Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- 'Het ultieme voorteken' (28 februari-1 maart 2026).

26 januari 2026

Een berg van hoop (31 januari-1 februari 2026)

We moeten sterk zijn in het leven, zo leren we al van jongs af aan. De sterksten bereiken het meest. Wie niet sterk is, wie geen doelen vooropstelt en doen en laten daarop afweegt, die komt er niet. Je kan worden wie je maar wil, je kan kopen wat je maar wil, als je maar goed gefocust bent op je doel en je niet laat afleiden door onbenulligheden. Op zwakheid wordt neergekeken. De verharding van onze samenleving heeft veel met geld te maken.

Geld

In een stabiele klassenmaatschappij, zoals wij die kenden tot in de Middeleeuwen, ben je wie je bent: je hebt adellijk bloed of je zult altijd een ondergeschikte blijven. Sinds de opkomst van de burgerij is er een nieuw streven ontstaan: als je geluk had, dan kon je maatschappelijk opklimmen en de rijken zelfs voorbijsteken. Geld is de maatstaf voor sociale vooruitgang. Geld maakt vrij in de wereld.

Politieke systemen die op economie zijn geijkt, hebben de neiging om welzijn gelijk te stellen met welvaart. Hoe rijker je bent, hoe beter je je zult voelen en hoe waardevoller je bent voor de maatschappij. Je waarde als mens stijgt naarmate je participeert in de economie. Geld is dan de graadmeter om iemand als 'voorbeeldig' te klasseren, dan wel als 'middelmatig' of 'zwak'. Of zelfs 'een blok aan het been'.

Glitter

In onze samenleving kijken we op naar mensen aan wie een leven van glitter en faam wordt toegeschreven: rijke medeburgers, zangers en zangeressen, acteurs en actrices, en allerlei andere personaliteiten. We zien ze op de televisie, van langsom meer zelfs: beroemdheden van allerlei aard. Het zijn rolmodellen, vaak goed ogend en daarom sympathiek. Het is een talent.

Ze beklimmen een berg, doorstaan een zware training, stappen door een bar landschap, zeilen over het ruime sop, bespelen elkaar psychologisch in een spel, nemen de job van 'een gewone mens' over, trachten te ontdekken welke andere beroemdheid in een vreemd pak verstopt zit, analyseren actualiteiten en maatschappelijke thema's, ontvangen praatgasten in een dure vakantiewoning, laten hun leven vertellen en uitzingen in een show, of laten hun leven filmen met veel hulp van scriptschrijvers, ze koken, grillen en bakken om ter best, ze leren mensen hun financies op orde te krijgen - aan de opsomming lijkt geen einde te komen. Amusement als troebel bindmiddel van realiteit en fictie.

Invloed

Misschien is het aanbod inderdaad wel onuitputtelijk. We kijken op naar mensen die bekend zijn en lijken dat evident te vinden. We kunnen iemand niet uitstaan die we nooit persoonlijk hebben gesproken. Het lijkt één grote sprookjesachtige familie met veel komen en gaan, opgesloten achter schermpixels, met af en toe korte momenten om hen te ontmoeten. Veel privacy is hun niet gegund: wie bekend is, die mag altijd en overal bekeken worden. Hun gezag en invloed is echter groot. 

Kinderen en tieners, onschuldig en kwetsbaar, kijken naar influencers zonder te beseffen dat ze beïnvloed worden. Wie controleert en filtert er wat zinvol is en wat niet? Ze zien reclame voordat ze begrijpen dat ze bedot worden. Veel ouders worstelen zelf met een schermneurose. Intussen worden kinderen overladen met spullen van kleine en grote helden van het scherm. Ook in gezinnen waar er eigenlijk geen geld voor is. Overdrijf ik met deze woorden? We mogen ons beslist wat meer vragen stellen bij evidenties in het dagelijkse leven.

Nooit genoeg

Is het zo verstandig om op te kijken naar wie beroemd is, of rijk? Is dat pure bewondering, of zit er in een diepere laag jaloezie in verscholen? En verraadt die jaloezie misschien een ontevredenheid over ons eigen bestaan, omdat wij zelf niet zo welstellend en invloedrijk zijn? De 'American dream' heeft ons heel lang ingefluisterd dat wij alles kunnen bereiken, alles wat we maar willen. Als we maar doorzetten. Helaas behelst die 'dream' in de praktijk vooral teleurgesteld doorspartelen. Het land van de dromen verkeert momenteel zelf in zwaar water. De droom zit gevangen achter muren en controleposten.

