Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Bouwsteen (22-23 augustus 2026).
Posts tonen met het label prioriteiten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prioriteiten. Alle posts tonen

02 februari 2026

Het licht belemmeren (7-8 februari 2026)

We zijn door veel comfort omringd. Wanneer het donker wordt, dan volstaat een simpele druk op een schakelaar om de kamer te vullen met licht. Vroeger was dat anders. Een kaars of olielamp bracht licht, maar dat was niet te vergelijken met onze LED-spots. Men moest een goede plek kiezen voor de lichtbron, anders was de ruimte amper verlicht. Dat beeld gebruikt Jezus. Waar zet je je lamp als het over Gods Licht gaat?

Een lamp aansteken om haar vervolgens te verbergen, dat is onverstandig. Dan blijft het donker gewoon donker omdat het licht niet de kans krijgt om het te verhelderen. (Matteüs 5, 15) Toch doen we deze beeldspraak vaak meer eer aan dan het gezond verstand zou wensen. Voor zover er eer te vinden is in het verbergen van licht uiteraard…

Opsluiten

Wij, mensen, zorgen soms voor schaduw die het Licht van het geloof belemmert, net zoals de korenmaat een schaduw kan werpen die het Licht verbergt. Het hanteren en opleggen van allerlei regels en gewoonten, door mensen gemaakt, kan het Licht doven in ons Gods Woord. Onze godsdienstige gestrengheid naar anderen toe kan het Licht overschaduwen. We eigenen ons dan evidenties toe die het Licht in de weg staan. 

Eigenlijk gaan we dan zelf voor God en voor het Licht staan, zonder zelfs te beseffen dat we het donker erdoor vergroten. We overschaduwen het Licht vanuit overdreven zelfliefde of machtszucht. Meestal gebeurt dit niet eens goed doordacht. En als het al doordacht is, dan vertrekt het vaak uit goede bedoelingen, maar met de verkeerde prioriteiten voor ogen. 

Eigen schaduw

Ook met woorden en daden die de blijde Boodschap pijn doen, verdeemsteren wij het Licht. Wanneer we anderen kwetsen, dan kwetsen we God. Wanneer we als geloofsgemeenschap wegkijken van leed en onrecht, dan richten we onze blik naar de duisternis. Het misbruik in de Kerk is daarvan een pijnlijk voorbeeld. Het had nooit mogen gebeuren, en het verbergen ervan al evenmin, of het nu uit plaatsvervangende schaamte gebeurde of uit strategische overwegingen.

We zijn mensen en hebben de keuze om te handelen naar ons geweten, of juist niet. Antwoorden zijn in ons brein niet altijd even helder. Het is waar: de juiste keuze maken is niet altijd eenvoudig. Het is soms afwegen zonder alle feiten in handen te hebben. We hebben onze beperkingen. Dat is logisch: we zijn immers God niet. Toch wanen mensen zich soms willens nillens  'plaatsvervangend Onze-Lieve-Heer' en wordt een mening opgelegd, diep vanbinnen goed wetend dat ze niet juist is, dat ze niet op het goede is gebouwd en kwaad zal berokkenen.

Om al die redenen spreekt Jezus ons hierop aan. En het zal niet bij iedereen in goede aarde vallen. Toen niet, en ook nu niet. We hebben vaak de neiging om de fouten bij een ander te zoeken en ons eigen aandeel te minimaliseren of zelfs te ontkennen. Mensen kunnen vreemde, koppige kronkels maken wanneer hun eer op het spel staat. Maar wat dan eigenlijk op het spel staat, is het Licht. Het Licht van de Heer stralen wij uit in wat we zeggen en doen, of juist niet. (Matteüs 5, 14)

Bevrijden

Jezus dringt erop aan om het Licht vrijelijk te laten schijnen en dat Licht te delen door er zelf deel van uit te maken. (Matteüs 5, 16a) Meteen daarna waarschuwt Hij ons ‘dat ons de maat genomen zal worden met de maat waarmee wij anderen meten’. Waarom staan deze beeldspraken vlak bij elkaar? 

