Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- As is wat overblijft (18 februari 2026).

29 september 2025

'We hebben niets bijzonders gedaan' (4-5 oktober 2025)

We worden graag bevestigd en beloond in het leven. Dat geeft ons een goed gevoel. Wanneer die hunker dwangmatig wordt, dan zorgt het voor een grijperige en gedwongen atmosfeer. God laat zich niet binden aan menselijke dwangmatigheden. Geloven in God betekent Hem aanbidden en verheerlijken, en dat uit zich hoegenaamd niet in het manipulatief afdwingen van allerlei voorwaarden. God laat zich niet dwingen. Daarmee worstelt de mensheid al eeuwenlang: dat God ongrijpbaar is en ons overstijgt. Toch is het essentieel in de Liefde voor God.

Meer! Meer!

“Geef ons meer geloof!”, vragen de leerlingen aan Jezus. (Lucas 14, 5) Ze gaan ervan uit dat hun geloof niet kan volstaan, zeker in vergelijking met hun Meester. Het is niet genoeg. Is het ooit genoeg? Het kan niet de bedoeling zijn dat we hebberig geloven. Dan groeit ons geloof vanuit prestatiedrang. Het is typisch menselijk. We willen het niet goed doen, maar beter of best. Welnu, de genade volstaat. Er is iets moois aan de nederigheid van de leerlingen, maar helaas schuilt er tegelijk een storende inhaligheid achter. Jezus geeft de leerlingen dus geen extra portie geloof. Geloof wordt niet in porties verhandeld.

“Hadden jullie maar geloof als een mosterdzaadje”, antwoordt Jezus. Dan was alles mogelijk. (Lucas 14, 6) Hij verwijst naar een klein zaadje dat een enorme struik wordt. Met zijn beeldspraak van een zaadje geeft hij weer dat de groei al in hen aanwezig is. Zijzelf kunnen groeien in geloof. Die groei zal niet meetbaar zijn, maar zich uiten in authenticiteit. In daden. Dat is de - al bij al - hoopvolle boodschap die Jezus hun toevertrouwt. Zouden ze het begrijpen? Zien wij voldoende in wat Hij bedoelt?

Gewoon je plicht

Hij voegt er een waarschuwing aan toe. Het is niet de bedoeling dat je een beloning vraagt omdat je je best hebt gedaan. Opnieuw komt het risico op prestatiedrang in het vizier. We doen wat we doen omdat het zo hoort, niet omdat er een beloning tegenover zou staan. Je best doen, is geen verdienste maar een vanzelfsprekendheid. Dat is even slikken. Je doet wat je doen moet omdat je het doen moet, niet omwille van eventueel applaus.

Jezus is heel duidelijk: “Hetzelfde geldt voor jullie; wanneer jullie alles gedaan hebben wat jullie is opgedragen, zeg dan: ‘Wij zijn maar eenvoudige knechten, we hebben enkel onze plicht gedaan.’” (Lucas 14, 10) Altijd maar belonen is immers niet goed. Het bevestigt de menselijke hebberigheid en maakt van een vanzelfsprekendheid ineens een krachttoer. Jezus is heel gevoelig voor geloof als egotrip.

Tevredenheid

Dat komt omdat Hij de wanpraktijken van de farizeeën en Schriftgeleerden hekelt, die overal en altijd lof en bevestiging zoeken. Daardoor dreigt het geloof in de hemelse Vader herleid te worden tot hun kneuterige visie die nefast is voor de diepste identiteit van de Boodschap. Zij leggen immers de Schrift uit en ze vertegenwoordigen het geloofsgezag. Hun voorbeeld wordt nageleefd. 

Worden we dan in het geheel niet bevestigd voor wat we goed doen? God volgen is een kwestie van je best doen en Gods nabijheid als kracht en genade terugkrijgen. Dat is de gulheid waarop je kunt rekenen. Het is een les in tevredenheid. Wie niet tevreden is in Gods genade, die maakt het geloof tot een persoonlijk instrument en herleid God tot een maakbare beloner. Dat kan niet de bedoeling zijn. God is immers niet te regisseren. Een kernbeginsel van ons geloof is juist dat we God als onze Meerdere aanvaarden, met wie we niet marchanderen.

Continuïteit

We maken als illustrerende afsluiter de brug naar kunstenaar Max Bill (Winterthur, 1908 - Berlijn, 1994), een Zwitserse architect, schilder, graficus, beeldhouwer en schrijver.

