Welkom op de blog "Geloof en Spiritualiteit".
Neem zeker eens een kijkje in het blogarchief!

Dit is de komende tekst:
- 'Hemelse Vrouw' (15 augustus 2026).

06 augustus 2026

'Je hoeft niet bang te zijn' (8-9 augustus 2026)

Angst en godsdienst hebben een complexe verhouding met elkaar. Ze worden beter niet in één adem genoemd. Dat heeft de recente geschiedenis ons andermaal geleerd. In een poging om het volkskatholicisme te redden is in de twintigste eeuw hard geïnvesteerd in angst als bindmiddel. De duivel die om de hoek loert, de zedenverloedering die ons in de afgrond zou doen storten, de wraak van God om onze zonden, het nietsontziende Oordeel dat we altijd moeten vrezen. Was dat werkelijk de boodschap waarmee men gelovigen wou overtuigen om te blijven?

Angst grijpt je vast: het dwingt. Maar dat betekent niet dat de Boodschap zelf je daarom raakt. 'Ze hebben ons veel wijsgemaakt', is een conclusie die ik vaak hoor als ziekenhuispastor. En dat is jammer. Het was heus niet de intentie van de vele goedbedoelende priesters, paters en zusters. Missiepaters met donderpreken inbegrepen. Hun bedoelingen waren goed, hun werkmiddelen helaas pover.

Eigenlijk vind je deze methode niet terug bij Jezus. Juist het tegendeel merk je op. Jezus zegt vanop het water tegen de leerlingen in de boot in zwaar stormweer: 'Ik ben het. Wees niet bang.' (Matteüs 14, 27b) De leerlingen menen een geest te zien, maar het is Jezus. Ze hoeven niet te vrezen. Ze hoeven zich geen geesten in te beelden. Ze hoeven zich geen angst voor te houden, maar juist vertrouwen hebben in de Heer.

Mystiek moment I

Al vanaf het begin van de blijde Boodschap, die door Johannes de Doper wordt ingeleid, gaat het over bekering en vertrouwen, niet over angst. Zelfgenoegzaamheid wordt niet beloond door God, wel bekering. Zich keren tot God, daar gaat het om. (Matteüs 3, 8) Mogen vertoeven in Gods nabijheid, in het Rijk Gods ligt de beloning. Niet de straf staat centraal, maar een positieve boodschap: de Verlossing is nabij!  

Jezus komt bij Johannes en wordt door Hem gedoopt. De hemel gaat open en de Vader spreekt tot wie het horen wil: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.' (Matteüs 3, 17) De Vader schreeuwt niet dat de mensen maar beter hun best kunnen doen of dat Hij ze een heilige pandoering zal geven. Nee, Hij spreekt over Liefde en over vreugde. Dit is een mystiek moment: hemel en aarde buigen zich naar mekaar toe en de stem van de hemelse Vader klinkt. Je zou voor minder beven van angst. Maar het is niet nodig. God vraagt dat niet van ons. Hij vraagt dat we eerlijk zijn met onszelf en tot inkeer komen, ons tot Hem keren, de Bron van Liefde.

Mystiek moment III

En bij de Gedaanteverandering van de Heer, het feest dat we enkele dagen geleden hebben gevierd, horen we de Vader diezelfde woorden bevestigen aan Petrus, Jakobus en Johannes: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde. Luister naar Hem!’. (Matteüs 17, 5b) Opnieuw een mystiek moment, waarin de Vader herhaalt hoeveel Hij houdt van zijn Zoon en hoe Hij vreugdevol is om Hem. Dat is wat ook wij mogen ervaren: innige Liefde voor Christus, en vreugde om zijn Boodschap.

De leerlingen horen deze woorden en worden overvallen door een hevige angst. Daar is de angst weer. Hun schrik neemt grote proporties aan: ze werpen zich tegen de grond. Maar Jezus komt dichterbij, raakt hen aan en zegt: ‘Sta op, wees niet bang.’ (Matteüs 17, 6-7) De mystieke ontmoeting is dan pas voorbij. 

Jezus is op de berg op gelijke hoogte gekomen met de Wet en de Profeten, langs Mozes en Elia. (Matteüs 17, 3) En meteen raakt Hij de leerlingen aan, en maakt hun duidelijk dat Gods Aanwezigheid geen angst hoeft in te boezemen, maar Liefde en trouw moet opwekken, geloof en hoop, vreugde en dankbaarheid. Dat is wat men mag ervaren wanneer men de boodschap van de Profeten ernstig neemt en de Wet eer aandoet.

Mystiek moment II

De nummering van de mystieke momenten wordt door elkaar gehaald. Eigenlijk is dat niet zo belangrijk. We gaan enkele hoofdstukken terug in het Matteüsevangelie, naar de storm op het meer, de lezing van deze zondag. Omringd door twee gelijke hemelse toesprekingen, komt Jezus zijn leerlingen over het klotsende water tegemoet en zegt hun: Ik ben het. Wees niet bang.(Matteüs 14, 27b) Het zijn dezelfde woorden als Hij bij de Gedaanteverandering zegt. Wanneer de Vader of de Zoon een uitspraak herhaalt, dan mag je die gerust als essentieel beschouwen.

De leerlingen zijn immers bang: hun bootje kan ieder moment verzwolgen worden door de golven. En Petrus is bang, hoewel Jezus bij hem staat. Op aangeven van Jezus is hij uit de boot op het water gestapt en dreigt te verdrinken. Jezus redt hem en vraagt hem: Waarom heb je getwijfeld? (Matteüs 14, 31c) Getwijfeld heeft hij, op de woelige baren. Let wel: Jezus verbiedt hem niet om te twijfelen. Hij hoopt vooral dat zijn eerste apostel steeds minder zal gaan twijfelen, dat hij verder zal groeien in geloof en vertrouwen, tot voorbij het logische verstand.

De leerlingen werpen zich voor Hem neer en zeggen: ‘U bent werkelijk Gods Zoon! (Matteüs 14, 33) Het is een korte geloofsbelijdenis. De woorden van de Vader worden hier bevestigd door de leerlingen. Angst is het tegenovergestelde van geloof. Geloof is vertrouwen. Het is je best doen en telkens opnieuw tot inkeer komen, dichter bij de Heer. Dat is een positieve boodschap, een uitnodigende boodschap, kortom een blijde Boodschap. Niet beangstigend of dwingend. Angst en dwang is bij Jezus mensenwerk, maaksels van Schriftgeleerden en farizeeën, met hun regeltjes en dreiging tot uitsluiting. (Matteüs 23, 4 en 13 en Johannes 9, 22)

Dit is de hoopvolle Boodschap: wees niet bang, maar groei in vertrouwen!

30 juli 2026

Wonderlijk Brood (1-2 augustus 2026)

Het broodwonder is een inspirerend evangelieverhaal, omdat het zoveel vertelt, zelfs zonder het eigenlijke wonder zelf te beschrijven. We lezen enkel wat het resultaat ervan is: er blijkt een grote overvloed over te blijven van de vijf broden en twee visjes die voorhanden waren. Het moet een hele uitdaging zijn om dat in beeld te brengen: de schilderkunst wil graag het kernmoment uitbeelden. 

Symbolistisch

Tomasz Kuran (geboren in 1971 in Warschau) is een hedendaagse Poolse schilder en kunstconservator. Hij ging naar de Academie voor Schone Kunsten in Warschau en volgde daarnaast een opleiding schilderkunst in het atelier van professor Rajmund Ziemski, een abstract-figuratieve kunstenaar. Kurans werk omvat landschappen, abstracties en personages, in een realistische en symbolistische stijl, vaak met een sterk gebruik van vlakken en kleuren. Liefde, lichamelijkheid, verdriet en geloof zijn terugkerende thematieken in zijn werken. Hij exposeert heel af en toe. 


'De wonderlijke vermenigvuldiging van brood en vis' is een hedendaags werk, geschilderd in acryl. Het is vervaardigd in 2022 of 2023 en meet 80 bij 80 cm.  De typische stijlkenmerken komen duidelijk in beeld: een breed gamma aan contrastrijke kleuren en het gebruik van onderling sterk verschillende kleurvlakken. We zien op de voorgrond een persoon in een kleed, met een mand voor zich. De achtergrond bestaat uit zanderige grond en de lucht erboven.

God en mens

Water en land zijn de basiselementen van Gods schepping. Die schepping is allesbehalve monotoon. De hemel roert zich in dit werk, er is veel beweging. De aarde is eveneens veelkleurig en levendig weergegeven. De kleuren van hemel en aarde keren terug in het motief op het naadloze kleed van de afgebeelde figuur, die Jezus voorstelt. Hij is één met de hemel én met de aarde. Jezus is God en mens, heilig en aards tegelijk. 

Zijn mantel is perfect, maar zijn gezicht onvolmaakt. De mantel is uit één stuk en is uit een hemels zuiver witte stof vervaardigd, maar met aardse patronen gekleurd. De ogen zijn ongelijk geplaatst. Dat gebeurt wel vaker in abstracte kunst. Hier duidt het misschien ook op menselijk kijken en Goddelijk kijken. De mond van Jezus is geopend: Hij is aan het spreken, aan het vertellen, aan het verkondigen. Jezus is het Woord. Zijn mond is deels verhuld, niet volledig zichtbaar. Jezus spreekt langs parabels en wonderen.

