Stel je voor: je organiseert een prachtig feest met lekker eten en niemand van de mensen die je hebt uitgenodigd komt opdagen. Je eigen vrienden, de mensen die je dierbaar zijn, hebben zogezegd geen tijd. Je uitnodiging lag meteen al in de prullenmand. Wat een teleurstelling! Zo voelde de Heer zich wanneer zijn Volk Hem in de steek liet. Ze hebben andere bezigheden en interesses gekregen. Hun Schepper en Bevrijder is overbodig geworden. En dan komt zijn eigen Zoon met de Boodschap: iedereen is welkom in het Koninkrijk van de hemel. Werkelijk iedereen!
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Feest!
Wat is er toch met de mensen in de parabel die Jezus vertelt. Het is niet te begrijpen. Een koning geeft een bruiloftsfeest voor zijn zoon en nodigt de vooraanstaanden van zijn rijk uit. De vips, zeg maar. Kosten noch moeite zijn gespaard. De stieren en het mestvee zijn geslacht en alles is in gereedheid gebracht. De feestzaal staat er prachtig bij. Dienaren komen de voorname burgers hoogst persoonlijk uitnodigen. Wat een service! Het moet een bijzondere eer zijn. Je hoort ze in gedachten al scanderen: 'Waar is dat feestje? Hier is dat feestje!'
Maar nee: de genodigden, die negeren de dienaren met hun uitnodigingen compleet. Niet één keer, maar tot tweemaal toe! Ze gaan weer terug naar hun handel of naar hun akkers. Sterker nog: sommige dienaren worden gevangen genomen, mishandeld en gedood! En waarom? Omdat ze voor de tweede keer met de uitnodiging van de koning langskomen? (Matteüs 22, 1-6)
Geen tijd?
Het is werkelijk niet te geloven. Ze willen er niet heen. De genodigden zouden ontvangen worden met de grootste égards, ze zouden kunnen eten en drinken wat ze maar wensen en een prachtig bruiloftsfeest meemaken. Gratis en voor niks! Waarom zou je dat weigeren? Het houdt geen steek. Er moet een reden achter zitten, dat kan haast niet anders.
Misschien is de koning wereldvreemd. Nee, dat klopt niet: hij nodigt de mensen van harte uit. Hij wil hen per se erbij hebben en stelt de deuren van zijn paleis open. Misschien is het een flutfeest. Nee, ook dat is niet het geval: het is zo'n feest waar Jesaja al over sprak: een rijk feestmaal met uitgelezen gerechten en de beste wijnen. (Jesaja 25, 6) Hebben de mensen andere dringende bezigheden misschien? Niet bepaald, sommigen onder hen nemen uitgebreid de tijd om de dienaren te martelen. Dat doe je niet als je het razend druk hebt. Ze hadden zich kunnen verontschuldigen in één of twee zinnen en daarna verder doen met wat ze bezig waren. Nee, er schuilt een ergernis achter.
Iedereen!
Misschien hebben ze gewoon geen zin en voelen ze zich te goed voor een avond bij de koning. Misschien wanen ze zichzelf koning of keizer van hun eigen erf en hun eigen leven. Dan liggen hun prioriteiten anders. Ze schuiven hun koning opzij, hij staat in hun weg om geld te verdienen en zelf roem te vergaren. Daarom willen ze geen tijd maken, zelfs niet voor een feestmaal. De genodigden hebben er geen zin in, ze voelen zich te goed. Vreselijk is dat, toch?
De koning is er dan ook het hart van in. Alles staat klaar, piekfijn in orde om mensen te ontvangen. Ten einde raad geeft hij opdracht aan zijn dienaren om mensen van op de straat uit te nodigen. Eender wie: goede mensen, maar slechte evenzeer. Hun afkomst, hun stand of hun verleden doen er niet toe. Werkelijk iedereen is welkom op het bruiloftsfeest. (Matteüs 22, 8-9) Hoe gul kan een koning zijn? Hoe hartelijk kan hij zich opstellen?
Wel grenzen
En eindelijk loopt zijn feestzaal vol met mensen. Eindelijk lonen zijn inspanningen de moeite. De koning wil zijn liefde en vreugde delen met de mensen, met àlle mensen. En dat kan nu, want van overal komen ze naar de feestzaal om mee te vieren met hun koning. En er is feestvreugde.
Maar dan merkt de koning dat iemand in zijn meest gewone plunje is binnengekomen, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat kan niet de bedoeling zijn. Als je naar een feest gaan, dan kleed je je naar de gelegenheid. Het is een teken van respect en dankbaarheid naar de gastheer toe. De koning is teleurgesteld in de man en wijst hem de deur. (Matteüs 22, 10-11)
Voor ons is dit wellicht nog de grootste geruststelling: van alle genodigden moet slechts één man de zaal uit omdat hij niet voldoet. Eentje maar, van alle aanwezigen. En wel omdat hij werkelijk geen enkele moeite heeft gedaan. Of het feestkleed rijk geborduurd is of getooid met parels, doet er niet toe. Een feestkleed, hoe sober ook, volstaat. De koning is niet onverdraaglijk streng. Integendeel.