Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- In denken, spreken en handelen (14-15 februari 2026).

02 februari 2026

Het licht belemmeren (7-8 februari 2026)

We zijn door veel comfort omringd. Wanneer het donker wordt, dan volstaat een simpele druk op een schakelaar om de kamer te vullen met licht. Vroeger was dat anders. Een kaars of olielamp bracht licht, maar dat was niet te vergelijken met onze LED-spots. Men moest een goede plek kiezen voor de lichtbron, anders was de ruimte amper verlicht. Dat beeld gebruikt Jezus. Waar zet je je lamp als het over Gods Licht gaat?

Een lamp aansteken om haar vervolgens te verbergen, dat is onverstandig. Dan blijft het donker gewoon donker omdat het licht niet de kans krijgt om het te verhelderen. (Matteüs 5, 15) Toch doen we deze beeldspraak vaak meer eer aan dan het gezond verstand zou wensen. Voor zover er eer te vinden is in het verbergen van licht uiteraard…

Opsluiten

Wij, mensen, zorgen soms voor schaduw die het Licht van het geloof belemmert, net zoals de korenmaat een schaduw kan werpen die het Licht verbergt. Het hanteren en opleggen van allerlei regels en gewoonten, door mensen gemaakt, kan het Licht doven in ons Gods Woord. Onze godsdienstige gestrengheid naar anderen toe kan het Licht overschaduwen. We eigenen ons dan evidenties toe die het Licht in de weg staan. 

Eigenlijk gaan we dan zelf voor God en voor het Licht staan, zonder zelfs te beseffen dat we het donker erdoor vergroten. We overschaduwen het Licht vanuit overdreven zelfliefde of machtszucht. Meestal gebeurt dit niet eens goed doordacht. En als het al doordacht is, dan vertrekt het vaak uit goede bedoelingen, maar met de verkeerde prioriteiten voor ogen. 

Eigen schaduw

Ook met woorden en daden die de blijde Boodschap pijn doen, verdeemsteren wij het Licht. Wanneer we anderen kwetsen, dan kwetsen we God. Wanneer we als geloofsgemeenschap wegkijken van leed en onrecht, dan richten we onze blik naar de duisternis. Het misbruik in de Kerk is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Het had nooit mogen gebeuren, en het verbergen ervan al evenmin, of het nu uit plaatsvervangende schaamte gebeurde of uit strategische overwegingen.

We zijn mensen en hebben de keuze om te handelen naar ons geweten, of juist niet. Antwoorden zijn in ons brein niet altijd even helder. Het is waar: de juiste keuze maken is niet altijd eenvoudig. Het is soms afwegen zonder alle feiten in handen te hebben. We hebben onze beperkingen. Dat is logisch: we zijn immers God niet. Toch wanen mensen zich soms willens nillens  'plaatsvervangend Onze-Lieve-Heer' en wordt een mening opgelegd, diep vanbinnen goed wetend dat ze niet juist is, dat ze niet op het goede is gebouwd en kwaad zal berokkenen.

Om al die redenen spreekt Jezus ons hierop aan. En het zal niet bij iedereen in goede aarde vallen. Toen niet, en ook nu niet. We hebben vaak de neiging om de fouten bij een ander te zoeken en ons eigen aandeel te minimaliseren of zelfs te ontkennen. Mensen kunnen vreemde, koppige kronkels maken wanneer hun eer op het spel staat. Maar wat dan eigenlijk op het spel staat, is het Licht. Het Licht van de Heer stralen wij uit in wat we zeggen en doen, of juist niet. (Matteüs 5, 14)

Bevrijden

Jezus dringt erop aan om het Licht vrijelijk te laten schijnen en dat Licht te delen door er zelf deel van uit te maken. (Matteüs 5, 16a) Meteen daarna waarschuwt Hij ons ‘dat ons de maat genomen zal worden met de maat waarmee wij anderen meten’. Waarom staan deze beeldspraken vlak bij elkaar? 

Welnu, wanneer wij streng oordelen over anderen, dan mogen we diezelfde strengheid verwachten van God. Eerlijk is eerlijk. Wie uitblinkt in strengheid, kan dus maar beter uiterst nederig en oprecht en foutloos geloven. Eigenlijk is de uitspraak een waarschuwing en een geruststelling tegelijk. Gelukkig maar. 

Beleven

Wie mild is voor de ander, zal Gods mildheid ook ontmoeten. Wie vrijgevig is en zich bekommert over de ander, zal gulheid en genade ontvangen van God. Gods Boodschap is niet gemaakt om door de mens als wapen gebruikt te worden. Dan wordt het Licht gedoofd. Het Woord dient niet om te veroordelen maar juist om uit te nodigen. Dat past niet altijd in ons eigen plan.

Die uitnodiging bestaat uit heel concrete daden, zoals daar zijn: dienstbare bewondering en hartelijke liefde voor God onze Heer, grenzeloze naastenliefde die inspireert, en mee bouwen aan de vrede en gerechtigheid van Gods Rijk. Waaraan is een christen herkenbaar? Welnu, Jezus is heel duidelijk: aan zijn of haar goede daden. (Matteüs 5, 16bc) Een christen is een Licht voor de wereld, in de wereld. Dat is Gods plan.