Welnu, wanneer wij streng oordelen over anderen, dan mogen we diezelfde strengheid verwachten van God. Eerlijk is eerlijk. Wie uitblinkt in strengheid, kan dus maar beter uiterst nederig en oprecht en foutloos geloven. Eigenlijk is de uitspraak een waarschuwing en een geruststelling tegelijk. Gelukkig maar. 

Beleven

Wie mild is voor de ander, zal Gods mildheid ook ontmoeten. Wie vrijgevig is en zich bekommert over de ander, zal gulheid en genade ontvangen van God. Gods Boodschap is niet gemaakt om door de mens als wapen gebruikt te worden. Dan wordt het Licht gedoofd. Het Woord dient niet om te veroordelen maar juist om uit te nodigen. Dat past niet altijd in ons eigen plan.

Die uitnodiging bestaat uit heel concrete daden, zoals daar zijn: dienstbare bewondering en hartelijke liefde voor God onze Heer, grenzeloze naastenliefde die inspireert, en mee bouwen aan de vrede en gerechtigheid van Gods Rijk. Waaraan is een christen herkenbaar? Welnu, Jezus is heel duidelijk: aan zijn of haar goede daden. (Matteüs 5, 16bc) Een christen is een Licht voor de wereld, in de wereld. Dat is Gods plan.

Ik aarzel hier even. Dit beeld mogen we absoluut niet herleiden tot ethiek. Christen zijn is zoveel meer dan 'het goede doen'. Juist handelen maakt er zeker deel van uit, maar een Licht zijn voor de anderen gaat veel dieper. Het is je tot in je spirituele diepte helemaal laten raken door het Licht van God. Geloven, dat doe je tot in je vezels. Het mag nooit louter uiterlijk vertoon zijn. De juiste ingesteldheid en goede intenties leveren meer kansen op goede daden, dat is duidelijk. Maar het begint uiteraard bij die grondhouding. Daarmee zullen we in de naderende Veertigdagentijd opnieuw geconfronteerd worden. (Matteüs 6, 1-6) 

Koesteren

Laten wij daarom het Licht dankbaar koesteren, dat ons van Godswege wordt geschonken, zonder het te belemmeren. Laten we als christenen verlichtend samen zijn en elkaar bemoedigen, en verlichtend in de wereld staan. Dan brengen wij God aanwezig: wanneer we in het Licht wonen en dat Licht kwistig delen met de mensen rondom ons.

Laten wij ons ten diepste verlichten door God en belichamen we dat Licht vervolgens zelf voor andere mensen. Mogen wij enthousiaste verkondigers zijn van het Licht!

29 juli 2025

Dwaasheden over God en rijkdom (2-3 augustus 2025)

Een man wil eindelijk het erfdeel ontvangen dat zijn broer voor hem achterhoudt. Ten einde raad vraagt hij hulp aan Jezus. Hij predikt rechtvaardigheid, dus misschien kan Hij uitsluitsel geven. De man krijgt geen financieel advies, maar wordt spiritueel de oren gewassen door Jezus. Bezit zal Hem niet dichter bij God brengen.

Mensen hebben in grotere of kleinere mate zowat allemaal de drang om iets te bereiken, om iets te betekenen in het leven. In een samenleving waarin geld een cruciale rol speelt, wordt die betekenis niet zelden financieel ingevuld. Welvarend en succesvol beschouwt men als synoniemen. Het zijn begrippen die hoog aangeschreven staan. Uiteraard kunnen we ons de vraag stellen of we daarvan ons levensdoel zouden moeten maken. Stellen we dan de juiste prioriteiten, gebaseerd op goede, opbouwende en zinvolle idealen?

Prediker

In de eerste lezing van deze zondag worden we met de neus op de feiten van het leven gedrukt. Wat we ons ook in het hoofd halen van grote gedachten en indrukwekkende projecten: de vruchten worden uiteindelijk aan een ander doorgegeven. Als het er op aankomt, zijn al onze grootse dromen slechts lucht en leegte. (Prediker 1, 2) Eens haal je voor het laatst adem hier op aarde en ligt alles wat je hebt opgebouwd in andermans handen. Heeft het dan zin om te zwoegen, alles nauwgezet bij te houden en na te tellen wat je hebt verworven? Wat levert het op om er je nachtrust voor te laten? (Prediker 2, 21-23) Een terechte bedenking.

