Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- 'Geen tijd voor je feestje' (10-11 oktober 2026).

29 januari 2022

Over de liefde (29-30 januari 2022)


De liefde is niet melig 

en draagt geen geitenwollen sokken.

Ze is niet wispelturig 

maar standvastig en oprecht.

De liefde is echt en puur,

niet voorwaardelijk of dubbelzinnig.

De liefde is goddelijk

en overstijgt wat tijdelijk is en menselijk.


Zonder de liefde verdroogt het geloof,

zonder de liefde verdort de hoop.

Zonder de liefde is er slechts leegte,

slechts radeloos trachten te vervangen.


De liefde is geen sprookje,

en is soms pijnlijk om vol te houden.

Ze is niet sensationeel,

en verafschuwt valse schijn. 

De liefde is nooit op zichzelf

maar steeds op anderen gericht.


De liefde verheft wie in haar volhoudt,

ze beloont wie in haar investeert,

ze vervult wie in haar gelooft.

De liefde is eindeloos als haar Schepper,

grenzeloos als de schepping,

bevrijdend zoals de Verlosser.


De liefde wordt vaak misbruikt

uit zelfzucht of heerszucht.

De liefde wordt vaak verminkt,

wie dat doet, staat buiten de liefde.

De liefde laat zich niet afgrenzen,

niet bepalen, niet vervormen.


De liefde is geen middel,

de liefde is het doel.

In de liefde bestaat vergeving,

de vergeving bevestigt de liefde.

De liefde komt van God

en de liefde komt God toe.


(naar 1 Korintiërs 12, 31 - 13, 13)

23 januari 2022

De Gezalfde van de Heer spreekt tot zijn stadsgenoten (22-23 januari 2022)

Geboren is Jezus in Betlehem, maar grootgebracht werd Hij in Nazaret. Daar begint Jezus dan ook zijn prediking, zijn verkondiging al wie het maar horen wil. Niet op straat spreekt Jezus, maar in de synagoge, bij het volk waar Hij toe behoort, de nakomelingen van de grote koning David, het volk dat voortkomt uit Abraham, Isaak en Jakob. Hij predikt op de sabbat, op de rustdag die zijn Vader instelde. Jammer genoeg zal Hij uit dat uitverkoren Volk van God ook zware tegenstand ervaren. 

Gezalfd

Jezus verkondigt langs een citaat van de profeet Jesaja (Jesaja 61, 1-2) dat Hij is gezalfd door de Geest. Hij is niet alleen gedoopt, maar ook gezalfd. Zo worden wij ook gezalfd: bij het doopsel én bij het vormsel. Koningskinderen zijn we, gezalfd als David, deelachtig aan Gods zending. We mogen deze zalving niet verwarren met de ziekenzalving, die sterkt wie ziek is. Jezus is de Messias (Jesaja 61, 1: "masjach oti" in het Hebreeuws), de Christus (Lucas 4, 18: "echrisen me" in het Grieks). De Geest van de Heer is over Hem gekomen en heeft Hem gezonden. Jezus gaat ons hierin voor: Hij vraagt niets van ons wat Hem niet is opgelegd van zijn Vader. Jezus verkondigt niet uit zichzelf, maar uit de Vader langs de Geest. Hij is in al zijn doen en laten verbonden met de Vader langs de Geest.

Jezus' opdracht

Zijn zending is veelzijdig: aan armen zal Hij de Boodschap verkondigen, het evangelie (Lucas 4, 18: "euangelisasthai" in het Grieks). Daar hebben zij meer recht op dan de rijksten en edelen. Zij zullen hun rijkdom en allures opzij moeten schuiven vooraleer ze aanspraak maken om Hem te volgen. Aan gevangenen wordt hun vrijlating bekend gemaakt. Wie fouten heeft begaan, hoeft dat merkteken niet levenslang te dragen. Wie oprecht en van ganser harte berouw toont, verdient een nieuwe kans. 

