in zijn geheel wordt als onverstandig beschouwd, en dan druk ik het nog heel braaf uit. We leven in een complexe postmoderne realiteit waarin nieuwe taboes zijn ontstaan.

Het christelijk geloof vertrekt niet uit een menselijke honger maar uit Gods openbaring. De Blijde Boodschap is niet bedoeld als vulmiddel voor onze persoonlijke diepe zinskraters. Als we een honger ervaren, kan die ons wel dichter brengen bij de keuze om te geloven. Het kan een aandacht ontwikkelen, een zoektocht opstarten of heropstarten. Toch zal het engagement niet gekneed kunnen worden in de vorm van onze leegte. God overstijgt ons en onze behoefte. God is niet maakbaar.

Verzwegen wonder

Laten we terugkeren naar het verhaal in haar geheel. Jezus heeft een grote menigte rond zich verzameld. De leerlingen merken dat de avond valt en stellen voor om de mensen stilaan weg te sturen, zodat ze onderdak kunnen zoeken voor de nacht. (Lucas 9, 12b) Jezus vindt dit geen goed idee. “Geef hun te eten.” (Lucas 9, 13b) De leerlingen zien dat absoluut niet zitten: “We hebben maar vijf broden en twee vissen.” (Lucas 9, 13c) En toch zal bij de menigte, na de spirituele honger, ook de honger in de maag gestild worden.

Is dit een verhaal over vermenigvuldiging of over deling? Hoewel dit vaak “de broodvermenigvuldiging” wordt genoemd, wordt het wonder nergens in het verhaal vernoemd. Er staat enkel dat er achteraf twaalf korven met brokken overschot worden verzameld: veel meer dan er aanvankelijk was. (Lucas 9, 17)

Er ontstaat in dit verhaal, vooral tussen de lijnen door, in het met mysterie omhulde wonder, een dimensie van breedte en van hoogte. Jezus leert zijn leerlingen, en dus ook ons, dat ze een plicht hebben ten aanzien van naasten, tot voorbij wat mogelijk is of haalbaar. Jezus stuurt de mensen niet weg, maar geeft hun te eten. Hij verkondigt immers geen navelstaarderij. Het is niet Jezus’ ultiem verlangen dat de leerlingen hun diepste zelf beter leren kennen. Ze moeten zichzelf juist overstijgen. Ook wij worden uitgedaagd om God te leren kennen, tot Hem te bidden en vanuit zijn boodschap te handelen.

Misschien vertelt dit verhaal bovenal over hoe het onmogelijke werkelijkheid kan worden. Jezus neemt het brood, kijkt op naar de hemel, spreekt een zegengebed uit en breekt het (Lucas 9, 16): een niet verkeerd te verstane verwijzing naar het Laatste Avondmaal.

Waarden uit geloof

In die zin is dit niet zozeer een verhaal over solidariteit maar over liefde voor God én voor de naasten in Jezus’ Naam. Hoe mooi, zinvol en lovenswaardig wereldse waarden ook zijn, ze zijn nooit synoniem voor de christelijke Liefde, precies omwille van de identiteit en het engagement waarop de naastenliefde gegrondvest is.

Vlak voor dit wonder zond Jezus zijn leerlingen uit in de streek om de Blijde Boodschap te verkondigen. Zijn praktische instructies waren niet verkeer te verstaan: “Neem niets mee voor onderweg: geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren.” (Lucas 9, 3) De eigen soberheid typeert de christelijke caritas. De Boodschap is slechts geloofwaardig als de verkondigers er zelf ook naar leven. Het moet adequaat gebeuren, zoals Franciscus van Assisi zo scherp had ingezien: men hoort in soberheid de soberheid te verkondigen.

En ik dan?

