Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label redding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label redding. Alle posts tonen

20 april 2026

De deur naar de Vader (25-26 april 2026)

Een deur is een afsluiting die zorgt dat een opening niet zomaar open en doorgankelijk is. We sluiten een voordeur wanneer we ons beschermd en veilig willen voelen. Een voordeur openen we enthousiast wanneer we iemand hartelijk ontvangen in ons huis. Wanneer een deur wijd voor je opengaat, dan ben je welkom en mag je erlangs. Een deur kan ook gesloten blijven. Jezus is de deur naar de Vader, zegt Hij aan zijn leerlingen. Ze begrijpen het niet goed... 

  • Voor de lezingen van de vierde Paaszondag A: klik hier.

Plechtig in beeld

Wanneer Jezus een belangrijke boodschap deelt met zijn leerlingen, eigenlijk de kern van de blijde Boodschap, dan luidt Hij die woorden plechtig in. Daarom begint Jezus als volgt: 'Echt waar, echt waar, ik zeg jullie...' ('Amèn, amèn, legoo humin' in het Grieks). Vroeger werd dit vertaald als: 'voorwaar voorwaar' en dat was helemaal niet verkeerd. 'Amen' betekent immers: 'het is zo', 'het is waar'. Wij eindigen onze gebeden ermee. Het waarheidsgehalte wordt op voorhand al duidelijk onderstreept door Jezus opdat de leerlingen goed zouden luisteren. En wij dus ook.

Zoals altijd volgt er van Jezus geen feitenrelaas, geen wetenschappelijke uiteenzetting. Hij spreekt in beelden, daarmee komt Hij immers het dichtst bij ons begrippenkader. Wat Hij wil zeggen, is inhoudelijk niet makkelijk voor ons. Bovendien hebben we er de taal niet voor, onze woorden volstaan niet. Wij spreken talen van mensen, talen die Gods heilsplan zo moeilijk in woorden kunnen vatten. 

Jezus heeft het in de gelijkenis over schapen, over de herder, een stal en poortwachters. (Johannes 10, 1-5) De schapen, dat zijn de volgelingen van Christus. Wij dus. Christus is de herder: Hij kent ons en roept ons. Hij leidt ons op weg en langs Hem komen we binnen in de schapenstal. De poortwachters doen voor Hem open, ze zijn zoals het slot op een (voor-)deur. De stal is Gods Koninkrijk, dat hier en nu al werkelijkheid wordt, en ultiem in de hemel. De herder kent de weg en trekt voor de schapen uit om hun de juiste weg te tonen. De schapen volgen Hem. Ze kennen zijn stem. Een vreemde zullen de schapen niet volgen. 

Begrijpen

De leerlingen begrijpen zijn gelijkenis helaas niet. (Johannes 10, 6) Ze begrijpen niet wat Hij ermee wil zeggen. Nochtans heeft Jezus vlak ervoor duidelijk gemaakt aan de genezen blindgeborene dat Hij de Mensenzoon is. (Johannes 9, 35-39) Hij is op aarde gezonden om de wereld weer met God te verzoenen. Daarom volgen ze Hem. En toch begrijpen ze niet wat Hij bedoelt.

Het is een fenomeen dat geregeld terugkomt doorheen de evangeliën. (zie bijvoorbeeld Marcus 4, 13 - Marcus 6, 52 - Matteüs 16, 5 - Matteüs 16, 21-23) Toegegeven, wat Jezus hun duidelijk tracht te maken, is ook ingewikkeld. Het Koninkrijk van God is niet in één zin uit te leggen. De taak van de Messias op aarde evenmin. En het lijden dat Hij zal moeten doormaken al helemaal niet. Woorden kunnen altijd maar een facet van het geheel benoemen. Beelden gaan ruimer, maar zelfs die hebben hun beperkingen.

Jezus is als Gods Zoon op aarde gekomen om uitleg te geven bij Gods heilsplan. De mensen hebben de Boodschap misbegrepen, verengd en naar hun hand gezet. Er is een nieuw Verbond nodig. Als er iets is dat we altijd terug zien komen bij Jezus, dan is het zijn geduld met wie Hem willen volgen. Gelukkig maar. Het is niet vreemd dat de leerlingen de diepte van zijn verhaal niet meteen vatten. Daarom legt Jezus het nog eens uit. Opnieuw gebruikt Hij hiervoor beeldtaal.