Een wereld die draait op geld, is een wereld van grote ongelijkheid en bijgevolg van even grote wanhoop. Het moet gezegd: een maatschappij zonder ambitie en mogelijkheden om vooruit te komen, is evenmin een vitale samenlevingsvorm. De eigenlijke vraag is of geld op ieder moment centraal moet staan, als doorslaggevend criterium. Hoeveel geld is een mensenleven waard? Wat gebeurt er wanneer een cultuur van steeds meer en beter botst op haar eigen grenzen?

Waardemeter

De wereld is op dit moment fundamenteel oneerlijk. Afhankelijk van welke plek op aarde je woont en uit welke achtergrond je afstamt, heb je mogelijkheden of juist niet. Heb je überhaupt te eten of niet. Dat onrecht gaat heel ver, en onze verontwaardiging daarrond is bijzonder selectief. 

We kijken met argusogen naar de conflicten in Gaza en Oekraïne en zijn terecht verontwaardigd, maar tegelijk hebben we amper oog voor de miljoenen mensen die op datzelfde moment honger lijden en in gevaar zijn in landen als Soedan, Nigeria, Congo, Bangladesh en Ethiopië. Volgens een recent VN-rapport (klik hier) verkeren in die vijf landen opgeteld bijna 130 miljoen mensen in acute hongersnood. Het komt af en toe even in beeld ergens achteraan in de actualiteiten. Die landen zijn economisch niet erg belangrijk en de conflicten die de honger verergeren, slepen al lang aan. Er zit te weinig nieuwswaarde in: niet relevant genoeg. De mensen zouden kunnen wegzappen. Hoe goed zijn we eigenlijk geïnformeerd in het Westen dat leeft volgens de wet van de sterkste?

Zwak mogen zijn

Het kan niet genoeg beklemtoond worden dat God zich vereenzelvigt met de zwaksten, met de mensen die benadeeld worden. Deze vereenzelviging heeft alles te maken met het gegeven dat God alle mensen als fundamenteel gelijkwaardig beschouwt. Ieder mens is immers schepsel van God. Welvaartspredikanten doen het evangelie onrecht aan wanneer ze uit de Schrift weggummen dat God in de eerste plaats aandacht heeft voor de noodlijdenden die door de samenleving in de marge worden geschoven. 

Ze voldoen voor de maatschappij niet aan de minimumcriteria: ze zijn ballast die geld kost en ze dreigen onze precaire financiële balans te verstoren. We voorzien wel spreekwoordelijke reddingstouwen waarmee deze mensen zich uit het moeras kunnen trekken, op voorwaarde dat het niet teveel kost. Die reddingsmiddelen komen steeds meer onder druk te staan. 

Gods ogen

Zo werkt het niet voor God. Wie het goed heeft, die zal daar niet voor beloond worden door de Heer. We lijken dat wel soms te verwachten. En net als de oudste broer in de parabel, reageren we verbolgen wanneer de Vader de verloren zoon alle aandacht schenkt. (Lucas 15, 11-32) En als we één van de negenennegentig schapen zouden zijn, dan zouden we dat verloren gelopen schaap om de nek van de herder vervloeken omdat het beest bevoorrecht wordt. (Lucas 15, 3-7) 

Wanneer wij 'flink ons best doen', verlangen we bevestiging van God. De jaloezie groeit, wanneer de aandacht dan blijkt te gaan naar wie er een zootje van maakt in onze ogen. Goed doen, dat is in Gods ogen simpelweg onze plicht. Dat hoeft niet beloond te worden met lauwerkransen en trompetgeschal. (Matteüs 5, 43-48) Overigens, flink zijn: dat doen niet-gelovigen en andersgelovigen toch ook? Dat is geen christelijke verdienste. En bovendien is 'flink' in onze ogen lang niet altijd hetzelfde als in Gods ogen. 'Wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen. Wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen.' (1Korintiërs 1, 27) 

Berg van hoop

In Gods ogen verdienen de zwaksten zijn aandacht. Zij hebben zijn hulp het meeste nodig, omdat ze benadeeld zijn in de wereld. Daarom wordt hun in de bergrede van Jezus nieuwe hoop van Godswege toegezegd. Wie door allerlei omstandigheden moet lijden - omdat ze hongeren of dorsten naar gerechtigheid, of treuren om een geliefde, maar ook omdat ze zachtmoedig zijn of barmhartig, goedgelovig of vredelievend - allen zullen ze door God worden beloond om wat hun is ontzegd of misdaan. (Matteüs 5, 1-12a) De bergrede mogen we beschouwen als het hooglied van de hoop. Hoe voelen wij ons hierbij? Vinden we dat God oneerlijk is of partijdig? 

