Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label Schillebeeckx. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schillebeeckx. Alle posts tonen

10 december 2024

"Wat moeten wij doen?" (14-15 december 2024)

Wij zijn altijd doende. En wanneer we hulp willen bieden, vragen we spontaan: “Wat kan ik doen?” Zo is onze hulp zichtbaar, tastbaar. Als ziekenhuispastor krijg ik soms de vraag: “Wat doe jij eigenlijk?” Dan leg ik uit dat ik vooral aandachtig luister naar patiënten, naar hun levensverhaal, hun zorgen, vragen en twijfels, en soms ook kleine gelukjes. Als begeleider ga ik mee op weg: op hun eigen, hoogst persoonlijke weg. Soms bid ik samen met hen. Ik schenk hun vooral mijn aandacht en aanwezigheid. Soms kijkt men me dan wat vreemd aan, alsof het dondert ergens in de buurt van Keulen. Alsof dat 'niet echt iets doen' is, alsof ik niets wezenlijks bijdraag. Toch is dat zeker wel het geval. Alleen is het moeilijk meetbaar en niet meteen zichtbaar. En dat zijn de (al te) eenvoudige criteria die vaak gehanteerd worden. Johannes de Doper wil een belangrijke transitie op gang brengen. Ook zijn toehoorders weten niet goed wat ze er van moeten denken…

  • Voor de lezingen van Gaudetezondag C: klik hier.

Doen en zijn

“Wat moeten wij doen?”, vragen de mensen aan Johannes de Doper. Ook tollenaars komen met deze vraag naar Johannes, en soldaten. (Lucas 3, 10 en 12 en 14a) Hij geeft telkens antwoord: wees vrijgevig, wees eerlijk, wees tevreden. (Lucas 3, 11 en 13 en 14b) Hij biedt geen aanwijzingen voor allerlei secure rituele of morele handelingen, geen minutieuze manieren om in de gunst van God te komen, zoals de farizeeën zo graag doen. De verandering zit veel dieper en is moeilijker peilbaar.

De vraag wordt door Johannes getransformeerd naar binnen toe: “Wie moet ik zijn?” Niet wat je doet is bepalend, maar wie je wordt: daar gaat het over bij Johannes. Hij pleit voor een totaal nieuwe identiteit, voor een Godsbewust en zelfbewust geloof: puur en oprecht, zonder bijbedoelingen of privileges. Van daaruit zullen de juiste handelingen vanzelf voortkomen. Authentiek handelen vertrekt uit identiteit, niet omgekeerd. Omdat het handelen zichtbaar is, zijn we geneigd om daarop de klemtoon te leggen. Onterecht.

“Wie ben jij?”, vragen de mensen spontaan aan Johannes. “Ben jij de Messias?” (Lucas 3, 15) Johannes kaatst de vraag meteen terug. Het gaat er niet over wie Johannes is, en welke titel hem al dan niet toekomt. De toehoorders horen zich in de eerste plaats af te vragen wie ze zélf zijn, wie ze zelf willen worden in de ogen van God. En daarna verwijst de Doper naar Jezus. Want Hij is de Messias, de Komende.

Nieuw begin

Wie de mensen willen worden, krijgt symbolisch vorm in het doopsel door Johannes. Hij doopt hen met water, wat symbool staat voor een innerlijke wassing en zuivering, een inwendige metamorfose, een nieuwe wijze van in het leven te staan. Dit doopsel wordt weldra bevestigd en omhoog getild door Jezus Christus. Zijn doopsel van vuur en Geest symboliseert de Goddelijke begeestering in dat nieuwe bestaan. Daarom dopen wij nog steeds met water en met Geest. Dat gebeurt in de vorm van zalving: bij het doopsel al, én bevestigend bij het Vormsel.

God is Aanwezigheid: ‘Ik ben er’, noemt God zichzelf. (Exodus 3, 14) Deze nabijheid krijgt bij Christus vorm in het Woord, in de blijde Boodschap, en in zijn lijden, sterven en opstaan. Na zijn aardse verkondiging ontvangen Maria, de apostelen en volgelingen de Geest. De Aanwezigheid wordt een In-wezigheid. God laat ons niet in de steek, Hij blijft bij ons, in ons. De Geest is de bekrachtiging en bestendiging van het Woord, dat de Heer is.

Vreugde en genade

Johannes de Doper deelt met zijn toehoorders een vrij zware boodschap. Dat betekent niet dat volgelingen van Jezus zwaargeestig, moraliserend en pompeus horen te zijn. Wel integendeel. 

De vrucht van bekering tot God is intense vreugde. We mogen ons terecht verheugen en blij zijn om de nabijheid van de Heer doorheen ons leven. (Sefanja 3, 14 en Jesaja 12, 5-6 en Filippenzen 4, 4) Sterker nog: we mogen delen in zijn vreugde en in zijn liefde. (Sefanja 3, 14-17 en Jesaja 12, 3) We worden uitgenodigd om die vreugde in ons hart en in onze gedachten te dragen. (Filippenzen 4, 7) God kent ons, Hij peilt ons hart. Hij weet hoe kwetsbaar we zijn, en hoezeer we hunkeren naar zijn nabijheid en liefde.