Prediker pleit niet voor plat fatalisme en goedkoop hedonisme. Wel klinkt er een pleidooi om je leven zinvol in te richten, en niet op te bouwen louter rond rijkdom en ego en macht. Want dat zijn holle idealen. 

Geld van God

Er zijn tegenwoordig verkondigers van het welvaartsevangelie’. Dat is een heel merkwaardige beleving van het evangelie, vertrekkend vanuit de 'American dream' gecombineerd met een heel eenzijdige en selectieve lezing van de Schrift.

Men vertrekt vanuit ambitie en persoonlijke groei en komt uit bij slogans als: ‘Met God is alles mogelijk.’ Aangezien je krijgt van God wanneer je biddend vraagt, kan je met God alles bereiken wat je maar wil. God maakt je rijk en succesvol. Kleine en grote mirakels zijn in die uiterst tastbare beleving nooit ver weg. En wie niet beloond wordt, die gelooft kennelijk nog niet voldoende. Die moet nog meer in zichzelf of in God geloven. Er gaat veel geld om in dergelijke kerkgemeenschappen. 

Motiverende taal, eenvoudige denk- en leefschema's en een God die de ware gelovigen in harde valuta beloont: er bestaat zeker een publiek voor. Toch is er geen evidente fusie mogelijk tussen monetarisme en theologie. Van op een afstandje beschouwd, voelt het allemaal heel commercieel en fake aan. Hoe staat Jezus eigenlijk tegenover geld en bezit?

Investeren
De gedachte dat je investeert in je leven, dat je je doelen vooropstelt, is hoegenaamd niet dwaas. Een leven zonder doelen is even leeg als bij het nastreven van oppervlakkige dromen. Je hebt als mens een reden nodig om uit je bed te stappen, om de dag door te komen en 's avonds weer tot rust te komen. Het is dus zeker de moeite waard om aan de slag te gaan en iets te maken van de dag. 

Je drijfveren zijn belangrijk in het leven. Natuurlijk is het belangrijk om in je behoeften te voorzien en geld te verdienen zodat je kan eten en een dak boven je hoofd hebt. Maar er is zoveel meer om naar te streven. De parabel van de talenten leert ons dat het belangrijk is om als mens mee te bouwen aan Gods Rijk op aarde. De parabel is hoegenaamd geen Jezuaanse beginnerscursus in succesvol investeren. (Matteüs 25, 14-30)

Wat doe je voor anderen? Wat heb je over voor je naasten, voor je omgeving, en bij uitbreiding voor de samenleving? Wat doe je voor God? Maak je voldoende tijd om je Schepper te loven en te danken? (Kolossenzen 3, 1-2) Wie enkel in zichzelf investeert, die investeert in een dwaasheid. Een mens is immers niets op zich alleen. Een christen is niets zonder God.

Muntjes

Jezus spreekt zich niet principieel uit tegen geld. Het is een maatschappelijk gegeven. Zo prijst Hij de arme weduwe die twee muntjes in de offerkist van de tempel steekt. Zij schenkt van haar armoede. Die opoffering zegt veel over haar geloof in God. (Lucas 21, 1-4) Wanneer de inners van de tempelbelasting aan Petrus vragen of zijn Meester al heeft bijgedragen, dan antwoordt die meteen van wel. (Matteüs 17, 24-25)

Anderzijds wijst Jezus de rijke jongeman die bereid is om Jezus te volgen erop dat hij afstand moet doen van zijn rijkdom en bezittingen. (Matteüs 19, 16-22) Zijn bezorgdheid om zijn bezit zal hem immers in de weg staan om Gods Rijk te verwerven. De jongeman zal steeds halvelings bezig zijn met het behoud van zijn rijkdom. Het zal hem afleiden van de essentie: God. Daarna oppert Jezus tot tweemaal toe tegen zijn leerlingen dat het veel moeilijker is voor een rijke om het Rijk Gods binnen te gaan. (Matteüs 19, 23-24) De leerlingen schrikken daarvan. 