Midden in onrecht en wanhoop brengt Jezus bevrijding. Vrijheid is niet hetzelfde als het openstellen van zoveel mogelijk keuzemogelijkheden. Vrijheid veruitwendigt zich in de mogelijkheid tot het maken van de meest authentieke keuze zonder daarin te worden beknot of geridiculiseerd. Die opening creëert God. De vrijheid is niet te koop, ze is genade. Geld biedt op zich geen enkele garantie tot vrijheid. Integendeel: het maakt fundamenteel onvrij. Geld is een zorg op zich. Het genereert vooral machtsverhoudingen en bovendien vijanden. Daarom hoeft geld niet zomaar verketterd te worden. Het mag vooral geen afgoderij opwekken.

Prioriteiten

Ook het opkijken naar anderen hoeft geen schande te zijn. Zolang we de waarde van onszelf als mens, als Kind van God, er niet voor opofferen, en de ander niet op een denkbeeldig verhoog plaatsen, is er op zich geen bezwaar. Anderen kunnen ons inspireren ten goede. Maar wij volstaan zoals we zijn: zonder de lege imitatie van anderen. We zijn allemaal persoonlijk beeld en gelijkenis van God en alleen daarom al zijn we waardevol in Gods ogen. (Genesis 1, 26-27) Een minderwaardigheid wordt ons hooguit aangepraat, het typeert niet onze identiteit. God zij dank! Dat vernoemde verhoog, dat komt enkel God toe. Aan Hem zijn we wel ondergeschikt. Hij is dan ook onze Schepper.

Laten we dus trachten om te kijken naar onszelf, onze naasten en de wereld zoals God het ons steeds opnieuw toont. Laten we de essentie van de bijkomstigheid onderscheiden volgens Gods prioriteiten voor zijn schepping. De bergrede schenkt ons deze vrijheid.

22 januari 2026

Het Koninkrijk is nabij! (24-25 januari 2026)

We zijn aan het begin van de gewone zondagen in het liturgisch jaar.  En nu al refereert Jezus naar de eindtijd. De evangelielezing is niet onbezonnen uitgekozen. De evangelist Matteüs heeft een theologische stamboom uitgeschreven, daarna de geboorte van Jezus en vervolgens het optreden van Johannes de Doper. Nu beschrijft Matteüs de aanvang van Jezus' verkondiging op aarde: met de aankondiging van het Koninkrijk. Waarom eigenlijk? Jezus heeft zichzelf amper voorgesteld of Hij verwijst al naar de eeuwigheid. Maakt deze Boodschap ons spontaan blij?

Goed Nieuws

Jezus kondigt goed Nieuws aan. De inhoud is daarom niet noodzakelijk verblijdend. De afzender is de Bron van alle vreugde. 'Het goede Nieuws' - of in een oudere vertaling: 'de blijde Boodschap' - is niet zomaar gekozen als begrip om Jezus' verkondiging samen te vatten. Boodschappen van de keizer worden in die tijd steevast als 'goed nieuws' beschouwd. Los van de inhoud is een bericht van de keizer altijd goed nieuws, precies omdat het van de keizer afkomstig is. Het moét wel goed nieuws zijn: de keizer voltrekt het heil van zijn volk. 

