Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Een kwestie van vertrouwen (2-3 mei 2026).

20 april 2026

De deur naar de Vader (25-26 april 2026)

Een deur is een afsluiting die zorgt dat een opening niet zomaar open en doorgankelijk is. We sluiten een voordeur wanneer we ons beschermd en veilig willen voelen. Een voordeur openen we enthousiast wanneer we iemand hartelijk ontvangen in ons huis. Wanneer een deur wijd voor je opengaat, dan ben je welkom en mag je erlangs. Een deur kan ook gesloten blijven. Jezus is de deur naar de Vader, zegt Hij aan zijn leerlingen. Ze begrijpen het niet goed... 

  • Voor de lezingen van de vierde Paaszondag A: klik hier.

Plechtig in beeld

Wanneer Jezus een belangrijke boodschap deelt met zijn leerlingen, eigenlijk de kern van de blijde Boodschap, dan luidt Hij die woorden plechtig in. Daarom begint Jezus als volgt: 'Echt waar, echt waar, ik zeg jullie...' ('Amèn, amèn, legoo humin' in het Grieks). Vroeger werd dit vertaald als: 'voorwaar voorwaar' en dat was helemaal niet verkeerd. 'Amen' betekent immers: 'het is zo', 'het is waar'. Wij eindigen onze gebeden ermee. Het waarheidsgehalte wordt op voorhand al duidelijk onderstreept door Jezus opdat de leerlingen goed zouden luisteren. En wij dus ook.

Zoals altijd volgt er van Jezus geen feitenrelaas, geen wetenschappelijke uiteenzetting. Hij spreekt in beelden, daarmee komt Hij immers het dichtst bij ons begrippenkader. Wat Hij wil zeggen, is inhoudelijk niet makkelijk voor ons. Bovendien hebben we er de taal niet voor, onze woorden volstaan niet. Wij spreken talen van mensen, talen die Gods heilsplan zo moeilijk in woorden kunnen vatten. 

Jezus heeft het in de gelijkenis over schapen, over de herder, een stal en poortwachters. (Johannes 10, 1-5) De schapen, dat zijn de volgelingen van Christus. Wij dus. Christus is de herder: Hij kent ons en roept ons. Hij leidt ons op weg en langs Hem komen we binnen in de schapenstal. De poortwachters doen voor Hem open, ze zijn zoals het slot op een (voor-)deur. De stal is Gods Koninkrijk, dat hier en nu al werkelijkheid wordt, en ultiem in de hemel. De herder kent de weg en trekt voor de schapen uit om hun de juiste weg te tonen. De schapen volgen Hem. Ze kennen zijn stem. Een vreemde zullen de schapen niet volgen. 

Begrijpen

De leerlingen begrijpen zijn gelijkenis helaas niet. (Johannes 10, 6) Ze begrijpen niet wat Hij ermee wil zeggen. Nochtans heeft Jezus vlak ervoor duidelijk gemaakt aan de genezen blindgeborene dat Hij de Mensenzoon is. (Johannes 9, 35-39) Hij is op aarde gezonden om de wereld weer met God te verzoenen. Daarom volgen ze Hem. En toch begrijpen ze niet wat Hij bedoelt.

Het is een fenomeen dat geregeld terugkomt doorheen de evangeliën. (zie bijvoorbeeld Marcus 4, 13 - Marcus 6, 52 - Matteüs 16, 5 - Matteüs 16, 21-23) Toegegeven, wat Jezus hun duidelijk tracht te maken, is ook ingewikkeld. Het Koninkrijk van God is niet in één zin uit te leggen. De taak van de Messias op aarde evenmin. En het lijden dat Hij zal moeten doormaken al helemaal niet. Woorden kunnen altijd maar een facet van het geheel benoemen. Beelden gaan ruimer, maar zelfs die hebben hun beperkingen.

