Jezus wordt met veel argwaan bekeken door de farizeeën. Hij confronteert hen met hun eigen kleine kantjes en dat vinden ze onaangenaam. Ongepast zelfs, want hun machtspositie wordt erdoor in vraag gesteld, en daar zijn ze bijzonder gevoelig voor. Jezus wordt daarom op de proef gesteld, ze willen Hem woorden uit de mond lokken die ze tegen Hem kunnen gebruiken. Het is erg vals en achterbaks allemaal. Ze willen van Jezus zijn favoriete gebod horen. Zijn antwoord is verrassend, en voor ons allemaal een beginsel van geloofswijsheid.
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Een valstrik
De farizeeën zijn niet blij. Jezus snoert hen de mond met woorden uit de Schrift. Hij is niet onder de indruk van hun machtsvertoon. Eén van de wetgeleerden wil Jezus op de proef stellen. De geleerde kent de Schrift heel goed. Misschien kan hij Jezus op een fout betrappen of een uitspraak uitlokken en Hem op die manier in een slecht daglicht brengen.
De man stelt aan Jezus een vraag over de geboden. Zoals je weet, telt de Schrift tien geboden. (Exodus 20, 1-17 en Deuteronomium 5, 6-21) Wanneer we de zoekmatrix uitbreiden naar alle wetten en voorschriften, dan komen we uit op het getal 613. Dit betreft morele wetten, wetten rond voeding, offers, feesten en reinheid, en tenslotte ook maatschappelijke wetten. Het is geweten dat Jezus het niet altijd zo nauw neemt met voorschriften als de wetgeleerden. Een wijsneus wil die zelfverklaarde Meester eens op zijn nummer zetten. Brutaliteit en arrogantie worden Jezus verweten. Misschien is dit een goede gelegenheid om Jezus voor eens en voor altijd te 'ontmaskeren', denkt de man.
Partij kiezen
Maar Jezus draagt helemaal geen masker. Integendeel, het zijn de farizeeën die zich voorbeeldig voordoen terwijl ze eigenlijk uitblinken in valsheid en machtswellust. (Matteüs 23, 3-5) De wetgeleerde vraagt aan Jezus wat het belangrijkste gebod is in zijn ogen. (Matteüs 22, 36) Daarmee dwingt hij Jezus op gevoelig terrein. Er zijn immers vier verschillende religieuze stromingen in het land ten tijde van Jezus.
De farizeeën zijn vooral bezig met de wetten die een invloed hebben op het dagelijkse leven: de sabbatsrust, voeding, reinheidsvoorschriften. Daaromheen voegen ze nog mondelinge voorschriften toe, om te verzekeren dat er tegen geen enkel voorschrift wordt gezondigd. De sadduceeën hechten meer belang aan de sacrale voorschriften rond tempel en offers. De essenen zijn vooral gericht op extreme reinheid in afzondering en ascese. En de zeloten richten zich op verzet en militante actie tegen de Romeinse overheerser. Ieder onder hen zal zich geschoffeerd voelen wanneer een gebod met betrekking tot hun eigen overtuiging niet bovenaan staat. De farizeeër maakt gebruik van de religieuze verdeeldheid om Jezus te strikken. Merkwaardig toch?
De eerste, de beste
Welnu, Jezus kiest géén partij, Hij vat de geboden samen. De Heer heeft op de berg in de woestijn immers ook niet gezegd dat één gebod het allerbelangrijkste was. Alle geboden zijn van belang. Dat verandert niet bij Jezus. Alle geboden komen samen in het dubbelgebod van de Liefde dat Jezus als antwoord geeft: God liefhebben met heel je hart, je ziel en je verstand, en je naaste liefhebben als jezelf. (Matteüs 22, 37-39)
Met dit dubbelgebod vat Hij meteen de hele Wet én Profeten samen en bovendien verlegt Hij de aandacht van nauwgezette regeltjes naar een totale wetsbeleving van binnenuit. (Matteüs 22, 40) De farizeeër is niet geslaagd in zijn opzet. Er was al weinig edelmoedigs aan zijn bedoelingen: het verwijt van brutaliteit en arrogantie kaatst terug op hemzelf. Hij heeft zich laten leiden door enggeestigheid en zuurheid. En hij was zeker niet bij Jezus komen staan om iets bij te leren. We kunnen enkel hopen dat de man toch iets van Jezus' woorden heeft bijgehouden. Misschien is daar een zaadje van verandering geplant.
Hitparade?
Eigenlijk doet de farizeeër iets typisch menselijk: hij heeft het over persoonlijke voorkeuren binnen het geloof. Het is iets waar Jezus geheel boven staat door zijn Goddelijke band met de hemelse Vader. Juist omdat de farizeeër een menselijk reflex etaleert, is het voor ons eigenlijk niet geoorloofd om afzijdig te blijven en meewarig neer te kijken op de man. Ook wij hebben de neiging om het geloof wat naar ons toe te trekken in een richting die ons het meest uitkomt, in de richting van de menselijkheid of juist van de regels, in de richting van het hemelse of juist van het aardse, naargelang onze persoonlijke interesse.
Jezus leert ons langs zijn antwoord dat we helemaal niét hoeven te kiezen. Geloven heeft niets met een persoonlijke hitparade te maken, niet van Bijbelverzen een niet van geloofsstandpunten. Gods Boodschap is niet in een hitlijst te ordenen. Geloven vertrekt niet vanuit onze eigen voorkeuren. En het is al helemaal niet onze taak om te oordelen over anderen naar eigen voorkeuren binnen het geloof.
Links en rechts, gematigd en radicaal verwijten mekaar geregeld dat de ander dat wel doet en zo tegen Gods wil in gaat. Dat gebeurt doorgaans zonder in eigen boezem te kijken, helaas. Net als ten tijde van Jezus. Je moet het maar eens uitproberen: wanneer je naar een ander wijst, richt je eigenlijk meer vingers naar jezelf dan naar de ander. De Liefde is het beginsel van de geboden. In de Liefde wordt niet aan- of nagewezen maar hartelijk omarmd. In de Liefde vinden we God, ergens in het midden, waar voorzichtigheid, hartelijkheid en respect wonen...