In 1932 sloot hij zich aan bij de door Georges Vantongerloo opgerichte Parijse kunstenaarsgroep ‘Abstraction-Création’. De naam van de stichter verraadt diens Belgische origine. De groep is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de moderne kunst en had Kandinsky en Mondriaan op de ledenlijst staan. De zoektocht naar schoonheid, licht en energie kreeg een podium, en de moderne kunst begon stilaan internationale aanvaarding te genieten.

Max Bill, Unendliche Schleife (1956), Antwerpen (Middelheimmuseum)

Max Bill, Kontinuität (1986), Frankfurt am Main

De werken ‘Unendliche Schleife’ en ‘Kontinuität’ van Max Bill drukken dynamiek uit zonder concrete doelstelling. De beweging in beide werken is het tegenovergestelde van lineair. In de vorm zit geen enkele vorm van verwachting. Er wordt geen verandering of verbetering verondersteld. Tegelijk stralen beide vormen een ongedwongenheid uit, een vanzelfsprekendheid. De beweging is vloeiend en harmonisch van aard. Er is geen boven of onder, geen binnen- of buitenkant. Het mag verwijzen naar het Goddelijke, dat eeuwig en onophoudelijk is. 

Prestatiegerichtheid is menselijk, harmonie is Goddelijk. Geloof is geen opeenvolging van geven en ontvangen. Het is geen ‘credere’ (Latijn: toevertrouwen, krediet verlenen) en ‘debere’ (Latijn: schuldig zijn, in debet staan). Ons geloof hoort een ondeelbaar continuüm te zijn. Onze Godsrelatie kan niet gedijen op verdienste en bevestiging. De Liefde kent deze eisende eigenschappen niet. Die vernielen de ongedwongenheid van een echte liefdesverbintenis. Ook in de Liefde bestaan geboden, zeker. Maar binnen dat kader is er een oprechte, spontane, creatieve en verheffende bewegingsruimte van continuïteit. Daarbinnen hebben eer, macht en bezit geen enkele waarde.

Dat alles geeft Jezus ons mee in zijn waarschuwende woorden.

22 september 2025

Krom is niet recht (27-28 september 2025)

Geld maakt veel kapot. Het maakt mensen tot jaloerse en inhalige geweldenaars. Geld en macht zijn een gevaarlijk tweespan. Wat mensen doen in de naam van geld en macht gaat de wildste verbeelding soms voorbij. God reageert heel kwaad op het onrecht in welvarend Israël. De heersers zijn hun God vergeten en het volk wordt onheus behandeld. Dat blijft niet duren. Het is van alle tijden: weelde en prestige staan de Liefde in de weg. De profeet Amos spreekt duidelijke taal, die niet in goede aarde valt. Toch weerklinkt uit zijn mond Gods waarschuwing. Ook voor ons.

Het gaat goed

Wanneer het goed gaat, vinden mensen vaak moeilijker de weg naar God. Onder koning Jerobeam II, in het midden van de achtste eeuw vóór Christus, bereikte het koninkrijk Israël het toppunt van welvaart, maar dat gaat – zoals dat vaker het geval is – gepaard met hebzucht, decadentie, relativisme, geweld en afgoderij. Het gaat te goed. Voor sommigen althans, op de rug van de armsten en de hulpbehoevenden.

In deze periode wordt Amos geroepen om het volk eraan te herinneren dat God recht en gerechtigheid van ons verlangt, en geloof uiteraard. De profeet Amos roept in krachtige woorden op tot bekering. Amos is een schapenfokker en vijgenteler, afkomstig uit Tekoa, ten zuiden van Jeruzalem. Hoewel die plaats in Juda ligt, blijken zijn waarschuwende woorden vooral bedoeld voor het noordelijke koninkrijk Israël. 

Gedonder

Amos is een donderpredikant die langs visioenen waarschuwt voor het onheil dat komende is. Hij neemt het op voor de armen, die door de nietsontziende rijken worden uitgebuit. De schijnheiligheid van hun eredienst wordt op de korrel genomen. Dat kan hij doen, want hij is geen broodprofeet in dienst van de koning. Hij spreekt dus vrijuit. Wat de Heer hem laat profeteren, is werkelijk niet mals.