Redding

De schapen komen langs de deur de schaapsstal binnen. Ze worden binnengeleid door de herder. De herder staat garant voor de toegang tot de stal. Hij ís de toegang. Vandaar dat Jezus zichzelf tegelijk de deur noemt en de herder. (Johannes 10, 7 en 11) Langs Hem komen we tot zijn Vader. Dat is de redding waar Jezus het over heeft. Vanaf zijn eerste optreden onder de mensen gaat het daarover: het Rijk van God. 

De redding waar Hij het over heeft, is niet beangstigend of beknellend. We mogen vrij in en uit lopen. We leven op aarde en we leven ons mensenbestaan, maar wel in verbinding met Jezus en met het Rijk van zijn Vader. (Johannes 10, 9a) De redding is dus geen eindpunt, zoals op een ganzenbord. Het is een wijze van bestaan: leven in verbondenheid met de Heer.

Overvloed

De herder - de toegangsdeur tot de schaapstal - is bekommerd om zijn schapen. Hij wil ze naar goede weidegronden begeleiden. (Johannes 10, 9b) Wat de Messias ons wil schenken, wat Hij ons gunt, is Leven, en wel in overvloed. (Johannes 10, 10b) Niet enkel het hoogst nodige dus, datgene waarmee we zouden kunnen overleven. Nee, veel meer: een overvloed aan genade!

Het gaat over een veelheid die ons ver overstijgt. Hiermee is meteen de geestelijke dimensie aangegeven. Jezus heeft het niet over voedsel, maar evenmin over geld of eer of macht. Dat is wat de dief gretig weggraait, door te roven, te slachten en te vernietigen. (Johannes 10, 10a) De Heer heeft het over wat ons leven tot vrijheid en vrede brengt, juist door ons steeds meer los te maken van de hebberigheid.

Samen

Echte vrijheid is een gedeelde vrijheid: een vrijheid met verantwoordelijkheid. Echte vrijheid bestaat in vrede, in een breed gedragen liefdevol samenzijn. Vandaar dat Jezus het beeld van schapen gebruikt: zij leven samen in een kudde. Mensen zijn niet gemaakt om in eenzaamheid te bestaan. We zijn vooral sociale wezens. De ander brengt ons wijsheid en nuance, soms bevestiging en soms een nieuwe kijk. We worden betere mensen door samen te leven.

Zo is het ook met ons geloof. Jezus trekt niet in zijn eentje door het land op weg naar Jeruzalem. Hij roept mensen die met Hem mee gaan. Geloven is spiritualiteit delen. Daarin bestaat ook de kracht van liturgie en van caritatief engagement. Jezus leeft ons deze verbondenheid ook spiritueel voor: in alles blijft Hij verbonden met zijn Vader. Ook nu wordt de hemelse Vader uitdrukkelijk vernoemd wanneer Jezus verder uitleg geeft bij zijn beeldspraak. (Johannes 10, 14-15 en 17-18) 

God brengt mensen samen. Geloven in je eentje kan als zinvol ervaren worden, maar je mist de gedragenheid van een gemeenschap die je ondersteunt, met je mee op weg gaat, ervaringen en gedachten deelt. Samen komt de vreugde van het Paasgeloof meer tot uiting. Christus, door wie wij bidden en naar wie wij leven, inspireert ons om dit geloof te blijven delen. Dat heeft Hij ons zelf voorgedaan.

23 maart 2026

De polemiek van de Passie (28-29 maart 2026)

Palmzondag is een  zonevreemd element aan het einde van de Veertigdagentijd. Er wordt vrolijk gezongen, de Heer wordt lof gebracht, terwijl de Veertigdagentijd juist zo getypeerd wordt door stilte en ingetogenheid en bezinning. De vreugde van Palmzondag is echter niet zorgeloos. Met Palmzondag vieren we tegelijk ook Passiezondag. De blijde intocht van Jezus in Jeruzalem gaat gepaard met het herdenken van Jezus' lijden. We horen twee evangelieteksten. 