Verwijzing

Hij stelt een zegenend gebaar. Eén hand is afgebeeld in het wervelende hemelvlak, één in het aardevlak dat qua kleur verschilt van de andere. Uit de mand verschijnt een ordelijke veelheid aan broden en vissen, ze lijken te zweven uit de mand. Veelheid hoeft geen chaos te zijn. De ordelijkheid en het zweven verwijzen naar het bovennatuurlijke, het bovenaardse. Vijf broden en twee vissen hebben een rode aanduiding, de rest niet. Uit die broden en vissen blijft er een veel grotere veelheid over, die reikt tot in de hemel. Is het rood een verwijzing naar het lijden van Christus? We vinden diezelfde rode kleur terug op de kraag van zijn kleed.

Het broodwonder verwijst uiteraard naar het Laatste Avondmaal en naar het Lijden van de Heer. Tegelijk verbeeldt het de zorg voor zijn Volk, opdat zij mogen leven, en niet verloren gaan...

24 juli 2026

Alles of niets (25-26 juli 2026)

We horen Jezus spreken over aanzienlijke financiële transacties. Hij spreekt niet voor de lokale middenstand, maar voor vissers. In twee korte gelijkenissen legt Hij uit hoe we ons het Rijk Gods kunnen voorstellen, meer bepaald de toegang ertoe. Het is een kwestie van alles of niets, van de juiste keuze te maken.

De schat

Het Koninkrijk van de hemel lijkt op een schat, zegt Jezus tegen zijn leerlingen. Iemand ontdekt de schat en verkoopt meteen al wat hij bezit om de akker aan te kopen waar die schat verborgen ligt. Wat is hij blij! (Matteüs 13, 44) Het is één van de kortste gelijkenissen die Jezus vertelt. Eén enkel vers. 31 woorden in het Grieks. Jezus heeft geen omhaal van woorden nodig: niet om te bidden en evenmin om iets belangrijks te vertellen. (Matteüs 6, 7)

Een schat vinden: er zijn boeken over geschreven, films over gemaakt. Het is een droombeeld van alle tijden, ook bij de vissers die Jezus tot leerling heeft geroepen: plots schatrijk worden. Ook in Jezus' gelijkenis wordt de schat heel onverwacht gevonden. Maar het gaat hier over een genadegave van God. 

De man koopt de grond waar de schat verborgen ligt, niet voor de grond maar enkel voor de schat. Bezit en geld doen er niet meer toe. De schat, daar gaat het om. Hij heeft alles verkocht wat hij bezit voor deze schat. De gelijkenis gaat over een keuze: zoveel mogelijk geld bijhouden of het Koninkrijk van God vinden. Het één of het ander.

De koopman

De volgende gelijkenis beslaat twee verzen, en amper 25 Griekse woorden. Nog korter dus. Jezus is 'to the point', Hij spreekt kort maar krachtig over de essentie van het geloof. We mogen aannemen dat God de Vader hier de hoofdrol toebedeeld krijgt. Hij wordt uitgebeeld als een koopman die op zoek is naar de meest kostbare parels. (Matteüs 13, 45-46) Wij zijn die parels. We zijn kostbaar in Gods ogen. Dat is een bijzonder mooi compliment, toch?

Gods Volk is zijn oogappel, al vanaf het begin. (Deuteronomium 32, 10b) God gaat op zoek naar ons, Hij wil dat wij dichterbij komen, dat we tot Hem naderen. Alles begint bij God, maar dat lijken we soms te vergeten. Dan vergroten we de afstand. Juist daarom blijft Hij naar ons op zoek gaan. We vinden toenadering langs ons gebed, langs wat we doen en laten, en wat we willen betekenen voor onze naasten en voor Hem.

Waarde 

Twee 'mini-gelijkenissen' vertelt Jezus na mekaar en in beide gevallen gaat het over geld. Er wordt gekocht en verkocht. Jezus geeft ons uiteraard geen financieel advies. Geld staat hier voor waarde. Waar hechten wij waarde aan? Waar hecht God waarde aan? Het gaat hier over spiritueel investeren: over aanbidding en genade. Over verbinding tussen hemel en aarde. Waar liggen onze prioriteiten, wat is het allerbelangrijkste?

De prioriteit van God is duidelijk: Hij kiest wie kostbaar is en laat bij Hem toe wie Hem dierbaar is. Dat is Liefde. Staan wij open voor Hem en voor het Rijk Gods? Het is een bewuste keuze, een overtuiging met heel je hebben en houden. Je bent kostbaar in Gods ogen. Beantwoord je die genade met geloof?

16 juli 2026

Zaaien en oogsten in Gods Rijk (18-19 juli 2026)

Het Koninkrijk van God lijkt erg vaag te blijven, te meer omdat Jezus er enkel in beelden over spreekt. Waar is dat Rijk? Is het de hemel? Mogen we het verbinden met de eeuwigheid, met de tijd na ons aardse bestaan? Of is er toch een link met ons leven hier op aarde? Er wordt immers gesproken over zaaien en over de groei van goede gewassen. En wat mogen we dan verwachten in dat Rijk? Wat vraagt het van ons om deel te hebben aan Gods Rijk?

Belangrijk

Vorige zondag vertelde Jezus in een parabel hoe het zaad in de akkers valt, en zo soms kan wortelen, maar soms ook niet. (Matteüs 13, 1-9) Zaaien is een thematiek die sterk leefde in de samenleving ten tijde van Jezus. De mensen aten van wat werd geoogst. Een slechte oogst betekende honger lijden. Er moest gezaaid worden en goed geteeld. 

In onze industriële tijden is dat enigszins anders. Toch weten we ook vandaag allemaal hoe planten groeien. En dat is op zich al genoeg om deze parabels te begrijpen. Maar laten we niet vergeten dat Jezus dat perspectief van leven en overleven, dat er vroeger vanzelfsprekend mee was verbonden, meeneemt in zijn keuze van symboliek. De akker begint met het leven hier op aarde. Het Rijk Gods gaat over leven hier op aarde. En daarna natuurlijk.

Groeien

Op de eindeloos wijde akkers van Gods Rijk wordt gezaaid met veel liefde. Kleine zaadjes worden er met grote zorgvuldigheid geplant en de akker wordt met veel aandacht verzorgd. (Matteüs 13, 31-32) Met grote voorzichtigheid wordt gewacht. Ook dat is landbouw: geduldig afwachten en met vreugde zien hoe wonderlijk de natuur is en hoe goed de gewassen groeien. Het onkruid wordt niet verwijderd: heel merkwaardig. Er zou maar eens een plantje mee uitgetrokken kunnen worden. Niets van de gewassen mag verloren gaan, elk plantje is belangrijk, uniek en onmisbaar. (Matteüs 13, 28-29)

Het is een blijde Boodschap, een deugddoend verhaal. Tegelijk is er echter een waarschuwing aan verbonden. We moeten deel uitmaken van  Gods gewassen, en niet van het onkruid: niet zelfingenomen zijn, niet machtsbelust. Het onkruid wordt niet uitgetrokken tijdens het groeiproces, omdat goede gewassen mee weggehaald zouden kunnen worden. Dat neemt niet weg dat in Gods Rijk het onkruid uiteindelijk niet behouden zal worden. Buiten de aanwezigheid van God vallen, dat is de straf voor wie onkruid is. (Matteüs 13, 30)

Blij

Dit is geen bedreigend verhaal over hel en verdoemenis. Wij, Westerlingen, hebben de neiging om een negatieve, moraliserende spiritualiteit te ontwikkelen, een discours van wat niet mag, van wat verboden is. Dat werkt beangstigend en beklemmend. Angst bindt mensen weliswaar, maar werkt niet bevorderend. 

Nee, dit is in de eerste plaats een verhaal van positieve bewustwording. We mogen groeien en vruchten dragen, onze talenten aanwenden om prachtige dingen te doen. Maar laat ons nooit vergeten wie onze Maker is en onze keuzes en onze daden op zijn Woord ijken. Wellicht is dat de blijde Boodschap. 

Laat ons de groeikracht blijven ontdekken in Gods Woord. Laten we ons ver houden van de negatieve ombuiging van Jezus' Boodschap. Hij heeft inderdaad soms harde uitspraken gedaan, maar ze waren heel erg schaars en ze waren vooral gericht tegen mensen die het geloof naar zich toe trokken en er macht aan vastknoopten. Jezus heeft de mensen willen losweken uit een stramien van destructief gezag, dat door farizeeën en Schriftgeleerden werd belichaamd. 

Wellicht is dat een zoektocht doorheen de tijden, in het verleden, nu en in de toekomst. Kan ons geloof zonder een vorm van eenheid binnen afgelijnde grenzen? Hoe bewaren we de groeikracht van het evangelie daarbinnen? Laten we daar samen werk van maken!

10 juli 2026

Waarom in gelijkenissen? (11-12 juli 2026)

Jezus stapt in een bootje en vertelt aan een grote menigte over een zaaier die kwistig zijn zaden rondstrooit. In de rotsgrond komen de gewassen niet op en tussen de distels kunnen ze geen vruchten voortbrengen. Waarom vertelt Jezus dit aan de mensen? 

  • Voor de lezingen van deze zondag: klik hier

Vraag

Waarom spreekt Jezus tot de mensen in gelijkenissen? Dat vragen de leerlingen Hem verwonderd nadat Hij aan een grote mensenmassa de parabel van de zaaier heeft verteld vanop een bootje aan de oever van het meer. (Matteüs 13, 10) Waarom spreekt Jezus tot de mensen in fictieve verhalen met een diepere betekenis? Waarom vertelt Hij niet over het Koninkrijk van God in ondubbelzinnige, heldere en duidelijke woorden? 

