Drie romige bollen vers vanille-ijs, overgoten met warme chocoladesaus en afgewerkt met een koekje: heerlijk is dat op zo'n typische warme voorjaarsdag. Een heerlijke en welgekomen afkoeling. Wij gebruiken het woord 'heerlijk' spontaan voor wat lekker smaakt of aangenaam voelt. Oorspronkelijk verwijst het naar 'verheffing': een beweging naar het adellijke of het hemelse toe. Het heerlijke beweegt ons dichter bij de hoogten waar we met bewondering naar opkijken: het ideale, het perfecte, het goddelijke. De betekenis is dus niet helemaal verloren gegaan bij mijn omschrijving van de 'dame blanche': haar smaak verheft ons uit het dagelijkse, uit het gewone naar een edele puurheid.
- Voor de lezingen van de Hemelvaart van de Heer A: klik hier.
- Voor de lezingen van de zevende Paaszondag A: klik hier.
Veertig dagen na Pasen
De verheffing wordt een centraal thema wanneer de Paastijd op zijn einde loopt. Jezus is over een periode van veertig dagen ter ondersteuning onder zijn leerlingen verschenen. (Handelingen 1, 3) Nu is de tijd gekomen voor Jezus om volledig terug te keren naar zijn Vader in de hemel. Hij wordt omhoog geheven tot in een wolk en verdwijnt uit hun zicht. (Handelingen 1, 9) Jezus belooft dat de heilige Geest over hen zal neerdalen. (Handelingen 1, 8) Pinksteren komt genaakbaar dichtbij. De hemelvaart is niet zozeer een fysieke beweging tot boven de wolken, maar eerder een verheffing naar het hemelse: Christus wordt verheerlijkt en opgenomen bij zijn Vader. En uit die hemelsferen zal de heilige Geest over de leerlingen komen.
Jezus is van het aardse terug naar het hemelse teruggekeerd: dat is de boodschap die we horen op Hemelvaartdag. De overgang na Jezus' dood is voltooid: Jezus verschijnt niet meer. Negen dagen van samen waken en bidden zijn ze verwijderd van de neerdaling van de heilige Geest. (Handelingen 1, 14)
Negen dagen van gebed
De leerlingen blijven met God verbonden en kijken de toekomst onzeker maar met vertrouwen tegemoet. De redeloze, chaotische twijfel van de eerste dagen na de verrijzenis zijn voorbij. Er wordt nu rustig maar doordacht gehandeld: een nieuwe leerling wordt gekozen in de plaats van Judas Iskariot: Mattias vervolledigt de twaalf. (Handelingen 1, 17-22a) Alles is in gereedheid gebracht in afwachting van een nieuw hemels teken, zoals Jezus hen heeft beloofd. (Handelingen 1, 22b) Wat ze precies te verwachten hebben, dat weten ze niet. God zal het hun wel duidelijk maken.
Met Hemelvaart begint de Pinksternovene: een tijd van eensgezinde stilte en gebed tot de apotheose van de Paastijd: Pinksteren. (Handelingen 1, 14) Het gebed is de nieuwe communicatievorm met de Heer nu Hij naar de Vader in de hemel is teruggegaan. Het Griekse woord 'proseuchè' wijst op het intieme en persoonlijke karakter van hun gebed, intens en vurig van aard ('proseuchè' is een samentrekking van 'pros': naar, en 'euchè': wensen; dus: aan God toewensen, naar God toe wensen). Dit gebed is niet smekend, vragend of ontvangend van aard, maar eerder aanbiddend en gevend.
De leerlingen vragen niet om nieuwe zekerheden, ze verblijven geduldig bij de Heer, die hun heeft beloofd dat ze niet verweesd achter zullen blijven. (Handelingen 1, 4) Daar vertrouwen ze op: ze hebben intussen begrepen dat de Heer altijd woord houdt. Ze brengen hun Heer lof en eer omwille van zijn heerlijkheid.
Hoop
De dood en verrijzenis van de Heer was voor de leerlingen aanvankelijk een 'scandalum', een struikelblok. Ze begrepen niet wat er gebeurde en waarom het zo moest gaan. Ze voelden zich verdrietig en verward, verlaten en verloren. (Matteüs 24, 21-24) Hoe Jezus Tomas toesprak, die zo volhardde in zijn twijfel, mag een belangrijke les zijn. (Johannes 20, 26-29) Geloven gaat voorbij het zien en het weten. Op weg naar Emmaüs verbaasde de Heer zich over het wankele geloof van Kleopas en een andere leerling. (Matteüs 24, 25-26) De heerlijkheid, de verhevenheid van Christus is onlosmakelijk verbonden met zijn lijden, sterven en verrijzen. Dat moeten ze aanvaarden.
Nu pas lijken de leerlingen werkelijk in te zien dat dit alles zo moest gebeuren. Ze beseffen dat de dood het einde niet is. Jezus heeft de dood overwonnen en een nieuw Verbond gesloten tussen God en zijn Volk. Uiteindelijk worden wij in de Paastijd uitgenodigd om mee te groeien in dit verrijzenisgeloof, dat de menselijke logica ver overstijgt. Geloven in de verrijzenis is geloven in de heerlijkheid van Jezus Christus.
Drieëenheid
God heeft Jezus hoog verheven en Hem de heilige Naam toegekend die alle namen overstijgt: Jezus Christus is de Heer. Bij het noemen van Jezus' Naam moet elke knie zich buigen: in hemel, op aarde en onder de aarde. (Filippenzen 2, 9-11) Dat is de heerlijkheid die Christus van God heeft ontvangen. Jezus' Naam eindigt niet bij zijn sterven. Zijn dood is overwonnen. Hij is de Verrezene, de Heer. Die Naam vat de heerlijkheid samen waaraan Jezus deelachtig is.
Afsluiten doe ik met een fragment uit Jezus' gebed tijdens het Laatste Avondmaal in het Johannesevangelie, dat op de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren weerklinkt: 'Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn.' (Johannes 17, 11) De eenheid van Jezus met zijn Vader zal met Pinksteren worden uitgebreid tot de Goddelijke driehoek: de Drieëenheid van Vader, Zoon en Geest: één God die op drie wijzen met ons, mensen, is verbonden.