Blinden zullen kunnen zien, hun ogen worden geopend. Daarmee verwijst Jezus naar de wonderen die Hij zal verrichten, maar evenzeer op de wijsheid van Gods Boodschap die mensen de ogen zal openen. Hierin wijkt Jezus af van de oorspronkelijke tekst bij Jesaja, die zegt dat de gevangenisdeuren geopend zullen worden. Dit "openen" wordt in het Hebreeuws ook gebruikt voor het openen van de ogen. De uitdrukking "pekah koach" (Jesaja 61, 1) kan ook vertaald worden als: vrijheid verkrijgen. Hierdoor krijgt de figuurlijke betekenis meer geloofwaardigheid: de bevrijding uit een afgesloten manier van geloven in de Heer, begeesterd worden door de Geest van de Vader. Bij een letterlijk oogwonder verkrijgt de blinde het zicht, bij het figuurlijk wonder komt er inzicht.

Jezus gaat verder. Wie verdrukt wordt, zal bevrijding ontvangen. Iedereen is immers gelijk en gelijkwaardig in de ogen van God. Niemand is meer waard dan een ander, niemand kan iemand onderdrukken en tegelijk volgeling van Christus zijn. 

Genadejaar

Dit citaat is voorwaar een manifest van Jezus' Boodschap, helder en klaar. Als al deze wonderlijke zaken gebeuren, dan zal het een genadejaar zijn, een jaar van vreugde, besluit Jezus. Terecht, want wanneer Jezus op aarde onder de mensen is, kan het alleen maar een genadejaar zijn. Dat is een eenmalig voorrecht geweest van de mensheid. De Schrift gaat in vervulling met zijn komst, met zijn verkondiging, maar ook met het lijden en de dood die Hem wachten.

Het verder verloop van de gebeurtenissen in de synagoge, wordt niet in de lezing opgenomen. Dat volgt volgende week. De bewondering van de toehoorders (Lucas 4, 20) maakt algauw plaats voor kleinerende praatjes: "Is Hij niet de zoon van Jozef?" (Lucas 4, 22). Ze ontkennen hiermee meteen dat Jezus de Gezalfde kan zijn. Zijn enige vader is Jozef volgens zijn stadsgenoten. Daarna volgt woede (Lucas 4, 28). De mensen zijn niet klaar voor zijn Boodschap. Ze sluiten zich af voor het wonder. Na de vreugdevolle Boodschap van deze week volgt een eerste, voorzichtige vooruitwijzing naar de Goede Week.

Laten wij ons openstellen voor de Geest, zoals Jezus de Geest over zich liet komen. Laten we ons bevrijden van onze vooroordelen en open en ontvankelijk zijn voor het evangelie. Wat zou de wereld mooi zijn, mochten meer mensen Jezus' Boodschap beleven en voorleven aan anderen, de Boodschap zoals Jezus die heeft bedoeld...

15 januari 2022

Het eerste wonder te Kana (15-16 januari 2022)

Jezus en zijn leerlingen zijn uitgenodigd op een bruiloft. Zijn moeder Maria is er ook aanwezig. Een bruiloft is het hoogtepunt van gastvrijheid. Een pasgehuwd paar deelt hun vreugde met wie hen lief is: familie en vrienden. Ze zijn letterlijk “te gast” en worden verwend met het lekkerste eten en meer dan voldoende drank. Er wordt gedanst, het is een feest. Zo gaat het ook in Kana.

Het loopt echter verkeerd. De ceremoniemeester heeft het drankverbruik duidelijk onderschat. Er is geen wijn meer. Het einde van de wijn is het einde van de gastvrijheid. In eigentijds Engels noemen we zoiets een “party-pooper”.

Repliek vertaald

Jezus komt hier in het actief verhaal binnen. Wanneer Maria Hem het probleem meldt, volgt een merkwaardige repliek. Hoe Hij Maria aanspreekt, is in vertalingen heel verscheiden. De oudere vertaling, die in de liturgie wordt gebruikt, luidt: “Vrouw, is dat soms uw zaak?” (Johannes 2, 4).

