Spijt komt altijd te laat. Spijt is het gezond verstand dat te laat tussenkomt. Jezus waarschuwt ons in het evangelie van deze zondag: we moeten voorbereid zijn, waakzaam en wakker. We hebben al zo veel tijd gekregen om aan de slag te gaan met ons geloof. Welnu, het is hoogtijd om ons geloof vurig en dankbaar te beleven. Hou je licht brandend, laat het niet uitdoven!
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Feest
Laten we een kleine omweg maken langs een eigentijdse gelijkenis als opener. Om halfacht is een gezin verwacht op een feest. Het is een verrassingsfeest, dus moet iedereen op tijd aanwezig zijn, zodat ze samen de jarige kunnen verrassen met de vrolijke uitroep: 'Gelukkige verjaardag!'. Het staat al maanden vast, weliswaar netjes geheim gehouden voor de jarige zelf.
Het klaarmaken lijkt een eeuwigheid te duren. Het is een kwartier rijden en er resten nog vijf minuten in overschot, meer niet. 'Zeg, zijn jullie nu bijna klaar? We moeten vertrekken, anders komen we te laat!', roept moeder geïrriteerd. Zij is al tien minuten klaar, net als haar dochter trouwens. De ergernis neemt toe.
Manlief is uitgerekend vanavond later thuis en wou zich absoluut nog douchen. Dan merkte hij ontzet dat er een scheur in de broek van zijn nette pak zit. Toen heeft hij nog aarzelend en twijfelend een ander pak uitgezocht. Hij heeft gefoeterd dat zijn vrouw zijn pak had kunnen nakijken, maar dat botste op protest. Hij is oud genoeg om dat zelf te doen. En hun zoon, die zou maar een kwartiertje nodig hebben om klaar te zijn, maar dat was duidelijk een foute inschatting. Hij is volop zijn haren met gel in model aan het boetseren. De halve badkamer is intussen met haargel besmeurd. Dat getreuzel heeft hij duidelijk van zijn vader. En intussen tikken de seconden genadeloos weg.
'Als jullie niet meteen naar beneden komen, dan vertrekken we zónder jullie!', roept moeder een tikje radeloos maar gedecideerd. De dochter is het roerend eens met haar. Het is iedere keer het zelfde liedje. En dan zegt men dat vróuwen altijd alle tijd nodig hebben. 'Het feest begint ook zonder jullie!', voegt de dochter er kwaad aan toe terwijl ze naar de voordeur stappen.
Geloof!
Op zo'n feest kan het gebeuren dat iedereen luidkeels 'Leef' meezingt, van André Hazes Jr. Het is zo'n typische muzikale oorwurm. Of je het graag hoort of niet, het blijft door je gedachten spoken. 'Leef alsof het je laatste dag is, leef alsof de morgen niet bestaat.' Het is een ode aan het plukken van de dag: 'carpe diem'. Geniet van het leven, want het duurt maar even, zeg maar.
De parabel van Jezus gaat over het ultieme moment dat alles verandert, maar Hij raadt ons niet aan om er nog even voluit voor te gaan en te genieten van al wat leuk en lekker is. Nee, Jezus vertelt ons dat we elke dag moeten gelóven alsof het de laatste dag is, geloven alsof de morgen niet bestaat. Hij waarschuwt ons dat we waakzaam moeten zijn en voorbereid. We hebben al zoveel tijd gehad om ons geloof waar te maken. Het kan geen excuus zijn dat je niet klaar bent omdat het moment van zijn komst zo plotseling, zo onverwacht komt. Nee, we moeten alles doen wat we kunnen om voorbereid te zijn en om ons voluit te verbinden met God.
Spaarstand
Er zijn geen excuses om ons geloof op de spaarstand te laten staan. Ons geloof moet vurig zijn en liefdevol, zoals God ons liefheeft. Ons geloof mag geen evidentie zijn, geen toevallige eigenschap. Het is een keuze die telkens weer bevestigd wordt. Ons geloof moeten we bewust en actief voeden. Het leeft in ons, met ons. In ons dagelijkse bestaan mag het een bron van inspiratie zijn, en op haar beurt wordt dat geloof geïnspireerd door ons dagelijks leven. Het is de bedoeling dat het groeit met ons, dat het mee evolueert. God kan geen verre kennis zijn. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. (Johannes 14, 6) Doel en zin van ons bestaan.
Zo mogen wij handelen naar ons geloof, ons licht laten schijnen en anderen inspireren. Dat doen we door mensen in nood te eten en te drinken te geven, kledij, onderdak en de nodige aandacht. (Matteüs 25, 34-36) Heel eenvoudige, maar wezenlijke daden dus. Nee, we mogen ons niet verstoppen in een veilig schuiloord van reine, tijdloze gewoonten of strenge regels zoals de farizeeën doen. Het is God zelf die we horen te beminnen met heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand. (Matteüs 22, 37) Gebed en naastenliefde vormen de olie die onze lampen brandend houden. (Matteüs 25, 4)
Hebberig?
Dit vroeg ik me nog af bij het lezen van dit evangeliefragment: waarom delen de meisjes hun olie niet? (Matteüs 25, 8-10) Zijn ze egoïstisch? Is het een teken van zelfbehoud ten koste van anderen? Horen we niet te delen met anderen? In het gewone leven is dat uiteraard de bedoeling, maar we bevinden ons hier binnen de context van de metafoor. Zo'n beeld mag men niet uitrekken tot voorbij de spankracht. Anders maak je het stuk.
De meisjes kunnen hun olie niet delen met de onfortuinlijke meisjes. Je kunt niet geloven in andermans plaats. Je kunt niet bidden of goed doen in de plaats van iemand anders. Aflaten verdienen voor een ander, dat is helaas een uitrekking van de genade tot voorbij de spankracht. En al helemaal wanneer die ander zelf helemaal niets wil doen. Wat je wel kan, is trachten hen te inspireren door op een aanstekelijke manier te geloven: gul, energiek, dankbaar en liefdevol.
Laten we dus klaar zijn, laten we ten volle geloven, actief en bewust. Dit is geen dreigende boodschap, maar een gulle uitnodiging. God schenkt ons immers zijn Liefde nog voordat we dat hebben verdiend. Wat is ons antwoord? Blijf niet afwachten, leg deze uitnodiging niet aan de kant!