Er heerst een akelige sfeer in de kamer. De stemming is plots helemaal omgeslagen. Een kaartenhuisje van evidenties en gewoonten valt ineen. Het zal niet altijd blijven zoals het nu is, zo blijkt. Sterker nog: de verandering is al begonnen. Judas is zonet kwaad weggelopen. Tomas wordt bang en Filippus wil duidelijkheid.
- Voor de lezingen van de vijfde Paaszondag A: klik hier.
Ongerustheid
De leerlingen krijgen van Jezus de raad om te vertrouwen op de hemelse Vader, en dus ook op Hemzelf. (Johannes 14, 1) Onrust heeft zich onder de leerlingen genesteld. Jezus schat dit juist in. Tomas zegt angstig: 'We weten niet waar U heen gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg moeten kennen?' (Johannes 14, 5) In zijn vraag klinkt angst en verdriet. En Filippus wil meteen de vlugge oplossing kennen: 'Laat ons meteen de Vader zien, Heer, meer vragen wij niet.' (Johannes 14, 8) Je zou voor minder radeloos worden. 'Ken je Me nog niet, Filippus?', laat de Heer zich ontvallen. Maar Hij blijft geduldig en legt uit wat Hij precies bedoelt.
De ongerustheid bij de leerlingen is te begrijpen. Jezus heeft hun meegedeeld dat Hij weldra terug naar de Vader zal vertrekken. Hij zal dus niet onder hen aanwezig blijven. (Johannes 13, 31-33) Zonet heeft Hij de voeten van zijn leerlingen gewassen. En er was onrust bij Jezus zelf toen Hij kenbaar maakte dat iemand Hem zal uitleveren: Judas. (Johannes 13, 21-30) Hetzelfde Griekse woord wordt gebruikt om de onrust van hart bij de leerlingen uit te drukken en de onrust van geest bij Jezus (Johannes 14, 1: tarassestoo, en Johannes 13, 21 etarachtè: agitatie, onrust, bezorgdheid). De Mens Jezus ziet op tegen het lijden dat Hem scheidt van de terugkeer naar zijn Vader. De leerlingen zien op tegen het moment dat hun Meester niet meer op aarde zal zijn.
Vertrouwen
De leerlingen hoeven niet verontrust te zijn. In het huis van de Vader zijn veel kamers. Er is een plaats voor ieder van hen klaargemaakt. (Johannes 14, 2) Langs Jezus zullen ze bij de Vader komen. (Johannes 14, 3 en 10-12) Wie vertrouwt op de Vader, zal ook vertrouwen op de Zoon, want de Vader is in de Zoon en de Zoon in de Vader. (Johannes 14, 11a) Het klinkt ingewikkeld, maar eigenlijk is het heel eenvoudig: Vader en Zoon zijn één in God.
Wie gelooft in de Vader, gelooft in de Zoon. Ziedaar in alle eenvoud het vertrouwen dat ons geloof inhoudt. Jezus is op aarde gekomen om de blijde Boodschap te verkondigen dat het Rijk Gods werkelijkheid wordt, en om het geloof van de mensen te verdiepen en weg te keren van uitwendigheden en van machtsgrepen. Daarom zegt Hij ook stellig: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.' (Johannes 14, 6a) De hemel komt dichterbij langs Jezus en zijn Woord is onze leidraad. We zullen de eeuwigheid erven langs Hem. En wat vraagt Jezus hiervoor terug? Vertrouwen en overgave, meer niet.
Controle
Karmelietes en mystiek theologe Teresia van Avila heeft het in een korte meditatie geformuleerd: 'Laat niets je verontrusten. Laat niets je beangstigen. Alles gaat voorbij, maar God blijft. Met geduld zal je alles bereiken. Wie zich vasthoudt aan God zal niets tekort hebben. God alleen volstaat.' (Nada te turbe, nada te espante, todo se pasa, Dios no se muda. La paciencia, todo lo alcanza. Quien a Dios tiene, nada le falta. Solo Dios basta.) We vluchten soms in twijfel en onrust of in noodgrepen terwijl het zo evident is dat God onze enige zekerheid is. De Tomas en de Filippus in ons kunnen deze raad goed gebruiken.
Geloven is niet-weten maar vertrouwen op Hem. Eigenlijk staat dat haaks op onze menselijke grijpreflex. De angst van Tomas om te verdwalen in zijn geloof en de nood van Filippus om de snelste weg te kennen, vertellen ons één ding. We hebben graag controle, en dat veronderstelt dat we ons denkkader kunnen verifiëren aan de werkelijkheid. We moeten het kunnen begrijpen, bevatten, voelen en zien. Dit is één van de grootste aanleidingen voor de huidige geloofscrisis.
Illusie
Onze welvaart is er sterk op vooruitgegaan en de wetenschap is enorm geëvolueerd. Het schenkt ons de illusie van controle: we bezitten wat we nodig hebben en de wetenschap en de economie vormen de fundamenten waarop gebouwd wordt. Alles lijkt op rolletjes te lopen. Echter, er zijn zoveel facetten waar we geen vat op hebben en de vooruitgang wordt lang niet altijd te goedertrouw aangewend. En iedere vooruitgang heeft ook grenzen.
We leven in tijden van besparingen, het groeimodel stagneert. En ons bestaan blijft eindig en voelt vaak als veel te kort aan. Ondanks ons wegkijken en vluchten in kleine kringetjes van zekerheid blijven we toch een onrust voelen. En velen onder ons verzuren erdoor. Er worden schuldigen gezocht en, zoals dat altijd gaat, ligt het probleem duidelijk bij anderen. Heel wat mensen vinden geen uitweg voor deze neerwaartse ervaring, want er is geen existentieel kader om zich binnen te plaatsen. Daarom is vanuit christelijk perspectief de mystieke meditatie van Teresia van Avila zo kernachtig voor onze tijd: God alleen volstaat, je hebt eigenlijk niets anders nodig. Jezus zegt tegen zijn leerlingen en tegen ons: 'Vertrouw op de Vader en vertrouw op Mij.'
De Vader en de Zoon zijn één. We naderen het einde van de Paastijd. Met Pinksteren zal de Drieëenheid vervolledigd worden. Dan zijn we in het tijdperk van de Kerk aanbeland, dat nog altijd doorgaat. Met ons.