Ik aarzel hier even. Dit beeld mogen we absoluut niet herleiden tot ethiek. Christen zijn is zoveel meer dan 'het goede doen'. Juist handelen maakt er zeker deel van uit, maar een Licht zijn voor de anderen gaat veel dieper. Het is je tot in je spirituele diepte helemaal laten raken door het Licht van God. Geloven, dat doe je tot in je vezels. Het mag nooit louter uiterlijk vertoon zijn. De juiste ingesteldheid en goede intenties leveren meer kansen op goede daden, dat is duidelijk. Maar het begint uiteraard bij die grondhouding. Daarmee zullen we in de naderende Veertigdagentijd opnieuw geconfronteerd worden. (Matteüs 6, 1-6) 

Koesteren

Laten wij daarom het Licht dankbaar koesteren, dat ons van Godswege wordt geschonken, zonder het te belemmeren. Laten we als christenen verlichtend samen zijn en elkaar bemoedigen, en verlichtend in de wereld staan. Dan brengen wij God aanwezig: wanneer we in het Licht wonen en dat Licht kwistig delen met de mensen rondom ons.

Laten wij ons ten diepste verlichten door God en belichamen we dat Licht vervolgens zelf voor andere mensen. Mogen wij enthousiaste verkondigers zijn van het Licht!

26 januari 2026

Een berg van hoop (31 januari-1 februari 2026)

We moeten sterk zijn in het leven, zo leren we al van jongs af aan. De sterksten bereiken het meest. Wie niet sterk is, wie geen doelen vooropstelt en doen en laten daarop afweegt, die komt er niet. Je kan worden wie je maar wil, je kan kopen wat je maar wil, als je maar goed gefocust bent op je doel en je niet laat afleiden door onbenulligheden. Op zwakheid wordt neergekeken. De verharding van onze samenleving heeft veel met geld te maken.

Geld

In een stabiele klassenmaatschappij, zoals wij die kenden tot in de Middeleeuwen, ben je wie je bent: je hebt adellijk bloed of je zult altijd een ondergeschikte blijven. Sinds de opkomst van de burgerij is er een nieuw streven ontstaan: als je geluk had, dan kon je maatschappelijk opklimmen en de rijken zelfs voorbijsteken. Geld is de maatstaf voor sociale vooruitgang. Geld maakt vrij in de wereld.

Politieke systemen die op economie zijn geijkt, hebben de neiging om welzijn gelijk te stellen met welvaart. Hoe rijker je bent, hoe beter je je zult voelen en hoe waardevoller je bent voor de maatschappij. Je waarde als mens stijgt naarmate je participeert in de economie. Geld is dan de graadmeter om iemand als 'voorbeeldig' te klasseren, dan wel als 'middelmatig' of 'zwak'. Of zelfs 'een blok aan het been'.

Glitter

In onze samenleving kijken we op naar mensen aan wie een leven van glitter en faam wordt toegeschreven: rijke medeburgers, zangers en zangeressen, acteurs en actrices, en allerlei andere personaliteiten. We zien ze op de televisie, van langsom meer zelfs: beroemdheden van allerlei aard. Het zijn rolmodellen, vaak goed ogend en daarom sympathiek. Het is een talent.

Ze beklimmen een berg, doorstaan een zware training, stappen door een bar landschap, zeilen over het ruime sop, bespelen elkaar psychologisch in een spel, nemen de job van 'een gewone mens' over, trachten te ontdekken welke andere beroemdheid in een vreemd pak verstopt zit, analyseren actualiteiten en maatschappelijke thema's, ontvangen praatgasten in een dure vakantiewoning, laten hun leven vertellen en uitzingen in een show, of laten hun leven filmen met veel hulp van scriptschrijvers, ze koken, grillen en bakken om ter best, ze leren mensen hun financies op orde te krijgen - aan de opsomming lijkt geen einde te komen. Amusement als troebel bindmiddel van realiteit en fictie.

Invloed

Misschien is het aanbod inderdaad wel onuitputtelijk. We kijken op naar mensen die bekend zijn en lijken dat evident te vinden. We kunnen iemand niet uitstaan die we nooit persoonlijk hebben gesproken. Het lijkt één grote sprookjesachtige familie met veel komen en gaan, opgesloten achter schermpixels, met af en toe korte momenten om hen te ontmoeten. Veel privacy is hun niet gegund: wie bekend is, die mag altijd en overal bekeken worden. Hun gezag en invloed is echter groot. 

Kinderen en tieners, onschuldig en kwetsbaar, kijken naar influencers zonder te beseffen dat ze beïnvloed worden. Wie controleert en filtert er wat zinvol is en wat niet? Ze zien reclame voordat ze begrijpen dat ze bedot worden. Veel ouders worstelen zelf met een schermneurose. Intussen worden kinderen overladen met spullen van kleine en grote helden van het scherm. Ook in gezinnen waar er eigenlijk geen geld voor is. Overdrijf ik met deze woorden? We mogen ons beslist wat meer vragen stellen bij evidenties in het dagelijkse leven.

Nooit genoeg

Is het zo verstandig om op te kijken naar wie beroemd is, of rijk? Is dat pure bewondering, of zit er in een diepere laag jaloezie in verscholen? En verraadt die jaloezie misschien een ontevredenheid over ons eigen bestaan, omdat wij zelf niet zo welstellend en invloedrijk zijn? De 'American dream' heeft ons heel lang ingefluisterd dat wij alles kunnen bereiken, alles wat we maar willen. Als we maar doorzetten. Helaas behelst die 'dream' in de praktijk vooral teleurgesteld doorspartelen. Het land van de dromen verkeert momenteel zelf in zwaar water. De droom zit gevangen achter muren en controleposten.

Een wereld die draait op geld, is een wereld van grote ongelijkheid en bijgevolg van even grote wanhoop. Het moet gezegd: een maatschappij zonder ambitie en mogelijkheden om vooruit te komen, is evenmin een vitale samenlevingsvorm. De eigenlijke vraag is of geld op ieder moment centraal moet staan, als doorslaggevend criterium. Hoeveel geld is een mensenleven waard? Wat gebeurt er wanneer een cultuur van steeds meer en beter botst op haar eigen grenzen?