Ook wij moeten ons vooral tevreden stellen met parabels. We krijgen wel uitleg, maar niet zoals de leerlingen die van Jezus hebben ontvangen tussen de vele momenten van verkondiging door. Toch hebben we niet te klagen. De vier evangelies bieden ons heel wat wijsheid aan. We krijgen meer uitleg dan de mensenmassa aan het meer.

Inkeer

Het antwoord van Jezus verwijst naar de profeet Jesaja: 'Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben.' (Matteüs 13, 14 en Jesaja 6, 9) De leerlingen kunnen de geheimen van het Koninkrijk van de hemel leren kennen omdat hun hart, hun oren en hun ogen geopend zijn voor Gods Boodschap. (Matteüs 13, 11 en 16) Veel mensen staan onvoldoende open voor de verkondiging van Gods Zoon, jammer genoeg. Ze blijven steken in hun eigen gedachten en gewoonten en evidenties. Ze komen niet tot inkeer. (Matteüs 13, 15)

Inkeer is de sleutel tot Gods Rijk. Al vanaf de eerste verkondiging klinkt deze boodschap, bij monde van Johannes de Doper: 'Kom tot inkeer, want het Koninkrijk van de hemel is nabij!' (Matteüs 3, 2) Het betekent je eigen grote gelijk loslaten, je eigen bekrompen ideeën achterlaten, en ten volle open staan voor God en voor de verkondiging van zijn Boodschap. Daarom is Jezus op aarde gekomen. Opdat we tot inkeer zouden komen.

Vruchten

Hoe staan wij in het leven? Zijn we tevreden met oppervlakkige zelfzucht, zoals het zaad dat niet kan wortelen in de harde rotsgrond? Laten we ons inpakken door allerlei leuke maar onbelangrijke bijkomstigheden zoals het zaad dat vruchteloos opschiet tussen het onkruid en erdoor overwoekerd wordt? Of zijn we bereid om vruchten voort te brengen die van Godswege komen? (Matteüs 13, 20-23) Johannes de Doper verweet de farizeeën en sadduceeën al: 'Breng liever vruchten voort die tonen dat jullie tot inkeer gekomen zijn!' (Matteüs 3, 8)

Kort na die harde woorden heeft Johannes Jezus gedoopt in de Jordaan. Jezus stelde zich open voor het hemelse water. (Matteüs 3, 13-15) En zo horen wij ons ook te laven aan de wijsheid van de Heer, aan het Woord dat niet vruchteloos terugkeert naar God maar ons doordrenkt en inspireert. (Jesaja 55, 10-11)

Open

Wellicht is dat vooral inkeer: onbevooroordeeld en onbevangen open staan voor de wijsheid van God. In Hem onze vreugde vinden zoals de Vader in Jezus vreugde vindt. (Matteüs 3, 17)

De menigte zou Jezus' directe taal niet begrijpen. Ze zouden meteen terugvallen op hun enge overtuigingen. Wij, mensen, horen vooral wat we graag willen horen, wat we wíllen dat de ander ons zegt. Jezus tracht hun ogen en oren te openen met een beeld, dat hun gedachten hopelijk opentrekt. Daar kan Hij slechts op hopen. Het zijn de mensen zelf die tot inkeer kunnen komen. Of niet.

17 juni 2026

Wees niet bang (20-21 juni 2026)

Volgens recente cijfers worden over de hele wereld 388 miljoen christenen vervolgd. Eén op de zeven volgelingen van Jezus heeft te lijden omwille van zijn of haar geloof en kan dat geloof niet vrij en openbaar belijden. In onze contreien kijkt men al te vaak neer op geloof. Het zou een teken van zwakte zijn: zichzelf iets voorliegen om het leven aan te kunnen. Geloven is een bewuste keuze. Het vraag een groot engagement. 

Angst

Angst is een belangrijk basiselement in ons bestaan. Het is een inwendig signaal dat ons waarschuwt voor gevaar. Angst voelen we zowel geestelijk als lichamelijk. In een onbekende of bedreigende situatie wordt ons lichaam meteen overgezet in de vecht- of vluchtmodus, of in bevriesmodus, zonder er bij na te denken. 

Niet iedere ervaring van angst is even intens. Het kan een sluimerend gevoel zijn in gevaarlijke omstandigheden, denk maar aan een tijd van oorlog of aan een onveilige thuissituatie bijvoorbeeld. Angst kent veel vormen, maar heeft altijd hetzelfde DNA: het wil ons lichaam veilig stellen in een onveilig aanvoelende situatie. Het wil ons de dreiging doen overleven.

Liefde

De profeet Jeremia spreekt de mensen aan op hun gedrag. Ze handelen niet naar Gods geboden, ze zijn Hem ontrouw geworden. Dat wordt hem door de mensen in kwestie absoluut niet in dank afgenomen. Mensen worden niet graag op de vingers getikt. Daarom lachen ze de profeet vierkant uit, spotten ze met hem en bedreigen ze hem. Ze noemen hem 'Paniek overal' en doen hem na om hem belachelijk te maken. (Jeremia 20, 10)

Het is lastig voor Jeremia: hij ervaart enkel maar verdriet en pijn en zijn dagen slijt hij in vreselijke omstandigheden. (Jeremia 20, 18) Wanneer hij iets wil zeggen, dan moet hij wel schreeuwen, anders luistert niemand naar hem. Want spreken, dat moet hij. Het is sterker dan hemzelf. Hij heeft getracht om te zwijgen, maar hij kan zijn mond niet in bedwang houden. Het is God die de mensen toespreekt langs zijn lippen. God heeft hem lief en Jeremia is bezweken voor zijn kracht. (Jeremia 20, 7-9)

Het is nochtans ook hun God, want zij zijn toch Gods Volk? Het is zelfs zover gekomen dat Paschur, een priester, opdracht geeft om Jeremia stokslagen te geven en hem op te sluiten om hem zo het zwijgen op te leggen. Een man die God zou moeten dienen laat een profeet van de Heer folteren. (Jeremia 20, 1-2) Er spelen andere prioriteiten. En er worden andere goden aanbeden. God wordt opzij geschoven. Jeremia ziet het angstig en met lede ogen aan.

Waardevol

Toch zijn de angst en het verdriet van Jeremia om de pijn die hem wordt aangedaan niet zinloos. Er moet iemand spreken. Gods Woord blijft verder gaan, zelfs wanneer het in dovemansoren lijkt te vallen. Mensen doen graag hun eigen ding en deinzen er niet voor terug om mekaar kwaad te doen om het eigen gelijk kracht bij te zetten. Maar daarom hébben ze nog geen gelijk. Wie het hardst kan slaan, heeft niet de waarheid in pacht.

Vader in de hemel is niet onder de indruk van dat menselijk getreiter. En wie Hem trouw blijft, die zal Hij nabij blijven, wat er ook gebeurt. De haren van ons hoofd zijn geteld. Wat we geloven is betekenisvol. Wij zijn waardevol in Gods ogen wanneer we het goede Nieuws aan anderen verkondigen en oprecht voorleven. (Matteüs 10, 26-33)

We hoeven dus niet bang te zijn, al zal de angst ons toch soms overvallen. Wanneer we op tegenslagen botsen en gaan twijfelen aan alles bijvoorbeeld. Ook wie vervolgd wordt om zijn of haar geloof, mag hoop houden. Wie bespot wordt, hoeft zich niet te schamen. De waarheid schuilt nooit in getreiter. Het leeft op in oprechte Liefde. Dat wil niet zeggen dat de onzekerheid ons niet kan bekruipen. Maar we weten dat God ons niet in de steek laat. Op Hem kunnen we bouwen. Bouwen aan het Rijk van de hemel, hier op aarde.

10 juni 2026

Op zoek naar verdwaalde schapen (13-14 juni 2026)

Jezus kijkt om zich heen. Veel mensen zijn er bijeengekomen en ze zijn van goede wil. Hun bedoelingen zijn goed, maar ze hebben het lastig. Het leven is geen plezierrit. Alleen kan Jezus de Boodschap van vreugde niet verkondigen. Hij heeft helpers nodig, mensen die in zijn Naam het evangelie verkondigen en mensen nabij zijn, en heel dringend zelfs.

Oogst

Jezus merkt op dat er te weinig arbeiders zijn voor het vele werk. (Matteüs 9, 37) Daarom doet Hij een oproep: 'Vraag de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.' (Matteüs 9, 38) Hij geeft deze opdracht aan zijn leerlingen. Zij moeten bidden om meer volgelingen die uitverkoren zijn om het geloof te verkondigen, meer bepaald om te doen wat Jezus zelf de hele tijd doet: onderricht geven in synagogen, het goede Nieuws over Gods Koninkrijk verkondigen en mensen helen. 

Merk op dat Jezus het niet heeft over een abstracte taak of zending die rustig ingepland of uitgesteld kan worden. Wanneer de oogst niet op tijd wordt binnengehaald, dan bederft ze en is het hele groeiproces helemaal verloren. Het gaat dus over een hoognodige en dringende taak.

Voortrekkers

Christen zijn kunnen we niet alleen. We hebben voortrekkers nodig die de menigte met wijsheid en inzicht op weg helpen, die hen bij de Boodschap houden: wakker en alert. Anders dreigen we verloren te lopen. Jezus kijkt naar de mensen en merkt dat ze uitgeput en hulpeloos zijn. (Matteüs 9, 36) 

Ze willen wel luisteren naar zijn Woord, maar hun aandacht is kort van duur. Ze hebben zo veel zorgen en ze hebben zo veel te doen. En ze willen Hem wel volgen, maar ze worden gauw moe en het engagement vraagt veel van hen. Het wekt medelijden op bij Jezus. Dat is een emotie die eigen is aan de Heer: Hij lijdt mee met onze menselijkheid. Jezus kijkt niet neer op de mensen, Hij kent hun tekortkomingen. Het menszijn heeft Hij ten volle aangenomen. 

