Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Eten en drinken en zoveel meer (7-8 maart 2026).

26 februari 2026

Het ultieme voorteken (28 februari-1 maart 2026)

Het beklimmen van een berg is een indrukwekkende belevenis. Het vraagt veel kracht en doorzetting en een avontuurlijke ingesteldheid. Het vraagt ook een bewuste keuze om op de veilige, welomlijnde weg van een heuvelachtig landschap toch een afslag te nemen en dat ongemakkelijke bergpad te kiezen. Wie niet goed is voorbereid en niet aandachtig is onderweg, kan zwaar ten val komen. De Veertigdagentijd is de uitgelezen tijd om het bergpad naar binnen heel bewust te kiezen, een avontuurlijk traject dat juist omwille van de uitdaging ook een verrijking kan zijn voor je spiritualiteit en je identiteit.

  • Voor de lezingen van de tweede zondag van de Veertigdagentijd A: klik hier.

Verhaalvorm

De gedaanteverandering van de Heer is een bijzonder complex verhaal. Het kan zeker niet gelezen worden als een feitenrapport. Dit verhaal vertelt een theologische waarheid, het brengt een ons overstijgende werkelijkheid onder woorden. We mogen deze verhaalvorm niet verwarren met fantasie. Er wordt wat verderop geen zwerkbal gespeeld en er klinken geen optaterspreuken begeleid door wild gezwaai met een toverstaf. 

De gedaanteverandering is niet van magische aard. Het vertelt een verhaal omdat een theologisch traktaat nog een stuk ingewikkelder zou zijn. We doen dit verhaal het meest onrecht aan wanneer we haar diepste intentie niet respecteren: dit is christologie in beeldtaal. Het wezenlijke van Christus, zijn Boodschap en zijn aardse verblijf komt hier aan bod.

Hoog

Het verhaal valt meteen met de deur in huis. Jezus beklimt een berg, samen met Petrus, Jakobus en Johannes. Verder is er niemand: het betreft een klein gezelschap. Het is niet zomaar een heuvelrug, nee: ze beklimmen een hoge berg. (Matteüs 17, 1) Hoogte is van belang hier. Jezus en de drie leerlingen komen dichter bij de hemel, en worden verder weg van de vlakke wereld verwijderd. 

Ze kunnen het gewemel overschouwen en maken er geen deel meer van uit. Het landschap is ruiger, de klim is ongetwijfeld een uitdaging. Er is geen drukte, geen rumoer, geen afleiding hoog op de berg. In het majestueuze landschap ervaren ze hoe klein een mens eigenlijk is en hoe prachtig de schepping. Het staat in schril contrast met de onbeduidendheid en het banale waarin mensen zich verliezen in de vlakke wereld van elke dag. 

Berg zonder Naam

Merkwaardig detail: de berg heeft geen naam, terwijl vaak heel specifieke plaatsbeschrijvingen in evangelieverhalen staan vermeld. De plaats doet er immers niet toe. De locatie blijft een mysterie omdat de betekenis van de berg ligt in wat erop staat te gebeuren. Het zal tijd en ruimte overstijgen. We hebben tot nu toe één Bijbelvers gelezen. Verhalen zijn heel effectief om veel te zeggen in weinig woorden.

Het volgende vers is minstens even verhelderend. Het uitzicht op hoge hoogte is wellicht adembenemend, maar vooral een inzicht zal hun keel dicht hebben geknepen. Er gebeurt een metamorfose (in het Grieks: 'metemorfootè', Hij veranderde van gedaante) voor hun ogen. Zijn gelaat wordt stralend als de zon en zijn gewaad witter dan het licht. (Matteüs 17, 2) Het Licht brengt God in beeld. Zoals het vuur van de brandende braamstruik. (Exodus, 3, 1-6) God verschijnt aan Mozes in een onbenaderbaar vuur. Zowel het heldere licht als het vuur scheppen een afstand tussen mens en God. Wij hebben niet zomaar toegang tot God. Er is geen magie in het spel. Dit gaat over symboliek. Over sacramentaliteit.