  • Voor de lezingen van Palm- en Passiezondag A: klik hier.

De climax van de Veertigdagentijd is ingezet. Na een periode van bezinnen, bidden en overwegen, van stilstaan bij geloofsonderwerpen en aandacht voor naastenliefde, gaat de liturgie in een rechte lijn vooruit: de Goede Week. Het is een week van hoogten en laagten, een polemiek die meteen al op Palmzondag voelbaar is. Jezus verkondigt de blijde Boodschap en krijgt steeds meer gehoor, maar zijn woorden wekken ook grote woede op. 

Liturgische fusie

Palm- en Passiezondag is een soort liturgische fusie van twee zondagen uit de tridentijnse liturgie. De week vóór Palmzondag werd het lijden van Christus eerst herdacht op Passiezondag. De lezingen en gezangen stonden in het teken van pijn en lijden, van onrecht en kwaad. In een wat onhandige vertaling van psalm 129 - uit het Hebreeuws, langs het Grieks naar het Latijn - werd vlak voor het evangelie in het 'Tractus' zelfs gezongen dat 'de rechtvaardige Heer de zondaars de nek heeft overgesneden'. In onze huidige vertaling hebben we het over 'de Heer die de riemen van de ploegers doorsnijdt'. 

Het lijden was op Passiezondag aan alles voelbaar. De heiligenbeelden en kruisbeelden werden gesluierd: ze werden met paarse doeken bedekt tot na Goede Vrijdag, om de menselijkheid van de lijdende Jezus te beklemtonen en de 'verborgenheid' van zijn goddelijkheid. De Passiezondagviering was opgebouwd rond de Schriftgeleerden, de farizeeën en de menigte die Jezus met de dood bedreigen, wat een roep om rechtvaardigheid deed opwellen al vanaf de intredezang: 'Judica me', of: verschaf mij recht. (Psalm 43) Jezus heeft geleden en heeft met het kruis ook de zonden van de mensheid gedragen. Tegen de zondigheid en de heidenen richten zich de liturgische pijlen van de klassieke Passiezondag. Het is mooi in zijn eenvoud, maar de nuance ontbreekt.

Vreugde en verdriet

In onze huidige liturgie is gekozen om het lijden en de verheerlijking samen te vieren. Het lijdensverhaal is het 'lang' evangelie, maar bij de intrede wordt de intocht van Jezus in Jeruzalem voorgelezen. Hij wordt vorstelijk onthaald maar gaat zijn kruisdood tegemoet. Die polemiek typeert onze Palmzondag: bescheiden blijheid en verdriet. Er klinkt zowel 'Hosanna in den hoge' (Matteüs 21, 9) als 'Aan het kruis met Hem!' (Matteüs 27, 22-23)

Zo is het lijden van Jezus geen geïsoleerd thema, maar hangt het samen met het gegeven dat Hij volgelingen had en dat zijn Boodschap niet door iedereen werd verguisd. Dat is immers ook de teneur in de evangelieverhalen in de aanloop naar het lijden: geloof en verwerping, groeiende bewondering en toenemende woede. Die polemiek hoort bij Palmzondag. De spanning stijgt: de leerlingen komen steeds dichter bij hun Redder en de tegenstanders smeden plannen om Hem te doden. 

Met Hem

Het is die spanning die de toon zet voor de Goede Week. En dit is, ondanks de sterke dramatiek, geen 'slechte' week: de uitkomst zal vreugde zijn. Dat vieren we met Palm- en Passiezondag: dat we Jezus mogen verwelkomen als onze heilige Koning, dat we Hem enthousiast en vol verwondering mogen toejuichen. (Matteüs 21, 9-11) Tegelijk worden we uitgenodigd om zijn weg van de droefheid, van pijn en leed mee te gaan, zijn kruisweg.

