Witte Donderdag is een bijzondere dag. We gedenken de symboolhandelingen van Jezus met zijn leerlingen, die ons tot op vandaag inspireren langs de eucharistie. Jezus geeft Zichzelf als teken van het Nieuwe Verbond: zijn Lichaam en zijn Bloed. De dag is feestelijk maar tragisch tegelijk. Inhoudelijk wordt daarnaast nog een kernsymbool aangereikt, namelijk de voetwassing. In het verlengde daarvan is heel veelzeggend: de (spreekwoordelijke) uitnodigingslijst voor het Laatste Avondmaal. Daarom kan het Laatste Avondmaal veel betekenen voor de authenticiteit van ons christenzijn.
- Voor de lezingen van Witte Donderdag: klik hier.
Symboliek
Op een feestelijke gelegenheid komen mensen bijeen om te eten en samen te zijn. Het Laatste Avondmaal is zo'n feestelijke maal van Jezus met zijn leerlingen. Ondanks de context van de Goede Week, herdenken we absoluut geen rouwmaaltijd. Er is wel een bromtoon van verraad en van verandering. De symboliek die Jezus introduceert in Brood en Wijn is een sacramentele genadegave waaraan wij ook nu nog deel mogen hebben. Deze maaltijd staat in een traditie: Pesach viert traditioneel de redding uit Egypte en het sluiten van een Verbond tussen God en mensen. Deze viering krijgt een heel nieuwe betekenis, waar de kern van ons christelijke geloof mee vasthangt. Het geschonden Verbond van weleer wordt hernieuwd en verbonden aan de gedachtenis van Christus' Lichaam en Bloed.
Het Laatste Avondmaal is een moment van sacrament en evenzeer van inclusie. Eigenlijk zou dit laatste inzicht even belangrijk moeten zijn. Jezus weet dat Judas Hem zal verraden. Toch is hij ook op deze Maaltijd aanwezig. Ook Judas, ondanks zijn zwakheid, maakt deel uit van de heilsgeschiedenis. (Matteüs 26, 21-25) Trouwens, Petrus zal Jezus weldra verraden en doen alsof hij Hem nooit heeft gekend. (Matteüs 26, 31-35) Ook hij mag mee aan tafel. Mensen hebben hun gebreken, allemaal. Niet dat typeert hun in Gods ogen, maar wel de oprechtheid en goede bedoelingen in hun geloof. Zelfs tot in de mate dat ze het vertwijfeld dreigen te verliezen, zoals Judas, of dat ze het onder druk angstig ontkennen, zoals Petrus. Bij uitbreiding heeft dus iedereen deel aan Gods feestmaal, iedereen die gelooft in de Heer.
Uitnodiging
Verdeeldheid scheppen uit ijverzucht, zelfverheerlijking en zwakte: het zijn betreurenswaardige menselijke houdingen. God kent onze zwakheden. Ze hoeven ons overigens niet te typeren. Zijn we van goede wil en streven we oprecht geloof na? Dat is wat er toe doet, daarin bevestigen we het Nieuwe Verbond. Dat wordt duidelijk op Witte Donderdag, wanneer Jezus met zijn leerlingen maaltijd houdt.
De uitnodiging om de instelling van het Nieuwe Verbond mee te gedenken gaat uiterst breed, en gaat gepaard met grote mildheid, groter dan een mens zou kunnen opbrengen. Wellicht is dat de essentie van Christus te volgen, en bijgevolg ook de grootste uitdaging voor een mens. Maar wellicht is dat ook de achilleshiel van het geloof: een mens zal nooit zo barmhartig kunnen zijn als God zelf. Er liggen zoveel verleidingen op de loer, zoals zelfzucht, eerzucht en machtszucht. Naar God zou onze liefde, eer en macht moeten gaan. En God ontmoeten we langs onze naasten.
Voetwassing
De kleinsten en de zwaksten horen centraal te staan in onze wereldwijde geloofsgemeenschap. De mensen waarop wordt neergekeken, die gemarginaliseerd worden en nagewezen: zij hebben bij uitstek deel aan het Nieuwe Verbond. De dienstbaarheid en zorg voor naasten wordt nogmaals in de verf gezet bij het laatste samenzijn van Jezus met zijn leerlingen. Die dienstbaarheid is immers dienst aan God. (Matteüs 25, 31-46) Naastenliefde is eredienst.
Dit kan Jezus niet genoeg benadrukken, en daarom giet Jezus deze grondhouding in een krachtige symboolhandeling: Hij wast de voeten van zijn leerlingen. Petrus protesteert aanvankelijk: de Messias hoeft dat toch niet te doen? Maar grootheid uit zich juist in bescheidenheid, in het stellen van kleine daden. (Johannes 13, 1-17) Hebben we ooit de werkelijke omvang begrepen van Christus' bedoeling met dit symbool?
Naaste in God
De kern van ons geloof ligt niet in het vrijwaren van een strenge leer maar in het beleven en beoefenen van de liefde voor God langs de aandacht voor onze naasten. Daarom doet de Zoon van God het meest nederige werk: vuile voeten schoonwassen. Hij wast het stof en vuil van de aarde af van de voeten van zijn leerlingen. Deze handeling verscheurt de menselijke regel dat grote heren geen nederig werk doen. Dat is denken in standen en in ongelijkwaardigheid. In de ogen van God is iedereen gelijkwaardig. Of beter: even menselijk.
'Non triumphalismus!', liet kardinaal Suenens klinken in de schoot van het Tweede Vaticaans Concilie. Laten we ons geloof dus niet verliezen in sierlijke grootdoenerij. 'Buiten de kwetsbaarheid is er geen redding': zo mogen we de insteek van Johannes XXIII bij het openen van dat concilie eigenlijk samenvatten. Niet in starre trots of machtsvertoon, maar in nederigheid dienen we God werkelijk. De Kerk mag nooit een nostalgisch eiland worden, nooit een zelfvoldane elite. Ze moet vóór alles een gemeenschap zijn die uitblinkt in dienstbare zorg voor alle naasten. En die Kerk, dat zijn wij allemaal. Jij en ik. Daarom kan de Kerk ook nooit 'iets van vroeger' zijn. Kerk zijn, dan doén we. Hier en nu.
Op Witte Donderdag kijken we het lijden en sterven van Christus recht in de ogen, en daarmee ook de verrijzenis die erop volgt. Vanuit dit mysterie krijgt Kerk-zijn vorm, en vooral dan in het erkennen en herkennen van lijden - lijden dat Jezus zelf heeft doorgemaakt - en in het zorg dragen voor wie lijdt. In het opnemen van de kleinste en gewoonste taken om elkaar dienstbaar te zijn. Want in de zorg voor anderen hebben we God lief: 'Ubi caritas et amor, Deus ibi est.'