Welnu, Matteüs is duidelijk in dit Schriftfragment: de verkondiging van Gods Koninkrijk is 'goed Nieuws'. (in het Grieks: 'eu aggelion', Matteüs 4, 23c) De verkondiging kan verwonderen of zelfs beangstigen, maar het is een blijde Boodschap, omdat het deel uitmaakt van Gods heilsplan met zijn Volk en met de wereld. Niet de keizer brengt dus het ultieme heil, maar God. En God alleen. De ware inhoud van Gods Boodschap wordt door Jezus verkondigd aan alle mensen. Dat dit Nieuws van Godswege komt, bekrachtigt Jezus door zieken te genezen en wonderen te verrichten. In zichtbare en tastbare Liefde onthult Jezus het Gelaat van de Onzichtbare. (Matteüs 4, 23d)

In de duisternis

In de duisternis van Galilea - duister omdat die streek volgens het Volk van God te ver weg ligt van Jeruzalem - begint Jezus zijn verkondiging. Hij brengt er het Licht onder de mensen, zoals de profeet Jesaja al had aangekondigd. (Matteüs 4, 23ab en Jesaja 8, 23 en 9, 1) Waar kan het Licht beter stralen dan in het donker? De onwetendheid is voorbij: Jezus geeft onderricht in de streek van Kafarnaüm. Ze wonen niet langer in de periferie

God is daar aanwezig, in hun midden. Niet in een grootse tempel van stenen, niet bij een altaar of in een ark, maar gewoon onder hen komt de Zoon van God als Mens onderricht geven, zieken genezen en het heilsplan van God aankondigen. Zo dichtbij is God gekomen. Niet langs een stem zonder gezicht, niet in een teken of langs een profeet, maar uit de mond van de Heer zelf komt de Boodschap. Hij spreekt hen toe, Hij raakt de zieken aan. Het Licht is in  hun midden. Zouden ze het werkelijk beseffen?

Geen troon

Jezus is geen stichter van een politieke beweging. Hij is geen oppositieleider tegen de koning en de keizer. Al spreekt hij over een koninkrijk, het heeft niets te maken met een aardse troon of rijkelijk vertoon. Dit koninkrijk heeft geen landsgrenzen en het is van alle komende tijden. Jezus wijst vooruit: Hij neemt ons in zijn verkondiging mee naar de tijd dat de aarde geen woonplaats meer zal zijn. Dan mogen we onze hoop vervuld zien: God laat ons niet in de steek. 

Maar Jezus staat midden in de tijd en roept zijn volgelingen op om meteen al werk te maken van dat Rijk. Het begint al hier en nuDaarom kunnen ook wij allemaal meebouwen aan dit Rijk, elk op onze eigen manier met onze eigen talenten: door te bidden en te zingen, door te zorgen voor wie in nood is, door te streven naar vrede en gerechtigheid, noem maar op. We hebben geen uitvluchten.

En wie het goede doet maar in de tussentijd helaas toch onrecht wordt aangedaan, die mag blijven hopen. Al valt zij of hij uit de boot in de wereld, God zal deze mensen niet vergeten. De Heer hanteert heel andere maatstaven. Dat lezen we in het volgende hoofdstuk, wanneer Jezus op de berg aan de mensen de zaligsprekingen (of gelukkigprijzingen) declameert. (Matteüs 5, 1-16)

Belofte

De Boodschap van Jezus is geen gezellig nieuwsbericht. Wel is het een Boodschap die ons hoopvol mag stemmen en tegelijk wil aanzetten tot concrete actie, vandaag. We hoeven niet af te zonderen van de wereld, maar wel in de wereld streven naar de best mogelijke samenleving, waar op niemand wordt neergekeken en niemand opzij wordt geschoven, waar zorg gedragen wordt voor wie zwak is en geduld wordt geoefend met wie fouten maakt.

Tegelijk mogen we ook uitkijken naar hoop voorbij onze tijd en ruimte. Ons leven eindigt niet met een allerlaatste ademtocht. Het Leven gaat verder voorbij wat wij kunnen zien en bewijzen. De ultieme verwerkelijking van het Koninkrijk van de hemel is Gods belofte aan ons allen. Ook dat verkondigt Jezus vanaf het begin, daar in de streek van Kafarnaüm. 

Wat kunnen wij God beloven? Waar willen wij ons toe verbinden?

15 januari 2026

Geestkracht (17-18 januari 2026)

De kerstversiering wordt weer in dozen verzameld. De lichtslingers zijn opgerold en, zo goed en zo kwaad als het gaat, in hun veel te kleine doosjes teruggeduwd. De winterse feesttijd is afgelopen en wordt ritueel weggeborgen. In sommige winkels zijn al kippen, hazen en eieren te bespeuren. In de liturgie is de Kersttijd afgerond. De 'groene weken' zijn begonnen. Het is een minder dramatische periode, waar de kunst van de regelmaat wordt herontdekt: een hele verademing...

  • Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.

Ons geloof mag geen aaneenrijging van feesten zijn. Het is ons slechts werkelijk eigen wanneer het deel kan uitmaken van de allergewoonste dagen van ons leven. De lezingen van komende zondag leggen de basis om te begrijpen wie God wil zijn voor ons. Van daaruit kunnen wij op onze beurt op zoek gaan naar wie wij hopen te zijn voor Hem.

Drievuldigheid

We hoeven in het Johannesevangelie niet ver te zoeken om kennis te maken met de Drievuldigheid. In het Eerste (Oude) Testament is dit Godsconcept niet aanwezig. Johannes introduceert God al impliciet als Vader en Zoon en heilige Geest in zijn allereerste regels. Aan het einde van zijn evangelie komt dit veel duidelijker in beeld, wanneer Jezus onder zijn leerlingen verschijnt, en vooraleer Hij terug naar zijn Vader gaat de heilige Geest over hen zendt. (Johannes 20, 17 en 21-22)

Hier, helemaal aan het begin van het Johannesevangelie én van de liturgische tijd door het jaar in de B-cyclus, maken we al kennis met Gods plan om zijn Zoon onder ons te laten wonen om de Boodschap bekend te maken, zodat de mensen ervaren dat God geen afstandelijke en ongeïnteresseerd Hemelwezen is, maar een mensnabije en betrokken God, die het beste voor heeft met ieder van ons. De Geest daalt over zijn Zoon neer. Van dan af zal Hij rondtrekken om het Rijk Gods bekend te maken aan iedereen. Deze heilige Geest zal ons verder inspireren eenmaal Jezus niet meer onder ons woont. 

Eenheid

De weg is voorbereid door Johannes de Doper:  een profeet van de Heer, die een duidelijke opdracht en boodschap van de Heer ontving: nagaan over wie de Geest neerdaalt. Johannes de Doper is getuige van dit Openbaringsgebeuren en bevestigt de Goddelijkheid van de mens Jezus hiermee ontegensprekelijk. (Johannes 1, 32-33) Zodoende komen de drie Goddelijke Verschijningsvormen bijeen: de Vader bekrachtigt zijn Zoon door de neerdaling van de Geest. 

Daarmee is meteen ook duidelijk dat God niet opgedeeld kan worden. God is één en manifesteert zich vanaf de komst van Jezus op aarde ook steeds als een eenheid. Het is  overigens niet zo dat de Zoon pas bestaat vanaf zijn aardse geboorte als Kind. De evangelist Johannes maakt vanaf zijn eerste woorden duidelijk dat Christus vanaf het begin al bestaat, namelijk als het Woord van God. Dat Woord wordt Mens in Jezus. (Johannes 1, 10-12) 

Geest

In het begin van de tijd door het jaar ontvangen we een stevige basis voor ons Godsbegrip. Hij is geen Schepper die zijn schepping in de steek laat, geen 'Dieu horloger' (zoals Voltaire suggereerde) die lang geleden het raderwerk in gang heeft gezet en het verder maar laat betijen. God bekommert zich om ons en blijft ons genadig nabij met zijn aanwezigheid. 

Die aanwezigheid wordt bestendigd in de heilige Geest. Nadat de Zoon terug naar de Vader is gekeerd en niet meer zichtbaar, tastbaar en hoorbaar onder ons verblijft, zijn we niet wezenloos achtergebleven. De Geest die rustte op de Zoon, wordt over de leerlingen en over de volgelingen gezonden. In die Geest blijven wij verenigd met de Vader en de Zoon. God blijft ons 'rakelings nabij' en wij mogen dus leven in 'de kracht van God', om wijlen Eric Vanden Berghe (+2006) te citeren, die een gelijknamig boek schreef over de Geest. 

Laten we begeesterd blijven getuigen van Gods Boodschap van Liefde.

07 januari 2026

Voornemens en zo (10-11 januari 2026)

Nieuwjaar is een typisch overgangsmoment waarop we goede voornemens formuleren. In het nieuwe jaar willen we steevast iets veranderen in ons leven. De dingen anders en beter aanpakken. We nemen ons voor om een verandering te verwezenlijken, voor eens en voor altijd. Dat er van heel wat voornemens uiteindelijk weinig in huis komt, behoeft weinig uitleg. Tussen zeggen en doen verslijten heel wat schoenen. Waar bouwen we op om onze voornemens waar te maken? Wat houdt ons waakzaam om niet te hervallen in een slechte gewoonte?