Hij richt zich langs Amos tot de leiders van zijn uitverkoren volk, tot de gezagsdragers aan wie de Israëlieten zijn toevertrouwd en die Gods Volk besturen. (Amos 6, 1b) De boodschap is duidelijk: de tijd van feesten en luieren is voorbij. (Amos 6, 7b) Gedaan met languit liggen op ivoren bedden en hangen op divans, gedaan met onbezorgd lammeren uit de kudde oppeuzelen, en kalveren uit de stal. Het luidkeels zingen en spelen op de harp alsof ze David zelf zijn, het wijn drinken uit grote schalen, en zich inwrijven met de allerbeste olie, terwijl het volk van Jozef ten onder gaat: er komt een einde aan. Het deert hen nu misschien nog niet, maar de tijd komt spoedig dat daar verandering in komt, zo waarschuwt de profeet. (Amos 6, 4-6) 

Verlangen

God walgt van de feesten en samenkomsten van de welstellenden. Hun brand- en graanoffers verdraagt Hij niet, hun vredeoffers keur Hij geen blik waardig. Ze zijn niet oprecht. Hij heeft geen boodschap aan het geluid van hun liederen en de klank van hun harpen. Ze menen niet wat ze zingen. (Amos 5, 21-23) Wat God verlangt, is dat het recht stroomt als water, en de gerechtigheid als een altijd voortvloeiende beek. (Amos 5, 24)

Tevens klaagt God langs Amos aan dat de mensen Hem niet meer herkennen in hun leven. Ze zijn vergeten dat de Heer zich in de geschiedenis laat kennen in de keuze voor wie klein is en zwak. Dat is hun God: Hij die trouw is tot in eeuwigheid, recht doet aan de verdrukten, brood geeft aan de hongerigen. De Heer bevrijdt de gevangenen, de Heer opent de ogen van blinden, de Heer richt de gebogenen op, de Heer heeft de rechtvaardigen lief, de Heer beschermt de vreemdelingen, wezen en weduwen steunt Hij. (Psalm 146, 6c-9b) Dat zijn de leiders vergeten, en zij die onbezonnen trouw zweren aan hen evenzeer.

Er zijn zeker parallellen te trekken met onze tijden. Ook met het beleid van sommige heersers zijn de gelijkenissen pijnlijk duidelijk: de godsdienst die wordt onderworpen aan wereldlijke heersers, die hun devotie etaleren onder luid gejuich van broodprofeten, maar die helemaal niet handelen naar de Schrift en mensen laten lijden onder hun heerschappij. Krom is nooit recht, en zal het ook niet worden. Hoe vaak het tegendeel ook wordt herhaald. God heeft geen politieke kleur en Hij is niet te koop. Hij buigt niet voor menselijke macht en roept ons telkens weer op tot Liefde en tot rechtvaardigheid.

Luisteren

Jezus verwijst in het evangelie van deze zondag in een parabel naar datzelfde gebrek aan  geloofskennis en verantwoordelijkheidsgevoel. Wie leeft voor zichzelf, alsof God niet bestaat, die sluit zichzelf buiten uit het Rijk van de hemel. Wat voor zin heeft het om de wens van de overleden rijke man te verhoren? God kan zijn familie wel waarschuwen, maar horen zullen ze het toch niet. “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als er iemand uit de dood opstaat.” (Lucas 16, 31)

Wanneer we God eer aan willen doen, dan streven we vóor alles naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. (1Timoteüs 6, 11b) Ziedaar onze opdracht, ziedaar de opdracht van alle gelovigen doorheen de tijden, Prachtig verwoord in de werken van barmhartigheid: eten geven aan wie honger heeft en wie dorst heeft te drinken geven, vreemdelingen bij zich opnemen (jawel: opnemen, niet wegsturen), kleren voorzien voor wie er geen heeft en zieken en gevangenen bezoeken. (Matteüs 25, 35-36) We hebben met zijn allen dus nog heel veel werk...

15 september 2025

Pleidooi tegen een gemammonificeerd geloof (20-21 september 2025)

We leven in een wereld van geld. Wat we nodig hebben, dat kopen we, en we worden op slinkse wijze uitgedaagd om ook te kopen wat we eigenlijk niet nodig hebben. Daarvoor lenen we dan soms geld. Wie rijk is, die heeft aanzienlijk meer macht en invloed. Ook de Kerk kan niet bestaan zonder geld. Welke macht kennen we toe aan dat geld? Dat is een belangrijke vraag. Koppelen we geld en macht aan elkaar in onze geloofsgemeenschap en in onze persoonlijke beleving? Hoeveel belang hechten we aan rijkdom en prestige? Er zijn tendensen in de christelijke Wereldkerk die persoonlijke status en professionele verdiensten lichtvaardig en met veel enthousiasme aan het gelovige karretje koppelen. Wat zegt Jezus hierover?