Dat klinkt bijzonder onbeleefd. De vertaling is misschien toch wat te sterk geïnterpreteerd. Vertalen kan nooit letterlijk, het omvat altijd een begrijpen van de oorspronkelijke tekst. Toch, een betere vertaling zou kunnen zijn: “Vrouw, wat hebben jij en Ik daar mee te maken?”, of “Vrouw, wat betekent dat voor jou en Mij?”. Sommige Engelse vertalingen neigen naar: “Waarom betrek je Mij hierbij?” De Nieuwe Bijbelvertaling houdt het bij: “Vrouw, wat wilt u van Me?” Daar is alvast de dialoog mee vertaald tussen “u” en “Ik”, die in de oudere vertaling ontbrak.

Waarom spreekt Jezus Maria hier aan met “vrouw”? Het past niet bij de sacrale en pure band tussen de Mensenzoon en de Dienstmaagd zoals die verwoord wordt in het advents- en kerstverhaal. Wellicht distantieert Jezus zich van de uitspraak van zijn Moeder. Maria lijkt te veronderstellen dat Jezus het probleem kan oplossen. Daar is een wonder voor nodig. Jezus kan zijn eerste wonderdaad echter niet op bevel van Maria aanvangen. Dat bevel moet van Godswege komen. Jezus zegt hier wellicht: “Moeder, om dit op te lossen, zal de Vader me opdracht moeten geven.” Vanaf dat ogenblik zal Hij zich immers openbaren als de Mensenzoon. Dat zegt Hij daarna ook uitdrukkelijk: “Mijn uur is nog niet gekomen,” het uur van verkondiging, lijden, dood en verrijzenis. Dit alles is aan elkaar gekoppeld.

Eerste wonder

Zijn uur komt echter algauw om wonderen te verrichten. Drie verzen laten geschiedt het eerste wonder, om precies te zijn: ergens tussen verzen 7 en 8. Waarom de plotse verandering dan toch gebeurt, wordt niet verduidelijkt. Maria heeft de situatie blijkbaar wel juist aangevoeld en ingeschat. Het wonder zelf wordt evenmin omschreven. De bedienden vullen grote kruiken met water, zoals Jezus opdraagt (vers 7). Ze scheppen vervolgens, opnieuw in opdracht van Jezus, wat van de vloeistof uit een kruik en brengen het naar de ceremoniemeester (vers 8). Daarna wordt vermeld dat het water al wijn is geworden (vers 9). Dat is het enige wat echt van belang is voor dit verhaal. Het is bij Johannes een bescheiden aanvang in een veel grotere verhaalboog, tot aan het Laatste Avondmaal (Johannes 13). Daar staat de voetwassing centraal, niet de maaltijd: opnieuw een teken van dienstbaarheid en gastvrijheid.

Medemensen

Gastvrijheid staat centraal in de joods-christelijke spiritualiteit. Zonder gastvrijheid ben je nooit een volgeling van Christus. We zijn nooit mens zonder medemens te willen zijn. Ons geloof en ons leven krijgen meer zin en betekenis naarmate we zin en betekenis bijdragen aan anderen. Openheid en empathie zijn ons streefdoel. Deze grondhouding staat ver verwijderd van angst, vooroordeel en egocentrisme. Die laatste zijn heel menselijk van aard en van alle tijden, maar ze zijn al te vaak de oorzaak geweest van discriminatie, geweld en oorlog.

Wie gelooft in Jezus Christus, heeft de opdracht om naar dat geloof te handelen. Wat betekenen wij voor anderen? Hoe staan wij tegenover mensen, gewoonten en tradities die we niet kennen? Ook wij kunnen uit het gebrek in ons denken wijn van gastvrijheid scheppen. Het is een klein wonder dat ieder van ons is gegeven en gegund van Godswege, en dat een bijdrage vormt aan een betere wereld.

24 december 2021

Kerstbezinning: Op een prikkend bed van stro (24-25 december 2021)

Op een prikkend bed van stro
is God op aarde geboren:
niet in een groot kasteel,
niet in een gouden kooi,
maar in een gammel toevluchtsoord,
als Mens onder de mensen,
delend in de koude
en de onzekerheid
over wat morgen brengen zal.

