Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- Voorbij de makke massa (5-6 september 2026).

25 augustus 2026

'En nu is het genoeg!' (29-30 augustus 2026)

Wanneer Jezus over zijn naderend lijden spreekt, wil Petrus met de beste bedoelingen ingrijpen maar wordt meteen op de vingers getikt door Jezus. Het is mooi en bewonderenswaardig dat hij Jezus wil beschermen, maar de Wil van de Vader moet geschieden. Het is niet anders. Jezus zal gedood worden en verrijzen op de derde dag. 

Dat niet!

Petrus is niet blij met wat hij hoort. Jezus vertelt aan hem en de andere leerlingen dat ze naar Jeruzalem moeten trekken. Niet zomaar: Hij moet daar sterven. (Matteüs 16, 21) Het valt Petrus heel zwaar op de maag. Wat is de zin daarvan? Wat brengt het op? Hij kijkt op naar zijn Meester, Hij is graag bij Hem en luistert aandachtig naar zijn Boodschap. Het mag altijd blijven doorgaan wat Petrus betreft. Dit kan niet zomaar voorbij gaan, toch? Waarom vertelt Jezus dit zo rustig, waarom vecht Hij er zelf niet tegen? Hij kan wegblijven uit Jeruzalem. Hij kan aan zijn leerlingen vragen om hun bescherming, maar dat doet Hij niet. Er kan zoveel gedaan worden om dit noodlot te vermijden. Jezus aanvaardt het zonder enige vorm van protest.

Daarom besluit Petrus om op de voorgrond te treden. De visser is een doener, een man van weinig woorden. Hij wil dit niet zwijgend aanvaarden, dit kan hij niet zomaar doorslikken. Hij moét Jezus verdedigen tegen dit onheil. De Boodschap moet verder doorheen het land verkondigd worden. Zijn werk is nog lang niet af. Wat Jezus voorzegt, is niet wat Petrus voor ogen heeft, niet hoe hij de komende tijd voor zich ziet. Hij heeft de Heer lief, hij heeft alles laten vallen om Hem te volgen. Deze bijzondere band wil Petrus niet verliezen.

Wie spreekt?

Petrus neemt Jezus terzijde, hij moét Hem hierover aanspreken(Matteüs 16, 22a) En hij spreekt Jezus fel toe. 'Dit zal niet gebeuren!', zegt hij streng. (Matteüs 16, 22b) Petrus wil Jezus beschermen. Dat is een mooie gedachte, maar ze is niet gepast: Petrus kleurt ver buiten de lijntjes. Jezus is immers niet zomaar een mens, niet zomaar een naaste. Hij is de Messias, de Zoon van God en is met een duidelijke Boodschap op aarde gekomen, namelijk: de Boodschap verkondigen, het kwaad van de mensen op zich nemen en de deur naar het Rijk Gods openmaken voor allen die in de Vader geloven. Zo moet het zijn.

Door Jezus aan te spreken op de kern van zijn missie gaat Petrus midden tussen de Zoon en de Vader staan. Dat kan niet. Gods Wil zal geschieden. Het is genoeg geweest. En daarom antwoordt Jezus zo fors: 'Ga terug, Satan, achter Mij!' (Matteüs 16, 23b) Wanneer Petrus zijn Meester klem tracht te zetten met zijn goedbedoelde tussenkomst, denkt hij niet aan wat God wil, maar alleen aan wat hij als mens wil. (Matteüs 16, 23c) 

Kern

Dit Schriftfragment beschrijft geen depressieve episode bij Jezus, geen fatalistisch moment dat Hij gelaten ondergaat en dat weer naar hoopvol optimisme omgekeerd kan worden met een beetje goede wil. Jezus koestert het leven niet boven alles. Hij weet dat er méér is dan dit aardse leven en Hij kent de Wil van zijn Vader, die tot voorbij de dood gaat. Hij zal gedood worden, want de hogepriesters en farizeeën staan Hem naar het leven. Maar op de derde dag wordt Hij uit de dood opgewekt. (Matteüs 16, 21c) Petrus zal zijn Heer niet voorgoed verliezen, Hij zal opstaan uit de dood. Dit is geen slecht nieuws, het is juist de boodschap van ultieme hoop.

Juist daarom is het allerbelangrijkste doel in ons leven volgens Jezus niet om dat leven te beschermen tegen alles en iedereen. Wie het leven koste wat kost wil bewaren, die zal het  verliezen. (Matteüs 16, 25) Harde, schurende woorden. Dit is een visie die ingaat tegen elke vezel van ons lichaam, tegen ons diepste overlevingsinstinct. In gezonde conditie vertelt ons lichaam ons voortdurend dat we eeuwig willen voortbestaan hier op aarde. Dat kan in de praktijk natuurlijk niet. Ziedaar een stevige paradox in ons leven. 

Volgens Jezus zullen we eeuwig leven als we in Hem geloven, alleen niet hier op aarde, maar bij de Vader in de hemel. Petrus worstelt er duidelijk mee. Hoe gaan wij hiermee om?