We hoeven ons de mond niet te laten snoeren. Laat de uitbundige vreugde om ons geloof maar klinken. En in het blije 'hosanna' zelf zit trouwens al een laag van droefheid. Wellicht riepen gevangenen dit oorspronkelijk: "O, red mij toch!" Een roep om genade is doorheen de tijd uitgegroeid tot een uitroep van vreugde en bevrijding. De beide lagen komen terug in de roep van de mensen die Jezus 'Hosanna!' scanderen: ze juichen om Hem, maar vragen hun Messias tegelijk om redding

Een processie van mensen brengt hulde aan de Messias: "Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer! Gezegend is het komende koninkrijk van onze vader David! Hosanna in de hoogste hemel!" (Marcus 11, 9b-10) Deze vreugde voor de ogen van de farizeeën is een triomf, (Johannes 12, 19) maar enkele dagen later zal de wrok en de haat even luid schreeuwen: ziedaar de polemiek van de Passie.

In de musical 'Jesus Christ Superstar' (geschreven door Tim Rice en op toon gezet door Andrew Lloyd Webber in 1973) komt deze dubbelheid duidelijk aan bod bij de intrede in Jeruzalem. De vreugde weerklinkt in het creatief spel met het woord 'hosanna' en in de bijna extatische menigte, maar de reactie van de gedegouteerde farizeeën, die vanop de stellingen van de bijna afgewerkte tempel op Jezus neerkijken, is heel duidelijk. Een merkwaardige passage is de vraag van de menigte of Jezus voor hen wil sterven, met een kort stilstaand beeld. Voor het fragment: klik hier.

Een gezegende Palm- en Passiezondag!

31 december 2022

Maria brengt alles samen in haar hart (1 januari 2023)

Wondere dingen gebeuren met Kerstmis. De herders schrikken van de verschijning van de engel van de Heer in het holst van de nacht. (Lucas 2, 9) “Ze verschieten zich een bult”, zegt men in het West-Vlaams. In Antwerpen is dat “ne floeren aap”. Misschien is het Noord-Nederlandse “apelazarus” nog de beste omschrijving voor hun toestand. Hoe dan ook: veel tijd om te bekomen, krijgen ze niet.

De engel geeft hun meteen een duidelijke zending. Hij draagt hun op om vanuit de velden naar Betlehem te gaan en er de Messias te ontmoeten: een pasgeboren Kind, liggend in een voederbak. (Lucas 2, 12) Ze geloven in de Heer en verwachten de Messias. Hun zending nemen ze dan ook ernstig.

Zonder twijfel

Wij lezen spontaan misschien wat te haastig doorheen deze passage. Hun Messias, zo wordt hun verkondigd, zal in een voederbak liggen: niet bepaald een vorstelijk decor. Het is een wonder dat ze de boodschap van de engel voor waar aannemen en spontaan geloven dat de Messias is geboren. Een farizeeër of Schriftgeleerde had in een deuk gelegen van het lachen. God die zijn Eniggeboren Zoon in een voederbak laat slapen, stel je voor!

De herders twijfelen niet. Ze gaan naar Betlehem, groeten de Messias en spreken over wat hun is verteld.  Ze loven en prijzen God om alles wat hun gezegd is en omdat het werkelijk is gegaan zoals de engel heeft gezegd. (Lucas 2, 20) De vreugde van Kerstmis is bijzonder groot in hun harten.

Samenbrengen

Maar Maria, die pas bevallen is van haar Zoon, is nog het meest onder de indruk. Ze laat het allemaal gebeuren: de geboorte, het bezoek van de herders, en dan de wijzen uit het Oosten. Maria zal nog veel smart in haar leven ontmoeten, maar dit is een gelukzalige tijd voor Moeder Maria, ook al ligt haar Zoon in een voederbak en zitten ze niet in een knusse, warme kamer.

Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef er over nadenken. (Lucas 2, 19) Misschien nog wat dichter tegen de Griekse tekst: “Maria koesterde dit alles in haar hart.” Hiermee is één woord nog niet opgenomen in de vertaling. Maria doet dit “samenbrengend” (in het Grieks: “sumballoesa”).

Op belangrijke momenten in een mensenleven resoneren verschillende niveaus tegelijk. Wat er gebeurt, komt op verschillende manieren tegelijk tot uitdrukking. Er zit symboliek in verweven. Niet toevallig herken je dat woord ook in het Griekse “sumballoesa”. Er klinken meerdere registers tegelijk, teveel om ze van elkaar te onderscheiden en volledig te begrijpen. Maria brengt alle indrukken bij mekaar en denkt er over na, wellicht met een glimlach op haar gelaat.

