De tijd staat niet stil. Gewoonten veranderen met de tijden. Sommige eeuwig gewaande zekerheden kunnen gestaag ineenstorten. Zo is het kerklandschap in onze streken fors ingekrompen. We leven in een tijd van veel keuzes na een traditie van gehoorzaamheid zonder inspraak. Engagement zonder inspraak is niet van onze tijd. Hoe gaan we daarmee om? Wat zegt Jezus eigenlijk over Kerk-zijn?
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Tijd en tijdloosheid
Onlangs stapte ik een kerk binnen in een gezellig dorpje in de West-Vlaamse heuvels. Een prachtig gebouw: geen uitblinker in hoogte of in grootsheid, maar vooral mooi en aangenaam van atmosfeer. Zo knus als een kerk zijn kan. Er waren wat sporen van waterschade en niet al het meubilair zat even goed in de bijenwas. Om de paar weken is er een viering. Er branden een drietal kaarsjes bij een statig Mariabeeld.
Zoals bij elk bezoek aan een kerk loop ik even rond en speur ik naar kleine pareltjes en eventuele eigenaardigheden. Ik snuif de sfeer op en zoek daarna een plekje om van de stilte te genieten en tot gebed te komen. Kerkgebouwen zijn bij uitstek stilteplekken waar we ons even kunnen laten weghalen uit de opdringerige hoogtechnologische drukdoenerij van onze tijd. Ze bewaren een zeldzaam perspectief van tijdloosheid binnen hun muren. Een perspectief, wel te verstaan. Tijdloosheid bestaat niet.
De tijd van toen
Je kunt er in de stilte van een kerk niet om heen dat er veel is veranderd doorheen de tijden. De volle kerken, de breed gedragen devoties, de vanzelfsprekendheid van godsdienst en geloof in het dagelijkse leven: ze zijn tanend. Een aantrekking van heimwee naar een andere tijd hangt in de lucht in kerkgebouwen. Het is aanlokkelijk om je erdoor gevangen te laten nemen. Dat heimwee is een typisch voorbeeld van een snel antwoord op een trage vraag.
Er zijn mensen die terug willen naar vroeger: naar de zegevierende Kerk van pracht en praal, naar de massa's die toekeken hoe de pastoor de mis 'deed', met zijn gelaat naar God en zijn rug naar de mensen gekeerd, biddend naar het oosten in een taal die weinigen begrepen. Ze willen terug naar een tijd die de hunne niet is, zonder er bij na te denken waarom er een decennialang streven naar verandering tussen toen en nu ligt. Ze hebben geïdealiseerde tafereeltjes van toen in hun gedachten. Daar ligt de oplossing, daar moeten we naar terug: naar een realiteitsvreemde idylle. Maar dromen zijn onbewoonbaar, juist omdat ze geen realiteit zijn.
Evolutie in eeuwigheid
De tijd dat men verplicht naar de mis moest, in internaten zelfs vaak dagelijks, en dat mensen er op aangesproken werden wanneer ze de mis hadden verzuimd: moeten we daar naar terugverlangen? Die tijd was ongetwijfeld gevuld met goede bedoelingen en edele gedachten. Er werd gedacht in de plaats van de mensen, met schrikbeelden achter de hand ter overtuiging. Is dat wat Jezus van ons verlangt: dat we mensen verplichten? Dat we een eredienst vol zelfgemaakte minutieuze regeltjes herstellen?
De ontkerkelijking is er niet zomaar gekomen. Ik hoor het een inmiddels overleden priester nog zeggen: 'Je zou denken dat de mensen vroeger allemaal devoot in de kerk bijeen waren. Vergeet het maar: er werd gefluisterd en gevezeld en geroddeld onder elkaar. Veel mensen begrepen er niets van. Ze zaten er omdat het moest.' In grotere kerken was er zelfs een 'suisse' nodig om storende, oneerbiedige elementen te berispen of zelfs weg te sturen. En dan veranderde de tijd en verdween de dwang.
Bron
Nu is geloof weer een keuze en geen vanzelfsprekendheid meer. Dat is wellicht lastig voor mensen die in hun onzekerheid vurig verlangen naar onwrikbare zekerheden. Maar geloven is niét weten en tóch aannemen. Dat is de essentie van geloof: dat je het niet moét doen, maar bewust kiest om in te gaan op Gods uitnodiging. Dat zijn we in de verwetenschappelijking van de samenleving wat uit het oog verloren: dat God niet in rituele handelingen en in catechismusvragen te vatten is. Daar betalen we de prijs voor.
In de naweeën van een massakerk waar de mensen niet teveel hoefden na te denken of mee te praten, worden we nu heel uitdrukkelijk uitgenodigd om zelf heel actief te kiezen. Willen we deel blijven uitmaken van een kleine groep? Dat is immers wat Jezus voor ogen had. 'Waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.' (Matteüs 18, 20)
Jezus heeft het niet over 'duizenden en duizenden christenen'. Hij heeft het over een kleine, hechte groep van overtuigde volgelingen die waken en bidden. Daar komt Hij opnieuw aanwezig in hun midden, daar wordt Kerk gevormd. In de Kerk van vandaag en morgen. Voorbij de makke massa is er hoop.
.jpg)