Waardemeter

De wereld is op dit moment fundamenteel oneerlijk. Afhankelijk van welke plek op aarde je woont en uit welke achtergrond je afstamt, heb je mogelijkheden of juist niet. Heb je überhaupt te eten of niet. Dat onrecht gaat heel ver, en onze verontwaardiging daarrond is bijzonder selectief. 

We kijken met argusogen naar de conflicten in Gaza en Oekraïne en zijn terecht verontwaardigd, maar tegelijk hebben we amper oog voor de miljoenen mensen die op datzelfde moment honger lijden en in gevaar zijn in landen als Soedan, Nigeria, Congo, Bangladesh en Ethiopië. Volgens een recent VN-rapport (klik hier) verkeren in die vijf landen opgeteld bijna 130 miljoen mensen in acute hongersnood. Het komt af en toe even in beeld ergens achteraan in de actualiteiten. Die landen zijn economisch niet erg belangrijk en de conflicten die de honger verergeren, slepen al lang aan. Er zit te weinig nieuwswaarde in: niet relevant genoeg. De mensen zouden kunnen wegzappen. Hoe goed zijn we eigenlijk geïnformeerd in het Westen dat leeft volgens de wet van de sterkste?

Zwak mogen zijn

Het kan niet genoeg beklemtoond worden dat God zich vereenzelvigt met de zwaksten, met de mensen die benadeeld worden. Deze vereenzelviging heeft alles te maken met het gegeven dat God alle mensen als fundamenteel gelijkwaardig beschouwt. Ieder mens is immers schepsel van God. Welvaartspredikanten doen het evangelie onrecht aan wanneer ze uit de Schrift weggummen dat God in de eerste plaats aandacht heeft voor de noodlijdenden die door de samenleving in de marge worden geschoven. 

Ze voldoen voor de maatschappij niet aan de minimumcriteria: ze zijn ballast die geld kost en ze dreigen onze precaire financiële balans te verstoren. We voorzien wel spreekwoordelijke reddingstouwen waarmee deze mensen zich uit het moeras kunnen trekken, op voorwaarde dat het niet teveel kost. Die reddingsmiddelen komen steeds meer onder druk te staan. 

Gods ogen

Zo werkt het niet voor God. Wie het goed heeft, die zal daar niet voor beloond worden door de Heer. We lijken dat wel soms te verwachten. En net als de oudste broer in de parabel, reageren we verbolgen wanneer de Vader de verloren zoon alle aandacht schenkt. (Lucas 15, 11-32) En als we één van de negenennegentig schapen zouden zijn, dan zouden we dat verloren gelopen schaap om de nek van de herder vervloeken omdat het beest bevoorrecht wordt. (Lucas 15, 3-7) 

Wanneer wij 'flink ons best doen', verlangen we bevestiging van God. De jaloezie groeit, wanneer de aandacht dan blijkt te gaan naar wie er een zootje van maakt in onze ogen. Goed doen, dat is in Gods ogen simpelweg onze plicht. Dat hoeft niet beloond te worden met lauwerkransen en trompetgeschal. (Matteüs 5, 43-48) Overigens, flink zijn: dat doen niet-gelovigen en andersgelovigen toch ook? Dat is geen christelijke verdienste. En bovendien is 'flink' in onze ogen lang niet altijd hetzelfde als in Gods ogen. 'Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen. Wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen.' (1Korintiërs 1, 27) 

Berg van hoop

In Gods ogen verdienen de zwaksten zijn aandacht. Zij hebben zijn hulp het meeste nodig, omdat ze benadeeld zijn in de wereld. Daarom wordt hun in de bergrede van Jezus nieuwe hoop van Godswege toegezegd. Wie door allerlei omstandigheden moet lijden - omdat ze hongeren of dorsten naar gerechtigheid, of treuren om een geliefde, maar ook omdat ze zachtmoedig zijn of barmhartig, goedgelovig of vredelievend - allen zullen ze door God worden beloond om wat hun is ontzegd of misdaan. (Matteüs 5, 1-12a) De bergrede mogen we beschouwen als het hooglied van de hoop. Hoe voelen wij ons hierbij? Vinden we dat God oneerlijk is of partijdig? 

Midden in onrecht en wanhoop brengt Jezus bevrijding. Vrijheid is niet hetzelfde als het openstellen van zoveel mogelijk keuzemogelijkheden. Vrijheid veruitwendigt zich in de mogelijkheid tot het maken van de meest authentieke keuze zonder daarin te worden beknot of geridiculiseerd. Die opening creëert God. De vrijheid is niet te koop, ze is genade. Geld biedt op zich geen enkele garantie tot vrijheid. Integendeel: het maakt fundamenteel onvrij. Geld is een zorg op zich. Het genereert vooral machtsverhoudingen en bovendien vijanden. Daarom hoeft geld niet zomaar verketterd te worden. Het mag vooral geen afgoderij opwekken.

Prioriteiten

Ook het opkijken naar anderen hoeft geen schande te zijn. Zolang we de waarde van onszelf als mens, als Kind van God, er niet voor opofferen, en de ander niet op een denkbeeldig verhoog plaatsen, is er op zich geen bezwaar. Anderen kunnen ons inspireren ten goede. Maar wij volstaan zoals we zijn: zonder de lege imitatie van anderen. We zijn allemaal persoonlijk beeld en gelijkenis van God en alleen daarom al zijn we waardevol in Gods ogen. (Genesis 1, 26-27) Een minderwaardigheid wordt ons hooguit aangepraat, het typeert niet onze identiteit. God zij dank! Dat vernoemde verhoog, dat komt enkel God toe. Aan Hem zijn we wel ondergeschikt. Hij is dan ook onze Schepper.

Laten we dus trachten om te kijken naar onszelf, onze naasten en de wereld zoals God het ons steeds opnieuw toont. Laten we de essentie van de bijkomstigheid onderscheiden volgens Gods prioriteiten voor zijn schepping. De bergrede schenkt ons deze vrijheid.