Naar de kudde

Jezus roept de leerlingen bij zich en zendt hen uit met duidelijke instructies. (Matteüs 10, 1 en 5) Ze moeten zich richten tot het Volk van Israël, niet tot ander mensen. Hoewel hun voorvaderen het Verbond met de Heer hebben verbroken, krijgen zij eerst de gelegenheid om het goede Nieuws te ontvangen en de Mensenzoon te volgen. Het is immers niet hun schuld dat ze verdwaald zijn: 'Mijn volk was een dolende kudde schapen: hun herders lieten hen dwalen, ze dreven hen de bergen in. Daar dwaalden ze over heuvels en bergen, ze vergaten waar hun schaapskooi was.' (Jeremia 50, 6) 

De Heer hoopt immers dat ze Hem weer zullen terugvinden: 'Ze zullen zich opnieuw verbinden met de Heer, in een Verbond dat eeuwig duurt en nooit zal worden vergeten.' (Jeremia 50, 5b) Daarom krijgen zij de gelegenheid van Jezus om terug te komen naar God met de hulp van de leerlingen, die hen verkondigen dat het Koninkrijk van de hemel nabij is. (Matteüs 10, 7)

In zijn Naam

Ze worden op weg gestuurd, de leerlingen van de Heer: Simon Petrus, Andreas (de broer van Petrus), Jakobus (de zoon van Zebedeüs), en Johannes (de broer van Jakobus), Filippus, Bartolomeüs, Tomas, Matteüs (de tollenaar), Jakobus (de zoon van Alfeüs), Taddeüs (ook Judas genaamd), Simon (Kananeüs, de zeloot) en Judas Iskariot. (Matteüs 10, 2-4 - Handelingen 1, 13)

Zij beginnen de verkondiging in Jezus' Naam. Dat doen ze niet enkel met weloverwogen overdenkingen in de synagoge. Ze leven de Boodschap voor en ze delen hun vreugde van hun geloof. Wanneer we bidden om roepingen, in navolging van Jezus' vraag aan de leerlingen, laat ons dan bidden voor arbeiders voor de oogst. 

Er zijn immers veel velden: kerkgebouwen, werkgroepen, scholen, ziekenhuizen, gevangenissen, verenigingen, goede doelen, noem maar op. Voor al die oogst zijn er arbeiders nodig die in de Naam van de Heer met de mensen begaan zijn en enthousiast en doorleefd de Boodschap van Gods Koninkrijk willen delen.

02 juni 2026

Een deal sluiten met God: een illusie (6-7 juni 2026)

Mensen hebben soms een neiging tot het syndroom van Calimero: 'de anderen hebben het beter dan ik en dat is niet eerlijk'. Ook de farizeeën, die zien hoe een tollenaar met Jezus aan tafel mag, voelen zich verongelijkt en reageren kleinzerig. Zij die alles zo correct en goed doen, mogen zij niet eerder bij de Heer aan tafel in plaats van zo'n zondaar? Ook wij kunnen het gevoel krijgen dat we niet genoeg aandacht krijgen van God. Misschien zoeken we dan vooral de verkeerde aandacht.

Geen automaat

De Romeinse godsdienst is opgevat als 'do ut des' (ik geef omdat jij zult geven): wanneer ik moeite doe voor de goden door een offer te brengen, dan moeten zij mij een gunst verlenen. Het is een systeem van wederkerigheid waarbij het initiatief bij de mens ligt. Wanneer die langs een offer een gunst afsmeekt, dan moet de god aan wie wordt geofferd vanzelf handelen. Een ritueel wordt een verdoken machtsmiddel om goden goedgunstig te stemmen. Het levert eigenlijk een omgekeerde situatie op waar een god ten dienste staat van een mens. En die dienstbaarheid is heel instrumenteel en materieel. Een mens wil via het offer iets verkrijgen, met andere woorden: een interessante deal sluiten met God. 

Ook binnen het jodendom bestaat deze traditie. Maar er gebeurt een transformatie in de verhouding tussen God en mens en dus ook in het offeren zelf. God vraagt niet om de offers te verbieden maar beklemtoont dat de menselijke relatie met God moet bestaan uit gebed en goed handelen, om vergeving vragen wanneer dat nodig is en Gods Grootheid steeds erkennen. In ruil schenkt God zijn Liefde en zijn trouw, die ons mogen inspireren. (Psalm 40) Dat is een veel volwassener Godsrelatie dan 'do ut des'. Het betreft een band van wederzijdse liefde. ‘Want liefde wil Ik, geen offers; met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer.’ (Hosea 6, 6)

Onevenredigheid

 ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk maar eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil Ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ (Matteüs 9, 12-13) Jezus spreekt de verontwaardigde farizeeën streng toe. Wie zijn zij om Gods aandacht op te eisen langs hun gemor en geklaag? Denken ze dat ze perfect zijn misschien?

God schenkt zijn genade aan wie vraagt om zijn hulp. Gods aandacht gaat naar de hulpbehoevenden, de zwaksten. Gods genade hoort niet thuis in een boekhouding waarin een mens zou ontvangen volgens de inspanning die geleverd is. Dan zou de genade worden herleid tot iets waar een mens recht op heeft, iets wat men kan opeisen. Dat doen de farizeeën. En wij? Doen wij dat soms? 

Wie goed doet, moet daar helemaal geen voortdurende bevestiging voor verlangen. God hoeft niet voortdurend te zeggen dat we het goede doen. Het goede doen, dat is namelijk onze plicht. Dat zou heel normaal moeten zijn. Wanneer iemand meer krijgt dan wij, dan is dat Gods vrijgevigheid: Hij weet wat we nodig hebben.

Doordrenkt door God

Wanneer we een oprechte band met God nastreven, gebaseerd op liefde en trouw, dan is God ons nabij, en wel op een heel diepgaande manier. ‘Dan zullen wij Hem kennen, ernaar streven om de Heer te kennen. Even zeker als de dageraad zal Hij komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.’ (Hosea 6, 3) Wat een inspirerend beeld!

Zoals de regen in de aarde drenkt, zo zal God Liefde in ons worden opgenomen. Zoals olie in de steen dringt, zo zal God in ons zijn. De gedachte van zalving met Gods Geest is hier niet ver weg. Vormelingen ontvangen het zegel van de heilige Geest, de gave Gods. Doordrenkt zijn door God, dat is misschien wel het sterkste beeld dat een diep geloof kan uitdrukken.

Leven in zijn nabijheid

‘Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet Hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven.’ (Hosea 6, 2) De profeet Hosea voorspelt de Verrijzenis van Jezus Christus. Gods Liefde laat zich niet begrenzen, zelfs niet door de dood. In het nieuwe Verbond dat de Heer met ons heeft gesloten, mogen wij leven in zijn nabijheid en steeds verder groeien in de Liefde die God is.

Laten we God dus blij van hart loven en prijzen, laten wij biddend vragen en danken. Maar laat ons evenzeer het goede doen, eerlijk zijn, en geen aandacht opeisen: niet bij God en ook niet bij vervangmiddelen. 

28 mei 2026

Heilige Drieëenheid: geduld, liefde en trouw (30-31 mei 2026)

Op de zondag na Pinksteren vieren we de heilige Drieëenheid. Na Pinksteren hebben we God leren kennen als hemelse Vader, als Zoon die op aarde de Boodschap heeft verkondigd om een nieuw Verbond te sluiten, en als Geest die neerdaalt over de gelovigen na Christus' hemelvaart. We kennen God op drie manieren, Hij maakt zich kenbaar langs drie verschijningswijzen. Toch zijn Zij één en dezelfde God. Dat wordt nogmaals beklemtoond na Pinksteren. Er is één God die ons genadig nabij blijft.

  • Voor de lezingen van de heilige Drieëenheid A: klik hier.

Verbond

Het eerste heilige Verbond tussen God en zijn Volk werd gesloten in de woestijn, onderweg naar het Beloofde Land, na de vlucht uit de slavernij en onderdrukking in Egypte. God heeft zijn Volk bevrijd en gunt het een prachtige toekomst. Hij schenkt langs Mozes de tien geboden aan het Volk, de tien leefregels die het geloof in de Eeuwige samenvatten. Maar het Volk is bij momenten onhandelbaar helaas: het vervalt vaak in geklaag en gemor en het heeft zijn toevlucht gezocht bij een gouden kalf. (Exodus 32-33)

Mozes beklimt de berg Sinaï om aan de Heer te vragen om het Volk toch te blijven begeleiden op weg doorheen de woestijn. De Heer wil een Vertond sluiten. Hij leidt dit in met belangrijke eigenschappen die Hem kenmerken, die zijn Identiteit samenvatten: Hij is een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig. (Exodus 34, 6) Daarom wil Hij een Verbond sluiten, omdat Hij is wie Hij zegt dat Hij is.

En willen dat nu juist kwaliteiten zijn waar het Volk zo pijnlijk in tekortschiet tegenover hun God. En dat is een probleem van alle tijden. Al bij de aanvang van dat eerste Verbond blijkt dat mensen niet altijd uitblinken in liefde, geduld, trouw en waarachtigheid. Laten we drie belangrijke waarden uitdiepen van de aankondiging waarmee God Zichzelf voorstelt aan het Volk: geduld, liefde en trouw. Zo openbaart God zich aan de mensen doorheen de heilsgeschiedenis, tot op vandaag.

