We moeten sterk zijn in het leven, zo leren we al van jongs af aan. De sterksten bereiken het meest. Wie niet sterk is, wie geen doelen vooropstelt en doen en laten daarop afweegt, die komt er niet. Je kan worden wie je maar wil, je kan kopen wat je maar wil, als je maar goed gefocust bent op je doel en je niet laat afleiden door onbenulligheden. Op zwakheid wordt neergekeken. De verharding van onze samenleving heeft veel met geld te maken.
Geld
In een stabiele klassenmaatschappij, zoals wij die kenden tot in de Middeleeuwen, ben je wie je bent: je hebt adellijk bloed of je zult altijd een ondergeschikte blijven. Sinds de opkomst van de burgerij is er een nieuw streven ontstaan: als je geluk had, dan kon je maatschappelijk opklimmen en de rijken zelfs voorbijsteken. Geld is de maatstaf voor sociale vooruitgang. Geld maakt vrij in de wereld.
Politieke systemen die op economie zijn geijkt, hebben de neiging om welzijn gelijk te stellen met welvaart. Hoe rijker je bent, hoe beter je je zult voelen en hoe waardevoller je bent voor de maatschappij. Je waarde als mens stijgt naarmate je participeert in de economie. Geld is dan de graadmeter om iemand als 'voorbeeldig' te klasseren, dan wel als 'middelmatig' of 'zwak'. Of zelfs 'een blok aan het been'.
Glitter
In onze samenleving kijken we op naar mensen aan wie een leven van glitter en faam wordt toegeschreven: rijke medeburgers, zangers en zangeressen, acteurs en actrices, en allerlei andere personaliteiten. We zien ze op de televisie, van langsom meer zelfs: beroemdheden van allerlei aard. Het zijn rolmodellen, vaak goed ogend en daarom sympathiek. Het is een talent.
Ze beklimmen een berg, doorstaan een zware training, stappen door een bar landschap, zeilen over het ruime sop, bespelen elkaar psychologisch in een spel, nemen de job van 'een gewone mens' over, trachten te ontdekken welke andere beroemdheid in een vreemd pak verstopt zit, analyseren actualiteiten en maatschappelijke thema's, ontvangen praatgasten in een dure vakantiewoning, laten hun leven vertellen en uitzingen in een show, of laten hun leven filmen met veel hulp van scriptschrijvers, ze koken, grillen en bakken om ter best, ze leren mensen hun financies op orde te krijgen - aan de opsomming lijkt geen einde te komen. Amusement als troebel bindmiddel van realiteit en fictie.
Invloed
Misschien is het aanbod inderdaad wel onuitputtelijk. We kijken op naar mensen die bekend zijn en lijken dat evident te vinden. We kunnen iemand niet uitstaan die we nooit persoonlijk hebben gesproken. Het lijkt één grote sprookjesachtige familie met veel komen en gaan, opgesloten achter schermpixels, met af en toe korte momenten om hen te ontmoeten. Veel privacy is hun niet gegund: wie bekend is, die mag altijd en overal bekeken worden. Hun gezag en invloed is echter groot.
Kinderen en tieners, onschuldig en kwetsbaar, kijken naar influencers zonder te beseffen dat ze beïnvloed worden. Wie controleert en filtert er wat zinvol is en wat niet? Ze zien reclame voordat ze begrijpen dat ze bedot worden. Veel ouders worstelen zelf met een schermneurose. Intussen worden kinderen overladen met spullen van kleine en grote helden van het scherm. Ook in gezinnen waar er eigenlijk geen geld voor is. Overdrijf ik met deze woorden? We mogen ons beslist wat meer vragen stellen bij evidenties in het dagelijkse leven.
Nooit genoeg
Is het zo verstandig om op te kijken naar wie beroemd is, of rijk? Is dat pure bewondering, of zit er in een diepere laag jaloezie in verscholen? En verraadt die jaloezie misschien een ontevredenheid over ons eigen bestaan, omdat wij zelf niet zo welstellend en invloedrijk zijn? De 'American dream' heeft ons heel lang ingefluisterd dat wij alles kunnen bereiken, alles wat we maar willen. Als we maar doorzetten. Helaas behelst die 'dream' in de praktijk vooral teleurgesteld doorspartelen. Het land van de dromen verkeert momenteel zelf in zwaar water. De droom zit gevangen achter muren en controleposten.
Een wereld die draait op geld, is een wereld van grote ongelijkheid en bijgevolg van even grote wanhoop. Het moet gezegd: een maatschappij zonder ambitie en mogelijkheden om vooruit te komen, is evenmin een vitale samenlevingsvorm. De eigenlijke vraag is of geld op ieder moment centraal moet staan, als doorslaggevend criterium. Hoeveel geld is een mensenleven waard? Wat gebeurt er wanneer een cultuur van steeds meer en beter botst op haar eigen grenzen?
Waardemeter
De wereld is op dit moment fundamenteel oneerlijk. Afhankelijk van welke plek op aarde je woont en uit welke achtergrond je afstamt, heb je mogelijkheden of juist niet. Heb je überhaupt te eten of niet. Dat onrecht gaat heel ver, en onze verontwaardiging daarrond is bijzonder selectief.