Betrouwbaarheid

“Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste, is ook oneerlijk als het om veel gaat,” zegt Jezus tegen zijn leerlingen. (Lucas 16, 10) Betrouwbaarheid en oprechtheid staan hoog aangeschreven in Jezus' Boodschap. Geloof beleef je authentiek of je beleeft het maar halfjes.

“Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen?” (Lucas 16, 11) Het is zo verleidelijk om de korenmaat iets kleiner te maken, de gewichten wat te verzwaren en de weegschaal bij te stellen. (Amos 8, 5b) En als je zelf al betrouwbaar omgaat met geld, welke garantie heb je dan dat men betrouwbaar met jou zal omgaan in geldzaken? 

Het is niet zo dat geld immoreel is, het is in essentie amoreel. Geld heeft in de kern niets met moraal te maken. De moraal ligt in de toepassing ervan, in het gebruik of misbruik. Zo maakt het mensen wantrouwig. Het schept ongelijkwaardigheid. En tot hoogste ideaal  verheven maakt geld bovendien onbetrouwbaar. Er sluipt algauw een dynamiek van gretigheid binnen, omdat we bezit graag uitbreiden, en omdat meer geld vanzelf ook meer macht inhoudt in een economisch opgevatte samenleving. 

Niet voor, niet tegen

Jezus spreekt zich niet resoluut uit tégen geld. Hij beschouwt het als iets tijdelijks, zoals de wereld zelf (en alles wat de wereld toebehoort) tijdelijk is. In het licht van de Goddelijke eeuwigheid is het een futiliteit. Daarom raadt Jezus ons aan om geld niet te verabsoluteren, om het niet tot een prioriteit te verheffen in ons leven. (Lucas 16, 9) 

Geld dreigt een afleiding te worden die ons weghoudt van wat werkelijk van belang zou moeten zijn: ons geloof, dat zich uit in denken en spreken, in doen en laten. De mammon kan ons verleiden van God weg. Daarover spreekt Jezus in glasheldere taal: “Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.” (Lucas 16, 13c) Er is binnen die uitspraak geen onderhandelingsruimte.

Mammonificatie

Zoveel is duidelijk: wie anderen discrimineert, uitsluit of als minderwaardig beschouwt, leeft niet in overeenstemming met Christus' Boodschap. Wie aan God vraagt om rijk of succesvol te worden, doet eigenlijk verloren moeite. God is geen ‘business coach’ of ‘life coach die je aanmoedigt om snel en efficiënt je persoonlijke of professionele doelen te bereiken. Ego en geld gaan goed samen, maar beiden staan ze fundamenteel haaks op Gods dubbelgebod van de Liefde (Matteüs 22, 37-39), en al zeker wanneer ze ten koste van anderen en van God ontwikkeld worden, of zelfs die opening toelaten.

Wie de christelijke godsdienst wil knechten door het deel uit te doen maken van (en bijgevolg ondergeschikt te maken aan) een economisch verhaal van ongebreideld geldbejag, macht en prestige – of wie argeloos meegaat in dat denken – heeft werkelijk geen jota van de Schrift begrepen. In die zin is farizeïsme nooit ver weg in onze wereldwijde christelijke gemeenschap. Dat moeten we (en ik ben doorgaans zuinig met dat werkwoord) in de gaten houden: bij onszelf en om ons heen, te allen tijde. 

God vastknopen aan de mammon is, zoals Jezus zelf uitdrukkelijk heeft gezegd, onmogelijk. Het een gedrocht dat God geen eer aandoet. Daarom is het zo moeilijk voor rijken om het Gods Rijk binnen te gaan. (Marcus 10, 23-25) Je kunt geen twee heren dienen: aan de één zal men toegewijd zijn ten koste van de ander. (Lucas 16, 13ab)

Bezit

Pierre-Joseph Proudhon, Frans filosoof en de allereerste zelfverklaarde anarchist, beweert dat alle bezit eigenlijk een vorm van diefstal is. Ergens heeft hij een punt. Wie rijk is, verrijkt zichzelf op de rug van een ander die minder fortuinlijk is en dat ook blijft. Ongelijkheid door geld en macht kan onmenselijke proporties aannemen, die maatschappelijk wel voluit geaccepteerd worden, en soms zelfs als ultieme droom worden gehuldigd.