Geduld

Het is niet zo dat we een Goddelijke Persoon kunnen toekennen aan elk van deze drie waarden. God is één en zijn Identiteit kan niet zomaar opgedeeld worden. Vooreerst blinkt God uit in geduld. Het feit dat Hij zijn Zoon in de wereld geboren laat worden om de Boodschap te verhelderen onder de mensen, is een ontegensprekelijke uiting van geduld. De eredienst is met geld en macht besmet (Matteüs 21, 13 en Lucas 18, 9-14) en de dagelijkse geloofspraktijk is een geheel van regeltjes geworden (Matteüs 23). Dat wil God bij monde van Jezus bijsturen: met Vaderlijk geduld, niet met wrok.

Ook de Zoon is geduldig: Hij blijft uitleg geven aan de mensen die het willen horen, en ook aan zijn leerlingen, die zijn uitspraken vaak helemaal verkeerd begrijpen, of zelfs helemaal niet. Langs beelden spreekt Hij met zijn apostelen in begrijpelijke taal, zelfs in wonderlijke tekens. (Marcus 4, 35-41 en Matteüs 15, 15-16 en Marcus 4:33-34) Toch lijken ook zij nog bezig te zijn met positie en macht. (Marcus 10, 35-45) Niettemin blijft Jezus hen hierop aanspreken, met het nodige geduld. 

De Geest van God is over ons gekomen nadat de Zoon naar zijn Vader is teruggekeerd. Hij blijft ons inspireren. De eeuwenlange geschiedenis tot nu en ook hierna is alleszins een teken van volgehouden geduld. 

Liefde

De Liefde van God begint al bij de schepping van hemel en aarde. Zijn Kracht heeft alles gemaakt en ons gegeven en wij mogen elke dag genieten van zijn geschenk van Liefde. Het feit dat Hij ondanks de fouten van zijn Volk toch begaan blijft met hen, getuigt evenzeer van deze Liefde die ons menselijk begrip overstijgt. Uit grenzeloze Liefde staat Hij open voor wie Hem de rug heeft toegekeerd, maar die tot berouw komt en vraagt om vergeving. (1Johannes 3, 1 en Lucas 15, 20 en Joël 2, 12) En zijn enige Zoon wordt op aarde gezonden om het Volk opnieuw te redden: niet van de slavernij, maar van de verlorenheid. (Johannes 3, 16)

De Liefde van de Zoon is doorheen zijn aardse optreden duidelijk geworden, maar kent haar hoogtepunt in zijn lijden en sterven. Hij aanvaardt het kruis niet enkel uit gehoorzaamheid aan zijn Vader. Dit lijden is ook noodzakelijk om de schuld van de mensen kwijt te schelden en een Nieuw Verbond te sluiten. (Jesaja 53, 4-5 en Matteüs 20, 28 en Matteüs 26, 28 en 1Petrus 2, 24) Hij wordt het Lam van God. Is er een groter teken van Liefde? (Johannes 13, 1)

De Liefde van de Geest bestaat erin dat Hij in ons aanwezig is en blijft. Hij is de meest nabije vorm waarin God zich openbaart. De Geest maakt ons wakker, vuurt ons aan en inspireert ons om van Gods grote daden te spreken. Hij wakkert de liefde voor God aan in ons. (Romeinen 5, 5 en Galaten 5, 22)

Trouw

De trouw van God zien we doorheen de Schrift. Ondanks de ontrouw van de mensen blijft Hij wel trouw. Ondanks de afvalligheid die Hem wordt aangedaan, laat Hij niemand vallen. Hij wil een Verbond sluiten, een heilige verbintenis met de mensen om de trouw uitdrukkelijk te bestendigen. Daar, in de ruwheid en onzekerheid van de woestijn, komt Hij de mensen tegemoet. En dat gebeurt opnieuw door de hemelse Vader bij het Nieuwe Verbond. 

De trouw van Jezus gaat tot het uiterste toe. Hij gaat niet in op de lokroep van het kwaad, maar blijft zijn Vader trouw. (Matteüs 4, 1-11) Petrus daarentegen, de belangrijkste onder de leerlingen, zal zijn Meester verloochenen, zelf al werd hij er uitdrukkelijk voor gewaarschuwd. (Johannes 13, 38) Jezus blijft trouw, Hij aanvaardt zelfs het lijden. (Matteüs 26, 39 en Marcus 14, 36) Het contrast is groot. Wij zijn geen goden, we zijn mensen met gebreken. Dat weet God.

De trouw van de Geest ligt in zijn ononderbroken genadegave. Hij is in ons aanwezig, zelfs wanneer wij God als ver weg ervaren. De Geest wil ons telkens opnieuw verbinden met de diepste Identiteit van God en ons inspireren om dat geduld, die liefde en die trouw ook te veruitwendigen in wat we zeggen en wat we doen. 

Zo mogen wij getuigen van de Vader die barmhartig is en ons nooit in de steek laat, van de Zoon die ons is geschonken en die aan ons de Boodschap heeft verkondigd en de Geest die eeuwig is en tegelijk in de tijd ons tegemoet komt als bron van kracht en troost. En dat vieren we op het feest van de heilige Drieëenheid. Dat God zich op zoveel manieren aan ons openbaart.

19 mei 2026

Pinksteren: een nieuw begin (23-24 mei 2026)

Vandaag vieren we het feest van Pinksteren, één van de drie liturgische kernmomenten. Met Kerstmis vieren we dat God met de mensen op aarde verbonden wil blijven. Met Pasen belijden we dat de liefde van God verder gaat dan wat wij kunnen begrijpen en waarnemen, tot over de grenzen van dit leven heen. Op Pinksteren zijn we getuige van Gods kracht en inspiratie in de gemeenschap van christenen. 

  • Voor de lezingen van Pinksteren A: klik hier.

Zich laten raken

Wie zich door de Goddelijke Boodschap laat raken, laat verwonderen en begeesteren, zal deze aarde met andere ogen zien. Zo mogen wij de heilige Geest telkens meer in ons bestaan ontdekken. Gods liefde en troost, Gods kracht en sterkte wil ons aanvuren om mee te bouwen aan zijn Koninkrijk hier op aarde.

Wanneer wij ons helemaal en onbevangen openstellen voor zijn bezieling, wanneer wij ons hart afstemmen op zijn stem die zich in ons kenbaar maakt, dan kan Gods Geest onze Helper, onze Troost en onze Bijstand zijn doorheen onze aardse tocht door het leven. We zijn niet alleen, God is ons altijd nabij. Zijn Geest is in ons aanwezig.

Symbolen

Het is belangrijk dat we begrijpen dat het Pinksterverhaal geen beschrijvende uiteenzetting is. Het is geen feitenverslag van een reporter ter plaatse die navertelt wat er precies is gebeurd. De verschijnselen die vernoemd worden, zijn beelden. We horen spreken over ‘een geluid als van een hevige windvlaag’ ('hoosper' in het Grieks: net als, zoals) en ‘een soort vlammen’ ('hoosei' in het Grieks: alsof, als waren het). (Handelingen 2, 2-3) Er was dus geen wind, en er waren geen vlammen. Het leek alleen zo. Die beelden omschrijven het beste wat er wél gaande was. De symboliek van een waaiende wind en vuurtongen die zich verspreiden, wijst ons op Gods intense aanwezigheid.

En waarom denkt Lucas, de schrijver van Handelingen, aan die symbolen? Welnu, het Joodse volk viert met Pinksteren hoe Mozes de Wet van de Heer ontvangt op de berg Sinaï, onderweg in de woestijn (Genesis 19-20). God verschijnt in een donkere wolk en in vuur en in een kletterend onweer. De instelling van het Eerste Verbond gaat met deze krachtige beelden gepaard. En ook het Nieuwe Verbond wordt door deze tekens omringd.

Waarom een nieuw verbond? Welnu, eenmaal aangekomen in het Beloofde Land vergeet het Volk hun God en het Verbond. Zo begint het Volk onderling te ruziën waardoor het rijk in tweeën breekt, en gaan ze ook andere goden aanbidden. Het Verbond is door mensenhanden vernietigd. (Jeremia 11, 10 en 31, 31-32, en Jesaja 1) In Christus herstelt God de verbinding met zijn Volk. Zo vergevingsgezind is God: Hij sluit de wereld weer in de armen, ondanks wat is misdaan. (Hebreeën 8, 6-13)

Helemaal overnieuw

In Jeruzalem wordt met Pinksteren het Nieuwe Verbond bekrachtigd. Jezus heeft de Boodschap van God verkondigd en is na zijn dood en verrijzenis naar zijn Vader opgestegen. Jezus verdwijnt met zijn hemelvaart op een berg in een wolk. (Handelingen 1, 9) Net zoals de wolkenmist op de Sinaï. (Exodus 19, 9)

De volgelingen van Jezus ontvangen de heilige Geest. De komst van de Geest wordt ingeluid door een denderend geluid dat doet denken aan een storm. (Handelingen 2, 2) Zoals het gedonder waarlangs God tot Mozes spreekt. (Exodus 19, 16) Er verschijnen een soort vlammen, die zich over de leerlingen verspreiden. (Handelingen 2, 3) Net zoals het vuur waarlangs God op de Sinaï neerdaalt en aan Mozes verschijnt. (Exodus 19, 18) Al die tekenen bij Mozes komen terug met Pinksteren. God begint opnieuw met zijn Volk, langs dezelfde tekenen.