22 januari 2026

Het Koninkrijk is nabij! (24-25 januari 2026)

We zijn aan het begin van de gewone zondagen in het liturgisch jaar.  En nu al refereert Jezus naar de eindtijd. De evangelielezing is niet onbezonnen uitgekozen. De evangelist Matteüs heeft een theologische stamboom uitgeschreven, daarna de geboorte van Jezus en vervolgens het optreden van Johannes de Doper. Nu beschrijft Matteüs de aanvang van Jezus' verkondiging op aarde: met de aankondiging van het Koninkrijk. Waarom eigenlijk? Jezus heeft zichzelf amper voorgesteld of Hij verwijst al naar de eeuwigheid. Maakt deze Boodschap ons spontaan blij?

Goed Nieuws

Jezus kondigt goed Nieuws aan. De inhoud is daarom niet noodzakelijk verblijdend. De afzender is de Bron van alle vreugde. 'Het goede Nieuws' - of in een oudere vertaling: 'de blijde Boodschap' - is niet zomaar gekozen als begrip om Jezus' verkondiging samen te vatten. Boodschappen van de keizer worden in die tijd steevast als 'goed nieuws' beschouwd. Los van de inhoud is een bericht van de keizer altijd goed nieuws, precies omdat het van de keizer afkomstig is. Het moét wel goed nieuws zijn: de keizer voltrekt het heil van zijn volk. 

Welnu, Matteüs is duidelijk in dit Schriftfragment: de verkondiging van Gods Koninkrijk is 'goed Nieuws'. (in het Grieks: 'eu aggelion', Matteüs 4, 23c) De verkondiging kan verwonderen of zelfs beangstigen, maar het is een blijde Boodschap, omdat het deel uitmaakt van Gods heilsplan met zijn Volk en met de wereld. Niet de keizer brengt dus het ultieme heil, maar God. En God alleen. De ware inhoud van Gods Boodschap wordt door Jezus verkondigd aan alle mensen. Dat dit Nieuws van Godswege komt, bekrachtigt Jezus door zieken te genezen en wonderen te verrichten. In zichtbare en tastbare Liefde onthult Jezus het Gelaat van de Onzichtbare. (Matteüs 4, 23d)

In de duisternis

In de duisternis van Galilea - duister omdat die streek volgens het Volk van God te ver weg ligt van Jeruzalem - begint Jezus zijn verkondiging. Hij brengt er het Licht onder de mensen, zoals de profeet Jesaja al had aangekondigd. (Matteüs 4, 23ab en Jesaja 8, 23 en 9, 1) Waar kan het Licht beter stralen dan in het donker? De onwetendheid is voorbij: Jezus geeft onderricht in de streek van Kafarnaüm. Ze wonen niet langer in de periferie

God is daar aanwezig, in hun midden. Niet in een grootse tempel van stenen, niet bij een altaar of in een ark, maar gewoon onder hen komt de Zoon van God als Mens onderricht geven, zieken genezen en het heilsplan van God aankondigen. Zo dichtbij is God gekomen. Niet langs een stem zonder gezicht, niet in een teken of langs een profeet, maar uit de mond van de Heer zelf komt de Boodschap. Hij spreekt hen toe, Hij raakt de zieken aan. Het Licht is in  hun midden. Zouden ze het werkelijk beseffen?

Geen troon

Jezus is geen stichter van een politieke beweging. Hij is geen oppositieleider tegen de koning en de keizer. Al spreekt hij over een koninkrijk, het heeft niets te maken met een aardse troon of rijkelijk vertoon. Dit koninkrijk heeft geen landsgrenzen en het is van alle komende tijden. Jezus wijst vooruit: Hij neemt ons in zijn verkondiging mee naar de tijd dat de aarde geen woonplaats meer zal zijn. Dan mogen we onze hoop vervuld zien: God laat ons niet in de steek. 

Maar Jezus staat midden in de tijd en roept zijn volgelingen op om meteen al werk te maken van dat Rijk. Het begint al hier en nuDaarom kunnen ook wij allemaal meebouwen aan dit Rijk, elk op onze eigen manier met onze eigen talenten: door te bidden en te zingen, door te zorgen voor wie in nood is, door te streven naar vrede en gerechtigheid, noem maar op. We hebben geen uitvluchten.

En wie het goede doet maar in de tussentijd helaas toch onrecht wordt aangedaan, die mag blijven hopen. Al valt zij of hij uit de boot in de wereld, God zal deze mensen niet vergeten. De Heer hanteert heel andere maatstaven. Dat lezen we in het volgende hoofdstuk, wanneer Jezus op de berg aan de mensen de zaligsprekingen (of gelukkigprijzingen) declameert. (Matteüs 5, 1-16)

Belofte

De Boodschap van Jezus is geen gezellig nieuwsbericht. Wel is het een Boodschap die ons hoopvol mag stemmen en tegelijk wil aanzetten tot concrete actie, vandaag. We hoeven niet af te zonderen van de wereld, maar wel in de wereld streven naar de best mogelijke samenleving, waar op niemand wordt neergekeken en niemand opzij wordt geschoven, waar zorg gedragen wordt voor wie zwak is en geduld wordt geoefend met wie fouten maakt.

Tegelijk mogen we ook uitkijken naar hoop voorbij onze tijd en ruimte. Ons leven eindigt niet met een allerlaatste ademtocht. Het Leven gaat verder voorbij wat wij kunnen zien en bewijzen. De ultieme verwerkelijking van het Koninkrijk van de hemel is Gods belofte aan ons allen. Ook dat verkondigt Jezus vanaf het begin, daar in de streek van Kafarnaüm. 