Verlicht

In onze Verlichte samenleving steunen we sterk op onszelf: op onze eigen denkvaardigheid meer bepaald. We zijn omdat we denken. Onze rede is een sterke bouwsteen in ons bestaan geworden, in al zijn facetten. Aldus dichten we ons inschattingsvermogen veel kracht toe. We baseren ons op onze wil - meer bepaald: onze vrije wil - om onze intentie zelf te verwezenlijken. 

Vrijheid is echter een lastige omgeving. Volgens de filosoof Sartre zijn we er zelfs toe veroordeeld: ze maakt ons onzeker en instabiel. We staan lang niet altijd zo sterk in onze existentiële schoenen als we op een overmoedig ogenblik pretenderen en veronderstellen. Nee, met onze goedbedoelde voornemens komen we lang niet altijd ver. 

Veel keuzes

Mensen maken voortdurend keuzes. We maken er volgens recente studies zo'n 35 000 per dag. Van veel keuzes zijn we ons niet eens bewust. Als we bij elk onderdeel van elke daad zouden moeten nadenken, dan kwamen we nergens. Veel keuzes gebeuren automatisch, gebaseerd op eerdere ervaringen, op gewoonte. Slechts 0,26 procent van onze beslissingen zou werkelijk bewust overwogen genomen worden. 

Onze rede komt dus veel minder op de voorgrond in ons dagelijkse bestaan dan we lijken te veronderstellen. In onze poging om logica te zoeken en te vinden in de realiteit kunnen heel wat processen anders lopen dan we zouden verwachten. En we herleiden die werkelijkheid tot ons denkkader. Emoties spelen een grote rol in ons denken. Onze primaire drijfveren bepalen veel beslissingen. We zijn uiterst beïnvloedbaar, vaak op bijzonder subtiele wijze. 

Dat wil uiteraard niet zeggen dat we enkel maar hulpeloos kunnen ronddobberen in een poel van onzekerheden. Het betekent wel dat we onszelf niet zomaar mogen overschatten. Wie denkt zichzelf volledig de baas te zijn, die staat onder het gezag van een dwaas.

Hulp

Wanneer het gaat over ethische dilemma's die zich duidelijk manifesteren, dan zullen we daar niet zomaar lichtvaardig over gaan. Onze voornemens zijn echter vaak gerelateerd aan subtiele handelingen, aan automatismen en gewoonten. 

We hoeven gelukkig niet helemaal op onszelf te steunen om het goede na te streven en het kwade te laten. Behalve de kleine bubbel van onze rede hebben we een horizontaal perspectief van mensen rondom ons die ons kunnen attenderen op de fouten die we onbewust (zullen) maken. Verder is er ook die inspirerende verticale as: we kunnen vragen om bijstand aan God.

Hemel

Het doopsel van de Heer toont ons hoe een mens plots tot Mens wordt verheven. Wat al in de kiem aanwezig was, in de schoot van Maria, wordt heel uitdrukkelijk benoemd en bevestigd in de volwassen Jezus wanneer Gods Geest over Hem neerdaalt. (Matteüs 3, 17) Johannes de Doper acht zich niet waardig om dit doopsel te voltrekken, maar het moet zo gebeuren. (Matteüs 3, 14-15) Jezus, de Zoon van God, wordt bekrachtigd door het doopsel dat ook al zijn volgelingen zal inspireren.

We mogen ons dus richten tot God voor hulp om onze voeten op de juiste weg te richten, om van ons leven het mooist mogelijke te maken. Onze voornemens kunnen we in die vraag opnemen. Een slaagkans van 100 procent is uiteraard niet realistisch. Echter: de wegen van de Heer zijn ondoorgrondelijk. 

Laten we onze rede ernstig nemen, maar niet als enige bron van leven. Wanneer we ons opsluiten in onze eigen bubbel, dan komen we niet ver. Wanneer we ons deel weten van een complex en veel groter geheel, dan is dat een bevrijding. In dat grotere geheel is er zoveel meer mogelijk.