Persoonlijk openstellen

Er is een nieuw begin gemaakt. Een nieuw Verbond met Gods Volk dat een Kerk zal vormen. Na aangeraakt te zijn door de Geest, zijn de leerlingen vol van Gods genade en ze willen niets liever dan zijn Boodschap uitdragen. (Handelingen 2, 4) Maar dit keer is het niet één persoon die God ontmoet, zoals bij Mozes, maar alle leerlingen persoonlijk. Iedereen is gelijk in de Geest, iedereen die Christus volgt, heeft evenveel deel aan de vurige tongen van de Geest. Daarom spreken de leerlingen ook in alle talen. (Handelingen 2, 7-12) De Geest van God is heel persoonlijk en toch ook gemeenschappelijk.

Gods Geest ademt door heel zijn schepping, de schepping waar wij deel van uit mogen maken. Hij ademt in ons allemaal. Ons antwoord op de Geest is even persoonlijk. Laten wij zelf begeesterd door het leven gaan, op onze eigen manier, maar verenigd in geloof. Laten wij de Geest van God toelaten in ons leven van elke dag!

12 mei 2026

Pinksternovene: gebed en hymne tot de Geest (15-23 mei 2025)

In de Pinksternovene kunnen we alvast het gebed 
en de traditionele Pinksterhymne tot de Geest bidden
in een groeiend verlangen naar Pinksteren toe. 
Hier vind je een eigentijdse vertaling van de beide.

  • GEBED: ZEND ONS UW GEEST
Alleluia!
Zend ons uw Geest, maak alles nieuw,
de aanblik van de hele aarde.

Kom, Geest van God, herschep ons hart
en ontsteek het vuur van uw Liefde. 
Alleluia!

  • HYMNE: VENI SANCTE SPIRITUS
Kom tot ons, heilige Geest,*
kom en steek ons aan
met uw hemels, stralend Licht.

Sta ons bij, zoals we zijn,
schenk uw gaven gul, 
Geest van God, verlicht ons hart.

Met uw kracht, kom over ons,
woon in onze ziel,
waai uw wind door onze geest.

Schenk rust aan wie is vermoeid,
breng verademing, 
en bij tegenslagen troost.

Kom nu, Liefdeslicht van God, 
zo vragen wij U:
vul ons hart tot aan de rand.

Zonder uw standvastigheid
heeft een mens geen doel,
blijft de goedheid wankelen.

Die vervuild zijn, maak hen rein,
neem de dorheid weg
en genees wie werd verwond.

Die verstard zijn, buig hen om,
neem de kilte weg
en breng thuis wie is verdwaald.

Schenk aan al wie op U hoopt
en op U vertrouwt
al uw gaven, Geest van God.

En wil ons belonen ooit
met uw zegening
aan het eind van ons bestaan.

Amen. 
Alleluia!

* (Vanaf de avond van Pinksteren: 'Daal nu neer, heilige Geest, ...')

Sven Vannecke

08 mei 2026

Heerlijk... (14 en 17 mei 2026)

Drie romige bollen vers vanille-ijs, overgoten met warme chocoladesaus en afgewerkt met een koekje: heerlijk is dat op zo'n typische warme voorjaarsdag. Een heerlijke en welgekomen afkoeling. Wij gebruiken het woord 'heerlijk' spontaan voor wat lekker smaakt of aangenaam voelt. Oorspronkelijk verwijst het naar 'verheffing': een beweging naar het adellijke of het hemelse toe. Het heerlijke beweegt ons dichter bij de hoogten waar we met bewondering naar opkijken: het ideale, het perfecte, het goddelijke. De betekenis is dus niet helemaal verloren gegaan bij mijn omschrijving van de 'dame blanche': haar smaak verheft ons uit het dagelijkse, uit het gewone naar een edele puurheid.  

  • Voor de lezingen van de Hemelvaart van de Heer A: klik hier.
  • Voor de lezingen van de zevende Paaszondag A: klik hier.

Veertig dagen na Pasen

De verheffing wordt een centraal thema wanneer de Paastijd op zijn einde loopt. Jezus is over een periode van veertig dagen ter ondersteuning onder zijn leerlingen verschenen. (Handelingen 1, 3) Nu is de tijd gekomen voor Jezus om volledig terug te keren naar zijn Vader in de hemel. Hij wordt omhoog geheven tot in een wolk en verdwijnt uit hun zicht. (Handelingen 1, 9) Jezus belooft dat de heilige Geest over hen zal neerdalen. (Handelingen 1, 8) Pinksteren komt genaakbaar dichtbij. De hemelvaart is niet zozeer een fysieke beweging tot boven de wolken, maar eerder een verheffing naar het hemelse: Christus wordt verheerlijkt en opgenomen bij zijn Vader. En uit die hemelsferen zal de heilige Geest over de leerlingen komen.

Jezus is van het aardse terug naar het hemelse teruggekeerd: dat is de boodschap die we horen op Hemelvaartdag. De overgang na Jezus' dood is voltooid: Jezus verschijnt niet meer. Negen dagen van samen waken en bidden zijn ze verwijderd van de neerdaling van de heilige Geest. (Handelingen 1, 14) 

Negen dagen van gebed

De leerlingen blijven met God verbonden en kijken de toekomst onzeker maar met vertrouwen tegemoet. De redeloze, chaotische twijfel van de eerste dagen na de verrijzenis zijn voorbij. Er wordt nu rustig maar doordacht gehandeld: een nieuwe leerling wordt gekozen in de plaats van Judas Iskariot: Mattias vervolledigt de twaalf. (Handelingen 1, 17-22a) Alles is in gereedheid gebracht in afwachting van een nieuw hemels teken, zoals Jezus hen heeft beloofd. (Handelingen 1, 22b) Wat ze precies te verwachten hebben, dat weten ze niet. God zal het hun wel duidelijk maken.

Met Hemelvaart begint de Pinksternovene: een tijd van eensgezinde stilte en gebed tot de apotheose van de Paastijd: Pinksteren. (Handelingen 1, 14) Het gebed is de nieuwe communicatievorm met de Heer nu Hij naar de Vader in de hemel is teruggegaan. Het Griekse woord 'proseuchè' wijst op het intieme en persoonlijke karakter van hun gebed, intens en vurig van aard ('proseuchè' is een samentrekking van 'pros': naar, en 'euchè': wensen; dus: aan God toewensen, naar God toe wensen). Dit gebed is niet smekend, vragend of ontvangend van aard, maar eerder aanbiddend en gevend. 

De leerlingen vragen niet om nieuwe zekerheden, ze verblijven geduldig bij de Heer, die hun heeft beloofd dat ze niet verweesd achter zullen blijven. (Handelingen 1, 4) Daar vertrouwen ze op: ze hebben intussen begrepen dat de Heer altijd woord houdt. Ze brengen hun Heer lof en eer omwille van zijn heerlijkheid.

Hoop

De dood en verrijzenis van de Heer was voor de leerlingen aanvankelijk een 'scandalum', een struikelblok. Ze begrepen niet wat er gebeurde en waarom het zo moest gaan. Ze voelden zich verdrietig en verward, verlaten en verloren. (Matteüs 24, 21-24) Hoe Jezus Tomas toesprak, die zo volhardde in zijn twijfel, mag een belangrijke les zijn. (Johannes 20, 26-29) Geloven gaat voorbij het zien en het weten. Op weg naar Emmaüs verbaasde de Heer zich over het wankele geloof van Kleopas en een andere leerling. (Matteüs 24, 25-26) De heerlijkheid, de verhevenheid van Christus is onlosmakelijk verbonden met zijn lijden, sterven en verrijzen. Dat moeten ze aanvaarden.

Nu pas lijken de leerlingen werkelijk in te zien dat dit alles zo moest gebeuren. Ze beseffen dat de dood het einde niet is. Jezus heeft de dood overwonnen en een nieuw Verbond gesloten tussen God en zijn Volk. Uiteindelijk worden wij in de Paastijd uitgenodigd om mee te groeien in dit verrijzenisgeloof, dat de menselijke logica ver overstijgt. Geloven in de verrijzenis is geloven in de heerlijkheid van Jezus Christus. 

Drieëenheid

God heeft Jezus hoog verheven en Hem de heilige Naam toegekend die alle namen overstijgt: Jezus Christus is de Heer. Bij het noemen van Jezus' Naam moet elke knie zich buigen: in hemel, op aarde en onder de aarde. (Filippenzen 2, 9-11) Dat is de heerlijkheid die Christus van God heeft ontvangen. Jezus' Naam eindigt niet bij zijn sterven. Zijn dood is overwonnen. Hij is de Verrezene, de Heer. Die Naam vat de heerlijkheid samen waaraan Jezus deelachtig is.

Afsluiten doe ik met een fragment uit Jezus' gebed tijdens het Laatste Avondmaal in het Johannesevangelie, dat op de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren weerklinkt: 'Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw Naam, de Naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn.' (Johannes 17, 11) De eenheid van Jezus met zijn Vader zal met Pinksteren worden uitgebreid tot de Goddelijke driehoek: de Drieëenheid van Vader, Zoon en Geest: één God die op drie wijzen met ons, mensen, is verbonden.