In die schamele stal
ontluikt de liefde,
eerlijk en ongecompliceerd:
niet betaald en afgemeten
zoals bij de herbergier
die hen weigert,
maar eenvoudig als de herders,
rijk als de wijzen
en goddelijk als de Messias zelf.

Op een prikkend bed van stro
ligt de Zoon van God te slapen.
Sus, slaap maar, Kindje, sus…

Een zalig Kerstfeest!

16 december 2021

De laatste dagen vóór Kerstmis: "Kom, o Heer, en wacht niet langer" (17-23 december 2021)

De periode vanaf 17 december noemen we de kerstnoveen: een intense voorbereiding op het steeds dichterbij komende feest van Kerstmis. De O-antifonen worden gezongen of gebeden in deze periode. Ze richten zich telkens in gebed tot Christus en kennen Hem een titel toe uit het Oude Verbond. Steeds verwijst de aanspreking naar Gods heilsbelofte. Het gebruik van deze O-antifonen of “grote antifonen” is wellicht al in de vroege middeleeuwen ontstaan. Ze zijn ook vandaag een uitgelezen kans tot bezinning of gebed in voorbereiding op het Kerstfeest. 

In de laatste dagen vóór Kerstmis groeit het verlangen dat zo treffend wordt verwoord in de O-antifonen.

  • 17 december: O Wijsheid
Uit de mond van de Allerhoogste
weerklinkt Gods Wijsheid,
die sterk is en voornaam,
wereldbreed en hemelhoog.
Toon ons de weg, o Heer,
van de voorzichtigheid.

Lees hierbij: Spreuken 8, 1-6; Jesaja 11, 2-3; Spreuken 9, 1.

De profeet Jesaja had voorzegd dat de geest van de Heer zou rusten op de Messias, de geest van wijsheid en inzicht, beleid en sterkte, kennis en ontzag voor de Heer. Jezus is het Woord, de wijsheid die vrij is van alle twijfel. Hij bezit de kennis van Gods heilsplan met de Schepping. Laten we ons voorbereiden op de komst van Gods Woord!

  • 18 december: O Adonai
God, Vader van uw Volk,
uw Naam is heilig, Adonai,
U sprak tot Mozes vanuit het vuur
en sprak uw Wet op de berg Sinaï.
Reik ons uw hand, o Heer, en verlos ons.

Lees hierbij: Deuteronomium 10, 16-22; Exodus 3, 1-8; Exodus 20, 1-20, Deuteronomium 26, 5-9.

Adonai staat voor “onuitsprekelijk”. Gods naam is zo heilig dat men in de joodse traditie het woord “Heer” (JHWH) niet voorleest, maar in de plaats daarvan “Adonai” zegt. Laten we met ontzag uitzien naar Jezus!

  • 19 december: O Twijg aan de stronk van Isaï
Aan de stronk van Isaï
groeit een nieuwe twijg.
Groots zal het ontzag voor Hem zijn:
voor Hem zullen de heersers verstommen,
naar Hem zal het Volk van God zich richten.
Wacht niet langer, o Heer, bevrijd ons.

Lees hierbij: Jesaja 11, 1-10; Jesaja 45, 23; Jesaja 52, 13; Lucas 1, 32-33.

Koning David was de zoon van Isaï, die zonder zonde stierf. Aan de verdorde stronk – verdord toen de dynastie in Israël eindigde – ontspruit nu een nieuw twijgje, zoals Jesaja voorspelde. Een nieuwe gouden tijd breekt aan. Laten we ons voorbereiden op een heuglijke tijd!

  • 20 december: O Sleutel van David
Heer, U bezit de macht van Davids sleutel:
wat U openmaakt, zal niemand sluiten,
wat U afsluit, zal niemand meer openen.
Bevrijd allen die gevangen zitten, o Heer,
allen die in het duister dwalen.

Lees hierbij: Jesaja 22, 20-22.

De Messias is degene die in Gods naam de toegang biedt tot het eeuwig leven. Hij zal de deur naar de hemel openmaken. Laten we openstaan voor het mysterie van een leven na het aardse.

  • 21 december: O Dageraad
Heer, Licht uit het Oosten,
glans van de eeuwigheid,
stralende zon van gerechtigheid, verlicht ons.
Genees ons, o Heer, van de duisternis,
laat uw dageraad komen.

