De dingen zijn niet altijd wat ze lijken. En mensen al helemaal niet. Recht kan krom zijn, en omgekeerd, zo leren we uit de parabel van deze zondag. Soms doen mensen zich beter voor dan ze werkelijk zijn. We zijn vlug misleid. Dat is van alle tijden. Maar Jezus geeft ons een duidelijk richtsnoer. Woorden zeggen niet alles. Ook heel veel mooie woorden volstaan niet. Sta je voor wat je zegt? Breng je het in praktijk? Ben je oprecht van hart?
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Dat God ons, mensen, door en door kent, blijkt uit de parabel die Jezus vertelt aan de hogepriesters en de oudsten. Er hangt veel spanning in de lucht: de Zoon van God spreekt hier de vertegenwoordigers aan van het geloof, in de tempel nog wel. Zij willen Hem ter verantwoording roepen maar ze krijgen een les in bescheidenheid. Ze zijn immers heilig overtuigd van hun eigen grote gelijk.
Twee zonen
Deze parabel gaat niet over de ideale mens, maar over mensen zoals ze zijn. Een man stuurt zijn eerste zoon naar de wijngaard om er te werken. Die weigert gewoonweg. De man vraagt daarom aan zijn andere zoon hetzelfde. De tweede stemt toe. (Matteüs 21, 28-30) Die laatste lijkt dus de meest sympathieke en gehoorzame zoon te zijn. Hij spreekt niet tegen en geeft het goede voorbeeld.
Maar... die tweede zoon gaat helemaal niet naar de wijngaard. Weg, zijn voorbeeldig gedrag! Die zoon voegt de daad niet bij het woord en denkt alleen aan zichzelf. Zijn exemplarische antwoord is helemaal niets waard, want het is een holle leegte. En de eerste, die heeft allang spijt van zijn gemene antwoord en gaat juist wél. De dingen zijn niet altijd wat ze lijken. Ziedaar de clou van deze parabel: wie heeft er nu de wil van de vader gedaan? (Matteüs 21, 31a)
Niet smetteloos
De hogepriesters moeten toegeven dat die eerste zoon het goede heeft gedaan: eerst weigerde hij, maar uiteindelijk is hij toch gegaan. (Matteüs 21, 31b) Voor alle duidelijkheid: niemand is voorbeeldig geweest. De eerste heeft inderdaad op de wijngaard gewerkt, maar hij heeft zijn vader wel tegengesproken. Dat had hij niet mogen doen. Zijn daden hebben hem gered.
Jezus verwacht niet dat we een smetteloos parcours afleggen hier op aarde. Dat kunnen wij niet. Hij wil vooral niet dat we doen alsof we dat wel kunnen, zoals de hogepriesters en de oudsten. Zij steunen op hun titels en hun macht om zichzelf geloofwaardig te maken. De mensen moeten het aannemen. Jezus kijkt daar dwars doorheen. Het is slechts valse schijn. Ze leggen de lat voor iedereen veel te hoog en lopen er vervolgens zelf onderdoor.
Valse schijn
Hoewel Johannes de Doper een profeet is, hebben de godsdienstige machthebbers hem niet geloofd. Het kwam hun niet goed uit. Hij zou hun macht kunnen overnemen en het gezag omver kunnen gooien. Het gaat de vooraanstaanden niet om de Heer of om waarheid, maar om zelfbehoud. Het volk gelooft hem, maar zij niet. Zij willen hun positie en hun dure mantel beschermen. Tollenaars en dames van lichte zeden geloven de Doper wel, ze hebben zich bekeerd. (Matteüs 21, 32)
Welnu, die mensen hebben kwaad gedaan, maar ze zullen veel eerder binnengaan in Gods Koninkrijk dan de zelfverklaarde volkomen vertegenwoordigers van het geloof. Dit is een radicale aanval van Jezus: niet uit kwaadheid, niet omwille van de sensatie, maar omwille van de gerechtigheid. Wanneer ze zich afkeren van Gods rechtvaardigheid, dan begaan zíj kromme wegen. Dat moeten ze Gods Zoon niet verwijten, maar zichzelf. (Ezechiël 18, 25) En er vervolgens iets uit leren.
Geloofwaardigheid
Het doet me denken aan een lied van Urbanus, een moderne parabel in zekere zin. Hij heeft een hekel aan madammen met een bontjas. Ze zijn immers gemeen. (Voor het lied: klik hier) Het past niet om dieren te doden voor hun pels, vindt Urbanus. In de plaats van de pels van dieren wil hij liever de huid van die dames verkopen. En dat zingt hij vol overtuiging. Maar wanneer hij rijk zal zijn van de verkoop, dan koopt hij lekker zélf twee dure mantels van stekelvarkensvellen. Dan zal hij een 'meneer' zijn en zijn vrouw een 'madam'. Wanneer je je idealen opoffert voor oppervlakkigheid en zelfverheerlijking, dan verlies je alle geloofwaardigheid.
De wil van de Vader doen: dat is onze missie hier op aarde. Zullen wij daar grote onderscheiding op halen? Wellicht niet. Maar daar gaat het niet om. Perfectie is niet realistisch. Dat kunnen wij niet. God staat in de realiteit, met mensen die vallen en opstaan. Hij kent ons. Laten we dus bescheiden zijn en niet te heilig overtuigd zijn van onze voorbeeldigheid of aanspraak op waarheid. Vals recht is immers nooit echt recht...