Economie

De heilseconomie van God (een begrip dat Edward Schillebeeckx centraal stelde) is een wederzijdse dynamiek van geven en ontvangen. Ze bestaat uit Liefde en dankbaarheid. De Heer verheugt zich in ons geloof en onze goedheid, en wij verheugen ons in zijn genade en nabijheid. Vreugde is een uiting van dankbaarheid, een dus een bevestiging van de Liefde.

Met deze dynamiek in gedachten wordt duidelijk hoe angst een bijzonder slechte en onstabiele voedingsbodem vormt voor een geloofsrelatie met God. Ontzag hebben voor de Heer is elementair. Angst daarentegen is geen constructieve grondhouding. Het doet ons immers verstarren, het beklemt ons en staat ons niet toe om werkelijk ontvankelijk te zijn voor Gods genade. Toch was angst heel lang in de geloofsleer verweven, helaas.

Gaudete

Dankbare vreugde is het vertrekpunt om Jezus onder ons te ontvangen. Het uit zich in tevredenheid, in vrede hebben met ons breekbare bestaan, met ons zijn. Zo leren we onze eigen gebreken kennen, en kunnen we constructief aan de slag gaan met onze gaven.

Gaudetezondag, de derde adventszondag, is een eerste moment van opgewektheid op weg naar het Geboortefeest, een noodzakelijke halte op weg naar een nieuw begin, om ons hart en onze geest klaar te maken voor zijn komst.

09 juni 2023

De tragiek van kleinzerige verontwaardiging (10-11 juni 2023)

Angst is een belangrijke drijfveer in ons bestaan. Het is een beschermingsmechanisme dat onze overlevingskansen vergroot. Toch is de angst op zich een slechte raadgever. Angst is redeloos: ze schakelt het verstand uit. Het is pure emotie. De Schriftgeleerden zien in Jezus een bedreiging van hun geprivilegieerde positie. Het evangelie van deze zondag lijkt een makkelijk cliché, maar het gaat over diepgewortelde, menselijke mechanismen. We zijn vatbaarder voor farizeïsme dan we soms spontaan denken. Daarom is Jezus’ boodschap soms even slikken. Jezus volgen, is dan ook kiezen voor het contrast, niet voor het gemak. Gelukkig blijft Jezus’ roepstem klinken: ‘Volg Mij.’

Contrast

Edward Schillebeeckx (1914-2009, dominicaan en theoloog) spreekt over een ‘negatieve contrastervaring’, een basisbeleving die elke mens kan ervaren. “Een veto dat de mens ervaart tegen de wereld zoals die is.” Een ervaring, een gewaarwording in de werkelijkheid wordt spontaan ervaren als ‘niet in orde’, als ‘grondig verkeerd’. Het is een afwijzing van de bestaande werkelijkheid van dat moment, van hoe de wereld op dat ogenblik feitelijk wordt ervaren.

Appèl

De verontwaardiging is op het ethisch kompas geijkt. Dat bevestigt ook Roger Burggraeve (°1942, salesiaan en ethicus), die in de lijn van Emmanuel Levinas (1906-1995, filosoof) de parabal van de barmhartige Samaritaan analyseert. De verontwaardiging ontstaat uit een inbreuk op het ideaal van de goedheid. Er wordt iemand kwaad gedaan, terwijl men de ander steeds menswaardig en met naastenliefde hoort te behandelen. De Samaritaan ziet de gewonde man liggen, en de combinatie van zijn idealen en zijn verontwaardiging om de schending ervan in deze concrete situatie zetten hem aan tot actie. Het gelaat van de ander is een appèl op onze verantwoordelijkheid, aldus Levinas.

De priester en de leviet hebben angst om onrein te worden, dat is een hoger ideaal in hun ogen. Daar komen we bij het ethische dilemma: het afwegen van idealen, wat we in de realiteit vaak doen, soms wel overwogen, maar vaak zonder er lang bij stil te staan.

Karrikaturen

In onze tijden hoor je het begrip ‘woke’ vaak klinken. Laat ons, zonder inhoudelijk een standpunt in te willen nemen, van buitenaf het debat beschouwen. Het woord heeft op zich geen betekenis meer, omdat het allang uit de oorspronkelijke context is weggerukt. Weinig mensen noemen zichzelf ‘woke’ zoals de term algemeen wordt gehanteerd. Het is een scheldwoord voor alles wat als te vooruitstrevend of te tolerant wordt ervaren. Dit fenomeen van demonisering maakt deel uit van een herkenbare strategie. De ander wordt in een slecht daglicht gesteld, in een hokje geplaatst, bespot, en bepaalde eigenschappen worden disproportioneel uitvergroot. De karikatuur is onrealistisch, maar wordt wel voor waar aangenomen door de verwijtende partij en door toehoorders. De discussie verloopt volledig naast de kwestie. En dat is jammer.