Wat kunnen wij God beloven? Waar willen wij ons toe verbinden?

15 januari 2026

Geestkracht (17-18 januari 2026)

De kerstversiering wordt weer in dozen verzameld. De lichtslingers zijn opgerold en, zo goed en zo kwaad als het gaat, in hun veel te kleine doosjes teruggeduwd. De winterse feesttijd is afgelopen en wordt ritueel weggeborgen. In sommige winkels zijn al kippen, hazen en eieren te bespeuren. In de liturgie is de Kersttijd afgerond. De 'groene weken' zijn begonnen. Het is een minder dramatische periode, waar de kunst van de regelmaat wordt herontdekt: een hele verademing...

  • Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.

Ons geloof mag geen aaneenrijging van feesten zijn. Het is ons slechts werkelijk eigen wanneer het deel kan uitmaken van de allergewoonste dagen van ons leven. De lezingen van komende zondag leggen de basis om te begrijpen wie God wil zijn voor ons. Van daaruit kunnen wij op onze beurt op zoek gaan naar wie wij hopen te zijn voor Hem.

Drievuldigheid

We hoeven in het Johannesevangelie niet ver te zoeken om kennis te maken met de Drievuldigheid. In het Eerste (Oude) Testament is dit Godsconcept niet aanwezig. Johannes introduceert God al impliciet als Vader en Zoon en heilige Geest in zijn allereerste regels. Aan het einde van zijn evangelie komt dit veel duidelijker in beeld, wanneer Jezus onder zijn leerlingen verschijnt, en vooraleer Hij terug naar zijn Vader gaat de heilige Geest over hen zendt. (Johannes 20, 17 en 21-22)

Hier, helemaal aan het begin van het Johannesevangelie én van de liturgische tijd door het jaar in de B-cyclus, maken we al kennis met Gods plan om zijn Zoon onder ons te laten wonen om de Boodschap bekend te maken, zodat de mensen ervaren dat God geen afstandelijke en ongeïnteresseerd Hemelwezen is, maar een mensnabije en betrokken God, die het beste voor heeft met ieder van ons. De Geest daalt over zijn Zoon neer. Van dan af zal Hij rondtrekken om het Rijk Gods bekend te maken aan iedereen. Deze heilige Geest zal ons verder inspireren eenmaal Jezus niet meer onder ons woont. 

Eenheid

De weg is voorbereid door Johannes de Doper:  een profeet van de Heer, die een duidelijke opdracht en boodschap van de Heer ontving: nagaan over wie de Geest neerdaalt. Johannes de Doper is getuige van dit Openbaringsgebeuren en bevestigt de Goddelijkheid van de mens Jezus hiermee ontegensprekelijk. (Johannes 1, 32-33) Zodoende komen de drie Goddelijke Verschijningsvormen bijeen: de Vader bekrachtigt zijn Zoon door de neerdaling van de Geest. 

Daarmee is meteen ook duidelijk dat God niet opgedeeld kan worden. God is één en manifesteert zich vanaf de komst van Jezus op aarde ook steeds als een eenheid. Het is  overigens niet zo dat de Zoon pas bestaat vanaf zijn aardse geboorte als Kind. De evangelist Johannes maakt vanaf zijn eerste woorden duidelijk dat Christus vanaf het begin al bestaat, namelijk als het Woord van God. Dat Woord wordt Mens in Jezus. (Johannes 1, 10-12) 

Geest

In het begin van de tijd door het jaar ontvangen we een stevige basis voor ons Godsbegrip. Hij is geen Schepper die zijn schepping in de steek laat, geen 'Dieu horloger' (zoals Voltaire suggereerde) die lang geleden het raderwerk in gang heeft gezet en het verder maar laat betijen. God bekommert zich om ons en blijft ons genadig nabij met zijn aanwezigheid. 

Die aanwezigheid wordt bestendigd in de heilige Geest. Nadat de Zoon terug naar de Vader is gekeerd en niet meer zichtbaar, tastbaar en hoorbaar onder ons verblijft, zijn we niet wezenloos achtergebleven. De Geest die rustte op de Zoon, wordt over de leerlingen en over de volgelingen gezonden. In die Geest blijven wij verenigd met de Vader en de Zoon. God blijft ons 'rakelings nabij' en wij mogen dus leven in 'de kracht van God', om wijlen Eric Vanden Berghe (+2006) te citeren, die een gelijknamig boek schreef over de Geest. 

Laten we begeesterd blijven getuigen van Gods Boodschap van Liefde.

07 januari 2026

Voornemens en zo (10-11 januari 2026)

Nieuwjaar is een typisch overgangsmoment waarop we goede voornemens formuleren. In het nieuwe jaar willen we steevast iets veranderen in ons leven. De dingen anders en beter aanpakken. We nemen ons voor om een verandering te verwezenlijken, voor eens en voor altijd. Dat er van heel wat voornemens uiteindelijk weinig in huis komt, behoeft weinig uitleg. Tussen zeggen en doen verslijten heel wat schoenen. Waar bouwen we op om onze voornemens waar te maken? Wat houdt ons waakzaam om niet te hervallen in een slechte gewoonte?

Verlicht

In onze Verlichte samenleving steunen we sterk op onszelf: op onze eigen denkvaardigheid meer bepaald. We zijn omdat we denken. Onze rede is een sterke bouwsteen in ons bestaan geworden, in al zijn facetten. Aldus dichten we ons inschattingsvermogen veel kracht toe. We baseren ons op onze wil - meer bepaald: onze vrije wil - om onze intentie zelf te verwezenlijken. 

Vrijheid is echter een lastige omgeving. Volgens de filosoof Sartre zijn we er zelfs toe veroordeeld: ze maakt ons onzeker en instabiel. We staan lang niet altijd zo sterk in onze existentiële schoenen als we op een overmoedig ogenblik pretenderen en veronderstellen. Nee, met onze goedbedoelde voornemens komen we lang niet altijd ver. 