Een pijnlijk voorbeeld van deze logica zijn de kolonisten die destijds oorspronkelijke stammen verdreven, versloegen of tot slaven maakten en de grond tot eigendom opeisten of desnoods kochten en zo eigen maakten. Er ontwikkelde zich een overtuiging dat het land en de mensen beschaving bijgebracht moest worden. Concreet brachten we de notie van geld en het principe van onderdrukkende heersers bij. De gevolgen van deze wereldwijde ingreep zijn tot op vandaag voelbaar. 

Bezit en ongelijkheid: het is van alle tijden. De aandacht ervoor is in de afgelopen decennia verder toegenomen omdat meer mensen kunnen participeren in die rijkdom. Mits een kleine nuance: enkel aan de welstellende kant van de wereld. In welvaartsstaten.

Kerk zonder geld?

Een Kerk vrij van geld? Het is wellicht de wensdroom van iedere idealist die de kritiek van Jezus ernstig wil nemen. De Kerk is echter idealisme, vormgegeven in de concrete realiteit. Dan is geld helaas onvermijdelijk. Een Kerk kan dus niet zonder geld. Wel kunnen we uiterst bewust omgaan met geld als Kerk: zowel de hiërarchische structuur als de geloofsgemeenschap. 

Dat betekent niet dat er helemaal niets mag blinken in een kerkgebouw. Soms zijn die glimmende objecten met veel liefde geschonken aan de kerk. Daar is niets mis mee. Soms hebben eenvoudige parochianen samengelegd om Maria een mooie kroon en scepter te geven. Waarom niet? Dan gaat het niet over geld, maar over uitdrukking geven aan de eer en lof aan God of aan de moeder Gods, Maria. 

Die nuance maakt het verschil: de intentie, het uitgangspunt en de bedoeling. Er mag geen wedren ontstaan binnen de brede gemeenschap. Geld mag nooit een splijtzwam zijn waar Christus' Naam wordt beleden. Wanneer de gelijkwaardigheid in het gedrang komt, dan is de grens overschreden. Zelfbewustzijn als gemeenschap is daarin de sleutel tot authenticiteit.

Fundament in vraag

Misschien vinden wij (of velen onder ons) geld veel te evident. Dat is waar Jezus onze aandacht op wil vestigen: dat typisch wereldse belangen niet noodzakelijk goed voor ons zijn. We mogen ons overigens gerust eens afvragen of onze maatschappij wel gediend is van de evidente economische fundering, die al aan het barsten en kraken is sinds de vroege jaren '70 van de vorige eeuw (eigenlijk zelfs al van de late jaren 1920). Dit systeem genereert pessimisme, frustratie, verdeeldheid en minderwaardigheid bij een groot deel van die samenleving. Onder de kwakkelende tendens in economische groei vallen namelijk meer en meer sociale veiligheidsnetten weg. Niemand zet graag een stap terug. Dan verhardt een samenleving en gaat ze op zoek naar zondebokken. Dat is waar we nu staan.

Nee, ik pleit niet voor een wereld zonder geld of bezit. Deze denkoefening wil wel een aanzet zijn om bewust na te denken over de invloed van geld in ons leven. In die zin is dit pleidooi misschien eerder vóór een mammonzelfbewust geloof dan botweg tégen de mammon. We mogen ons laten inspireren door het evangelie. Beloof jezelf geen gouden kastelen, streef ze niet na en ambieer zeker niet om erin te gaan wonen. Laat de mammon ook niet zomaar toe in je gelovig leven. Vertrouw op de Heer en deel in zijn Liefde. Dat is een kwistigheid waar we onbegrensd in mogen delen.

10 september 2025

Niet om te straffen maar om te helpen (13-14 september 2025)

Spiritueel en moreel hebben wij in het Westen de gewoonte om in te dijken. De klemtoon ligt inhoudelijk eerder op wat niet mag, op wat verkeerd is, en op de bestraffing daarvan. De joodschristelijke cultuur vertrekt uit de tien geboden, waarvan de meeste negatieve formuleringen zijn. Alleen het derde en vierde gebod - over de rustdag en het respect voor de ouders - zijn positief uitgedrukt. Het is ook niet vreemd dat er grenzen worden gesteld. Echter, er is ook een bemoedigende factor in ons geloof, en die wordt nog vaak onderbelicht. 