Hebben en houden

Jezus drukt zich scherp uit: een mens moet heel zijn hebben en houden kunnen loslaten voor God. (Matteüs 19, 29-30) Het gaat niet zozeer over het hebben, maar over het vastklampen. Dat verstoort het engagement met God. Het is God of de mammon. (Matteüs 6, 24 en Lucas 16, 9-13) Bezit vervormt ons denken en ons engagement. Onze prioriteiten verschuiven naarmate we meer economisch en minder spiritueel denken.

We kennen van Jezus slechts één volwaardige woede-uitbarsting die bij drie evangelisten beschreven wordt, en die gaat wel degelijk over geld. We botsen dus op een belangrijk thema. Wanneer Jezus de handeldrijvende geldwisselaars en verkopers aantreft op het tempelplein, jaagt Hij ze kwaad weg. De tempel moet een plaats van gebed zijn en geen rovershol. (Johannes 2, 14-20) We merken eigenlijk dezelfde denkoefening: wanneer geld in de weg staat voor het gebed tot God, de naastenliefde en het leven volgens de geboden, dan moet het weg. God gaat voor alles. De allerbelangrijkste rijkdom in je leven is spiritueel. (Kolossenzen 3, 1)

Wanneer er dus een man bij Jezus komt met een vraag over een erfdeel, antwoordt Hij kordaat: Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht. Want ook al heeft een mens nog zoveel, zijn leven bezit hij niet.’ (Lucas 12, 13-15) Klaar en duidelijk, toch?

In onze Kerk is geld een moeilijk thema. Mag er dan geen koper en goud blinken in een kerkgebouw om God te eren? Jezus verfoeit de ornamenten in de tempel niet, Hij klaagt wel het gesjacher en winstbejag aan. Ook in ons leven kunnen we niet om geld heen. Iedereen wil wat zekerheid. De vraag is wellicht hoeveel belang je eraan hecht en wat je tegenover dat bezit plaatst aan spirituele en sociale engagementen.

14 juli 2025

De ijdele bewondering van een volmaakte vernislaag (19-20 juli 2025)

Er wordt wel eens beweerd dat onze beschaving niets meer is dan een laagje vernis om het slechte van de mens te bedekken. Dat wordt terecht in vraag gesteld in onze tijden. Mensen zijn zoveel meer dan slechts-gedeeltelijk-getemde barbaren. Wel ben ik er van overtuigd dat onze beschaving een laagje vernis is, maar dan eerder om de holle bestaansleegte en onze ondraaglijke nietigheid te verbergen. Velen onder ons hebben zich de gewoonte toegeëigend om aan alles een amusementswaarde te geven, overigens vergezeld van prijskaartjes. Onze samenleving investeert veel tijd en moeite in het genieten van verstrooiingen die de realiteit moeten verbergen. Alles moet verfraaid worden: avenues, dorpspleinen, huizen, zelfs mensen. 

Een zwaar thema voor deze zomerse dagen: dat kan en mag je hier terecht bij opmerken. De zomer is echter een goed moment om eens rustig achterom te kijken, om alles van op een afstandje te overschouwen en erover te filosoferen. Sta me toe samen met jou enkele kanttekeningen door te nemen. Daar gaan we dan...

Hebben en houden

Materialisme blijkt een doeltreffende afleiding weg van de dieptedimensie van de werkelijkheid. Het verlangen geeft ons een doel, het kopen bevredigt meteen onze grijpreflex en de wegwerpcultuur bevordert het zoeken naar nieuwe, plaatsvervangende koopdoelen. Hebben en houden moeten maskeren dat een mens amper vat heeft op het leven en nog minder op de dood. 

De tragiek is weliswaar niet ver te zoeken: wat je ook vergaart om je heen, je neemt het niet mee naar de eeuwigheid. Werkelijk alles laat je hier op aarde achter. En achterlaten moet je ooit. Zelfs indien opgekalefaterd door correcties, fillers of botox: de tijd liegt nooit. Niemand wordt ooit jonger. De tijd tikt vooruit. Rijke boer of arme proleet: voor iedereen is de dood een even zuur afscheid van ons aardse bestaan.

