Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- De deur naar de Vader (26 april 2026).

13 april 2026

Een brandend hart (18-19 april 2026)

Wanneer het vuur traagjes uitgaat, dan blijft er weinig over. De warmte verdwijnt, het licht dooft uit. Zoiets moeten de leerlingen in hun hart hebben gevoeld nadat Jezus in het graf is gelegd: kilte en duisternis. Hoe komt het dat hun vuur voor Jezus uitdooft? Hij heeft ze toch verteld wat er zou gebeuren? Misschien zijn ze te hard geschrokken. Misschien kunnen ze het niet alleen aan...

  • Voor de lezingen van de derde Paaszondag A: klik hier.

Somber

Twee leerlingen zijn onderweg naar Emmaüs. Eén ervan heet Kleopas. (Lucas 24, 18) Somber spreken ze onder elkaar over wat er allemaal is gebeurd. (Lucas 24, 14-17) Ze leefden in de hoop dat Jezus het Volk zou redden en bevrijden, maar dan is Jezus gevangengenomen en gestorven aan het kruis. Drie dagen zijn voorbijgegaan sinds zijn dood intussen. Er gebeurt niets... Jezus is waarschijnlijk zelfs weggenomen uit het graf, zo bleek deze ochtend. (Lucas 24, 24) Geen mens die weet waar Hij is. 

Het is te zeggen: enkele vrouwen beweren dat ze van engelen hebben vernomen dat Jezus leeft. Wat zou daar van aan zijn? (Lucas 24, 22-23) Het is één grote warboel. De leerlingen zien het somber in. (Lucas 24, 21) Hun hoop is vervlogen. We herkennen deze somberheid van bij de apostel Tomas, in het evangelie van vorige week. (Johannes 20, 19-31)

De twee leerlingen spreken er over met een onbekende Man die hen onderweg vervoegt. (Lucas 24, 15-16) Het is Jezus, maar dat zien de leerlingen niet: ze zijn verblind door wanhoop en verdriet. (Lucas 24, 16) Het feit dat ze er met deze onbekende Man over spreken, is toch een teken dat ze Jezus niet hebben afgeschreven. Ze willen wel geloven, maar hun verdriet en twijfel wegen te zwaar door.

Vertrouwenscrisis

Jezus vertelt hun over de profeten, die hebben voorzegd dat de Messias moest lijden om zijn glorie binnen te gaan. (Lucas 24, 26-27) Jezus reageert verontwaardigd: 'Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben?' (Lucas 24, 25) Dat klinkt best hard. Ze hebben zich laten leiden door hun menselijke afweerreactie, weg van het geloof. De vrouwen hebben immers engelen gezien. En Jezus leeft, Hij moet niet onder de doden gezocht worden.

Het zal duren totdat Jezus het zegengebed uitspreekt en brood breekt vooraleer ze Hem zullen herkennen. (Lucas 24, 31) Zodanig zijn ze verblind dat ze de Man met wie ze drie jaar hebben opgetrokken niet herkennen. Daartoe moeten ze immers eerst wíllen kijken. Hun blik is vertroebeld. Geloven is een hele opdracht voor een mens. We willen zo graag zien en voelen, terwijl onze perceptie ons zo vaak bedriegt. Geloven is vertrouwen op wat je niet ziet. Dat zullen de leerlingen moeten leren. Zoals wij dat moeten doen. 

Vuur

Het vuur in hun hart brandt plots weer. (Lucas 24, 32) Hun hart is geraakt door Jezus, zoals voorheen. De leerlingen hebben zoveel woorden van de Heer gehoord, ze hebben aandachtig geluisterd en vragen gesteld. Toch slagen ze er uit zichzelf niet in om hun geloofsvuur brandend te houden. Op deze mensen zal Christus zijn Kerk bouwen. God stelt veel vertrouwen op ons, zo blijkt.

Er is Kracht van God nodig om ons in staat te stellen om te geloven in de Verrijzenis. (Lucas 24, 34) De dood is niet het einde, hoe logisch het tegendeel ook mag aanvoelen. De blijde Boodschap overstijgt immers de menselijke vanzelfsprekendheden. Onze kennis en wetenschap zijn indrukwekkend, maar uiteindelijk altijd eindig, heel beperkt, onnoemelijk onvolledig. Een stofje in vergelijking met Gods wijsheid. (1Korintiërs 1, 25) 

De leerlingen hebben vuur in hun hart nodig. Hun geloof moet aangevuurd worden. De evangelielezingen van de zondagen na Pasen nemen ons bij de hand op weg naar Pinksteren. Het is de heilige Geest die de leerlingen wijsheid en kracht zal schenken, zodat ze zichzelf overstijgen: Gods Adem van vuur. 

Onderweg

We zijn allen onderweg. De tijd tikt genadeloos vooruit, hij staat niet stil en keert niet weerom. Ons leven staat niet stil. Het verhaal van God met mensen evenmin. Jezus was onderweg met zijn leerlingen. De evangeliën zijn trektochten, op weg naar de Stad van God. De leerlingen zijn naar Emmaüs onderweg, opnieuw samen met de Heer. 

Ook ons eigen leven is een tocht. We zijn op weg, en onderweg ervaren we hoogten en laagten, begaan we rustige en moeizame wegen. Bijgevolg staat ook ons geloof niet stil. Het maakt immers een essentieel deel uit van ons bestaan. We mogen de hoop bewaren, ook in moeilijke tijden. God is met ons, zijn Geest zal ons leiden. Laten wij in sombere tijden ons geloof niet verwaarlozen en verliezen, maar juist kracht putten uit de Bron die God is. 

Laat je geloof ook hoop op God inhouden. (1Petrus 1, 21) Wanneer het leven je toelacht, maar evenzeer in angst of verdriet. Ook in het lijden is Christus ons nabij. Hij heeft het leed dat mensen overkomt zelf doorgemaakt. Daarin is Hij ten volle mens geweest. Vergeet niet om in vreugde dankbaar tot de Heer te komen. Hij gaat de weg met ons mee, Hij is met ons onderweg.

Dat je hart altijd vurig mag blijven branden voor Gods Liefde!