De kerstversiering wordt weer in dozen verzameld. De lichtslingers zijn opgerold en, zo goed en zo kwaad als het gaat, in hun veel te kleine doosjes teruggeduwd. De winterse feesttijd is afgelopen en wordt ritueel weggeborgen. In sommige winkels zijn al kippen, hazen en eieren te bespeuren. In de liturgie is de Kersttijd afgerond. De 'groene weken' zijn begonnen. Het is een minder dramatische periode, waar de kunst van de regelmaat wordt herontdekt: een hele verademing...
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Ons geloof mag geen aaneenrijging van feesten zijn. Het is ons slechts werkelijk eigen wanneer het deel kan uitmaken van de allergewoonste dagen van ons leven. De lezingen van komende zondag leggen de basis om te begrijpen wie God wil zijn voor ons. Van daaruit kunnen wij op onze beurt op zoek gaan naar wie wij hopen te zijn voor Hem.
Drievuldigheid
We hoeven in het Johannesevangelie niet ver te zoeken om kennis te maken met de Drievuldigheid. In het Eerste (Oude) Testament is dit Godsconcept niet aanwezig. Johannes introduceert God al impliciet als Vader en Zoon en heilige Geest in zijn allereerste regels. Aan het einde van zijn evangelie komt dit veel duidelijker in beeld, wanneer Jezus onder zijn leerlingen verschijnt, en vooraleer Hij terug naar zijn Vader gaat de heilige Geest over hen zendt. (Johannes 20, 17 en 21-22)
Hier, helemaal aan het begin van het Johannesevangelie én van de liturgische tijd door het jaar in de B-cyclus, maken we al kennis met Gods plan om zijn Zoon onder ons te laten wonen om de Boodschap bekend te maken, zodat de mensen ervaren dat God geen afstandelijke en ongeïnteresseerd Hemelwezen is, maar een mensnabije en betrokken God, die het beste voor heeft met ieder van ons. De Geest daalt over zijn Zoon neer. Van dan af zal Hij rondtrekken om het Rijk Gods bekend te maken aan iedereen. Deze heilige Geest zal ons verder inspireren eenmaal Jezus niet meer onder ons woont.
Eenheid
De weg is voorbereid door Johannes de Doper: een profeet van de Heer, die een duidelijke opdracht en boodschap van de Heer ontving: nagaan over wie de Geest neerdaalt. Johannes de Doper is getuige van dit Openbaringsgebeuren en bevestigt de Goddelijkheid van de mens Jezus hiermee ontegensprekelijk. (Johannes 1, 32-33) Zodoende komen de drie Goddelijke Verschijningsvormen bijeen: de Vader bekrachtigt zijn Zoon door de neerdaling van de Geest.
Daarmee is meteen ook duidelijk dat God niet opgedeeld kan worden. God is één en manifesteert zich vanaf de komst van Jezus op aarde ook steeds als een eenheid. Het is overigens niet zo dat de Zoon pas bestaat vanaf zijn aardse geboorte als Kind. De evangelist Johannes maakt vanaf zijn eerste woorden duidelijk dat Christus vanaf het begin al bestaat, namelijk als het Woord van God. Dat Woord wordt Mens in Jezus. (Johannes 1, 10-12)
Geest
In het begin van de tijd door het jaar ontvangen we een stevige basis voor ons Godsbegrip. Hij is geen Schepper die zijn schepping in de steek laat, geen 'Dieu horloger' (zoals Voltaire suggereerde) die lang geleden het raderwerk in gang heeft gezet en het verder maar laat betijen. God bekommert zich om ons en blijft ons genadig nabij met zijn aanwezigheid.
Die aanwezigheid wordt bestendigd in de heilige Geest. Nadat de Zoon terug naar de Vader is gekeerd en niet meer zichtbaar, tastbaar en hoorbaar onder ons verblijft, zijn we niet wezenloos achtergebleven. De Geest die rustte op de Zoon, wordt over de leerlingen en over de volgelingen gezonden. In die Geest blijven wij verenigd met de Vader en de Zoon. God blijft ons 'rakelings nabij' en wij mogen dus leven in 'de kracht van God', om wijlen Eric Vanden Berghe (+2006) te citeren, die een gelijknamig boek schreef over de Geest.
Laten we begeesterd blijven getuigen van Gods Boodschap van Liefde.