Tabernakel

Plots blijken ze in vers 3 niet met zijn vieren te zijn op de berg. Uit het niets worden Mozes en Elia vernoemd, die in gesprek zijn met Jezus. Zij spreken met Jezus, niet met de leerlingen. Een Goddelijke dialoog grijpt plaats: Jezus, de Zoon van God, spreekt met Mozes, die de Wet vertegenwoordigt, en met Elia, die staat voor de Profeten. Samen bekleden deze beide verschijningen de Traditie van de Heer die op weg is gegaan met zijn Volk, vanaf het eerste begin tot dat moment. En Jezus staat op gelijke hoogte met hen. (Matteüs 17, 3) Hij wist Wet en Profeten niet uit, maar is organisch met hen verweven. Jezus ís de Wet en Profeten, meer bepaald: de vervulling  van Gods Belofte langs een Nieuw Verbond dat weldra wordt gesloten.

Petrus spreekt de Heer aan, midden in dit mystiek gebeuren. Hij stelt voor om drie tenten te bouwen: drie tabernakels, drie beschermende heiligdommen waarin het Goddelijke kan verwijlen, weg van de elementen, (Matteüs 17, 4) zoals eertijds de tent van het Verbond. (Exodus 25) Jezus zal weldra de nieuwe Ark belichamen, wanneer in Hem het Verbond tussen God en zijn Volk wordt vernieuwd. 

Christologie

Een Goddelijk spreken onderbreekt Petrus' voorstel: de hemelse Vader weerklinkt vanuit een wolk. Ook de wolk is vervuld van helder licht. Mozes, Elia, de Zoon en de Vader: ze zijn verenigd in Licht, in goddelijkheid. (Matteüs 17, 5) De Vader herhaalt zijn woorden van bij Jezus' doopsel door Johannes de Doper: "Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde." (Matteüs 3, 17) Dit keer wordt er nog een duidelijk directief aan toegevoegd: "Luister naar Hem." Gehoorzaam Hem. De tijd is immers rijp.

In de volgende hoofdstukken wordt vooral nog gesproken over de hemel en het Rijk Gods. (Matteüs 18-20) Daarna doet Jezus zijn intocht in Jeruzalem en richt Hij zich streng tot de Schriftgeleerden, terwijl Hij voorspelt wat er zal gebeuren wanneer de Mensenzoon terugkomt. (Matteüs 21-25) Het lijden en sterven van de Heer is niet meer ver weg. En dat klinkt ook in hoofdstuk 16, dat aan de gedaanteverandering voorafgaat: "Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het behouden." (Matteüs 16, 24-25) 

Wellicht de meest veelzeggende aanwijzing om de gedaanteverandering van de Heer te plaatsen, is Jezus' vraag aan zijn leerlingen, eveneens in het vorige hoofdstuk: "En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben? " (Matteüs 16, 15) Wat is het wezen van Christus? Wie is Hij? Het is eveneens Petrus die dan begeesterd spreekt: "U bent de Messias, de Zoon van de levende God." (Matteüs 16, 16) Er klinkt heel veel christologie in de gedaanteverandering. Het is geen luchtige thematiek. Maar dat mag in de Veertigdagentijd, op weg naar Pasen.

Zelfde symbolen

Dichter bij Pasen zal Petrus vloekend en zwerend uitroepen: "Ik ken die man niet!" (Matteüs 26, 74) En daarmee komen we bij het Christusmysterie waar de gedaanteverandering een voorteken van is, een vooruitwijzing: het lijden, sterven en opstaan van de Heer. Daarin komen veel symbolen terug. 

Zijn ondergewaad zal niet worden gescheurd, boven op de heuvel van Golgota. (Matteüs 27, 35 en Johannes 19, 23) Op een minder imposante verhoging dan de hoge berg zal het kruis worden opgericht. Het licht zal doven: duisternis zal de aarde bedekken. (Matteüs 27, 45) Het voorhangsel van de tempel zal scheuren. Het tentdoek wordt door toedoen van mensen vernield. (Matteüs 27, 51)   

De rijkdom van het verhaal van de gedaanteverandering is onuitputtelijk en heel inspirerend in voorbereiding op Goede Vrijdag en Pasen. Laat ons, in navolging van Jezus en de drie leerlingen, de naamloze berg beklimmen en dichter bij de betekenis van het lijden en sterven van de Mensenzoon komen: de betekenis binnen ons geloof en bijgevolg ook voor onze eigen diepste spiritualiteit.