05 mei 2026

Hulp gevraagd (9-10 mei 2026)

De leerlingen beleven een bijzondere tijd samen met Jezus, die ze vol overtuiging volgen. Hij zuivert hun geloof en hun leven van allerlei menselijke ingrepen. De Vader in de hemel: Hém moeten ze aanbidden en verheerlijken. Zijn Rijk van vrede: dààr moeten ze aan bouwen, hier op aarde al. Ze leven in een heerlijk nu-moment, maar beseffen niet dat het slechts een aanloop is naar het Nieuwe Verbond, en dat ze een heel andere rol toebedeeld zullen krijgen. In deze Paastijd mogen we mijmeren over onze diepe verbinding met de Onzichtbare. Dit gegeven maakt immers deel uit van ons geloof.

  • Voor de lezingen van de zesde zondag van Pasen A: klik hier.

In tegenstelling tot wat we spontaan zouden verwachten, gaat Jezus' komst gepaard met veel onrust. Denk maar aan Maria, die schrikt wanneer de engel haar bezoekt. Haar geplande leven wordt helemaal overhoop gehaald. Denk aan Jozef, die twijfelt of hij bij zijn verloofde kan blijven. Herodes' bedoelingen zijn al helemaal onrustwekkend. 

Ook wanneer Jezus zijn leerlingen gaat verlaten om terug naar zijn Vader te keren, gaat dit met veel onrust gepaard. Het zal een zware uitdaging worden voor de leerlingen om het verkondigingswerk in zijn Naam verder te zetten zonder Hem aan hun zijde. God neemt de onrust niet weg. Hij gaat midden in die onrust staan met zijn Aanwezigheid.

Pleitbezorger

Ze zullen niet langer op Jezus kunnen terugvallen voor wijsheid en parabels. Maar Jezus vertrekt niet zomaar. Hij zal de Vader vragen om een andere Pleitbezorger te zenden, die altijd bij hen zal zijn. (Johannes 14, 16) De leerlingen worden niet in de steek gelaten. Ze hebben het unieke voorrecht gehad om God in Jezus tastbaar nabij te mogen ervaren, iedere dag. Welnu, God zal aanwezig blijven, maar op een heel nieuwe manier.

De heilige Geest zal over de leerlingen komen en hen bijstaan in alles wat ze doen. De Geest wordt niet zomaar aan de hele wereld geschonken: wie niet in Hem gelooft, kan Hem niet zien en kent Hem niet. De leerlingen kennen Hem wel. Zo zal de Geest bij hen blijven. Sterker nog: Hij zal in hen verblijven. (Johannes 14, 17bcd) Dit is heel intiem.

Kracht en Aanwezigheid

Pinksteren nadert stilaan aan het eind van deze Paastijd. De dood en verrijzenis van Jezus Christus is geen sluitstuk van de verkondiging, maar de voorzegde overgang naar een nieuwe tijd. Jezus laat zijn leerlingen niet als wezen achter: niet in deze overgang en ook niet nadien. (Johannes 14, 18a) Hij blijft hen bijstaan in de merkwaardige (en hachelijke) tijd van de stichting van de Kerk.

Ze worden niet aan hun lot overgelaten op dit cruciale moment. God stuurt hulp aan de leerlingen: 'De Helper, de heilige Geest die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal jullie alles leren en jullie alles in herinnering brengen wat Ik jullie gezegd heb.' (Johannes 14, 26) Zodoende zullen zij met de Kracht van God bouwen aan een uitgestrekte gemeenschap van volgelingen van Jezus. Ze kunnen Gods hulp goed gebruiken.

Niet om te houden 

De Geest van God is geen bezit. Gods Geest daalt neer over de leerlingen, maar zij zullen die Geest op hun beurt over nieuwe volgelingen laten komen langs hun gebed en langs het doopsel. Philippus schenkt de Geest aan wie tot geloof komt en zich laat dopen, zo lezen we. (Handelingen 8, 17) God is geen bezit, maar een Kracht die we mogen delen met al wie voor Hem openstaat.

De Geest maakt een essentieel deel uit van de bekering tot God. Zonder de Geest kunnen wij, volgelingen van Jezus, niet geloven. Hij brengt ons de blijde Boodschap in herinnering. Het is de Geest van God die ons bij het Verhaal houdt dat God met mensen schrijft. Het is de heilige Geest die ons begeestert om te blijven bouwen aan het Rijk van God.

Geen mensen verafgoden

De Geest is tegelijk een essentiële barricade tegen het in bezit nemen van God en geloof. Dat is immers een risico bij mensen. Mensen hebben algauw de neiging om zich de Boodschap toe te eigenen als bezit, als machtsinstrument. Dat kan niet de bedoeling zijn. De farizeeën deden dit met veel spektakel en zelfingenomenheid, en dat blijft ook nu een gevaar. 

De geloofswijsheid komt van God, niet van de mens. Een mens kan maar beter zuinig zijn met de bewering dat hij of zij spreekt vanuit de Geest. Wanneer dat niet klopt, heeft hij of zij immers een enorme blunder begaan. Tegenover God zelf nog wel. Let wel: het is zeker mogelijk dat Gods Geest ons inzicht geeft. 

Mensen moeten zich niet laten vereren. Dat vernemen we trouwens als van Paulus, die na een wonder voor Hermes werd aanzien. 'Wij zijn mensen, net als jullie,' reageert Paulus geschokt. (Handelingen 14, 15b) Ons geloof is geen mensencultus. We bekeren ons tot de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft. (Handelingen 14, 15cd) Daar gaat ons geloof ten diepste over: God en zijn heilsplan met ons.

28 april 2026

Een kwestie van vertrouwen (2-3 mei 2026)

Er heerst een akelige sfeer in de kamer. De stemming is plots helemaal omgeslagen. Een kaartenhuisje van evidenties en gewoonten valt ineen. Het zal niet altijd blijven zoals het nu is, zo blijkt. Sterker nog: de verandering is al begonnen. Judas is zonet kwaad weggelopen. Tomas wordt bang en Filippus wil duidelijkheid.

  • Voor de lezingen van de vijfde Paaszondag A: klik hier.

Ongerustheid

De leerlingen krijgen van Jezus de raad om te vertrouwen op de hemelse Vader, en dus ook op Hemzelf. (Johannes 14, 1) Onrust heeft zich onder de leerlingen genesteld. Jezus schat dit juist in. Tomas zegt angstig: 'We weten niet waar U heen gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg moeten kennen?' (Johannes 14, 5) In zijn vraag klinkt angst en verdriet. En Filippus wil meteen de vlugge oplossing kennen: 'Laat ons meteen de Vader zien, Heer, meer vragen wij niet.' (Johannes 14, 8) Je zou voor minder radeloos worden. 'Ken je Me nog niet, Filippus?', laat de Heer zich ontvallen. Maar Hij blijft geduldig en legt uit wat Hij precies bedoelt.

De ongerustheid bij de leerlingen is te begrijpen. Jezus heeft hun meegedeeld dat Hij weldra terug naar de Vader zal vertrekken. Hij zal dus niet onder hen aanwezig blijven. (Johannes 13, 31-33) Zonet heeft Hij de voeten van zijn leerlingen gewassen. En er was onrust bij Jezus zelf toen Hij kenbaar maakte dat iemand Hem zal uitleveren: Judas. (Johannes 13, 21-30) Hetzelfde Griekse woord wordt gebruikt om de onrust van hart bij de leerlingen uit te drukken en de onrust van geest bij Jezus (Johannes 14, 1: tarassestoo, en Johannes 13, 21 etarachtè: agitatie, onrust, bezorgdheid). De Mens Jezus ziet op tegen het lijden dat Hem scheidt van de terugkeer naar zijn Vader. De leerlingen zien op tegen het moment dat hun Meester niet meer op aarde zal zijn.

Vertrouwen

De leerlingen hoeven niet verontrust te zijn. In het huis van de Vader zijn veel kamers. Er is een plaats voor ieder van hen klaargemaakt. (Johannes 14, 2) Langs Jezus zullen ze bij de Vader komen. (Johannes 14, 3 en 10-12) Wie vertrouwt op de Vader, zal ook vertrouwen op de Zoon, want de Vader is in de Zoon en de Zoon in de Vader. (Johannes 14, 11a) Het klinkt ingewikkeld, maar eigenlijk is het heel eenvoudig: Vader en Zoon zijn één in God. 

Wie gelooft in de Vader, gelooft in de Zoon. Ziedaar in alle eenvoud het vertrouwen dat ons geloof inhoudt. Jezus is op aarde gekomen om de blijde Boodschap te verkondigen dat het Rijk Gods werkelijkheid wordt, en om het geloof van de mensen te verdiepen en weg te keren van uitwendigheden en van machtsgrepen. Daarom zegt Hij ook stellig: 'Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.' (Johannes 14, 6a) De hemel komt dichterbij langs Jezus en zijn Woord is onze leidraad. We zullen de eeuwigheid erven langs Hem. En wat vraagt Jezus hiervoor terug? Vertrouwen en overgave, meer niet.

Controle  

Karmelietes en mystiek theologe Teresia van Avila heeft het in een korte meditatie geformuleerd: 'Laat niets je verontrusten. Laat niets je beangstigen. Alles gaat voorbij, maar God blijft. Met geduld zal je alles bereiken. Wie zich vasthoudt aan God zal niets tekort hebben. God alleen volstaat.' (Nada te turbe, nada te espante, todo se pasa, Dios no se muda. La paciencia, todo lo alcanza. Quien a Dios tiene, nada le falta. Solo Dios basta.) We vluchten soms in twijfel en onrust of in noodgrepen terwijl het zo evident is dat God onze enige zekerheid is. De Tomas en de Filippus in ons kunnen deze raad goed gebruiken.