Bovenal leuk

Ook amusement moet onze aandacht wegnemen van de tragiek van het leven en de zoektocht naar zin. Neil Postman heeft gelijk: we amuseren ons kapot. Als het maar leuk is. Trivialiteit en oppervlakkigheid ontsieren de maatschappelijke kijk op de wereld. Er is weinig ruimte voor sensatievrije duiding en reflectie. We verzanden vaak in discussies met één argument voor, één tegen en een conclusie. Dat gaat dan voor neutraal door, een houding die eigenlijk gewoon niet bestaat.

In nieuwberichtgeving moet alles kort en vlot consumeerbaar zijn, bij voorkeur zelfs met voldoende verstrooiingswaarde. Tijdens verkiezingen worden mensen naar een app doorverwezen die hun keuze maakt voor in het stemhokje. Schaamteloze, amper verdoken leugens vervuilen het politieke forum en versnipperen waarheid tot bijzaak en het vertrouwen tot futiliteit. Intussen voedt de economie het egoïsme en egocentrisme, met het succes van de allerrijksten als fragwürtige inspiratiebron. Laten we ook even stilstaan bij de gedachte dat al deze gegevenheden vooral de extremen voeden en bijdragen aan de polarisatie. Bij dat debat geven de verantwoordelijken overigens niet thuis. 

De wereld lijkt soms op een stuurloze pretboot. Alles moet zo leuk mogelijk zijn en er moet het ego zo weinig mogelijk in de weg gelegd worden. Maar wie houdt de zandbanken en klippen in de gaten? Er is wat mij betreft nood aan degelijkheid en gezond verstand.

Kritische stem

In een goed opgeleide samenleving zouden we onszelf wat meer in vraag mogen stellen en niet halsoverkop achter iedere hype aan lopen. Als christenen mogen we daarin zeker een kritische stem zijn, zonder daarbij hooghartig of verwaand te worden uiteraard. De tijd kan ons immers ook begeesteren in ons geloofsdenken en ons dichter bij de essentie brengen. Laten we dat niet vergeten. 

Oude vernislagen zijn verdwenen en het is bon ton om er schamper op terug te kijken, maar intussen zijn ze vlotjes vervangen door nieuwe. Daar wordt de aandacht veel te weinig op gevestigd. Mensen klampen zich aan andere (soms vermeende) wijsheden vast, maar dat zijn niet noodzakelijk betere. Dat inzicht krijgt weinig aandacht: het valt immers niet goed bij de commercie die het amusement financiert, van klassieke massamedia, over internet tot sociale media. 

Er zijn andere waarden die de aandacht verdienen in onze samenleving: opbouwende, spiritueel gedragen waarden die mensen appelleren op hun kansen, hun talenten en mogelijkheden. Deze waarden kunnen breed-existentieel zijn, maar zeker ook christelijk. En daarmee komen we bij het evangelie van deze zondag. Toegegeven, het is een lange omweg, maar contact leggen tussen ons geloof en de realiteit is zelden een zinloze wandeling. 

Witgekalkt

Mensen leven volgens patronen die het leven structuur en motivatie geven. We doen wat we doen omdat we denken dat het zo hoort en omdat we erom bedankt en bevestigd worden. Bovendien krijgt het leven daarmee een nuttige of zelfs zinvolle invulling. Het ego is echter nooit ver weg. Denk maar aan de farizeeën en Schriftgeleerden. Zij hebben het druk om alle aandacht en vleierij galant te aanvaarden. Jezus heeft het absoluut niet op uiterlijkheden en steekt dat nooit onder stoelen of banken. Iedere gelegenheid grijpt Hij aan om ons te waarschuwen voor lege oppervlakkigheid. Wanneer mensen enkel aandacht hebben voor een prachtig ogende vernislaag, dan miskennen ze een groot deel van hun bestaanspotentieel. Er is zoveel meer.