Lees hierbij: Maleachi 3, 1-3; Jesaja 9, 1; Psalm 104, 14.

God heeft aandacht voor hen die het moeilijk hebben. Hij brengt licht waar mensen het perspectief in het leven verloren hebben. Jezus brengt nieuwe hoop voor wie fouten heeft gemaakt. Laten we met verlangen wachten op de nieuwe morgen!

  • 22 december: O Vorst van uw Volk
U bent de Vorst van uw Volk,
het koningschap komt U toe:
U bent de hoeksteen waarop alles steunt.
Red de aardse mens die U uit klei hebt geschapen.
O Heer, kom gauw!

Lees hierbij: Jeremia 10, 1-7; Jesaja 28, 16; Genesis 2, 7; Matteüs 21, 42; 1 Petrus 2, 4-5.

De Messias is de Vorst die eenheid onder zijn volk zal breng door zijn aardse leven en zijn Blijde boodschap. De haat zal niet meer heersen, er zal geen oorlog meer zijn onder Gods Volk. Laten we hoopvol uitkijken naar onze Koning!

  • 23 december: O Emmanuel
Emmanuel, God met ons, vredebrenger,
bevestiging van onze hoop,
langverwachte Redder van allen,
kom nu en red ons,
o Heer, onze God.

Lees hierbij: Jesaja 7, 14; Maleachi 3, 1; Matteüs 1, 21-23.

Onze Heiland zal uit de maagd geboren worden, Hij zal God-met-ons zijn, Emmanuel. Als de Messias op aarde verschijnt, dan is de tijd van het goddelijk heil aangebroken. Laten we onze Emmanuel tegemoet gaan!


Bronvermelding:
Inleiding: https://www.kerknet.be/icl/artikel/zeven-o-antifonen-nemen-ons-mee-naar-kerstmis
Vertaalde antifoonteksten: Sven VANNECKE, U zeg ik dank, Averbode, 2018.
Verklaring bij antifonen: https://igniswebmagazine.nl/spiritualiteit/advent-de-ontmoeting-met-god-voorbereiden (Ward Biemans s.j.)

11 december 2021

Gaudetezondag: wees blij en laat je inspireren (11-12 december 2021)

De derde zondag is de advent wordt Gaudetezondag genoemd. Op de adventskrans staan 4 rode kaarsen of 3 rode kaarsen en één roze kaars. Dat is de Gaudetekaars. De liturgische kleur is in de advent paars, maar op Gaudetezondag mag men oudroze dragen. Dat is de combinatie van paars, dat staat voor inkeer en verwachting en wit, de kleur van de vreugde om het komende Geboortefeest.

Gaudete betekent: “verheug u”, of dichter bij de hedendaagse taal: “wees blij”. De naam is het begin van de Gregoriaanse intredezang die bij deze zondag hoorde. De tekst van deze intrede is Filippenzen 4, 4-7: “Gaudete in Domino semper, iterum dico, gaudete.” We lezen dit fragment niet toevallig als tweede lezing. Zo dadelijk wordt de tekst van naderbij bekeken.

De tekst uit de eerste lezing drukt die zelfde roep tot blijdschap uit: “Jubel, dochter van Sion! Juich, Israël! Verheug u en wees blij, Jeruzalem, met heel uw hart!” (Sefanja 3, 14) De advent is over het algemeen heel ingetogen. We bezinnen ons en kijken verlangend uit naar Kerstmis. Op de derde zondag mag de vreugde echter al even doorklinken.

Ik tracht de tekst uit de Filipenzenbrief zo dicht mogelijk tegen de Griekse tekst te vertalen. Dit is één van de mooiste fragmenten uit de brieven: kort maar bijzonder inspirerend.

Vers 4: “Wees blij in de Heer! Ik zal het telkens opnieuw zeggen: wees blij!” 