Mogen wij dan helemaal niet aan onszelf denken? Natuurlijk wel. Ook wij hebben brood nodig, ook wij hongeren naar Liefde, naar het Woord, naar gerechtigheid, naar hoop. Welnu, wat we het hardst nodig hebben, dat moeten we in de eerste plaats geven aan anderen. “Geef, dan zal je gegeven worden. De maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jou worden gebruikt.” (Lucas 6, 38ac)

16 maart 2022

Hongerdoek: "Hoeveel broden hebben jullie?" (17 maart 2022)

In de Middeleeuwen ontstond de traditie om het priesterkoor aan het zicht te onttrekken in de Veertigdagentijd. Er werd een doek opgehangen voor het altaar en het kruisbeeld erboven. De rijke versiering van het altaar leidde de aandacht af van boete en gebed. Op het doek werd vaak het lijden van Jezus afgebeeld. Sinds de jaren '70 heeft het hongerdoek een nieuwe betekenis gekregen. Het beeldt op kleurrijke wijze de ongelijkheid uit die in de wereld bestaat, als oproep tot solidariteit. 
  • Lees hierbij het evangelie van de dag (donderdag in de tweede week van de Veertigdagentijd): klik hier.
Het hongerdoek "Hoeveel broden hebben jullie?" van de Boliviaanse kunstenares  Ejti Štih (°1957) dateert van 2013 en vertrekt vanuit het onrecht dat er om de drie seconden een kind sterft van honger en uitputting, terwijl onze planeet in principe iedereen van voldoende voedsel zou kunnen voorzien. Het centrale thema wordt in vier taferelen uitgebeeld. De taferelen zijn verbonden met elkaar door het kruis: het onrecht wordt verbonden met het lijden van Christus, maar ook met zijn verrijzenis, het ultieme teken van hoop voorbij alle verwachtingen.



Laten we linksonder aanvangen. De mensen aan tafel hebben het goed: ze genieten van een overvloed aan eten en drinken en zijn getooid met sieraden en mooie kledij. Ook de macht is vertegenwoordigd: een militair bewaakt de rijkdom. Deze mensen lijken zorgeloos, vooral omdat ze geen oog hebben voor de armen. Dat mogen we heel letterlijk zien: de vele uitgestrekte armen van mensen die lijden en tekort hebben, brengen de rijke tafelgasten niet van de wijs. Ze leven in hun eigen wereld en de rest doet er niet toe. De wanhoop van de armen die smeken om een aalmoes wordt weerspiegeld in de lijdende Christus, die aan de horizon is afgebeeld. De rijken keren er hun rug naartoe, ze hebben er geen boodschap aan. Ze zijn verheven boven de armen, zoals de rijke man geen aandacht wou schenken aan de arme Lazarus (Lucas 16, 19-31).

Linksboven zien we de tafel, met daarop twee vissen. Een vrouw komt uit de menigte met een brood naar de tafel. Het tafereel brengt het moment vlak vóór de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging in beeld (Marcus 6, 32-44). Waar mensen met elkaar delen wat ze hebben, komt niemand iets tekort. Een warme gloed van licht schijnt op de tafel, op het gezicht van de jongen die hoopvol naar de tafel kijkt en op de menigte die de tafel nadert. Het is de glans van Jezus op de berg Tabor. De leerlingen waren unaniem: ze konden de vijfduizend hongerige mensen niet te eten geven. Ze stelden voor om hen weg te sturen, en met hen ook het hele probleem. Jezus vraagt: “Hoeveel broden hebben jullie?” Laten we gewoon beginnen met de mogelijkheden die we hebben: we kunnen meer bereiken dan we relativerend denken.

Het Laatste Avondmaal (Lucas 22, 1-20
) zien we rechtsboven. Jezus zit echter niet tussen de apostelen, maar tussen de minsten en armsten van de wereld, zij die uitgestoten en uitgesloten worden. Met hen deelt Hij het brood. God kiest voor de minsten, voor de mensen die niet vereerd en gerespecteerd worden. Voor hen is het evangelie in de eerste plaats bestemd. Zijn boodschap, het Licht in de duisternis, schijnt op ieder van hen. Ze zijn uitverkoren om het gastmaal met Hem te vieren. Wanneer ook wij deelachtig willen zijn aan de Maaltijd, is het onze opdracht om in deze complexe en mondiale wereld te delen met onze naasten, dichtbij en ver weg.