  • Voor de lezingen van deze zondag:  klik hier.

Groei

God wil het beste in ons naar boven brengen. Dat is een methodiek die weinig grond heeft in onze katholieke traditie, waar gedachten of handelingen vaak ofwel verplicht, ofwel verboden waren. In ons geloof hoort echter een diepe dynamiek van groei en ontwikkeling te zitten. Jezus is van Godswege op aarde gekomen als ultiem teken van deze positieve betrokkenheid van God met ons, mensen: 'God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven.' (Johannes 3, 16a) 

In het evangelie dat wordt gelezen op het feest van de Kruisverheffing vinden we deze bevestigende en motiverende Goddelijke bedoelingen heel duidelijk terug: 'opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.' (Johannes 3, 16b) De nadruk ligt op de redding, op het eeuwig leven. God wil ons tegemoet komen en ons de Weg aangeven wanneer we dreigen te verdwalen. Verdwalen door onoplettendheid of door onwetendheid, maar even goed door het stellen van verkeerde prioriteiten.

Herleiding

Jezus is niet gekomen met een boodschap van straf en oordeel. Die laatste worden door Jezus enkel vermeld als waarschuwing. 'God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.' (Johannes 3, 17) 

Helaas wordt de Boodschap van Jezus soms herleid tot een morele keuze, gekoppeld aan een streng oordeel. Vroeger was dit sterk aanwezig, maar ook vandaag blijft deze reductie bestaan. Dat is makkelijk, duidelijk en eenduidig. Het is ook doeltreffend: met angst houd je mensen vast. Het doet echter weinig recht aan de Boodschap van Jezus. Eigenlijk moeten we ons bij iedere mening, interpretatie of samenvatting van de christelijke boodschap gewaar zijn van een risico op herleiding tot een agenda. Daar dient ze immers niet voor, maar de fout is gauw gemaakt.

Dichterbij

De komst van Jezus is belangrijk in Gods heilsplan, onafwendbaar zelfs. Er moet bijgestuurd worden. De afstand tussen God en mens leidt tot een verstoorde geloofsrelatie, zo blijkt. Door de invloed van macht, geld en eer bij de machtshebbers en lauwheid en gelatenheid onder de mensen, is Gods Verbond vervaagd. (Jeremia 6, 9-16 en 8, 4-12)

De Heer heeft daarom geen halve maatregelen aangewend om zijn doel te bereiken. In Jezus is God mens geworden en heeft Hij als gelijke onder ons gewoond: 'Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.' (Filippenzen 2, 7b-8) Dichterbij kan God ons niet naderen.

Paradox

Het feest van de kruisverheffing draagt een paradox in zich: 'De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft.' (Johannes 3, 14-15) We vieren dat God ons nabij is, maar tegelijk dat het Goddelijk naderen bijna compleet misbegrepen is. Jezus heeft deze Goddelijke genadegave met de dood aan het kruis moeten bekopen. En daarmee heeft Hij ons vrijgekocht. 

Zijn dood is niet het einde, maar markeert een nieuw begin. Het onrecht krijgt niet het laatste woord: deze afwijzing het luidt juist een Nieuw Verbond in voor wie wél in Hem gelooft. Dat is de paradox van het kruis en van ons geloof: de dood en verrijzenis van Jezus schenkt ons nieuw Leven. (1Johannes 4, 9 en 1Petrus, 2, 24) Dat wil God ons schenken. Hij wil ons redden, niet straffen.

02 september 2025

De krampachtigheid loslaten (6-7 september 2025)

Jezus volgen, doe je niet ondoordacht. Het betreft geen onbewust automatisme. Je geloof hoort te leven, met je mee te groeien en deel uit te maken van iedere dag. God is geen bijkomstigheid en Hij kan ook niet herleid worden daartoe. Jezus hekelt de lauwheid en de hypocrisie die Hij waarneemt om zich heen. Die twee relativerende tendensen zijn overigens van alle tijden.