We worden niet uitgenodigd om alvast even rond de vroeg geplaatste kerstboom te dansen. Nee, in ons geloof mogen we blij zijn. We mogen vreugde putten uit de gedachte dat het Geboortefeest van de Heer nadert. God laat ons niet verweesd achter, ook al voelt het op eenzame momenten misschien zo. Kerstmis herinnert ons aan Gods liefde voor ons: Hij heeft zijn Zoon op onze wereld geboren laten worden, tastbaar in de tijd. God is niet ver weg gebleven. God blijft nooit ver weg. Hij is altijd nabij. Daarom beklemtoont Paulus zijn uitspraak: hij blijft ze herhalen omdat de boodschap zo belangrijk is, voor de Filippenzen toen, maar ook voor ons hier en nu.

Vers 5: “Laat jullie goede wil bij alle mensen bekend worden. De Heer is dichtbij!”

We worden niet opgeroepen om verzuurde roeptoeters te worden. De verleiding kan bestaan om in zich het verleden te nestelen en het heden te vervloeken. Ook na de dood van Jezus zal die verleiding hebben bestaan. Toch is dat niet de bedoeling. In goedheid moeten we ons kenbaar maken, niet in antipathie of vijandigheid. De mensen hebben nood aan positiviteit. Laat dit van ons afstralen. Laat ons spreken en handelen verwijzen de blijde Boodschap en inspirerend werken. Weldra vieren we de geboorte van Jezus. Het is een ogenblik dat doorheen de tijden het tedere en liefdevolle in de mens naar boven heeft gebracht. De Heer is dichtbij, we tellen de dagen af.

Vers 6: “Maak jullie toch nergens zorgen om. Maak al jullie vragen bekend bij God in gebed en in smeekbeden, vergezeld van dankzegging,”

We hebben de neiging om te piekeren in deze lange avonden en nachten. Het donker heeft een bepaalde invloed op ons. We leven meer opgesloten, we beschutten ons tegen het koude, gure weer. De zorgen hoeven niet op te hopen in onze gedachten, tot een ballast die ons immobiliseert. Onze zorgen mogen we aan God bekend maken in ons gebed. We mogen ze als het ware aan Hem doorgeven en vragen om zijn hulp en bijstand. Dat mogen we echter nooit doen zonder ook te danken. De balans moet in evenwicht zijn.

Vers 7: “en de vrede van God, die al ons denken overstijgt, zal jullie harten en gedachten ongeschonden bewaren in Christus Jezus.”

Wanneer we geloven, wordt ons denken en ons voelen, het meest innerlijke in ons bestaan, in overgave toegewijd aan Gods vrede. Ze zullen echter puur en ongeschonden blijven, zoals God zelf. Dat klinkt misschien wat hoogdravend en melig tegelijk. In de essentie is het niettemin een belangrijke uitspraak. Geloven is God toelaten in het diepste van je bestaan: in je kleinheid, je onbeholpenheid, je aarzeling, je onzekerheid, je onschuld. God toegang geven tot het meest kwetsbare van je zijn, is een risico. Wat als je er gekwetst uit komt? Wat als je teleurgesteld wordt? 

Welnu, Paulus verzekert ons dat je hart en je gedachten ongeschonden bewaard zal blijven in Christus Jezus. Als je oprecht in Hem gelooft, dan zal je niet teleurgesteld worden. Daarom moet je vertrouwen op God, die ons denken overstijgt. Dat betekent een ernstig engagement en een blijvende toewijding in je geloof. Laat je geloofshouding niet te naïef of sprookjesachtig zijn. Laat het ook niet hebzuchtig zijn, gebaseerd op krijgen en hebben. Laat het in de eerste plaats naar God en zijn Woord gericht zijn, niet naar jezelf. Laat je geloof mee groeien met je gedachten en ervaringen.

Bedenk tot slot dat Paulus deze brief vanuit gevangenschap schrijft (Filippenzen 1, 7-13) aan de eerste christelijke Kerk in Europa. Dit besef maakt het contrast veel scherper wanneer hij zo enthousiast schrijft over blij zijn, over goedheid, zorgeloosheid en Gods vrede. Je leest het anders als je Paulus’ toestand indachtig bent. Ook onze beleving van Kerstmis is anders dan gewoonlijk, het tweede jaar op rij al. Het coronavirus heeft een grote invloed op ons doen en laten. Hoe moeilijk ook, dit kan je beleving van Kerstmis verdiepen, verinnerlijken.