Rechtsonder, tot slot, zien we opgewekte, vrolijke kinderen, zittend op de tafel. Hun voeten spelen met het graan dat in overvloed groeit. Het symboliseert de volheid van het leven (Johannes 10, 10). Het is een utopisch beeld, het beeld van het Rijk Gods waar Jezus het zo vaak over heeft en waar zijn optreden een afspiegeling van is geweest. Daar is geen armoede meer, geen honger of dorst, geen ongelijkheid. Mensen respecteren elkaar en leven verbonden met elkaar. De belofte van het Rijk Gods geeft zin en richting aan ons streven naar gerechtigheid en vrede voor iedereen. Dat komend Rijk kan weliswaar slechts realiteit worden als we bereid zijn om er de grondvesten voor te bouwen: hier en nu en voor alle mensen. Het contrast met het tafereel ernaast kan niet groter zijn. Dat de twee afbeeldingen onderaan heel sterk op elkaar lijken, maakt duidelijk dat het verschil maken werkelijk mogelijk is met goede wil. 

De Veertigdagentijd steunt op drie pijlers: gebed, vasten en solidariteit. Hoe dichter we bij Pasen komen, hoe duidelijker het wordt dat er een kloof bestaat tussen realiteit en idealen. Dat wordt duidelijk op Goede Vrijdag, wanneer Jezus met machtsvertoon wordt veroordeeld: de Mensenzoon die enkel met een Boodschap van Liefde op aarde kwam. Het kruis verbindt de vier scènes op het doek, ondanks hun onderlinge tegenstelling. De werkelijkheid, hoe oneerlijk en rauw ook, wordt niet uitgewist, maar staat als een aanklacht tegenover de idealen.

Naar het midden toe wordt het kruis steeds feller geel. Hiermee wordt het licht van Jezus’ genadige verzoening uitgebeeld. Met de hulp van Christus zijn wij in staat om het onrecht aan te klagen, anderen te helpen en samen met hen te bouwen aan een menswaardige wereld

22 juli 2021

Voedsel genoeg voor iedereen (24-25 juli 2021)

Twee teksten van deze zondag ontmoeten elkaar in deze bezinningstekst: Johannes 6, 1-15 en Efeziërs 4, 1-6. Johannes vertelt over het broodwonder, in de volksmond broodvermenigvuldiging genoemd. Er is met vijf broden en twee vissen genoeg om een grote menigte te eten te geven. Achteraf haalt men twaalf volle korven aan broodbrokken op. 

Paulus spoort de Efeziërs met een erg poëtische tekst aan om bescheiden te zijn en te handelen uit liefde, met vrede. 

De menigte wil Jezus tot hun koning kronen, maar Jezus weigert. Zijn Woord staat centraal, eer en faam zijn Hem vreemd. 

Zoals altijd zit Johannes' evangelieverhaal vol symboliek. De broden verwijzen naar het Laatste Avondmaal. De ware honger is de honger naar het Woord en naar het Nieuwe Verbond. De vissen (ichthus in het Grieks) verwijzen naar het geloof. De twaalf volle manden zijn een vooruitwijzing naar de taak van de apostelen... 

Deze zondag: "Johannes featuring Paulus".


Een menigte volgt Jezus

om zijn Woord te beluisteren,

en zijn wonderen te zien.

Jezus ziet hun honger. (Johannes 6, 1-5)

 

               Blijf altijd bescheiden,

 zachtmoedig en geduldig,

 geïnspireerd door de liefde. (Efeziërs 4, 2)

 

Filippus heeft geen geld genoeg.

Andreas heeft wat brood en vis:

veel te weinig, niet genoeg.

Jezus weet wel beter. (Johannes 6, 6-9)

 

               Vrede is de ware kracht die bindt,

               geschonken door de Geest. (Efeziërs 4,4)

 

De mensen zijn gaan zitten,

ze eten van het brood

en van de vis, zoveel men wil.

Er zijn twaalf manden over. (Johannes 6, 10-13)

 

               Eén Heer, één geloof, één doop.

Eén doop, één geloof, een Heer. (Efeziërs 4, 5)

 

De mensen noemen Hem profeet

en willen Hem tot koning kronen.

Jezus trekt zich vlug terug: (Johannes 6, 14-15)

zijn koningschap is niet van hier. (Johannes 18, 36a)

 

               Eén God die van allen is

en boven allen,

               door allen en in allen is.  (Efeziërs 4, 6)