Witgekalkte graven, zo noemt Hij de farizeeën. Een duidelijke parallel met ons vernislaagje. (Matteüs 23, 27-32) De vorm wint het op de inhoud: doorleefde kennis en diep inzicht worden bijkomstig. (Lucas 11, 52) Hun spirituele blindheid is een bron van ergernis en kritiek bij Jezus. Meer dan anderen zouden zij een toegangspoort tot spiritualiteit moeten zijn in plaats van handhavers van allerlei zelf ontwikkelde regels en wetten. Onze kritische christelijke stem wordt doorheen de evangelies gevoed. Een vijftigtal uitspraken over farizeeën, sadduceeën en Schriftgeleerden mogen ons inspireren. (Matteüs 3, 9 en 5, 20 en 9, 11-14 en 15, 14 en 23, 2-30 bijvoorbeeld, en Lucas 18, 9-14)

Marta

Dan komen we bij Marta. Ze is in het evangelie bijzonder druk bezig en loopt zich werkelijk de voeten van onder het lijf om iedereen van hapjes en van drank te voorzien. Dat wordt immers verwacht van een gastvrouw: dat ze goed voor de gasten zorgt en hun werkelijk alles geeft wat ze nodig hebben. Het liefst zelfs in overvloed, zodat men de gastvrouw kan prijzen om haar gastvrijheid. Marta is het toonbeeld van dienstbaarheid, maar ze is eigenlijk bezig met triviale zaken. Ze zit vast in een holle plichtsmoraal. (Lucas 10, 39,-40a)

Doet Marta iets verkeerd dan? Nee, helemaal niet. Dat zegt Jezus ook niet. Natuurlijk is het aangenaam om iets te eten en te drinken te krijgen wanneer je bij iemand op bezoek bent. De vraag is alleen: is dat de essentie? Is dat het allerbelangrijkste? (Lucas 10, 41) Ze maakt een keuze, en ze kiest voor het minste deel. Daar is op zich niets mis mee. Maar ze kon ook, net als Maria, naar Jezus' woorden luisteren en de boel heel even de boel laten. (Lucas 10, 42)

Tijd en ruimte

Een glas wijn of een versnapering weegt niet op tegen het Woord van God. Daar gaat het over in deze passage. Maria heeft het beste deel gekozen: ze heeft gekozen om alles even opzij te leggen en te luisteren naar de Heer. Dat zouden we allemaal moeten doen: ruimte laten voor het Woord en ons laten inspireren door de Goddelijk wijsheid die erin vervat is. Dat zal onze blik telkens weer verhelderen wanneer we daarna rondom ons kijken. 

Jezus heeft het niet over de krekel en de mier. De mier die werkte tot hij versleten was en de krekel de genoot van het leven, profiterend van de mier. Dat kan niet de bedoeling zijn. Nee, het is een kwestie van een eerlijke verdeling van ora et labora voor iedereen. Daar mag uiteraard amusement en plezier aan toegevoegd worden, maar niet zomaar als vervangmiddel. Marta mag ook even gaan zitten om naar Jezus te luisteren. Net als wij. 

Maken wij voldoende tijd en ruimte voor God? En laten wij ons leven vitaliseren door Gods wijsheid? Hoe kunnen onze naasten inspireren om ook meer aandacht te hebben voor de diepgang van ons bestaan?

08 juli 2022

De Samaritaan en de naastenliefde: zoveel meer dan een clichébeeld (9-10 juli 2022)

“Wie is mijn naaste?”, vraagt een wetgeleerde aan Jezus. De man wil Hem op de proef stellen. Zoals vaker in vileine confrontaties met Jezus, loopt het voor de wetgeleerde op een pijnlijke sisser af. 

Jezus vertelt hem namelijk een verhaal waarin een gewonde man voor dood achtergelaten is door rovers. Een priester komt voorbij, maar beent in een grote cirkel om de man heen en maakt zich uit de voeten. Een leviet doet precies hetzelfde. Deze twee mannen met aanzien zijn een teleurstelling in dit verhaal.

Onrein

Een Samaritaan, een man die als niet volwaardig joods wordt beschouwd, houdt wel halt, verbindt zijn wonden, brengt de zieke naar een herberg en zorgt voor hem. “Wie is er een naaste voor de arme man geweest?” (Lucas 10, 36) De wetgeleerde weet dat hij moet antwoorden: “De Samaritaan.”, maar hij is waarschijnlijk bang dat hij zich zal verslikken in de woorden. De wetgeleerde maakt een omwegje, zoals de priester en leviet in het verhaal. “De man die medelijden heeft getoond.”, antwoordt hij. (Lucas 10, 37a) Jezus apprecieert de omweg niet en antwoordt meteen op de aanvankelijke vraag: “Wil je een naaste zijn? Doe dan zoals de Samaritaan.” (Lucas 10, 37b) Wat de Samaritaan is voor de wetgeleerde, dat is de in elkaar geslagen vreemde voor de priester en de leviet.