Met Kerstmis wordt het kind Jezus geboren op aarde, op de wereld zoals hij is. Niet in een ideale wereld, niet in een droombeeld, maar in de werkelijkheid. Parallel daarmee wordt ook elk jaar opnieuw ons geloof herboren. De advent heeft ons tot inkeer gebracht. We zijn ons bewust van onze tekorten en de kansen die daaruit voortkomen. We hebben in de Schrift gelezen, tot God gebeden om de komst van zijn Zoon. We staan klaar om de vrede op aarde te verwelkomen, en in ons hart. Met blijdschap en verlangen. 

05 december 2021

Johannes de Doper: authentieke verkondiging (4 en 5 december 2021)

Johannes de Doper heeft een beperkte, maar niettemin indrukwekkende inbreng in de vier evangelies. Hij is een zonderling figuur, die de mensen klaar maakt om de Boodschap van Jezus te ontvangen. Hij is inspirerend en bescheiden, kortom het prototype en schoolvoorbeeld van een verkondiger van de Blijde Boodschap.

Een nieuwe manier van leven

Johannes de Doper leeft zelf naar de boodschap die hij verkondigt. Er is geen onderscheid tussen zijn levensstijl en de boodschap die hij de mensen bijbrengt. Daarom is hij zo authentiek en bijgevolg ook geloofwaardig. 

Johannes is de zoon van de priester Zacharias en van Elisabet, de nicht van Maria (Lucas 1, 5-25. 57-79). Hij is dus verwant aan Jezus. Zijn voorkomen straalt een extreme soberheid uit: hij draagt een ruwe mantel van kameelhaar en een lederen gordel. Hij voedt zich met sprinkhanen en wilde honing (Matteüs 3, 4; Marcus 1, 6). Alvorens hij zijn getuigenis begint, verblijft hij eerst lange tijd in de woestijn, voor vasten en bezinning (Lucas 2, 80). Hij verinwendigt de boodschap die hij zal brengen. Zowel innerlijk als uiterlijk wordt hij een oprechte getuige.

Johannes de Doper is de getuige van het Licht (Johannes 1, 7-8). Hij is de voorbereider, maar is zelf absoluut geen messias (Matteüs 3, 11; Marcus 1, 7-8; Johannes 1, 26-27). Hij komt vóór de verkondiging van Jezus, de Messias, hij gaat voor Hem uit om de weg klaar te maken. Diezelfde opdracht geeft Johannes ook aan iedereen die het horen wil. De Messias is zoveel groter dan hij. Hij citeert daarbij de profeet Jesaja: maak de weg van de Heer klaar (Jesaja 40, 3-5).

Een boodschap van inkeer en verandering

Johannes wordt niet toevallig de Doper genoemd. Het is een belangrijk element in zijn verkondiging, en hij doopt wie dat oprecht verlangt met water (Lucas 1, 3; Matteüs 3, 6; Marcus 1, 4). Tegelijk roept hij de mensen ook op om tot inkeer komen (Lucas 3, 3; Matteüs 3, 2; Marcus 1, 4). Langs het doopsel kunnen ze ook vergiffenis vragen en een nieuw begin aanvatten (Lucas 3, 3; Matteüs 3, 6; Marcus 1, 4). Het zijn allemaal zaken die ook vandaag nog diepgeworteld zitten in onze christelijke praktijk.

Johannes vraagt van de dopelingen een blijvend engagement. Het doopsel is geen verzekering, maar het begin van een nieuwe levenswandel (Lucas 3, 7; Matteüs 3, 7-8). Daarin is de naastenliefde een opdracht (Lucas 3, 11). Daarnaast moeten ze ook eerlijk zijn en niemand bedriegen of oplichten (Lucas 3, 12-14). Wie zich daar niet aan houdt, heeft niets aan het doopsel, want ze beleven het niet.

