We zijn door veel comfort omringd. Wanneer het donker wordt, dan volstaat een simpele druk op een schakelaar om de kamer te vullen met licht. Vroeger was dat anders. Een kaars of olielamp bracht licht, maar dat was niet te vergelijken met onze LED-spots. Men moest een goede plek kiezen voor de lichtbron, anders was de ruimte amper verlicht. Dat beeld gebruikt Jezus. Waar zet je je lamp als het over Gods Licht gaat?
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Een lamp aansteken om haar vervolgens te verbergen, dat is onverstandig. Dan blijft het donker gewoon donker omdat het licht niet de kans krijgt om het te verhelderen. (Matteüs 5, 15) Toch doen we deze beeldspraak vaak meer eer aan dan het gezond verstand zou wensen. Voor zover er eer te vinden is in het verbergen van licht uiteraard…
Opsluiten
Wij, mensen, zorgen soms voor schaduw die het Licht van het geloof belemmert, net zoals de korenmaat een schaduw kan werpen die het Licht verbergt. Het hanteren en opleggen van allerlei regels en gewoonten, door mensen gemaakt, kan het Licht doven in ons Gods Woord. Onze godsdienstige gestrengheid naar anderen toe kan het Licht overschaduwen. We eigenen ons dan evidenties toe die het Licht in de weg staan.
Eigenlijk gaan we dan zelf voor God en voor het Licht staan, zonder zelfs te beseffen dat we het donker erdoor vergroten. We overschaduwen het Licht vanuit overdreven zelfliefde of machtszucht. Meestal gebeurt dit niet eens goed doordacht. En als het al doordacht is, dan vertrekt het vaak uit goede bedoelingen, maar met de verkeerde prioriteiten voor ogen.
Eigen schaduw
Ook met woorden en daden die de blijde Boodschap pijn doen, verdeemsteren wij het Licht. Wanneer we anderen kwetsen, dan kwetsen we God. Wanneer we als geloofsgemeenschap wegkijken van leed en onrecht, dan richten we onze blik naar de duisternis. Het misbruik in de Kerk is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Het had nooit mogen gebeuren, en het verbergen ervan al evenmin, of het nu uit plaatsvervangende schaamte gebeurde of uit strategische overwegingen.
We zijn mensen en hebben de keuze om te handelen naar ons geweten, of juist niet. Antwoorden zijn in ons brein niet altijd even helder. Het is waar: de juiste keuze maken is niet altijd eenvoudig. Het is soms afwegen zonder alle feiten in handen te hebben. We hebben onze beperkingen. Dat is logisch: we zijn immers God niet. Toch wanen mensen zich soms willens nillens 'plaatsvervangend Onze-Lieve-Heer' en wordt een mening opgelegd, diep vanbinnen goed wetend dat ze niet juist is, dat ze niet op het goede is gebouwd en kwaad zal berokkenen.
Om al die redenen spreekt Jezus ons hierop aan. En het zal niet bij iedereen in goede aarde vallen. Toen niet, en ook nu niet. We hebben vaak de neiging om de fouten bij een ander te zoeken en ons eigen aandeel te minimaliseren of zelfs te ontkennen. Mensen kunnen vreemde, koppige kronkels maken wanneer hun eer op het spel staat. Maar wat dan eigenlijk op het spel staat, is het Licht. Het Licht van de Heer stralen wij uit in wat we zeggen en doen, of juist niet. (Matteüs 5, 14)
Bevrijden
Jezus dringt erop aan om het Licht vrijelijk te laten schijnen en dat Licht te delen door er zelf deel van uit te maken. (Matteüs 5, 16a) Meteen daarna waarschuwt Hij ons ‘dat ons de maat genomen zal worden met de maat waarmee wij anderen meten’. Waarom staan deze beeldspraken vlak bij elkaar?
Welnu, wanneer wij streng oordelen over anderen, dan mogen we diezelfde strengheid verwachten van God. Eerlijk is eerlijk. Wie uitblinkt in strengheid, kan dus maar beter uiterst nederig en oprecht en foutloos geloven. Eigenlijk is de uitspraak een waarschuwing en een geruststelling tegelijk. Gelukkig maar.
Beleven
Wie mild is voor de ander, zal Gods mildheid ook ontmoeten. Wie vrijgevig is en zich bekommert over de ander, zal gulheid en genade ontvangen van God. Gods Boodschap is niet gemaakt om door de mens als wapen gebruikt te worden. Dan wordt het Licht gedoofd. Het Woord dient niet om te veroordelen maar juist om uit te nodigen. Dat past niet altijd in ons eigen plan.
Die uitnodiging bestaat uit heel concrete daden, zoals daar zijn: dienstbare bewondering en hartelijke liefde voor God onze Heer, grenzeloze naastenliefde die inspireert, en mee bouwen aan de vrede en gerechtigheid van Gods Rijk. Waaraan is een christen herkenbaar? Welnu, Jezus is heel duidelijk: aan zijn of haar goede daden. (Matteüs 5, 16bc) Een christen is een Licht voor de wereld, in de wereld. Dat is Gods plan.
Ik aarzel hier even. Dit beeld mogen we absoluut niet herleiden tot ethiek. Christen zijn is zoveel meer dan 'het goede doen'. Juist handelen maakt er zeker deel van uit, maar een Licht zijn voor de anderen gaat veel dieper. Het is je tot in je spirituele diepte helemaal laten raken door het Licht van God. Geloven, dat doe je tot in je vezels. Het mag nooit louter uiterlijk vertoon zijn. De juiste ingesteldheid en goede intenties leveren meer kansen op goede daden, dat is duidelijk. Maar het begint uiteraard bij die grondhouding. Daarmee zullen we in de naderende Veertigdagentijd opnieuw geconfronteerd worden. (Matteüs 6, 1-6)
Koesteren
Laten wij daarom het Licht dankbaar koesteren, dat ons van Godswege wordt geschonken, zonder het te belemmeren. Laten we als christenen verlichtend samen zijn en elkaar bemoedigen, en verlichtend in de wereld staan. Dan brengen wij God aanwezig: wanneer we in het Licht wonen en dat Licht kwistig delen met de mensen rondom ons.
Laten wij ons ten diepste verlichten door God en belichamen we dat Licht vervolgens zelf voor andere mensen. Mogen wij enthousiaste verkondigers zijn van het Licht!