Wanneer Jezus op de proef wordt gesteld door de Schriftgeleerden en farizeeën, dan trachten ze Hem klem te rijden in zijn eigen redenering. Ze herleiden Jezus tot een karrikatuur. Jezus overstijgt dat niveau uiteraard, maar Hij ergert zich wel aan het feit dat de mensen door de vooraanstaanden van hun eigen godsdienst worden bedrogen. Er wordt een loopje genomen met de diepste identiteit van de godsdienst: geloofwaardigheid. Achter de welsprekendheid en de geëtaleerde goedheid, schuilt immers een ongezouten egocentrisme bij de Schriftgeleerden. Van daaruit vertrekt hun verbolgenheid, hun verontwaardiging. Zou God niet centraal moeten staan? Een geloof dat zijn geloofwaardigheid verliest, staat helaas wankel en heeft weinig verweer.

Narcisme

Verontwaarding kan dus  narcistisch gefundeerd zijn. Dit is geen typisch hedendaags fenomeen, maar is van alle tijden. Het uit zich in afkeer voor alles wat ‘anders’ is. Daarbij worden de idealen van identiteit en zelfbehoud overgewaardeerd, ten koste van de naastenliefde. De balans is niet in evenwicht door een gemaskeerde kwetsbaarheid. Aan de grondslag ligt vaak ‘metathesiofobie’: de angst en weerstand voor verandering. Men is bang voor het verlies van gewoonten, tradities en vanzelfsprekendheden. Voor het gemak van ‘verworven rechten’. De maskering uit zich in een normatieve fetisj: een excessieve controledrang waarvoor men bij gelijkgestemden bevestiging zoekt.

Angst en woede

Op die manier wordt de persoonlijke visie geclaimd als enige feitelijke oplossing voor een ontspoorde realiteit. Wat niet overeenstemt met dat beeld van de realiteit, wordt bestempeld als ‘fake’, als onwaar. Diep verborgen in de verontwaardiging schuilt een diepgewortelde angst om er niet meer bij te horen in die gewijzigde realiteit. Hoe kwetsbaarder men zich voelt, des te luider klinkt de woede. De paradox wil dat men juist in deze tegenstand al een feitelijke exclusie uit de realiteit ervaart. Men heeft zichzelf al buitenspel gezet. De spanning neemt toe en uit zich in negativiteit, in agressie, in fatalisme, in complotdenken…

In onze tijden van voortdurende verandering, groeit de angst dat men de controle volledig is verloren over de samenleving en de orde daarbinnen. Vrijheid leidt tot verbrokkeling: de grote verhalen liggen achter ons. Niet iedereen kan goed om met een keuzevrijheid die allesbepalend is. Daarenboven vergeet men soms dat vrijheid losgetrokken van verantwoordelijkheid een gecorrumpeerde vrijheid is, die ten koste van anderen gaat. Dit risico is overal aanwezig, niet enkel bij mensen die aanleg hebben tot narcisme.

Waarom deze uiteenzetting? Omdat Jezus mensen ontmoet die zich narcistisch gedragen: de morrende farizeeën, die hem hoofdschuddend terechtwijzen en in zijn uitspraken en gedragingen een bedreiging zien. De woede neemt zo’n proporties aan dat men Jezus wil ombrengen. Dat zal uiteindelijk ook gebeuren. Angst doet vreemde dingen met mensen. Jezus staat buiten de angst, maar wij zijn allemaal vatbaar voor dit fenomeen.

Geen chocolaatje

Jezus doet ook geen enkele poging om de Schriftgeleerden en Farizeeën welwillend te zijn. Waarom zou Hij? Ze verwijten Hem dat Hij aan tafel gaat met tollenaars en zondaars. Je hoort ze bijna morren: “Bekijk dat toch eens! Wat een schande!” Jezus’ antwoord is niet alleen voor de wijze heren even slikken, maar ook voor ons: “Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.” (Matteüs 9, 13b) En waarom zegt Jezus dat zo stellig? Hij bouwt verder op zijn vorige uitspraak: “Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel.” (Matteüs 9, 12b) Die kunnen ze in hun zak steken. Maar wij ook.

Verwacht niet dat je beloond of geëerd wordt omdat je het goede doet. Dat hoort immers zo. Echter: wie zich tot het goede keert en het kwaad achter zich laat, dié krijgt de aandacht. We voelen misschien jaloersheid opwellen, geheel ten onrechte. Want wat schuilt er achter deze redenering? We horen respect te hebben voor onszelf. We hoeven ons bijgevolg niet te gedragen als kinderen die een chocolaatje verdiend hebben omdat ze flink zijn geweest. Mogen we fier zijn wanneer we anderen inspireren? Jazeker. Maar laten we dan fier zijn op die ander die zich geïnspireerd weet. We hoeven onszelf geen voetstuk aan te meten. Als je daar van af valt, kan je immers hard terecht komen. En de eer? Die komt uiteindelijk aan God toe.

Barmhartigheid: dat wil God, geen uiterlijk vertoon, geen offers of groteske gebaren. (Hosea 6, 6a) “Liefde voor God is meer waard dan welk offer ook.” (Hosea 6, 6b) Laten we daar werk van maken!