We kijken met argusogen naar de conflicten in Gaza en Oekraïne en zijn terecht verontwaardigd, maar tegelijk hebben we amper oog voor de miljoenen mensen die op datzelfde moment honger lijden en in gevaar zijn in landen als Soedan, Nigeria, Congo, Bangladesh en Ethiopië. Volgens een recent VN-rapport (klik hier) verkeren in die vijf landen opgeteld bijna 130 miljoen mensen in acute hongersnood. Het komt af en toe even in beeld ergens achteraan in de actualiteiten. Die landen zijn economisch niet erg belangrijk en de conflicten die de honger verergeren, slepen al lang aan. Er zit te weinig nieuwswaarde in: niet relevant genoeg. De mensen zouden kunnen wegzappen. Hoe goed zijn we eigenlijk geïnformeerd in het Westen dat leeft volgens de wet van de sterkste?
Zwak mogen zijn
Het kan niet genoeg beklemtoond worden dat God zich vereenzelvigt met de zwaksten, met de mensen die benadeeld worden. Deze vereenzelviging heeft alles te maken met het gegeven dat God alle mensen als fundamenteel gelijkwaardig beschouwt. Ieder mens is immers schepsel van God. Welvaartspredikanten doen het evangelie onrecht aan wanneer ze uit de Schrift weggummen dat God in de eerste plaats aandacht heeft voor de noodlijdenden die door de samenleving in de marge worden geschoven.
Ze voldoen voor de maatschappij niet aan de minimumcriteria: ze zijn ballast die geld kost en ze dreigen onze precaire financiële balans te verstoren. We voorzien wel spreekwoordelijke reddingstouwen waarmee deze mensen zich uit het moeras kunnen trekken, op voorwaarde dat het niet teveel kost. Die reddingsmiddelen komen steeds meer onder druk te staan.
Gods ogen
Zo werkt het niet voor God. Wie het goed heeft, die zal daar niet voor beloond worden door de Heer. We lijken dat wel soms te verwachten. En net als de oudste broer in de parabel, reageren we verbolgen wanneer de Vader de verloren zoon alle aandacht schenkt. (Lucas 15, 11-32) En als we één van de negenennegentig schapen zouden zijn, dan zouden we dat verloren gelopen schaap om de nek van de herder vervloeken omdat het beest bevoorrecht wordt. (Lucas 15, 3-7)
Wanneer wij 'flink ons best doen', verlangen we bevestiging van God. De jaloezie groeit, wanneer de aandacht dan blijkt te gaan naar wie er een zootje van maakt in onze ogen. Goed doen, dat is in Gods ogen simpelweg onze plicht. Dat hoeft niet beloond te worden met lauwerkransen en trompetgeschal. (Matteüs 5, 43-48) Overigens, flink zijn: dat doen niet-gelovigen en andersgelovigen toch ook? Dat is geen christelijke verdienste. En bovendien is 'flink' in onze ogen lang niet altijd hetzelfde als in Gods ogen. 'Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen. Wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen.' (1Korintiërs 1, 27)
Berg van hoop
In Gods ogen verdienen de zwaksten zijn aandacht. Zij hebben zijn hulp het meeste nodig, omdat ze benadeeld zijn in de wereld. Daarom wordt hun in de bergrede van Jezus nieuwe hoop van Godswege toegezegd. Wie door allerlei omstandigheden moet lijden - omdat ze hongeren of dorsten naar gerechtigheid, of treuren om een geliefde, maar ook omdat ze zachtmoedig zijn of barmhartig, goedgelovig of vredelievend - allen zullen ze door God worden beloond om wat hun is ontzegd of misdaan. (Matteüs 5, 1-12a) De bergrede mogen we beschouwen als het hooglied van de hoop. Hoe voelen wij ons hierbij? Vinden we dat God oneerlijk is of partijdig?
Midden in onrecht en wanhoop brengt Jezus bevrijding. Vrijheid is niet hetzelfde als het openstellen van zoveel mogelijk keuzemogelijkheden. Vrijheid veruitwendigt zich in de mogelijkheid tot het maken van de meest authentieke keuze zonder daarin te worden beknot of geridiculiseerd. Die opening creëert God. De vrijheid is niet te koop, ze is genade. Geld biedt op zich geen enkele garantie tot vrijheid. Integendeel: het maakt fundamenteel onvrij. Geld is een zorg op zich. Het genereert vooral machtsverhoudingen en bovendien vijanden. Daarom hoeft geld niet zomaar verketterd te worden. Het mag vooral geen afgoderij opwekken.
Prioriteiten
Ook het opkijken naar anderen hoeft geen schande te zijn. Zolang we de waarde van onszelf als mens, als Kind van God, er niet voor opofferen, en de ander niet op een denkbeeldig verhoog plaatsen, is er op zich geen bezwaar. Anderen kunnen ons inspireren ten goede. Maar wij volstaan zoals we zijn: zonder de lege imitatie van anderen. We zijn allemaal persoonlijk beeld en gelijkenis van God en alleen daarom al zijn we waardevol in Gods ogen. (Genesis 1, 26-27) Een minderwaardigheid wordt ons hooguit aangepraat, het typeert niet onze identiteit. God zij dank! Dat vernoemde verhoog, dat komt enkel God toe. Aan Hem zijn we wel ondergeschikt. Hij is dan ook onze Schepper.
Laten we dus trachten om te kijken naar onszelf, onze naasten en de wereld zoals God het ons steeds opnieuw toont. Laten we de essentie van de bijkomstigheid onderscheiden volgens Gods prioriteiten voor zijn schepping. De bergrede schenkt ons deze vrijheid.