Vreemde vergelijkingen

Wie een toren wil bouwen, zo redeneert Jezus, moet eerst een grondige begroting opmaken, zodat hij niet met een halve toren blijft zitten omdat het geld plots op is. Want de mensen zouden de ambitieuze bouwheer daar voor uitlachen. (Lucas 14, 28-30) Het doet me spontaan denken aan een andere gelijkenis over huizenbouw: bouw je huis niet op los zand, maar kies een harde rots als ondergrond. (Matteüs 7, 24-27) 

Een eerder merkwaardig voorbeeld is de volgende gelijkenis: als koning trek je beter niet ten strijde voordat je de situatie strategisch goed hebt overwogen. Wanneer je leger half zo groot is als dat van de tegenstander, dan moet je er absoluut zeker van zijn dat jouw troepen sterker zijn, anders kan je maar beter gunstige vredesvoorwaarden onderhandelen. (Lucas 14, 31-32) 

Waarom geeft Jezus juist een oorlog als voorbeeld om iets goed te doen? Het antwoord blijf ik schuldig. Jezus leeft in een land dat lijdt onder een lange reeks van overheersingen, op dat moment van de Romeinen. 

Gezond verstand

In beide gevallen zit er iets theatraals verscholen in de intentie, maar faalt men grandioos in de uitvoering als men zich niet goed heeft voorbereid. Jezus blijkt veel belang te hechten aan de uitdrukking van ons geloof in concrete daden. Onze daden moeten overeenstemmen met de kern van ons geloof en dus beredeneerd zijn. Weloverwogen dus.

Er klinken twee redeneringen van het gezond verstand. Wat Jezus zegt, is inderdaad logisch en verstandig. We hebben niets aan een halve toren of aan een verloren strijd. De parallel gaat op: we kunnen beter niet halfslachtig aan onze keuze beginnen om ons tot God te bekeren. Met andere woorden: laat ons zorgen dat we met kennis en inzicht geloven in God. 

Bewuste keuze

Wanneer we ervoor kiezen om Jezus te volgen, dan moeten we de logische consequenties van onze keuze goed overwegen. Het heeft weinig zin om Jezus onbezonnen te volgen. Geloven in Jezus vertrekt uit innerlijke rust en uit bescheidenheid. En het betekent dat we bewust zijn voorbeeld willen volgen in ons spreken en denken, ons doen en laten. 

Tegelijk kunnen we ons nooit volledig voorbereiden op wat er volgt na ons antwoord op Gods roeping. Onze kennis moet vaak het onderspit delven tegen Gods Wijsheid. “Armzalig is het denken van sterfelijke mensen, wisselvallig zijn onze overwegingen. (Wijsheid 9, 14) Wij kennen Gods diepste bedoelingen in de verste verte niet. (Wijsheid 9, 13) 

Helemaal onwetend zijn we gelukkig evenmin. God heeft ons immers verstand gegeven en zintuigen waarlangs we God kunnen zoeken. Bovendien schenkt Hij ons zijn wijsheid langs de heilige Geest. (Wijsheid 9, 17) Hoe dan ook: ons gezond verstand volstaat zeker om te begrijpen dat Jezus volgen geen los of onbelangrijk engagement inhoudt.

Keuze met gevolgen

In de verzen na de lezing van deze zondag uit Lucas krijgen we nog twee aanvullende wenken van Jezus zelf: Hij verduidelijkt zijn vergelijkingen, zodat we de essentie zeker niet misvatten. Om Hem te volgen, moeten we ons losmaken van bezit. (Lucas 14, 33)  Dat is in de eerste plaats een kwestie van prioriteiten. Volgeling worden van Jezus is een levensbrede keuze: het omvat ons hele bestaan en mag niet verstoord of opzijgeschoven worden door andere belangen, waarvoor we ons geloof opzij zouden schuiven. Niet zoals de Farizeeën dus: niet belust op aanzien en macht, niet gericht op inhoudsloze uiterlijkheden. (Lucas 13, 11-17) En niet zoals rijken die vooral bekommerd zijn om het behoud van hun rijkdom, of de uitbreiding ervan.

Bovendien waarschuwt Hij ons dat we niet mogen worden als flets zout dat zijn smaak is verloren. (Lucas 14, 34) Onze keuze is een levenslange keuze, een blijvend engagement waar we elke dag aan werken.

De lat ligt eigenlijk best hoog. Toch is wat Jezus van ons vraagt helemaal niet onbereikbaar, niet onmogelijk. En wat ontvangen wij niet allemaal van Hem? Het leven wordt zoveel mooier wanneer we God bewust en dankbaar toelaten in ons bestaan...