Zoals gevraagd

Vervolgens wordt haar Zoon besneden en krijgt Hij de naam Jezus toegekend. De geldende regels van dat ogenblik worden gevolgd. Jezus wordt Joods opgevoed. Hij is geen uitzondering, Hij groeit op binnen de traditie van het Volk Gods. Ook Gods wens, bij monde van de engel Gabriël, wordt ingewilligd: zijn naam wordt Jezus.

De naam Jezus (in het Hebreeuws: “Jeshoe-aa”) betekent: “God redt”. Matteüs helpt ons hier op weg: “want Hij zal het Volk bevrijden van haar schuld.” (Matteüs 1, 21).

Droevig randje

De “Je” verwijst naar het begin van het Tetragram, het Hebreeuwse vierletterwoord JHWH dat als “Jahweh” uitgesproken kan worden, maar dat eigenlijk zo heilig is in de Joodse traditie dat de naam niét wordt uitgesproken. In de plaats zegt men "Adonai": de Onuitspreekbare. “Shoe-aa” betekent: een reddende roep om hulp. Daarmee is meteen al duidelijk verwezen naar de Goede Week, midden in de blijdschap van Kerstmis. Ook de oude Simeon, die niet zou sterven voordat hij de Messias heeft ontmoet, zet Maria met haar beide voeten op de grond. (Lucas 2, 34-35)

Toch heeft de vreugde om de geboorte van de Messias de bovenhand. En zo hoort het ook. Onze Redder is in deze wereld geboren om Gods Woord te verkondigen en om ons te bevrijden! 

Laat deze blijdschap ons meer dan ooit in het jaar 2023 inspireren!

10 november 2022

Na ons de zondvloed? (12-13 november 2022)

Wat zou jij doen als je wist dat de wereld over een paar dagen vergaat? Je kan stoïcijns verder doen zoals je bezig was, omdat het nuttig en zinvol was tot dusver. Waarom alles omgooien? Je kan ook enthousiast een bucket list opstellen en de activiteiten één na één afvinken. Misschien loop je verloren in de keuzestress. Wat moet je kiezen? Wat is belangrijk, wat is bijkomstig? Het is ook mogelijk dat je blokkeert op de eindtermijn en je hysterisch vastklampt aan je hebben en je houden. Hoe ga je om met onomkeerbare veranderingen waar je geen controle over hebt?

Fatalisme en hedonisme

Fatalisme is van alle tijden. Het glas is half leeg. Alles wat vroeger beter, niets is meer wat het was. Fatalisten treden Madame de Pompadour bij, de belangrijkste maîtresse van Lodewijk XV, die zuchtte dat de gouden tijden van de adel stilaan voorbij waren: “Après nous le déluge”, na ons de zondvloed. Ze zou gelijk krijgen: 25 jaar na haar dood brak de Franse Revolutie uit. Dat de almacht van de koning stilaan uitdoofde, voelde ze goed aan. Fatalisme is soms realistisch.

Hedonisme is ook van alle tijden. Geniet, nu het nog kan. Pluk de dag. “Carpe diem!” Keizer Horatius had het oorspronkelijk geschreven als aanmaning om niet uit te stellen tot morgen wat vandaag nog gedaan kan worden, de dag is al zo kort. Stilaan is de leuze echter een eigen leven gaan leiden: denk niet aan morgen, geniet van vandaag.

Ook de boutade van Madame de Pompadour heeft een hedonistische bijklank gekregen. Fatalisme en hedonisme hebben een onderlinge aantrekkingskracht. Wanneer de toekomst er niet goed uit zien, kan je maar beter genieten van deze dag, van wat er nu wel nog is en morgen misschien niet meer. Geniet vandaag: de kater is voor morgen, als die dag nog komt tenminste. 

Het einde is nabij

Ten tijde van de eerste christenen verwachtte men Christus’ wederkomst in de heel nabije toekomst. Dan zou het eindoordeel komen. Dat biedt een perspectief van redding, maar dan is het leven hier op aarde ook definitief voorbij. In de lezingen van de voorlaatste zondag van het liturgische jaar klinkt de eindtijd in zowat elke zin.