Een opdracht voor elk van ons

Johannes de Doper is een belangrijk persoon in het christelijk geloof. Hij wordt ook in de vier evangelies uitdrukkelijk vermeld. Wat kunnen wij meedragen van zijn getuigenis, in de aanloop naar de komst van Jezus?

Een christen, een volgeling van Christus, dat bén je, of misschien nog correcter: dat wórd je telkens weer. Het vergt een levensverbintenis vanuit je hele zijn: je denken, je spreken, je doen en laten. Het is geen zijdelings engagement dat ergens op de achtergrond af en toe meeklinkt. Christen zijn, veronderstelt dat je de Boodschap in de praktijk beleeft, en niet alleen in woorden bevestigt.

Dit betekent ook dat je geregeld tot inkeer komt, jezelf en je veronderstelde evidenties in vraag stelt, dat je je bewust bent van je fouten en tekortkomingen en om vergiffenis vraagt, met de bijhorende intentie van het beter te doen, van nog dichter bij Gods Nieuw Verbond te leven. 

Dan gaan wij misschien ook vóór de Heer uit, en zijn wij voor anderen een aanstekelijke en inspirerende richtingaanwijzer naar de Schrift en naar Jezus' Boodschap. De sterkste vorm van verkondigen, is het evangelie voorleven in ons dagelijks leven.

Het is aan ons om ons in deze advent voor te bereiden en net als Johannes de Doper en in zijn spoor de weg klaar te maken voor de Heer. Want, om het te zeggen met de woorden van Augustinus: "Als Jezus duizend keer geboren zou zijn in de stal van Betlehem, maar niet in ons hart, dan was zijn geboorte waardeloos."

29 november 2021

Advent: verlangend uitzien naar het onverwachte (27-28 november 2021)

Advent is een tijd van verwachting. Wat mogen we dit jaar verwachten? Voor een tweede jaar op rij wordt december sterk bepaald door de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. Mogen we dan nog veel verwachten?

  • Voor de lezingen van de eerste zondag van de advent, C: klik hier.

Hoe gaan we Kerstmis vieren dit jaar? Het blijft voorlopig allemaal nog vaag, afhankelijk van veel factoren. Kunnen we ons voorbereiden op een vaag idee? Het antwoord is: jazeker. 

Misschien is net dat de diepste bedoeling van de advent: dat we niet in de gewoonte rollen van alles lang op voorhand gepland en netjes georganiseerd te hebben, maar dat we juist het onverwachte verwachten en op ons af laten komen. Net zoals Jozef en Maria geen idee hadden van wat er precies komen zou.

Jezus zegt over de verwachting van de komst van de Heer bij de voleinding van de tijden: “Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de zorgen van het dagelijks leven.” (Lucas 21,34) Die verwachting is gelijkaardig aan onze verwachting van het Geboortefeest in de advent. 

Jezus zegt hier niet, zoals sommigen iets te gretig interpreteren, dat we ons moeten afkeren van de wereld en van de zorgen die ons bezig houden. We verlangen naar zijn komst vanuit ons aardse bestaan. 

Ook corona maakt deel uit van ons bestaan momenteel. De andere kant op kijken en doen alsof het niet ons probleem is, dat is alleszins niet de oplossing. Integendeel, dan maken we deel uit van het probleem zelf in plaats van mee te bouwen aan de oplossing. De twee belangrijkste geboden van het Nieuwe Testament luiden: “Bemin God, en je naaste zoals jezelf.” (Matteüs 22, 36-40) Zorg dus voor je naasten, bescherm hen tegen dit virus zoals je jezelf er tegen tracht te beschermen.

Misschien zullen we advent en Kerst voor een tweede keer met beperkingen moeten vieren. Dat betekent op zich niet dat we deze tijden minder gelovig moeten doormaken. Jezus roept ons immers op om ons geloof intens te beleven, maar daarom niet theatraal: “Wees waakzaam en bid,” zegt Hij (Lucas 21,36a). En dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste. We blijven met elkaar verbonden in gebed, en bijgevolg blijven we ook verbonden in de verwachting en verbonden in de vervulling van de belofte. Laat ons bidden dat we samen waakzaam uitzien naar een nieuw begin.