Veel keuzes

Mensen maken voortdurend keuzes. We maken er volgens recente studies zo'n 35 000 per dag. Van veel keuzes zijn we ons niet eens bewust. Als we bij elk onderdeel van elke daad zouden moeten nadenken, dan kwamen we nergens. Veel keuzes gebeuren automatisch, gebaseerd op eerdere ervaringen, op gewoonte. Slechts 0,26 procent van onze beslissingen zou werkelijk bewust overwogen genomen worden. 

Onze rede komt dus veel minder op de voorgrond in ons dagelijkse bestaan dan we lijken te veronderstellen. In onze poging om logica te zoeken en te vinden in de realiteit kunnen heel wat processen anders lopen dan we zouden verwachten. En we herleiden die werkelijkheid tot ons denkkader. Emoties spelen een grote rol in ons denken. Onze primaire drijfveren bepalen veel beslissingen. We zijn uiterst beïnvloedbaar, vaak op bijzonder subtiele wijze. 

Dat wil uiteraard niet zeggen dat we enkel maar hulpeloos kunnen ronddobberen in een poel van onzekerheden. Het betekent wel dat we onszelf niet zomaar mogen overschatten. Wie denkt zichzelf volledig de baas te zijn, die staat onder het gezag van een dwaas.

Hulp

Wanneer het gaat over ethische dilemma's die zich duidelijk manifesteren, dan zullen we daar niet zomaar lichtvaardig over gaan. Onze voornemens zijn echter vaak gerelateerd aan subtiele handelingen, aan automatismen en gewoonten. 

We hoeven gelukkig niet helemaal op onszelf te steunen om het goede na te streven en het kwade te laten. Behalve de kleine bubbel van onze rede hebben we een horizontaal perspectief van mensen rondom ons die ons kunnen attenderen op de fouten die we onbewust (zullen) maken. Verder is er ook die inspirerende verticale as: we kunnen vragen om bijstand aan God.

Hemel

Het doopsel van de Heer toont ons hoe een mens plots tot Mens wordt verheven. Wat al in de kiem aanwezig was, in de schoot van Maria, wordt heel uitdrukkelijk benoemd en bevestigd in de volwassen Jezus wanneer Gods Geest over Hem neerdaalt. (Matteüs 3, 17) Johannes de Doper acht zich niet waardig om dit doopsel te voltrekken, maar het moet zo gebeuren. (Matteüs 3, 14-15) Jezus, de Zoon van God, wordt bekrachtigd door het doopsel dat ook al zijn volgelingen zal inspireren.

We mogen ons dus richten tot God voor hulp om onze voeten op de juiste weg te richten, om van ons leven het mooist mogelijke te maken. Onze voornemens kunnen we in die vraag opnemen. Een slaagkans van 100 procent is uiteraard niet realistisch. Echter: de wegen van de Heer zijn ondoorgrondelijk. 

Laten we onze rede ernstig nemen, maar niet als enige bron van leven. Wanneer we ons opsluiten in onze eigen bubbel, dan komen we niet ver. Wanneer we ons deel weten van een complex en veel groter geheel, dan is dat een bevrijding. In dat grotere geheel is er zoveel meer mogelijk.

26 december 2025

Heilige Familie op de vlucht! (27-28 december 2025)

De geboorte van Jezus is niet zomaar een blij verhaal. De Zoon van God is geboren in een stal. Zijn moeder legde Hem te slapen in een voederbak. Geen koninklijk verblijf dus, en geen weelderige ontvangst hier op aarde. En het wordt nog erger: het kersverse gezin blijkt niet eens veilig te zijn waar ze schuilen. Jozef en Maria hebben heel wat zorgen. De geboorte van een kindje hoort een ontroerende en innemende gebeurtenis te zijn, een tijdlang mogen zweven op een wonderlijke wolk. De realiteit is best hard.

Politieke vluchtelingen

Herders zijn het Kindje komen eren. (Lucas 2, 15-16) Er brengen zelfs Wijzen een bezoek: ze willen de Messias ontmoeten nadat hun een ster is verschenen. (Matteüs 2, 1-2)  Koning Herodes wil hen inschakelen om meer informatie in te winnen en een eventuele inbreuk op zijn gezag meteen in de kiem te kunnen smoren. De Wijzen doorzien zijn snode plan dankzij een boodschap in hun droom en laten de vorst in het ongewisse. (Matteüs 2, 3-12)

Eveneens in een droom wordt Jozef gewaarschuwd door een engel van de Heer: hij moet met zijn gezin zo snel mogelijk vluchten omdat Herodes het Kindje kwaad wil doen. (Matteüs 2, 13) Ze vluchten naar Egypte, weg uit het gebied waar Herodes macht over heeft, opdat Jezus, een klein en weerloos Kindje, niet vermoord zou worden. Vreselijk is dat. Weg uit hun land, weg van hun familie en kennissen, met een pasgeboren Kind.

Asiel in Egypte

Aldus zijn Jozef, Maria en Jezus politieke vluchtelingen die in Egypte een veilig onderkomen vinden. Zolang het niet veilig voor hen is, moeten ze uit hun eigen streek wegblijven. (Matteüs 2, 14-15) Al vanaf het begin hangt er een gevoel van onveiligheid, van onrecht in Jezus' aardse bestaan. Koning Herodes is een hardvochtige vorst. Wanneer hij verneemt dat de Wijzen hem zijn ontlopen, laat hij alle jongetjes van 2 jaar en jonger in de ruimte omgeving van Betlehem ombrengen. (Matteüs 2, 16) Als illustratie van een terreurbeleid kan dat tellen.