Er is een vorm van fatalisme uit deze boodschap te filteren: “Leef, alsof het je laatste dag is. Leef, alsof de morgen niet bestaat.”, om een Nederlandse schlagerzanger te citeren. Je leven ten volle leven, gaat echter ten koste van anderen en van jezelf. Wanneer je vol in de vrijheid gaat staan, wis je je verantwoordelijkheid uit. De gevolgen zijn bijkomstig op dat moment. De illusie wil dat je uiteindelijk wordt ingehaald door de consequenties van je daden, of je wil of niet. En spijt komt nooit te vroeg, steeds te laat.

In de Handelingen van de apostelen wordt verteld hoe Paulus in Tessalonica aankomt en in de synagoge uitlegt hoe Jezus de langverwachte Messias is. (Handelingen 17, 1-15) Hij verkondigt in de eerste plaats aan de joodse gemeenschap, waarvan sommigen de Blijde boodschap aannemen. Er zijn echter ook Grieken die in Jezus gaan geloven. Er wordt in de eerste Tessalonicenzenbrief door Paulus verteld hoe innig band zijn band met deze christengemeenschap is geworden. (1 Tessalonicenzen 2, 8)

Paulus en de Tessalonicenzen

Dat pril enthousiasme blijft niet duren. In de tweede brief wordt verteld hoe sommigen werkloos rondhangen en zich onledig houden met nutteloze bezigheden. (2 Tessalonicenzen 3, 11) Waarom zou men zich nog inspannen als eerstdaags de laatste dag aan kan breken? Dat hadden ze immers vernomen uit Paulus’ brief (1 Tessalonicenzen 4, 15-17). Er is bovendien veel om van te genieten in Tessalonica. Het is de hoofdstad van de provincie Macedonië: een dichtbevolkte, bruisende wereldstad langs een belangrijke handelsroute in een warm en zacht klimaat…

Het grootste verschil tussen 1 en 2 Tessalonicenzen is het onderscheid in de verwachting van de eindtijd. 1 Tessalonicenzen wordt vrij algemeen beschouwd als het eerste schrijfwerk van Paulus, zijn theologische visie is nog volop in ontwikkeling. In de tweede brief wordt het tijdsperspectief gecorrigeerd – de wederkomst laat immers langer op zich wachten dan men had ingeschat – en er wordt gevraagd om de tussentijd nuttig in te vullen. Het is niet zeker dat 2 Tessalonicenzen van de hand van Paulus is, in tegenstelling tot de eerste brief. Hoe dan ook klinkt de toon ernstiger en er klinken duidelijke aanmaningen (2 Tessalonicenzen 3).

De kernboodschap is heel duidelijk: “Totdat de Heer komt, moet je je werk doen en je brood verdienen.” (2 Tessalonicenzen 3, 12) Niets doen, leidt tot niets. Jezus heeft niet verkondigd dat we op aarde zijn op niets te doen tot de Heer terugkomt. Integendeel. Er is zoveel te doen: zorgen voor je naasten, vooral voor wie noodlijdend is, zwak of arm, en God liefhebben in gebed en in eredienst en in een correcte levenswandel.

Wat nu?

Intussen zijn we bijna tweeduizend jaar verder. Nog steeds verwachten we het komend Rijk. Sommigen zien in oorlogen en rampen tekenen dat het einde nabij is. Misschien is dat wat egocentrisch, alsof het per se in ons leven moet gebeuren. Jezus is duidelijk. Het Rijk zal komen, maar: “Er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: ‘De tijd is gekomen’. Loop niet achter hen aan!” (Lucas 21, 8bc) We mogen vertrouwen op de Heer. “Door standvastig te zijn, zal je je leven winnen.” (Lucas 21, 19) Van God is de toekomst, kome wat komt.

Weldra begint de advent. Dan verwachten we de komst van Jezus op aarde. In een diepere laag resoneert ook de verwachting van het Rijk Gods. De twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wanneer de Messias op aarde komt wonen, kan ook de ultieme belofte van zijn wederkomst ontstaan.  

Er komen weer bijzonder sfeervolle tijden aan: een verrijking voor je gebed, inspiratie voor je geloof… 

De volgende bijdrage is voorzien over veertien dagen, bij het begin van de advent.