Geloven is niet-weten maar vertrouwen op Hem. Eigenlijk staat dat haaks op onze menselijke grijpreflex. De angst van Tomas om te verdwalen in zijn geloof en de nood van Filippus om de snelste weg te kennen, vertellen ons één ding. We hebben graag controle, en dat veronderstelt dat we ons denkkader kunnen verifiëren aan de werkelijkheid. We moeten het kunnen begrijpen, bevatten, voelen en zien. Dit is één van de grootste aanleidingen voor de huidige geloofscrisis. 

Illusie

Onze welvaart is er sterk op vooruitgegaan en de wetenschap is enorm geëvolueerd. Het schenkt ons de illusie van controle: we bezitten wat we nodig hebben en de wetenschap en de economie vormen de fundamenten waarop gebouwd wordt. Alles lijkt op rolletjes te lopen. Echter, er zijn zoveel facetten waar we geen vat op hebben en de vooruitgang wordt lang niet altijd te goedertrouw aangewend. En iedere vooruitgang heeft ook grenzen.

We leven in tijden van besparingen, het groeimodel stagneert. En ons bestaan blijft eindig en voelt vaak als veel te kort aan. Ondanks ons wegkijken en vluchten in kleine kringetjes van zekerheid blijven we toch een onrust voelen. En velen onder ons verzuren erdoor. Er worden schuldigen gezocht en, zoals dat altijd gaat, ligt het probleem duidelijk bij anderen. Heel wat mensen vinden geen uitweg voor deze  neerwaartse ervaring, want er is geen existentieel kader om zich binnen te plaatsen. Daarom is vanuit christelijk perspectief de mystieke meditatie van Teresia van Avila zo kernachtig voor onze tijd: God alleen volstaat, je hebt eigenlijk niets anders nodig. Jezus zegt tegen zijn leerlingen en tegen ons: 'Vertrouw op de Vader en vertrouw op Mij.'

De Vader en de Zoon zijn één. We naderen het einde van de Paastijd. Met Pinksteren zal de Drieëenheid vervolledigd worden. Dan zijn we in het tijdperk van de Kerk aanbeland, dat nog altijd doorgaat. Met ons.

20 april 2026

De deur naar de Vader (25-26 april 2026)

Een deur is een afsluiting die zorgt dat een opening niet zomaar open en doorgankelijk is. We sluiten een voordeur wanneer we ons beschermd en veilig willen voelen. Een voordeur openen we enthousiast wanneer we iemand hartelijk ontvangen in ons huis. Wanneer een deur wijd voor je opengaat, dan ben je welkom en mag je erlangs. Een deur kan ook gesloten blijven. Jezus is de deur naar de Vader, zegt Hij aan zijn leerlingen. Ze begrijpen het niet goed... 

  • Voor de lezingen van de vierde Paaszondag A: klik hier.

Plechtig in beeld

Wanneer Jezus een belangrijke boodschap deelt met zijn leerlingen, eigenlijk de kern van de blijde Boodschap, dan luidt Hij die woorden plechtig in. Daarom begint Jezus als volgt: 'Echt waar, echt waar, ik zeg jullie...' ('Amèn, amèn, legoo humin' in het Grieks). Vroeger werd dit vertaald als: 'voorwaar voorwaar' en dat was helemaal niet verkeerd. 'Amen' betekent immers: 'het is zo', 'het is waar'. Wij eindigen onze gebeden ermee. Het waarheidsgehalte wordt op voorhand al duidelijk onderstreept door Jezus opdat de leerlingen goed zouden luisteren. En wij dus ook.

Zoals altijd volgt er van Jezus geen feitenrelaas, geen wetenschappelijke uiteenzetting. Hij spreekt in beelden, daarmee komt Hij immers het dichtst bij ons begrippenkader. Wat Hij wil zeggen, is inhoudelijk niet makkelijk voor ons. Bovendien hebben we er de taal niet voor, onze woorden volstaan niet. Wij spreken talen van mensen, talen die Gods heilsplan zo moeilijk in woorden kunnen vatten. 

Jezus heeft het in de gelijkenis over schapen, over de herder, een stal en poortwachters. (Johannes 10, 1-5) De schapen, dat zijn de volgelingen van Christus. Wij dus. Christus is de herder: Hij kent ons en roept ons. Hij leidt ons op weg en langs Hem komen we binnen in de schapenstal. De poortwachters doen voor Hem open, ze zijn zoals het slot op een (voor-)deur. De stal is Gods Koninkrijk, dat hier en nu al werkelijkheid wordt, en ultiem in de hemel. De herder kent de weg en trekt voor de schapen uit om hun de juiste weg te tonen. De schapen volgen Hem. Ze kennen zijn stem. Een vreemde zullen de schapen niet volgen. 

Begrijpen

De leerlingen begrijpen zijn gelijkenis helaas niet. (Johannes 10, 6) Ze begrijpen niet wat Hij ermee wil zeggen. Nochtans heeft Jezus vlak ervoor duidelijk gemaakt aan de genezen blindgeborene dat Hij de Mensenzoon is. (Johannes 9, 35-39) Hij is op aarde gezonden om de wereld weer met God te verzoenen. Daarom volgen ze Hem. En toch begrijpen ze niet wat Hij bedoelt.

Het is een fenomeen dat geregeld terugkomt doorheen de evangeliën. (zie bijvoorbeeld Marcus 4, 13 - Marcus 6, 52 - Matteüs 16, 5 - Matteüs 16, 21-23) Toegegeven, wat Jezus hun duidelijk tracht te maken, is ook ingewikkeld. Het Koninkrijk van God is niet in één zin uit te leggen. De taak van de Messias op aarde evenmin. En het lijden dat Hij zal moeten doormaken al helemaal niet. Woorden kunnen altijd maar een facet van het geheel benoemen. Beelden gaan ruimer, maar zelfs die hebben hun beperkingen.

Jezus is als Gods Zoon op aarde gekomen om uitleg te geven bij Gods heilsplan. De mensen hebben de Boodschap misbegrepen, verengd en naar hun hand gezet. Er is een nieuw Verbond nodig. Als er iets is dat we altijd terug zien komen bij Jezus, dan is het zijn geduld met wie Hem willen volgen. Gelukkig maar. Het is niet vreemd dat de leerlingen de diepte van zijn verhaal niet meteen vatten. Daarom legt Jezus het nog eens uit. Opnieuw gebruikt Hij hiervoor beeldtaal.

Redding

De schapen komen langs de deur de schaapsstal binnen. Ze worden binnengeleid door de herder. De herder staat garant voor de toegang tot de stal. Hij ís de toegang. Vandaar dat Jezus zichzelf tegelijk de deur noemt en de herder. (Johannes 10, 7 en 11) Langs Hem komen we tot zijn Vader. Dat is de redding waar Jezus het over heeft. Vanaf zijn eerste optreden onder de mensen gaat het daarover: het Rijk van God. 

De redding waar Hij het over heeft, is niet beangstigend of beknellend. We mogen vrij in en uit lopen. We leven op aarde en we leven ons mensenbestaan, maar wel in verbinding met Jezus en met het Rijk van zijn Vader. (Johannes 10, 9a) De redding is dus geen eindpunt, zoals op een ganzenbord. Het is een wijze van bestaan: leven in verbondenheid met de Heer.

Overvloed

De herder - de toegangsdeur tot de schaapstal - is bekommerd om zijn schapen. Hij wil ze naar goede weidegronden begeleiden. (Johannes 10, 9b) Wat de Messias ons wil schenken, wat Hij ons gunt, is Leven, en wel in overvloed. (Johannes 10, 10b) Niet enkel het hoogst nodige dus, datgene waarmee we zouden kunnen overleven. Nee, veel meer: een overvloed aan genade!

Het gaat over een veelheid die ons ver overstijgt. Hiermee is meteen de geestelijke dimensie aangegeven. Jezus heeft het niet over voedsel, maar evenmin over geld of eer of macht. Dat is wat de dief gretig weggraait, door te roven, te slachten en te vernietigen. (Johannes 10, 10a) De Heer heeft het over wat ons leven tot vrijheid en vrede brengt, juist door ons steeds meer los te maken van de hebberigheid.

Samen

Echte vrijheid is een gedeelde vrijheid: een vrijheid met verantwoordelijkheid. Echte vrijheid bestaat in vrede, in een breed gedragen liefdevol samenzijn. Vandaar dat Jezus het beeld van schapen gebruikt: zij leven samen in een kudde. Mensen zijn niet gemaakt om in eenzaamheid te bestaan. We zijn vooral sociale wezens. De ander brengt ons wijsheid en nuance, soms bevestiging en soms een nieuwe kijk. We worden betere mensen door samen te leven.

Zo is het ook met ons geloof. Jezus trekt niet in zijn eentje door het land op weg naar Jeruzalem. Hij roept mensen die met Hem mee gaan. Geloven is spiritualiteit delen. Daarin bestaat ook de kracht van liturgie en van caritatief engagement. Jezus leeft ons deze verbondenheid ook spiritueel voor: in alles blijft Hij verbonden met zijn Vader. Ook nu wordt de hemelse Vader uitdrukkelijk vernoemd wanneer Jezus verder uitleg geeft bij zijn beeldspraak. (Johannes 10, 14-15 en 17-18) 

God brengt mensen samen. Geloven in je eentje kan als zinvol ervaren worden, maar je mist de gedragenheid van een gemeenschap die je ondersteunt, met je mee op weg gaat, ervaringen en gedachten deelt. Samen komt de vreugde van het Paasgeloof meer tot uiting. Christus, door wie wij bidden en naar wie wij leven, inspireert ons om dit geloof te blijven delen. Dat heeft Hij ons zelf voorgedaan.