Ze zijn dus op het nippertje kunnen vluchten. In Egypte zijn ze veilig. Ze mogen er verblijven en worden niet weggejaagd of slecht behandeld. Er is geen protestcomité opgericht om hen terug te sturen. Er is geen politiek lobbywerk gebeurd om hen weg te krijgen. Was dat wel het geval geweest, dan zou het ook zeker uitgebreid beschreven zijn bij Matteüs. Het zou immers relevante informatie geweest zijn.

Verhaal op maat

Het blijft een merkwaardige kronkel te denken dat je overtuigd christen kan zijn en principieel onverdraagzaam tegelijk. Jezus' Boodschap puilt zowat uit van de verwijten tegen farizeeën die neerkijken op anderen en iedereen zelfgemaakte regels opleggen. (Johannes 8, 3-11 en 15 - Johannes 9, 1-23 - Matteüs 23, 1-33 - Lucas 6, 1-11) Jezus is evenmin mals voor wie welstellend is en al te veel gehecht is aan bezit en geld. (Lucas 16, 19-30 - Lucas 18, 25 - Matteüs 19, 16-24 - Marcus 10, 17-25)

Wanneer we als christenen voluit voor economische motieven gaan bij het beslissen of vluchtelingen welkom zijn in ons midden of niet, dan is dat niet te rijmen met de blijde Boodschap. Jezus, de Zoon van God, heeft zijn tocht naar Jeruzalem kunnen volbrengen juist omdat men Hem in Egypte heeft onthaald als vluchteling. 

Wanneer mensen hun land verlaten omdat het gezag hen naar het leven staat, wanneer mensen met hun kroost en hooguit enkele bezittingen een weg naar het onbekende aanvatten, dan zijn ze kwetsbaar en radeloos. Laten we dat in deze dagen indachtig zijn.

20 december 2025

Kerstmis in beeld (24-25 december 2025)

Hoewel de kerststal niet helemaal op Bijbelverzen steunt, vertelt ze het wonder van Jezus’ geboorte op bijzondere wijze en mag ze ons geloof ieder jaar weer inspireren. Hiermee brengen we Kerstmis terug naar haar essentie: geen flikkerende kerstbomen, geen vreemd lachende kerstmannen, geen dure geschenken, maar de geboorte van Jezus in al haar eenvoud.

Zien en niet zien

Om te begrijpen wat je ziet, is het zinvol om een stap achteruit te zetten en na te gaan wat je niet ziet. Wie blijft er buiten beeld van onze kerststal? De herbergier alleszins, die Jozef en de hoogzwangere Maria logement weigert. Hij heeft geen plaats, zegt hij. Mensen kunnen teleurstellen. 

De herders maken wel deel uit van het tafereel: eenvoudige lieden die de nacht doorbrengen bij hun kudde, in de velden. Maar hun geloof is bijzonder groot, zo blijkt. Ze schrikken wel van het nieuws dat hun wordt verkondigd, maar ze laten zich verwonderen. Wat hun wordt toevertrouwd, dat geloven ze.

Plichtsbewust en ontvankelijk

Jozef zien we hier, de man die bezorgd is over zijn vrouw, die plichtbewust in het leven staat en een oplossing zoekt wanneer tegenslag hun pad kruist. De stal is geen luxueus verblijf, maar biedt wel bescherming. En er komt nog onheil: Jozef zal met Maria en Jezus naar Egypte moeten vluchten omdat Herodes hun kwaad wil doen. Jozef beschermt Jezus en zal Hem opvoeden en het vak van timmerman leren. Hij aanvaardt vanaf het begin dat dit Kind een heel bijzondere zending heeft.

We zien ook Maria, de gelovige vrouw die de Zoon van God baart en die dit wonder op zich laat afkomen. Zoals God het wil, zo zal het gebeuren. Haar vertrouwen is groot, haar ontvankelijkheid ook. Maria had vriendelijk kunnen bedanken wanneer de Engel haar bezocht, maar dat heeft ze niet gedaan. En dat is geen uiting van nederige gehoorzaamheid, maar een heel bewuste keuze. En ook in die moedige keuze zal ze niet gespaard blijven van leed.

Eenvoud en wijsheid

Achteraan liggen de os en de ezel. Het zijn eerder volkse, ludieke figuren die het eigene van de stal beklemtonen. In het geboorteverhaal staat de os nergens vermeld. De ezel komt na de geboorte van Jezus ook niet meer in beeld. Maar de profeet Jesaja klinkt langs deze dieren op de achtergrond mee: “Een os herkent zijn meester, een ezel kent zijn voederbak, maar het Volk van God mist elk inzicht, het leeft in onwetendheid.” Hier klinkt al meteen een eerste afwijzing van Jezus als Gods Zoon. Goede Vrijdag is nooit ver weg in het verhaal van Jezus. We herkennen in de os en de ezel misschien het noeste werken en in het gareel moeten lopen. En de hardheid die we in ons bestaan ontmoeten. Maar net als de ezel kunnen we een gezonde koppigheid kennen, en toch de Heer ten volle willen ontmoeten.

Op de drie wijzen uit het Oosten wachten we nog even. Zij zullen in hun wijsheid in Christus de Redder herkennen. 

Christus en wij

Centraal in de stal vinden we vanavond uiteraard de Messias zelf. Jezus Christus, de Zoon van God, de Heer die hier op aarde verschijnt in een teer en kwetsbaar Mensenkind, God in Mens onder ons: door profeten voorzegd en lang verwacht.