Zelf heb ik de priester en de leviet nooit begrepen. Waarom zouden ze de man mijden? Gewoon omdat hij onrein is? Voelen ze zich te goed om hem te verzorgen? Willen ze hun handen niet vuil maken? Je zou hun omweg zo kunnen begrijpen. Het is ook vaak zo geïnterpreteerd. Er is echter meer aan de hand. Het verhaal speelt zich af in een tijd zonder echte geneeskunde. Ziekte kan altijd fataal aflopen. Voornamelijk daarom is de joodse reinheidscultus ontwikkeld. Wanneer je weg blijft van bepaalde mogelijks gevaarlijke zaken, verhoog je je overlevingskansen. De man ligt halfdood langs de weg. Heeft hij een besmettelijke ziekte opgelopen en bezwijkt hij daaraan? Is hij verzwakt en daardoor besmettelijk geworden? Langs het woord “smet” zit deze logica in onze taal verweven: een vuile vlek is iets wat niet rein is.

Corona

Corona heeft iets verandert in mijn begrip van dit verhaal. Een mysterieuze ziekte heeft onze samenleving volledig halt toegeroepen. Zonder lockdown had de ziekte tienduizenden, misschien zelfs honderdduizenden mensenlevens gekost. We hebben een tijd lang in de onzekerheid gedeeld die heel normaal is in Jezus’ tijd, zonder antivirale medicatie en antibiotica. De priester en de leviet zijn niet zozeer hooghartig, ze zijn vooral doodsbang. Stel dat ze een ziekte oplopen en die verspreiden.

De Samaritaan staat anders in het leven. Hij weet wat het is om een verschoppeling te zijn, om aan de rand van de samenleving te staan. Er wordt op de Samaritanen neergekeken, ze zijn geen volbloed-joden. De Samaritaan deelt vast in dezelfde angst als de priester en de leviet, maar zijn gevoel voor naastenliefde weegt zwaarder door, wellicht omdat hij meer dan voldoende ervaringen heeft meegemaakt waar het aan naastenliefde ontbrak. Hij wil niet dat die man zo behandeld wordt. Deze man heeft al genoeg doorgemaakt.

Denkt de wetgeleerde spontaan bevooroordeeld bij zichzelf: “Die rovers waren vast weer Samaritanen”? Het kan. Er bestaat een diepgewortelde angst voor wat ons vreemd is, toen en ook nu. Die angst rationaliseert vaak in categorieën en groepen, helaas. Ook nu zijn onze naasten niet enkel de mensen die wij kennen en leuk vinden. Vooral en bovenal zijn onze naasten de vele hulpbehoevenden die we niet kennen. Zoals de man die langs de weg ligt. Zoals de Samaritaan die zich wel over de man ontfermt. Laten ook wij naasten zijn in de ware betekenis van het woord.

Afstraling

De verhaal van de Samaritaan is niet zozeer verhaal over twee hooghartige priesterlijke figuren en een gewone man die wel barmhartig is. Het verhaal gaat over de juiste prioriteiten stellen. Naastenliefde krijgt volgens Jezus altijd en onvoorwaardelijk de hoogste prioriteit. Zoals jezelf behandeld wil worden, zo hoor je anderen te behandelen. De zorgverleners zijn in de coronacrisis zonder enige twijfel de barmhartige Samaritanen van onze tijd geweest. Hun taak is zwaar en niet te onderschatten. Nog zwaarder werd hun taak wanneer corona in grote golven over ons allemaal heen kwam. Laten we dat niet vergeten. 

Laat hun inzet een bron van inspiratie zijn, een afstraling van Gods Liefde voor de mensen. Daarin schuilt Gods oproep tot naastenliefde: liefde voor al onze naasten.