Jezus is als Gods Zoon op aarde gekomen om uitleg te geven bij Gods heilsplan. De mensen hebben de Boodschap misbegrepen, verengd en naar hun hand gezet. Er is een nieuw Verbond nodig. Als er iets is dat we altijd terug zien komen bij Jezus, dan is het zijn geduld met wie Hem willen volgen. Gelukkig maar. Het is niet vreemd dat de leerlingen de diepte van zijn verhaal niet meteen vatten. Daarom legt Jezus het nog eens uit. Opnieuw gebruikt Hij hiervoor beeldtaal.

Redding

De schapen komen langs de deur de schaapsstal binnen. Ze worden binnengeleid door de herder. De herder staat garant voor de toegang tot de stal. Hij ís de toegang. Vandaar dat Jezus zichzelf tegelijk de deur noemt en de herder. (Johannes 10, 7 en 11) Langs Hem komen we tot zijn Vader. Dat is de redding waar Jezus het over heeft. Vanaf zijn eerste optreden onder de mensen gaat het daarover: het Rijk van God. 

De redding waar Hij het over heeft, is niet beangstigend of beknellend. We mogen vrij in en uit lopen. We leven op aarde en we leven ons mensenbestaan, maar wel in verbinding met Jezus en met het Rijk van zijn Vader. (Johannes 10, 9a) De redding is dus geen eindpunt, zoals op een ganzenbord. Het is een wijze van bestaan: leven in verbondenheid met de Heer.

Overvloed

De herder - de toegangsdeur tot de schaapstal - is bekommerd om zijn schapen. Hij wil ze naar goede weidegronden begeleiden. (Johannes 10, 9b) Wat de Messias ons wil schenken, wat Hij ons gunt, is Leven, en wel in overvloed. (Johannes 10, 10b) Niet enkel het hoogst nodige dus, datgene waarmee we zouden kunnen overleven. Nee, veel meer: een overvloed aan genade!

Het gaat over een veelheid die ons ver overstijgt. Hiermee is meteen de geestelijke dimensie aangegeven. Jezus heeft het niet over voedsel, maar evenmin over geld of eer of macht. Dat is wat de dief gretig weggraait, door te roven, te slachten en te vernietigen. (Johannes 10, 10a) De Heer heeft het over wat ons leven tot vrijheid en vrede brengt, juist door ons steeds meer los te maken van de hebberigheid.

Samen

Echte vrijheid is een gedeelde vrijheid: een vrijheid met verantwoordelijkheid. Echte vrijheid bestaat in vrede, in een breed gedragen liefdevol samenzijn. Vandaar dat Jezus het beeld van schapen gebruikt: zij leven samen in een kudde. Mensen zijn niet gemaakt om in eenzaamheid te bestaan. We zijn vooral sociale wezens. De ander brengt ons wijsheid en nuance, soms bevestiging en soms een nieuwe kijk. We worden betere mensen door samen te leven.

Zo is het ook met ons geloof. Jezus trekt niet in zijn eentje door het land op weg naar Jeruzalem. Hij roept mensen die met Hem mee gaan. Geloven is spiritualiteit delen. Daarin bestaat ook de kracht van liturgie en van caritatief engagement. Jezus leeft ons deze verbondenheid ook spiritueel voor: in alles blijft Hij verbonden met zijn Vader. Ook nu wordt de hemelse Vader uitdrukkelijk vernoemd wanneer Jezus verder uitleg geeft bij zijn beeldspraak. (Johannes 10, 14-15 en 17-18) 

God brengt mensen samen. Geloven in je eentje kan als zinvol ervaren worden, maar je mist de gedragenheid van een gemeenschap die je ondersteunt, met je mee op weg gaat, ervaringen en gedachten deelt. Samen komt de vreugde van het Paasgeloof meer tot uiting. Christus, door wie wij bidden en naar wie wij leven, inspireert ons om dit geloof te blijven delen. Dat heeft Hij ons zelf voorgedaan.