Wijzelf maken ook deel uit van het tafereel: we aanschouwen het, we nemen het beeld in ons op. Mogen wij de verwondering van de herders meedragen, de aanvaarding van de os en de ezel, de zorgzaamheid van Jozef en de ontvankelijkheid van Maria. Mogen wij Jezus warm onthalen in ons gebed en in heel ons leven, dankbaar en vol feestvreugde omdat God in Jezus is geboren in Betlehem en te slapen gelegd in een kribbe in een schamele stal.

De Kerstnacht verwelkomt alle wonderen in een oogopslag, de eeuwigheid in één enkel moment: zomer in kille winter, dag in donkere nacht, hemel in aarde, God in mens. Zo groots is het Kindje, wiens geboorte alles bijeenbrengt. Kerstmis verheft de aarde tot in de hemel, en buigt de hemel tot aan de aarde.  (Richard Crashaw)    

Een zalig Kerstfeest!

18 december 2025

God met ons (20-21 december 2025)

Op het einde van de advent horen we hoe God op onze aarde geboren zal worden als Immanuel: God-met-ons. Deze expliciete verbinding die de Heer met ons wil maken, is een belangrijke tegemoetkoming om de afstand veroorzaakt door onze twijfels en onzekerheden te overbruggen. Hij is immers nooit ver weg. En Hij weet wat er omgaat in ons hart. Wat doen wij?

  • Voor de lezingen van de vierde zondag van de advent A: klik hier.

Paniek

Achaz is koning van Juda, het zuidelijke rijk, en hij zit in een benarde positie wanneer Jesaja hem toespreekt. Het noordelijke rijk Israël wil trachten om hem met hulp van buitenaf van de troon te stoten. Volgens Jesaja hoeft Achaz echter niet te vrezen: God is met hem, de koning moet enkel vertrouwen hebben in de Heer. De koning twijfelt echter en raakt in paniek. Uiteindelijk zoekt hij zijn heil bij Assyrië. 

De gevolgen zijn desastreus: Juda wordt een vazalstaat van dat Assyrische rijk. Het Twaalfstammenrijk uit de tijd van koning David was al opgesplitst, maar nu verliest dit zuidelijke koninkrijk daarenboven ook de zelfstandigheid. In plaats van steun te zoeken bij God verkoopt Achaz de vrijheid van zijn volk. Zo brokkelt het ooit zo sterke rijk nog verder af. Mensen hebben de neiging om zichzelf en God teleur te stellen. Dat is een motief dat doorheen het Eerste (Oude) én het Tweede (Nieuwe) Testament steeds terugkeert.

Net als Achaz worden ook wij soms overspoeld door een golf van twijfels in precaire situaties. Het vertrouwen op God kan soms zo ontastbaar aanvoelen. God kan onbereikbaar ver van ons weg lijken. Bovendien is het een hele opgave om de controle uit handen te geven., vooral wanneer de omstandigheden ruw en onbeheersbaar zijn. 

Twijfelachtig

In ons gebrekkige geloof projecteren we onze eigen zwakte op God: wanneer het niet lukt om ons persoonlijk ten volle open te stellen voor God, dan vragen wij Hém om zich aan ons te tonen. En wanneer wij Hem in de steek hebben gelaten, dan willen we bevestiging dat Hij wel degelijk om óns geeft. Onzekerheid wordt vaak doorgeschoven naar de ander. Wie een ander bedriegt bijvoorbeeld, die zal zelf vlugger jaloers zijn. Een vreemd mechanisme.

Omwille van ons menselijke balanceren tussen hoop en vertrouwen aan de ene kant en twijfel, zwakte en onzekerheid daartegenover, is de verhouding lang niet altijd in balans met God. Het gaat soms teveel over onszelf en te weinig over God. Dat wordt in onze tijden van ego en vrijheid terecht opgemerkt, maar het is eigenlijk van alle tijden. In God geloven, is je kwetsbaar opstellen. Het houdt in dat je je vertrouwen stelt in Hem. 

Niet weten

Daar is Achaz over gestruikeld, en in onze tijd is het evenzeer een uitdaging. Geloven is immers fundamenteel niet-weten. Het is voor een groot deel niet (helemaal) begrijpen en toch geloven. Achaz nam het zekere voor het onzekere, maar het zekere bracht onzekerheid, terwijl het Onzekere –  onzeker in zijn rationele of angstige ogen althans – hem juist wel had gered.

God is ons, mensen, nochtans ontzettend veel tegemoetgekomen. Hij heeft ons een ontegensprekelijk teken van Leven gegeven. Hij is Mens geworden, aan ons gelijk, en heeft onder ons gewoond. (Johannes 1, 14) Ons heeft Hij niet in de steek gelaten, hoewel het Volk van God Hem wél al te vaak heeft beschaamd. 

Vervulling

Jesaja mocht deze belofte al doen in moeilijke tijden: “De jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen.” (Jesaja 7, 14) We naderen nu in het liturgisch jaar de vervulling van deze belofte: met Kerstmis, over enkele dagen al, gedenken we de geboorte van Jezus Christus. Zo is het door de Engel herhaald aan Jozef in een droom: “Ze zal een Zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.” Dit alles is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat bij monde van de profeet Jesaja door de Heer is gezegd. (Matteüs 1, 21-22)

Welnu, de geboorte is heel dichtbij. God is heel dichtbij. Hemel en aarde raken elkaar bijna. Het verwachten van de advent wordt weldra vervuld. Stellen wij ons open voor zijn komst? Stellen wij ons vertrouwen op Hem als onze Messias? Of aarzelen we en blijven we paniekerig in de twijfel hangen, zoals Achaz? Rekenen we liever op aardse, tastbare redmiddelen die ons de schijn van geluk en voorspoed voorhouden?

Geloven gaat heel diep en krijgt elke dag opnieuw vorm in ons leven. Zijn we er klaar voor? Hebben we ons goed voorbereid? God wil met ons zijn, maar zijn wij klaar om Hém te ontvangen?