Nieuwjaar is een typisch overgangsmoment waarop we goede voornemens formuleren. In het nieuwe jaar willen we steevast iets veranderen in ons leven. De dingen anders en beter aanpakken. We nemen ons voor om een verandering te verwezenlijken, voor eens en voor altijd. Dat er van heel wat voornemens uiteindelijk weinig in huis komt, behoeft weinig uitleg. Tussen zeggen en doen verslijten heel wat schoenen. Waar bouwen we op om onze voornemens waar te maken? Wat houdt ons waakzaam om niet te hervallen in een slechte gewoonte?
- Voor de lezingen van deze zondag: klik hier.
Verlicht
In onze Verlichte samenleving steunen we sterk op onszelf: op onze eigen denkvaardigheid meer bepaald. We zijn omdat we denken. Onze rede is een sterke bouwsteen in ons bestaan geworden, in al zijn facetten. Aldus dichten we ons inschattingsvermogen veel kracht toe. We baseren ons op onze wil - meer bepaald: onze vrije wil - om onze intentie zelf te verwezenlijken.
Vrijheid is echter een lastige omgeving. Volgens de filosoof Sartre zijn we er zelfs toe veroordeeld: ze maakt ons onzeker en instabiel. We staan lang niet altijd zo sterk in onze existentiële schoenen als we op een overmoedig ogenblik pretenderen en veronderstellen. Nee, met onze goedbedoelde voornemens komen we lang niet altijd ver.
Veel keuzes
Mensen maken voortdurend keuzes. We maken er volgens recente studies zo'n 35 000 per dag. Van veel keuzes zijn we ons niet eens bewust. Als we bij elk onderdeel van elke daad zouden moeten nadenken, dan kwamen we nergens. Veel keuzes gebeuren automatisch, gebaseerd op eerdere ervaringen, op gewoonte. Slechts 0,26 procent van onze beslissingen zou werkelijk bewust overwogen genomen worden.
Onze rede komt dus veel minder op de voorgrond in ons dagelijkse bestaan dan we lijken te veronderstellen. In onze poging om logica te zoeken en te vinden in de realiteit kunnen heel wat processen anders lopen dan we zouden verwachten. En we herleiden die werkelijkheid tot ons denkkader. Emoties spelen een grote rol in ons denken. Onze primaire drijfveren bepalen veel beslissingen. We zijn uiterst beïnvloedbaar, vaak op bijzonder subtiele wijze.
Dat wil uiteraard niet zeggen dat we enkel maar hulpeloos kunnen ronddobberen in een poel van onzekerheden. Het betekent wel dat we onszelf niet zomaar mogen overschatten. Wie denkt zichzelf volledig de baas te zijn, die staat onder het gezag van een dwaas.
Hulp
Wanneer het gaat over ethische dilemma's die zich duidelijk manifesteren, dan zullen we daar niet zomaar lichtvaardig over gaan. Onze voornemens zijn echter vaak gerelateerd aan subtiele handelingen, aan automatismen en gewoonten.
We hoeven gelukkig niet helemaal op onszelf te steunen om het goede na te streven en het kwade te laten. Behalve de kleine bubbel van onze rede hebben we een horizontaal perspectief van mensen rondom ons die ons kunnen attenderen op de fouten die we onbewust (zullen) maken. Verder is er ook die inspirerende verticale as: we kunnen vragen om bijstand aan God.
Hemel
Het doopsel van de Heer toont ons hoe een mens plots tot Mens wordt verheven. Wat al in de kiem aanwezig was, in de schoot van Maria, wordt heel uitdrukkelijk benoemd en bevestigd in de volwassen Jezus wanneer Gods Geest over Hem neerdaalt. (Matteüs 3, 17) Johannes de Doper acht zich niet waardig om dit doopsel te voltrekken, maar het moet zo gebeuren. (Matteüs 3, 14-15) Jezus, de Zoon van God, wordt bekrachtigd door het doopsel dat ook al zijn volgelingen zal inspireren.
We mogen ons dus richten tot God voor hulp om onze voeten op de juiste weg te richten, om van ons leven het mooist mogelijke te maken. Onze voornemens kunnen we in die vraag opnemen. Een slaagkans van 100 procent is uiteraard niet realistisch. Echter: de wegen van de Heer zijn ondoorgrondelijk.
Laten we onze rede ernstig nemen, maar niet als enige bron van leven. Wanneer we ons opsluiten in onze eigen bubbel, dan komen we niet ver. Wanneer we ons deel weten van een complex en veel groter geheel, dan is dat een bevrijding. In dat grotere geheel is er zoveel meer mogelijk.